De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
‘Zo, heeft ze dat gezegd.’ Het viel niet uit Elaida’s woorden, noch uit haar gezicht op te maken of ze haar geloofde of niet. ‘Interessant. Jullie zullen het toch moeilijk kunnen vergeten, als de hele Toren op de hoogte is gebracht van jullie straf. Dat is ongekend. Nooit eerder heeft de Toren over een straf gehoord, alleen bij sussen. Ik kan me indenken waarom jullie het zo graag achter de rug willen hebben. Ik heb begrepen dat jij, Elayne, verheven wordt tot Aanvaarde. En Egwene ook. Men kan dat nauwelijks een straf noemen.’ Elayne wierp een blik op de Aes Sedai, alsof ze toestemming vroeg iets te zeggen. ‘De Moeder zei dat we er klaar voor waren.’ Er klonk iets uitdagends in haar stem. ‘Ik heb bijgeleerd, Elaida Sedai, en ik ben gegroeid. Ze zou me niet hebben aanvaard als dat niet zo was.’
‘Bijgeleerd,’ peinsde Elaida. ‘En gegroeid. Misschien klopt dat inderdaad.’
Er klonk niet in haar stem door of ze dit wel of niet goed vond. Haar onderzoekende blik gleed over Egwene en Nynaeve. ‘Jullie zijn met die Mart teruggekomen, een jongeman uit jullie dorp. Er was een andere jongeman in jullie dorp. Rhand Altor.’
Egwene had het gevoel of een ijzige hand zich om haar maag sloot, ik hoop dat het goed met hem is,’ zei Nynaeve gelijkmoedig, maar de hand om haar vlecht was tot een vuist gebald. ‘We hebben hem al een tijd niet meer gezien.’
‘Een boeiende jongeman.’ Elaida zat hen al pratend op te nemen, ik heb hem eenmaal ontmoet, maar ik vond hem... zeer interessant. Ik veronderstel dat hij ta’veren is. Ja. Hij kan op vele vragen antwoord geven. Dat Emondsveld van jullie moet wel een heel ongewoon plekje zijn, dat er twee zoals jullie vandaan komen. Plus die Rhand Altor.’
‘Het is een gewoon dorp,’ zei Nynaeve. ‘Een simpel dorp als vele andere.’
‘Ja. Natuurlijk.’ Elaida glimlachte, een kil gebaar van haar lippen waar Egwenes maag zich van omdraaide. ‘Vertel me meer over hem. De Amyrlin heeft jullie toch niet verboden over hem te praten, of wel?’ Nynaeve rukte aan haar vlecht. Elayne bekeek het tapijtje alsof er iets belangrijks onder verborgen lag en Egwene brak zich het hoofd over een goed antwoord. Ze kan leugens herkennen, zeggen ze. Licht, als ze echt een leugen herkent... Het ogenblik leek zich te rekken tot Nynaeve uiteindelijk haar mond opendeed.
Op dat moment ging de deur opnieuw open. Sheriam keek met een zekere verbazing de kamer rond. ‘Goed dat ik je hier aantref, Elayne. Ik zoek jullie alledrie. Jou had ik hier niet verwacht, Elaida.’ Elaida stond op en schikte haar stola. ‘We zijn allemaal nieuwsgierig naar deze meisjes. Waarom ze weggelopen zijn. Welke avonturen ze beleefd hebben. Ze beweren dat de Moeder hun heeft opgedragen er niet over te praten.’
‘Dat is zo, en maar beter ook,’ zei Sheriam. ‘Ze worden gestraft en dan moeten we er een streep onder zetten. Ik heb altijd gemeend dat de daad na de straf vergeten moet worden.’
De twee Aes Sedai bleven elkaar heel lang aankijken, op geen van beide gladde gezichten stond iets te lezen. Toen zei Elaida: ‘Natuurlijk. Misschien ga ik een andere keer verder met mijn gesprek. Over andere zaken.’ De blik die ze op de drie vrouwen in het wit wierp, leek Egwene een waarschuwing en toen gleed ze langs Sheriam weg. De Meesteresse der Novices hield de deur open en keek haar na. Haar gezicht vertoonde geen enkele uitdrukking.
Langzaam liet Egwene haar adem ontsnappen en ze hoorde dat Elayne en Nynaeve hetzelfde deden.
‘Ze bedreigde me,’ zei Elayne ongelovig, half in zichzelf. ‘Ze dreigde me te sussen als ik koppig bleef.’
‘Je zult haar verkeerd begrepen hebben,’ zei Sheriam. ‘Als koppigheid een misdrijf is waarvoor je gesust wordt, zou de lijst meer namen tellen dan je van buiten kunt leren. Er zijn maar weinig gedweeë vrouwen die de ring en de stola halen. Uiteraard dien je wel te leren hoe je je gedwee op moet stellen als dat van je wordt gevraagd.’
