De Herrezen Draak
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #3
- Год: 1996
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:
Sommige werden wel gebruikt, maar waarschijnlijk niet voor hun oorspronkelijke doel. De dikke witte staf die de Aanvaarden vasthielden wanneer ze de Drie Geloften aflegden om tot Aes Sedai te worden verheven, was een ter’angreaal die hen even vast aan de geloften bond als wanneer die in hun hersens werd gebrand. Een andere ter’angreaal stond in de zaal van de laatste proeve, waar een Novice werd aanvaard. En dan waren er nog heel veel die niemand kon laten werken of die helemaal geen nut leken te hebben.
Waarom hebben ze dingen meegenomen waarvan niemand weet hoe je ze moet gebruiken? vroeg Egwene zich af. Misschien weet de Zwarte Ajah het wel! Die mogelijkheid maakte haar misselijk. Dat kon weleens even erg zijn als een sa’angreaal in handen van een Duistervriend. ‘De diefstal,’ vervolgde de Amyrlin op een toon die even koud was als haar ogen, ‘was nog het minste. Er zijn die nacht drie zusters gestorven, evenals twee zwaardhanden, zeven wachten en negen bedienden. Er is gemoord om hun diefstal en vlucht te verbergen. Misschien niet het bewijs dat ze tot de... Zwarte Ajah’ – het kwam er knarsend uit – ‘behoorden, maar slechts weinig mensen geloven het tegendeel. Ik evenmin om je de waarheid te zeggen. Als er viskoppen en bloed in het water drijven, hoef je de zilvertanden niet te zien om te weten dat ze er zijn.’
‘Waarom worden we dan als misdadigsters behandeld?’ wilde Nynaeve weten. ‘Wij werden bedrogen door een vrouw van de... van de Zwarte Ajah. Dat moet volgens mij toch volstaan om ons vrij te pleiten van wat we hebben misdaan.’
De Amyrlin liet een vreugdeloze blaffende lach horen. ‘Denk je dat echt, kind? Misschien is het je redding dat niemand in de Toren, afgezien van Verin, Leane en ik, vermoedt dat jullie iets met Liandrin te maken hebben. Als dat bekend was, om nog maar te zwijgen van jullie spelletje met de Witmantels – je hoeft niet zo verbaasd te kijken: Verin heeft me alles verteld – als bekend was dat jullie hier met Liandrin waren weggegaan, zou de Zaal best eens kunnen beslissen dat jullie drieën vóór je volgende zucht worden gesust.’
‘Dat is niet eerlijk,’ zei Nynaeve. Leane bewoog, maar Nynaeve ging verder. ‘Het is niet eerlijk! Het...’
De Amyrlin stond op. Meer dan dat deed ze niet, maar het bracht Nynaeve tot zwijgen.
Egwene vond het verstandig dat Nynaeve haar mond hield. Ze had altijd gedacht dat Nynaeves karakter en wil sterker waren dan van wie dan ook. Tot ze de vrouw met de zevenkleurige stola had ontmoet. Beheers je alsjeblieft, Nynaeve. We zijn nog kinderen, kleuters die voor hun moeder staan, en deze Moeder kan veel ergere dingen doen dan ons een draai om de oren geven.
Ze had de indruk dat in de woorden van de Amyrlin een uitweg werd aangeboden, maar ze wist niet zeker welke. ‘Moeder, vergeef me dat ik wat zeg, maar wat hebt u met ons voor?’
‘Met jullie vóór, kind? Ik ben van plan jou en Elayne te straffen omdat je de Toren zonder toestemming hebt verlaten en Nynaeve omdat ze de stad zonder toestemming heeft verlaten. Allereerst zal Sheriam Sedai jullie naar haar kamer laten komen, waar ze jullie in mijn opdracht zal tuchtigen, zodat je de volgende week zult verlangen naar een kussen als je gaat zitten. Ik heb dit reeds aan de Novices en Aanvaarden laten aankondigen.’
