De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
‘Bedank me maar niet. Jullie vaardigheden zijn te sterk ontwikkeld om nog Novice te blijven. Sommigen zullen vinden dat de ring jullie nog niet behoort toe te komen, niet na wat jullie hebben uitgespookt, maar als ze jullie tot aan de ellebogen het vieze vet uit pannen zien boenen, zal de kritiek wel verstommen. En als jullie denken dat het een soort beloning is, dien je goed te beseffen dat de eerste weken als Aanvaarde gebruikt worden om de rotte vis uit de mand met goede te schudden. In de komende paar weken zal jullie zwaarste Novicedag een lieve droom lijken naast de lichtste les aan een Aanvaarde. Ik vermoed dat sommige begeleidsters jullie strenger op de proef zullen stellen dan zij strikt genomen behoren te doen, maar ik neem aan dat jullie niet zullen klagen. Of wel?’
Ik kan leren, dacht Egwene. Mijn eigen lessen kiezen. Ik kan leren over de dromen, leren hoe...
De glimlach van de Amyrlin sneed elke verdere gedachte af. Die glimlach maakte duidelijk dat de zusters volkomen vrij waren met hen te doen wat ze maar wilden, zolang het drietal maar in leven bleef. Nynaeves gezicht was een mengeling van diep medelijden en ontzette herinnering aan haar eerste weken als Aanvaarde. Alles bijeengenomen was het voldoende om Egwene een brok te laten wegslikken. ‘Nee, Moeder,’ zei ze zwakjes. Elayne fluisterde hees hetzelfde. ‘Dat is het dan. Je moeder was niet al te blij met je verdwijning, Elayne.’
‘Weet ze het dan?’ piepte Elayne.
Leane snoof en de Amyrlin trok een wenkbrauw hoog op en zei: ik kon het toch moeilijk verzwijgen. Je bent haar misgelopen, want een maand geleden was ze hier, dus wellicht heb je geboft. Je zou niet levend van haar zijn weggekomen. Ze was zo boos dat ze een roeispaan kon doorbijten, vanwege jou, mij en de Witte Toren.’ ik kan het me voorstellen. Moeder,’ zei Elayne zwakjes, ik denk van niet, kind. Je hebt misschien een eind gemaakt aan een traditie die nog van vóór Andor stamde. Een traditie die sterker was dan veel wetten. Morgase weigerde Elaida mee te laten gaan. Voor de eerste keer in eeuwen heeft de koningin van Andor geen Aes Sedai als raadgeefster. Ze eiste dat je na je terugkomst onmiddellijk zou worden teruggestuurd naar Caemlin. Ik heb haar weten te overtuigen dat het voor jou veiliger was als je hier nog wat langer bleef om te leren. Ze stond ook op het punt je twee broers hun lessen van de zwaardhanden te verbieden. Zij hebben haar dat uit het hoofd weten te praten. Ik weet nog steeds niet hoe.’
Elayne leek in gedachten verzonken en zag in haar geest misschien een woedende Morgase. Ze rilde. ‘Gawein is mijn broer,’ zei ze afwezig. ‘Galad niet.’
‘Doe niet zo kinderlijk,’ antwoordde de Amyrlin. ‘Als jullie dezelfde vader hebben, is ook Galad je broer, of je hem nou mag of niet. Ik wil dat kinderachtige gedoe niet meer bij je zien, kind. Een zekere mate van domheid kan een Novice worden toegestaan, maar het wordt bij geen enkele Aanvaarde geduld.’
‘Ja, Moeder,’ zei Elayne sip.
‘De koningin heeft bij Sheriam een brief voor je achtergelaten. Behalve veel scheldwoorden meen ik dat ze haar beslissing uiteenzet om jou naar huis te halen, zodra dat veilig voor je is. Ze is er zeker van dat je op z’n hoogst binnen enkele maanden al kunt geleiden zonder gevaar te lopen jezelf te doden.’
‘Maar ik wil leren, Moeder.’ Het ijzer was in Elaynes stem terug, ik wil Aes Sedai worden.’
De glimlach van Siuan Sanche was nog grimmiger dan haar vorige. ‘Maar goed dat je dat wenst, kind, omdat het niet mijn bedoeling is dat Morgase jou terugkrijgt. Jij bent in aanleg sterker dan elke andere Aes Sedai in de laatste duizend jaar en ik laat je niet vertrekken voor je zowel de stola als de ring hebt verdiend. Al moet ik je daarvoor tot worst vermalen. Ik laat je niet gaan! Heb je dat goed begrepen?’
‘Ja, Moeder.’ Elayne leek niet op haar gemak en Egwene kon het zich voorstellen. Gevangen tussen de koningin van Andor en de Witte Toren was je net een handdoek tussen mee honden, een lap stof in de tanden van Morgase van Andor en de Amyrlin Zetel. Mocht Egwene ooit Elaynes toekomstige rijkdom en troon hebben benijd, op dit moment deed ze dat zeker niet.
