De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Mart gleed langs de stok op z’n knieën. Geen enkele Aes Sedai keek zijn kant op. Wel een van de Aanvaarden, een mollig meisje, met wie hij best had willen dansen als ze geen Aes Sedai zou worden. Ze keek hem boos aan, trok haar neus op en gaf toen al haar aandacht aan wat de Aes Sedai met Galad deden.
Gawein stond weer, merkte Mart opgelucht op. Hij trok zichzelf op toen Gawein aan kwam lopen. Mag het niet laten merken. Ik kom hier nooit weg als ze besluiten mij van vroeg tot laat te verplegen. Er zat bloed op Gaweins goudblonde haar, maar er was geen snee of buil meer te zien. Hij stopte twee zilvermarken in Marts hand en merkte droog op: ik denk dat ik de volgende keer beter zal luisteren.’ Hij zag hoe Mart keek en raakte zijn hoofd aan. ‘Ze hebben het al geheeld, maar het was niet zo erg. Elayne heeft me weleens erger geraakt. Je bent goed.’
‘Niet zo goed als mijn pa. Hij won altijd met Beltije op de vechtstok, behalve die paar keren dat Rhands pa meedeed.’ De nieuwsgierige blik kwam in Gaweins ogen terug en Mart wenste dat hij Tham Altor maar nooit had genoemd. De Aes Sedai en Aanvaarden verdrongen zich nog steeds rond Galad. ‘Ik moet hem zwaar hebben verwond. Dat was eigenlijk mijn bedoeling niet.’
Gawein wierp een blik op de groep – er was slechts een cirkel van vrouwenruggen zichtbaar – in de witte kledij van de Aanvaarden die over de schouders van de geknielde Aes Sedai gluurden – en lachte. ‘Je hebt hem niet gedood – ik heb hem horen kreunen – dus zou hij allang weer overeind kunnen zijn, maar deze kans zullen ze zich niet laten ontnemen, nu ze hem in hun handen hebben. Licht, vier ervan zijn van de Groene Ajah!’ Mart keek hem verward aan – Groene Ajah? Wat heeft dat er nou mee te maken? – en Gawein schudde het hoofd. ‘Maakt niet uit. Wees maar gerust. Het ergste waar Galad zich straks zorgen over mag maken, is de ontdekking dat hij opeens de zwaardhand van een Groene Aes Sedai is geworden.’ Hij lachte. ‘Nee, dat zullen ze wel niet doen. Maar ik durf er twee mark om te verwedden dat sommigen dat maar al te graag zouden willen.’
‘Die zijn nu van mij,’ zei Mark en liet ze in zijn jaszak glijden, ‘van mij.’ Hij snapte niets van Gaweins uitleg behalve dat het met Galad in orde was. Het enige dat hij van de band tussen een zwaardhand en een Aes Sedai wist, herinnerde hij zich van Lan en Moiraine, en daar wees niets op wat Gawein leek te suggereren. ‘Denk je dat ze het erg vinden als ik mijn weddenschap kom innen?’
‘Dat zullen ze zeer zeker,’ zei Hammar droogjes, die erbij was komen staan. ‘Je bent momenteel niet erg geliefd bij bepaalde Aes Sedai.’ Hij snoof. ‘Je zou toch aannemen dat zelfs een Groene Aes Sedai zich beter zou gedragen dan een meisje dat net van moeders schort los is. Zo knap is hij nou ook weer niet.’
‘Precies,’ beaamde Mart.
Gawein grijnsde hen beiden toe tot Hammar hem boos aankeek. ‘Hier,’ zei de zwaardhand en duwde nog twee zilveren munten in Marts hand. ‘Ik krijg ze later wel van Galad terug. Waar kom jij vandaan, kerel?’
‘Manetheren.’ Mart verstarde toen hij hoorde wat er aan zijn mond ontsnapte. ‘Ik bedoel, ik kom uit Tweewater. Ik heb te veel oude verhalen gehoord.’ Beiden keken hem strak aan en zeiden niets. ‘Ik... ik denk dat ik maar terugga om te zien of ik wat te eten kan krijgen.’ De midmorgenklok had nog niet eens geluid, maar ze knikten alsof dat verstandig was.
Hij zette de vechtstok niet terug – niemand had gezegd dat hij hem niet mocht houden – en liep langzaam weg tot de bomen hem aan hun ogen onttrokken. Eenmaal zover gekomen, zocht hij steun bij de stok, alsof die het enige was dat hem nog overeind hield. Hij wist dat eigenlijk wel zeker.
Hij dacht dat als hij zijn jas zou losknopen, hij een gat op de plaats van zijn maag zou zien, een steeds groter gat dat de rest van zijn lijf opslokte. Maar hij dacht amper aan honger. Ken je de Oude Spraak, kerel? Manetheren. Hij huiverde. Licht sta me hij, ik werk mezelf steeds dieper in de nesten. Ik moet hier zien weg te komen. Maar hoe? Hij strompelde terug naar de Toren als een oude, oude man. Hoe?