Egwene stond verrast met haar ogen te knipperen. Elayne liet een hoorbaar gegrom horen, rechtte haar rug en mompelde iets binnensmonds. Nynaeve was de enige die het onvervaard leek te slikken. Straf, in de vorm van meer werk of iets anders, was steeds een zaak tussen de Meesteresse der Novices en de vrouw die bij haar moest komen. Het waren meestal Novices, maar het kon ook een Aanvaarde treffen die te ver was gegaan. Sheriam houdt het altijd onder vier ogen, dacht Egwene somber. Ze kan het niet iedereen hebben verteld. Maar liever dat dan opgesloten te worden. Dan gesust te worden. ‘De mededeling is uiteraard een deel van de straf,’ vervolgde de Amyrlin alsof ze Egwenes gedachten had gelezen. ‘Ik heb ook laten mededelen dat jullie drieën te werk worden gesteld in de keukens, om tot nader order potten en pannen te schuren. Ik heb het gerucht laten verspreiden dat jullie misschien de rest van je leven op die nadere order mogen wachten. Hoor ik bezwaren?’
‘Nee, Moeder,’ zei Egwene snel. Nynaeve zou de grootste hekel aan het boenen hebben. Het kan nog erger, Nynaeve. Licht, het kan veel en veel erger. Nynaeves neusvleugels waren opgevlamd, maar ze gaf een stijf knikje.
‘En jij, Elayne?’ zei de Amyrlin. ‘De erfdochter van Andor is een zachtere behandeling gewend.’
‘Ik wil Aes Sedai worden, Moeder,’ zei Elayne ferm. De Amyrlin raakte een papier aan dat voor haar lag en leek het even te bekijken. Toen ze haar hoofd ophief, was haar glimlach allesbehalve prettig. ‘Als een van jullie zo dwaas was geweest een ander antwoord te geven, dan zou ik aan deze waslijst nog iets voor boetedoening hebben toegevoegd, waardoor het je zou hebben gespeten ooit geboren te zijn. Je als onnadenkende kinderen uit de Toren laten wegsmoezen... Zelfs een kleuter zou die val nog hebben gezien. Ik zal jullie leren na te denken, of anders gebruik ik jullie om de kieren in de waterpoorten te dichten.’
Egwene merkte dat ze in stilte dank stamelde. Ze kreeg kippenvel toen de Amyrlin doorsprak.
‘Zo, en dan nu over wat ik verder met jullie van plan ben. Het lijkt of jullie je vaardigheid in het geleiden aanzienlijk hebben ontwikkeld sinds je vertrek uit de Toren. Jullie hebben veel geleerd. Waaronder enkele dingen,’ voegde ze er scherp aan toe, ‘waarvan ik zal zorgen dat jullie ze weer snel afleren!’
Nynaeve verraste Egwene door te zeggen: ‘Ik weet dat we... dingen hebben gedaan... die we niet zouden moeten doen, Moeder. Ik verzeker u dat wij ons best zullen doen te leven alsof we de Drie Geloften hadden afgelegd.’
De Amyrlin gromde. ‘Zorg ervoor dat je dat doet,’ zei ze droogjes. ‘Als ik kon, zou ik je vanavond al de Eedstaf in handen leggen, maar die is voorbehouden aan je verheffing tot Aes Sedai. Ik moet maar vertrouwen op je gezond verstand – als jullie dat bezitten – ter bescherming van jezelf. Zoals de zaken er nu voor staan, zullen jullie, Egwene en Elayne, Aanvaarde worden.’
Elayne snakte naar adem en Egwene stamelde een geschokt ‘Dank u wel. Moeder.’ Leane bewoog. Egwene dacht dat de Hoedster er niet gelukkig mee was. Niet verbaasd – ze had blijkbaar geweten dat het kwam – maar zeker niet gelukkig.