Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 38 39 40 41 42 43 44 45 46 ... 178
Перейти на страницу:

‘Met je vriendin aan het fluisteren, nietwaar?’ zei de Aanvaarde met de krullen terwijl ze verrassend warm glimlachte. ‘Nou ja, je voelt je eenzaam als je lang moet wachten. Leuk gebabbeld?’ Egwene deed haar mond open en deed die toen weer haastig dicht. Ze mocht een Aes Sedai antwoord geven, had Sheriam gezegd. Niemand anders. Ze keek de Aanvaarde effen aan en wachtte af. Het valse medeleven gleed van Faolains gezicht als water van een dak. ‘Staan, jij. De Amyrlin hoeft niet te wachten op meiden van jouw soort. Je hebt geluk dat ik je bij het binnenkomen niet hoorde. Lopen!’ Van Novices werd verwacht dat ze een Aanvaarde even snel gehoorzaamden als een Aes Sedai, maar Egwene kwam langzaam overeind en nam alle tijd die ze durfde te nemen om haar Novicekleed glad te strijken. Ze schonk Faolain een kniebuiginkje en een klein glimlachje. De woeste trek op het gezicht van de Aanvaarde maakte Egwenes glimlach nog breder voor ze zich wist te beheersen. Het had geen zin Faolain te veel uit te dagen. Haar trillende knieën verbergend liep ze met opgeheven hoofd voor de Aanvaarde de kamer uit. Elayne stond reeds buiten met de andere Aanvaarde en keek trots rond, vastbesloten dapper te blijven. Op de een of andere wijze wist zij de indruk te wekken dat de Aanvaarde niet meer was dan een dienstmeisje met haar handschoenen. Egwene hoopte dat zij het zelf net zo goed deed.

De van balustraden voorziene galerijen van het Novicekwartier besloegen nog vele hogere verdiepingen van deze ronde toren, terwijl tot aan de Novicehof beneden evenveel van galerijen voorziene verdiepingen zichtbaar waren. Er was verder niemand te bekennen. Zelfs als iedere Novice er geweest was, zou slechts amper een kwart van de kamers bezet zijn. Het viertal liep zwijgend de lege galerijen over en de wenteltrap af. Niemand vond de gedachte prettig dat hun stemmen de stille leegte zouden benadrukken.

Egwene was nooit eerder in het gedeelte van de Toren geweest waarin zich de vertrekken van de Amyrlin bevonden. De hoge gangen waren hier zo breed dat er gemakkelijk een wagen door kon rijden. Kleurrijke wandkleden in verschillende stijlen hingen aan de muren, met bloemen, bostafereeltjes, heldendaden en ingewikkelde patronen, sommige zo oud dat het leek of ze na aanraking uit elkaar zouden vallen. Hun schoenen klakten luid op ruitvormige plavuizen in de kleuren van de zeven Ajahs.

Het was er heel rustig. Zo nu en dan schreed een majesteitelijke Aes Sedai langs die geen enkele Aanvaarde of Novice leek te zien; vijf of zes Aanvaarden die zich gewichtig naar hun les of taak spoedden, een werkster druk bezig met schalen of zwabbers of armenvol lakens en handdoeken; enkele Novices met een boodschap, nog gehaaster dan de schoonmaaksters.

Nynaeve en haar begeleidster, Theodrin met haar ranke hals, voegden zich bij hen. Niemand zei iets. Nynaeve droeg nu het kleed van een Aanvaarde, wit met de zeven gekleurde stroken aan de zoom, maar de band met de beurs om haar middel was van haarzelf. Ze keek zowel Egwene als Elayne geruststellend aan en omhelsde hen kort. Egwene was zo opgelucht weer een vriendelijk gezicht te zien dat ze op haar beurt Nynaeve omarmde en er amper bij stilstond dat Nynaeve hen als kinderen troostte, maar toen ze verder liepen gaf Nynaeve van tijd tot tijd een harde ruk aan haar dikke vlecht.

Er kwamen maar heel weinig mannen in dit gedeelte van de Toren en Egwene zag er slechts twee: zwaardhanden die liepen te praten, de een met zijn zwaard opzij, de ander met het zwaard op de rug. De een was klein en slank, zelfs tenger, de ander haast even breed als lang, maar beiden bewogen zich met een levensgevaarlijke gratie. Hun van kleur veranderende mantels zorgden ervoor dat je hen niet lang in het oog kon houden; soms leken er stukken van hun lichaam op te gaan in de gangmuren. Ze zag Nynaeve naar hen kijken en schudde haar hoofd. Ze moet echt iets aan Lan doen. Als iemand van ons na vandaag nog iets kan doen.

De wachtkamer bij het werkvertrek van de Amyrlin Zetel was indrukwekkend genoeg voor een paleis, hoewel de verspreid staande stoelen heel eenvoudig waren, maar Egwene had alleen oog voor Leane Sedai. De Hoedster droeg haar smalle ambtsstola, blauw om te tonen dat ze vanuit de Blauwe Ajah was verheven, en haar gezicht leek uit gladde bruine steen gehouwen. Er was niemand anders aanwezig. ‘Hebben ze nog problemen gegeven?’ De afgemeten manier van spreken van de Hoedster liet niets merken van boosheid of mededogen. ‘Nee, Aes Sedai,’ zeiden Theodrin en de Aanvaarde met de appelwangetjes tegelijk.

‘Deze moest aan haar lurven worden meegetrokken, Aes Sedai,’ zei Faolain, in Egwenes richting knikkend. De Aanvaarde klonk gebelgd. ‘Ze stribbelt tegen alsof ze vergeten is wat de tucht van de Witte Toren inhoudt.’