Opeens zei de Amyrlin: ‘Leane, breng Elayne naar Sheriams kamer. Ik heb nog enkele woorden tegen dit tweetal te zeggen. Woorden waarvan ik niet denk dat ze die graag zullen horen.’ Egwene wisselde een korte verbaasde blik met Nynaeve en de zorgen losten hun onderlinge spanning een ogenblik op. Wat wil ze ons vertellen wat Elayne niet mag horen? Het kan me niet schelen, zolang ik mijn studie maar mag afmaken. Maar waarom moet Elayne weg? Elaynes gezicht toonde een grimas toen ze van Sheriams kamer hoorde, maar ze rechtte haar rug toen Leane naast haar kwam staan. ‘Zoals u beveelt, Moeder,’ zei ze vormelijk terwijl ze zichzelf met wijd zwierende rok liet zakken voor een volmaakte kniebuiging, ‘zo zal ik gehoorzamen.’ Met opgeheven hoofd volgde ze Leane.
14
De scherpe prik van doorns
Aanvankelijk zweeg de Amyrlin Zetel een poosje – ze liep naar de hoge spitsboogramen en keek over het balkon naar de tuin beneden, met haar handen op de rug, de vingers verstrengeld. Het duurde heel lang voor ze sprak, en ze bleef met haar rug naar het tweetal staan. ‘Het ergste heb ik kunnen stilhouden, maar hoelang zal dat zo blijven? De bedienden weten niets van de gestolen ter’angrealen, en ze leggen geen verband tussen de moorden en het vertrek van Liandrin en de anderen. Het was niet gemakkelijk dat klaar te spelen met al dat geroddel. Zij nemen aan dat hun dood het werk van Duistervrienden is. En dat waren die dertien ook. Er gaan reeds geruchten in de stad dat Duistervrienden de Toren zijn binnengedrongen en moorden hebben gepleegd. Er was geen enkele manier om dat tegen te houden. Het doet onze naam weinig goed, maar het is tenminste beter dan de waarheid. Buiten de Toren weet gelukkig niemand dat er Aes Sedai zijn vermoord en hierbinnen heel weinig mensen. Duistervrienden in de Toren. Bah! Mijn hele leven heb ik ontkend dat zoiets kon bestaan. Ik kan hun aanwezigheid niet toestaan. Ik zal ze aan de haak slaan, hun ingewanden eruit halen en ze te drogen hangen.’
Nynaeve keek Egwene onzeker aan – maar minder onzeker dan Egwene was – en haalde toen diep adem. ‘Moeder, krijgen we nog meer straf? Naast waar u ons al toe hebt veroordeeld?’ De Amyrlin keek om; haar ogen verborgen in de schaduw. ‘Meer straf? Dat mag je wel zeggen. Sommigen zullen beweren dat ik jullie een geschenk heb gegeven door je tot Aanvaarde te verheffen. Voel nu hoe die rozen prikken.’
Ze schreed kordaat terug naar haar stoel en ging zitten. Toen leek ze haar haast weer te vergeten. Of weer onzeker te worden. Het zien van een Amyrlin Zetel die onzeker was, deed Egwenes maag verkrampen. De Amyrlin Zetel was altijd zeker, altijd vastberaden en doelgericht. De Amyrlin was vleesgeworden kracht. Ondanks haar eigen ongevormde kracht bezat de vrouw aan de andere kant van de tafel genoeg kennis en ervaring om haar rond een spoelklos te draaien. Haar opeens te zien aarzelen – als een meisje dat in een vijver moet duiken zonder te weten hoe diep het is en of de bodem uit modder of rotsen bestaat – dit te zien verkilde Egwene tot op haar botten. Wat bedoelt ze, echt te voelen hoe die rozen prikken? Licht, wat heeft ze met ons voor?
De Amyrlin streek met een vinger over het handgesneden zwarte kistje op de tafel voor haar en ze staarde ernaar alsof ze naar iets erachter keek. ‘De kwestie is wie ik kan vertrouwen,’ zei ze zachtjes. ‘Ik zou eigenlijk Leane en Sheriam moeten vertrouwen. Maar durf ik het aan? Verin?’ Haar schouders schokten van een vlugge, stille lach. ‘Ik vertrouw Verin al meer toe dan mijn eigen leven, maar hoe ver kan ik daarmee gaan? Moiraine?’ Ze zweeg even. ‘Ik heb altijd geloofd dat ik Moiraine kon vertrouwen.’
Egwene schuifelde heen en weer, niet op haar gemak. Hoeveel wist de Amyrlin? Het was niet het soort vraag dat je kon stellen, niet aan de Amyrlin Zetel. Weet u dat een jongeman uit mijn dorp, een man met wie ik dacht te trouwen, de Herrezen Draak is? Weet u dat twee van uw Aes Sedai hem helpen? Ze was er in ieder geval zeker van dat de Amyrlin niet wist dat ze vannacht van hem droomde dat hij van Moiraine was weggelopen. Dat wist ze bijna wel zeker. Ze hield haar mond. ‘Waar hebt u het over?’ wilde Nynaeve weten. De Amyrlin keek haar aan en ze matigde haar toon toen ze eraan toevoegde: ‘Vergeef me Moeder, maar krijgen we nog meer straf? Ik begrijp dit gepraat over vertrouwen niet. Als u mijn mening wilt horen: Moiraine is niet te vertrouwen.’