De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Fijn jullie weer te zien,’ zei hij, terwijl hij haar hand pakte, ik heb me grote zorgen om jullie gemaakt. Wij zijn allemaal heel bezorgd geweest.’ Haar hart klopte sneller en ze trok vlug haar hand weg voor hij het kon voelen. ‘Dank je wel, Galad,’ mompelde ze. Licht, wat is hij knap. Bewust maakte ze een eind aan die gedachten, maar het was niet gemakkelijk. Ze merkte dat ze haar kleren gladstreek en wenste dat hij haar niet in deze simpele witte wol zag, maar in zijde, als het kon in zo’n Domani-gewaad waarover Min haar had verteld, in kleren die aan je huid leken te kleven en zo dun waren dat je dacht dat ze doorzichtig waren, al was dat niet het geval. Ze werd vuurrood en verbande het beeld uit haar geest, dwong zich hem niet aan te kijken. Het hielp niet veel dat de helft van de vrouwen in de Toren, van keukenmeid tot Aes Sedai, hem aankeek en hetzelfde dacht. Het hielp evenmin dat zijn glimlach alleen voor haar bedoeld leek. Eigenlijk maakte die glimlach het nog erger. Licht, als hij zelfs maar vermoedt wat ik denk, ga ik dood!
De jongeman met het goudblonde haar boog zich naar haar toe. ‘De vraag is: waar zijn jullie geweest? Elayne ontwijkt elke vraag alsof ze een zak met vijgen niet met ons wil delen.’
‘Ik heb het je al gezegd, Gawein,’ zei Elayne strak, ‘het gaat jullie niets aan. Ik ben hierheen gekomen,’ richtte ze zich tot Nynaeve, ‘omdat ik niet alleen wilde zijn. Ze zagen me en liepen me achterna. Ze wilden niet naar me luisteren.’
‘Wilden ze dat niet,’ zei Nynaeve effen.
‘Maar het gaat ons wel aan, zuster,’ zei Galad. ‘Jouw veiligheid gaat ons ook aan.’ Hij keek naar Egwene en ze voelde hoe haar hart opsprong. ‘De veiligheid van ieder van jullie gaat mij... ons ter harte.’
‘Ik ben je zus niet,’ snauwde Elayne.
‘Als je niet alleen wilde zijn,’ glimlachte Gawein Elayne toe, ‘dan zijn wij goed gezelschap. En na wat we hier moesten doorstaan, verdienen we een verklaring voor je afwezigheid. Ik word liever elke dag door Galad naar alle vier de hoeken van het oefenveld geslagen dan moeder nog een keer onder ogen te komen. Ik heb zelfs nog liever een boze Coulin.’ Coulin was de wapenmeester; hij voerde een streng bewind over de jongemannen die naar de Witte Toren kwamen, of ze nu zwaardhand wilden worden of alleen maar wilden oefenen. ‘Je mag de relatie ontkennen,’ zei Galad ernstig tegen Elayne, ‘maar die is er wel. En moeder heeft ons jouw veiligheid toevertrouwd.’ Gawein grijnsde. ‘Ze laat ons villen, Elayne, als jou iets overkomt. We hebben heel wat moeten praten, anders had ze ons aan de oren naar Caemlin teruggesleept. Ik heb nog nooit van een koningin gehoord die haar zonen aan de beul overdroeg, maar moeder klonk alsof ze daarop een uitzondering wilde maken als we jou niet veilig thuisbrengen.’ ik weet zeker,’ zei Elayne, ‘dat al jullie gepraat slechts om mijnentwille was. Geen woord over jullie oefenlessen met de zwaardhanden.’ Gaweins gezicht werd rood.
‘Jouw veiligheid was onze grootste zorg.’ Bij Galad klonk het gemeend en Egwene wist zeker dat dat zo was. ‘Het is ons gelukt moeder te overtuigen dat er hier iemand moest zijn om voor jou te zorgen wanneer jullie terugkwamen.’
‘Voor mij te zorgen!’ riep Elayne uit, maar Galad ging gladjes verder. ‘De Witte Toren is een gevaarlijke plek geworden. Er zijn doden gevallen, moord – en geen enkele uitleg. Er zijn zelfs enkele Aes Sedai gedood, hoewel ze dat stil willen houden. En er gaan geruchten over de Zwarte Ajah, hier, in de Toren. Moeder heeft bevolen dat zodra je genoeg geleerd hebt om veilig te zijn, we je terug moeten brengen naar Caemlin.’
Bij wijze van antwoord stak Elayne haar kin in de lucht en wendde zich half van hem af.
Gawein streek wanhopig door zijn haar. ‘Licht, Nynaeve, Galad en ik zijn geen schurken. We willen alleen maar helpen. Dat zouden we toch wel doen, maar moeder heeft het bevolen; daar kun je je niet uitpraten.’