‘Leiding geven betekent duwen noch trekken,’ merkte Leane op. ‘Ga naar Marris Sedai, Faolain, en vraag of jij je hierover mag bezinnen terwijl je de paden in de Lentetuin aanharkt.’ Ze stuurde Faolain en de twee andere Aanvaarden weg. Die maakten een diepe kniebuiging, die Faolain benutte voor een woedende blik op Egwene. De Hoedster schonk geen enkele aandacht aan hun vertrek, maar bleef de drie achtergebleven vrouwen strak aankijken. Ze tikte met haar wijsvinger tegen haar lippen, tot Egwene het idee kreeg dat ze alledrie tot in de puntjes werden uitgetekend en gewogen. Nynaeves ogen begonnen woest te fonkelen en ze hield haar vlecht stevig beet. Ten slotte wees Leane naar de deuren van de Amyrlins werkkamer. In het donkere hout van beide deurhelften was het Grote Serpent dat in zijn staart bijt, levensgroot uitgesneden. Treed binnen,’ zei ze. Nynaeve stapte meteen naar voren en opende een van de deuren. Daardoor kwam Egwene eveneens in beweging. Elayne hield haar hand stevig vast, maar ook Egwene zocht haar steun. Leane volgde hen en stelde zich bij de zijmuur op, ongeveer halverwege tussen het drietal en de tafel in de kamer.

De Amyrlin Zetel zat achter die tafel en bekeek wat papieren. Ze keek niet op. Eenmaal deed Nynaeve haar mond open, maar sloot die meteen weer na een scherpe blik van de Hoedster van de Kronieken. Naast elkaar stond het drietal voor de tafel te wachten. Egwene probeerde niet te schuifelen. Het duurde heel lang – het leken wel uren – voor de blauwe ogen van de Amyrlin ieder afzonderlijk aanstaarden en toen besloot Egwene dat ze best langer had willen wachten. De blik van de Amyrlin voelde als twee scherpe ijspegels die zich in haar hart boorden. De kamer was koel, maar het zweet gleed langs haar ruggengraat omlaag.

‘Zo!’ zei de Amyrlin eindelijk. ‘Onze wegloopsters zijn terug.’

‘We zijn niet weggelopen, Moeder.’ Nynaeve probeerde zichtbaar kalm te blijven, maar haar stem trilde van emotie. Boosheid, herkende Egwene. Nynaeves sterke wil werd te vaak begeleid door woede. ‘Liandrin zei tegen ons dat we met haar mee moesten en...’ Ze zweeg toen de Amyrlin hard met de vlakke hand op het tafelblad sloeg. ‘Gebruik Liandrins naam hier niet, kind,’ snauwde de Amyrlin. Leane keek streng toe.

‘Moeder, Liandrin is van de Zwarte Ajah!’ barstte Elayne los. ‘Dat is bekend, kind. Ons vermoeden grenst bijna aan zekerheid. Enkele maanden geleden heeft Liandrin de Toren verlaten en twaalf andere... vrouwen zijn met haar meegegaan. Ze zijn daarna nergens meer gezien. Voor hun vertrek probeerden ze in de opslagruimtes van de angrealen en sa’angrealen te komen. Ze slaagden erin een vertrek binnen te komen waar de kleinere ter’angrealen liggen. Ze hebben er een aantal gestolen, waaronder enkele waarvan we het gebruik niet kennen.’ Nynaeve staarde de Amyrlin met afgrijzen aan en Elayne wreef opeens over haar armen, alsof ze het koud had. Egwene besefte dat ze eveneens beefde. Vele malen had ze zich een voorstelling van hun terugkomst gemaakt: Liandrin opzoeken en haar beschuldigen, en haar dan gestraft zien. Het was haar echter nooit gelukt een passende straf te bedenken voor de misdaden van de Aes Sedai met het poppengezicht. Ze had zelfs vaak gedroomd van een terugkeer waarbij Liandrin doodsbenauwd voor haar komst op de vlucht was geslagen. Maar zoiets als dit had ze nooit kunnen bedenken. Als Liandrin en de anderen – ze had niet echt willen geloven dat er nog anderen waren – die voorwerpen uit de Eeuw der Legenden hadden gestolen, viel niet te zeggen wat ze ermee konden doen. Het Licht zij dank dat ze geen sa’angreaal hebben bemachtigd, dacht ze. Het andere was al erg genoeg. Een sa’angreaal deed hetzelfde als een angreaal, zodat een Aes Sedai veel meer Kracht kon geleiden dan ze veilig zonder hulp kon doen, maar hij was veel sterker en zeldzamer. Ter’angrealen waren iets heel anders. Er waren er meer van dan van de andere twee soorten, maar toch nog zeldzaam. Een ter’angreaal gebruikte de Ene Kracht zelfstandig, terwijl de andere een geleidster steunden en niemand begreep echt goed hoe. Vele werkten alleen voor iemand die kon geleiden en hadden echt geleiding van de Kracht nodig, terwijl andere voor iedereen deden wat ze deden. Terwijl de angrealen en sa’angrealen die Egwene kende, vrij klein waren, kon een ter’angreaal elke afmeting hebben. Elk voorwerp was blijkbaar door die Aes Sedai van drieduizend jaar geleden vervaardigd om iets bepaalds te doen, en in latere eeuwen waren er Aes Sedai gestorven toen ze wilden uitzoeken wat ze deden. Ze waren gestorven of hun vermogen tot geleiden was volkomen opgebrand. Er waren zusters van de Bruine Ajah die hun hele leven aan de studie van deze ter’angrealen wijdden.

1 ... 38 39 40 41 42 43 44 45 46 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)