25
Vragen
Dwars over Nynaeves bed liggend keek Egwene met de handen onder haar kin naar Nynaeve, die liep te ijsberen. Elayne lag languit voor de open haard, die nog vol as zat van het vuur van de vorige avond. Ze bekeek wederom geduldig de lijst met namen die Verin had opgesteld, las nogmaals ieder woord. Het andere blad, de lijst met ter’angrealen, lag op tafel. Nadat ze een keer geschokt de lijst hadden doorgenomen, hadden ze er verder niet meer over gepraat, hoewel ze over bijna al het andere wel hadden gesproken. En gebekvecht. Egwene onderdrukte een geeuw. Het was nog maar halverwege de ochtend, maar niemand van hen had veel geslapen. Ze hadden vroeg moeten opstaan. Voor het keukenwerk en het ontbijt. En voor andere dingen, waar ze liever niet aan wilde denken. De korte slaap die ze nog had genoten, was vol nare dromen geweest. Misschien zou Anaiya me kunnen helpen ze te begrijpen, die dromen die een uitleg verdienen, maar... Wat als ze van de Zwarte Ajah is? Ze had de vorige avond iedere vrouw in dat vertrek zitten aanstaren en zich voortdurend afgevraagd wie bij de Zwarte Ajah kon horen en had gemerkt dat ze eigenlijk alleen haar twee vriendinnen vertrouwde. Maar ze wilde wel dolgraag een verklaring voor die dromen vinden. De nachtmerries over wat er die vorige avond binnen de ter’angreaal was gebeurd, waren gemakkelijk te begrijpen, hoewel ze er huilend van wakker was geschrokken. Ze had ook van de Seanchanen gedroomd, van vrouwen in kleren met bliksemflitsen op de borst die een lange rij vrouwen de halsband omlegden. Vrouwen die de ring van het Grote Serpent droegen, maar gedwongen werden de bliksem op te roepen tegen de Witte Toren. Dat had haar badend in het koude zweet gewekt, maar ook dat was enkel een nachtmerrie geweest. Net als de droom over Witmantels die haar vaders handen hadden geboeid. Een nachtmerrie die door heimwee was veroorzaakt, nam ze aan. Maar de andere dromen...
Ze wierp weer een blik op de andere vrouwen. Elayne lag nog te lezen, terwijl Nynaeve nog steeds met stevige stappen heen en weer beende. Ze had van Rhand gedroomd, die zijn hand uitstak naar een zwaard dat van kristal leek te zijn gemaakt en hij leek niet te beseffen dat er een fijn net over hem neerviel. En een droom waarin hij in een vertrek neerknielde waar een hete, droge wind stof over de vloer blies. Er kwamen wezens op de wind aandrijven, wezens zoals die op de Drakenbanier, maar dan veel kleiner, die zich in zijn huid zetten. Er was een droom geweest waarin hij een enorme holte in een zwarte berg was ingelopen; in die holte was een rossige gloed zichtbaar, alsof daarbinnen enorme vuren brandden. Er was zelfs een droom geweest waarin hij Seanchan bestreed.
Van de laatste was ze niet zeker, maar de andere moesten wel iets betekenen. Dat had ze al eerder ontdekt, in de dagen voor hun tocht naar de Kop van Toman, toen ze er nog zeker van was dat ze Anaiya kon vertrouwen, vóór ze had gehoord dat de Zwarte Ajah echt bestond. Toen hadden enkele behoedzame vragen – héél, héél voorzichtig, zodat Anaiya zou aannemen dat het niet meer was dan haar gebruikelijke nieuwsgierigheid – haar onthuld dat de dromen van een Droomster over een ta’veren bijna altijd belangrijk waren en dat ze heel belangrijk waren als het een sterke ta’veren betrof. Maar ook Mart en Perijn waren ta’veren, en ze had ook over hen gedroomd. Vreemde dromen die nog moeilijker te verklaren waren dan de dromen over Rhand. Perijn met een valk op zijn schouder en Perijn met een havik. Maar de havik hield een riem tussen haar klauwen -Egwene was er op de een of andere manier zeker van dat zowel valk als havik vrouwelijk was – en de havik probeerde de riem rond Perijns nek te bevestigen. Ze moest er nog steeds van rillen, ze hield niet van dromen met riemen en halsbanden. En die droom over Perijn – met een baard! – die een enorme zee van wolven aanvoerde, wolven, zover als het oog reikte. De dromen over Mart waren zelfs nog onaangenamer geweest. Mart die zijn eigen linkeroog op een weegschaal legde. Mart die was opgehangen aan een boom. Er was ook een droom over Mart en Seanchan geweest, maar die wilde ze wel afdoen als een nachtmerrie. Het moest gewoon een nachtmerrie zijn. Net zoals die waarin Mart de Oude Spraak gebruikte. Die droom moest veroorzaakt zijn door Marts geschreeuw bij de Heling.