‘Morgases woord is geen wet hier in Tar Valon,’ zei Nynaeve effen. ‘Wat jullie aanbod voor hulp betreft, ik zal eraan denken. Als we hulp nodig hebben, zijn jullie de eersten die het horen. Maar nu wens ik dat jullie hier weggaan.’ Ze wees strak naar de deur, maar Gawein negeerde haar.
‘Alles goed en wel, maar moeder zal willen weten dat Elayne terug is. En waarom ze ervandoor is gegaan zonder iets te zeggen, en wat ze al die maanden heeft uitgespookt. Licht, Elayne! De hele Toren was in beroering en moeder was halfgek van angst. Ik dacht dat ze de Toren met haar blote handen ging afbreken!’ Elaynes gezicht liet iets van berouw zien en Gawein maakte daar gebruik van. ‘Dat ben je haar verschuldigd, Elayne. Dat ben je mij verschuldigd. Bloed en as, je bent even koppig als een rots. Je bent maanden weg en ik hoor alleen dat je op je kop hebt gehad van Sheriam. En dat merk ik alleen doordat je hebt gehuild en niet wilde gaan zitten.’ Elaynes verontwaardigde blik maakte duidelijk dat hij zijn tijdelijke voordeel had verspeeld. ‘Genoeg,’ zei Nynaeve. Galad en Gawein wilden wat zeggen. Ze verhief haar stem. ‘Ik zei genoeg!’ Ze keek hen zo woest aan dat ze het duidelijk beter vonden hun mond te houden en sprak toen verder. ‘Elayne is jullie niets verschuldigd. Omdat zij ervoor kiest jullie niets te zeggen, is dat alles. Dus... dit is mijn kamer, geen gelagkamer in een dorpsherberg, en jullie gaan eruit.’
‘Maar, Elayne...’ begon Gawein tegelijk met Galad, die zei: ‘We willen alleen...’
Nynaeve sprak zo luid dat ze hen gemakkelijk overstemde. ‘Ik betwijfel of jullie toestemming hebben gevraagd of je naar de kamers van de Aanvaarden mocht gaan.’ Ze staarden haar echt verrast aan. ‘Dat dacht ik wel. Jullie vertrekken, gaan uit mijn ogen voor ik tot drie heb geteld, of ik schrijf een briefje naar de wapenmeester. Coulin Gaidin heeft een strengere hand dan Sheriam Sedai en ik kan jullie verzekeren dat ik erbij ben als jullie worden behandeld.’
‘Nynaeve, je zou toch niet...’ begon Gawein bezorgd, maar Galad gebaarde hem zijn mond te houden en ging vlak voor Nynaeve staan. Zijn gezicht behield de ernstige uitdrukking, maar onbewust streek ze de voorkant van haar kleren glad toen hij glimlachend op haar neerkeek. Egwene was niet verbaasd. Ze dacht dat ze behalve een Rode zuster nog geen enkele vrouw had ontmoet die niet door Galads glimlach beïnvloed werd.
‘Mijn verontschuldigingen, Nynaeve, dat we ons ongevraagd aan jullie hebben opgedrongen,’ zei hij gladjes. ‘Natuurlijk gaan we. Maar denk eraan dat we in de buurt zijn als je ons nodig hebt. En om welke reden jullie ook zijn weggelopen, daar kunnen we ook bij helpen.’ Nynaeve glimlachte terug. ‘Eén,’ zei ze.
Galad knipperde met zijn ogen en zijn glimlach zakte af. Kalm wendde hij zich naar Egwene. Gawein stond op en begaf zich naar de deur. ‘Egwene,’ zei Galad, ‘je weet dat jij in het bijzonder elk moment een beroep op me kunt doen, voor wat dan ook. Ik hoop dat je dat weet.’
‘Twee,’ zei Nynaeve.
Galad keek haar geërgerd aan. ‘We praten later wel verder,’ zei hij tegen Egwene en boog zich over haar hand. Met een laatste glimlach liep hij rustig weg.
‘Drrrrrr...’ Gawein schoot naar buiten en zelfs Galads sierlijke stappen kwamen merkbaar sneller. ‘... ie!’ besloot Nynaeve toen de deur dichtviel.
Elayne klapte opgetogen in haar handen. ‘O, voortreffelijk,’ zei ze. ‘Heel goed gedaan. Ik wist niet eens dat het de mannen verboden was in de kamers van de Aanvaarden te komen.’
‘Dat is het ook niet,’ zei Nynaeve droogjes, ‘maar die pummels wisten het ook niet.’ Elayne klapte weer lachend in haar handen, ik had best willen wachten tot ze weggingen,’ voegde Nynaeve eraan toe, ‘maar Galad moest er zo’n vertoning van maken. Die jongen is knapper dan goed voor hem is.’ Egwene moest er haast om lachen: Galad was amper een jaar jonger dan Nynaeve, en Nynaeve schikte haar kleren opnieuw goed.
‘Galad!’ snoof Elayne. ‘Die zal ons zeker nog een keer lastig vallen en ik weet niet of jouw kunstje een tweede keer werkt. Hij doet wat hij juist acht en het doet er niet toe of dat hem of anderen pijn doet.’