‘Ja, Sheriam Sedai,’ antwoordde het drietal bijna in koor en Sheriam glimlachte.
‘Zie je wel. Jullie kunnen tenminste doen alsof je mak bent. En jullie zullen daarvoor ruimschoots de gelegenheid krijgen, voordat jullie de gunst van de Amyrlin terug hebben verdiend. Of anders die van mij. Van mij is lastiger.’
‘Ja, Sheriam Sedai,’ zei Egwene, maar ditmaal stemde alleen Elayne in. ‘Hoe... wat is er met het lichaam gebeurd, Sheriam Sedai?’ vroeg Nynaeve. ‘De... de zielloze. Hebt u ontdekt wie hem gedood heeft? Of waarom hij de Toren is binnengedrongen?’
Sheriams mond verstrakte. ‘Je doet één stap in de goede richting, Nynaeve, en glijdt dan weer terug. Jullie hebben het haar dus toch verteld, aangezien Elayne absoluut niet verbaasd is, terwijl ik jullie uitdrukkelijk had opgedragen er niet over te praten! Dus zijn er nu welgeteld zeven mensen in de Toren die weten dat er in het Novicekwartier een man is gedood en twee ervan zijn mannen die alleen dat weten én dat ze er hun mond over moeten houden. Als jullie een opdracht van de Meesteresse der Novices zo onbelangrijk vinden – wat ik jullie zeker nog zal inpeperen – kunnen jullie dan misschien de Amyrlin Zetel gehoorzamen? Jullie praten er niet over, met niemand, behalve met de Moeder en mij. De Amyrlin Zetel wenst geen nieuwe geruchten naast alles waar we al rekening mee moeten houden. Ben ik duidelijk?’
Haar strenge stem leverde een koor op van ‘Ja, Sheriam Sedai’ maar Nynaeve liet het er niet bij zitten. ‘Zeven, zei u, Sheriam Sedai. Plus de onbekende die hem gedood heeft. En misschien heeft hij hulp gehad om de Toren binnen te komen.’
‘Daar hoef jij je geen zorgen over re maken.’ Sheriams effen blik omvatte hen allen. ‘Ik stel de vragen wel die over die man gesteld dienen te worden. Jullie vergeten dat je ook maar iets van een dode man afweet. Als ik ontdek dat jullie ook maar iets anders doen... Nou, er zijn ergere dingen dan pannen schuren om je te leren waar je wél en waar je niet op moet letten. En verontschuldigingen wil ik niet horen. Hoor ik nog meer vragen?’
‘Nee, Sheriam Sedai.’ Ditmaal was tot Egwenes opluchting ook Nynaeve erbij. Niet dat ze zich erg opgelucht voelde. Sheriams waakzame blik zou het dubbel zo moeilijk maken om naar de Zwarte Ajah op zoek te gaan. Heel even kreeg ze de neiging hysterisch te lachen. Als de Zwarte Ajah ons met te pakken krijgt, zal Sheriam dat wel doen. De drang om te lachen verdween. Als Sheriam niet zelf bij de Zwarte Ajah hoort. Ze wilde dat ze dat nooit had bedacht. Sheriam knikte. ‘Goed dan. Jullie gaan met me mee.’
‘Waarheen?’ vroeg Nynaeve en voegde er nog net ‘Sheriam Sedai’ aan toe voor de Meesteresse haar ogen dichtkneep. ‘Ben je vergeten,’ zei Sheriam strak, ‘dat in de Toren de Heling altijd wordt verricht in aanwezigheid van degenen die de zieke hebben binnengebracht?’
Egwene dacht dat het geduld van de Meesteresse der Novices nu wel uitgeput zou zijn, maar voor ze het besefte, liet ze zich ontvallen: ‘Dus ze gaat hem écht helen!’
‘De Amyrlin Zetel zelf en anderen zullen voor hem zorgen.’ Uit Sheriams gezicht viel even weinig op te maken als uit haar stem. ‘Had je reden eraan te twijfelen?’ Egwene kon slechts haar hoofd schudden. ‘Dan breng je met je getreuzel het leven van je vriend in gevaar. De Amyrlin wordt niet geacht op jullie te wachten.’ Ondanks haar woorden had Egwene het idee dat de Aes Sedai helemaal geen haast had.
18
Heling
Lampen in ijzeren houders verlichtten de gangen diep onder de Toren, waar Sheriam hen heen voerde. De paar deuren waar ze langs liepen, waren dicht, sommige met een slot, sommige zo knap bewerkt dat Egwene ze pas zag als ze er vlak voor stond. Donkere openingen wezen op zijgangen, terwijl ze in enkele de vage gloed kon zien van verre lampen die spaarzaam waren aangebracht. Ze zag geen andere mensen. Dit was een plek waar zelfs Aes Sedai weinig kwamen. De lucht was er niet koud of warm, maar ze moest toch rillen, terwijl ze tevens zweet op haar rug voelde kriebelen.