Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 37 38 39 40 41 42 43 44 45 ... 178
Перейти на страницу:

‘Dat schijnt zo, Moeder. Maar ik ben bang dat we opnieuw met ze te maken zullen krijgen.’ Verin trok een leren opschrijfboekje uit haar beurs en begon dat door te bladeren. ‘Ze noemen zichzelf de Thuiskomers, of Zij die thuiskomen, en ze hadden het over de Terugkeer en het opeisen van hun eigen land. Ik heb opgeschreven wat ik erover heb gehoord. Natuurlijk alleen van mensen die hen echt hebben gezien of met ze hebben gesproken.’

‘Verin, je maakt je zorgen over een leeuwvis die in de Zee der Stormen zwemt, terwijl wij te maken hebben met zilvertanden die hier en nu ons net aan flarden bijten.’

De Bruine zuster bleef in haar boekje bladeren. ‘Een passende vergelijking, Moeder, de leeuwvis. Ik heb eens een grote haai gezien die door een leeuwvis naar ondiep water werd gejaagd, waar hij stierf.’ Ze klopte met een vinger op een van de blaadjes. ‘Ja, dit is het ergste. Moeder, de Seanchanen gebruiken de Ene Kracht in de strijd. Ze gebruiken haar als wapen.’

Siuan Sanche perste haar handen voor haar maag tegen elkaar. De verslagen die door postduiven waren gebracht, hadden dat ook vermeld.

Het meeste was van horen zeggen, maar enkele vrouwen hadden geschreven dat ze het zelf hadden gezien. De Kracht als wapen. Iedere pennenstreek op het papier toonde de wilde paniek bij de schrijfsters. ‘Dat bezorgt ons reeds problemen, Verin, en het zal nog erger worden als de verhalen zich verspreiden en aangedikt worden. Maar daar kan ik niets aan doen. Mij is verteld dat deze mensen vertrokken zijn, dochter. Heb je bewijs van het tegendeel?’

‘Nou, nee, Moeder, maar...’

‘Laten we dan tot je dat krijgt er eerst voor zorgen dat we de zilvertanden uit ons net krijgen voor die ook nog gaten in onze boot gaan bijten.’

Met tegenzin deed Verin het opschrijfboekje dicht en stak die terug achter haar riem. ‘Zoals u wilt, Moeder. Wat ik vragen wil, wat bent u van plan met Nynaeve en de andere twee meisjes?’ De Amyrlin aarzelde en dacht na. ‘Voor ik met die drie klaar ben, zullen ze wensen dat ze naar de rivier mochten gaan om zich als visvoer te verkopen.’ Dat was gewoonweg de waarheid, maar die kon op meerdere manieren worden uitgelegd. ‘Goed. Ga zitten en vertel me alles wat die drie hebben gedaan en gezegd in de tijd dat ze bij je waren. Alles.’

13

Straffen

Liggend op haar smalle bed keek Egwene met diepe rimpels in haar voorhoofd naar de dansende schaduwen die haar lampje op het plafond wierp. Ze wilde graag een of ander plan verzinnen, iets doen, of bedenken wat ze hierna kon verwachten. Er kwam niets. De schaduwen waren scherper omlijnd dan haar gedachten. Ze kon het zelfs niet opbrengen om zich zorgen over Mart te maken, maar die schaamte maakte minder indruk dan de benauwende wanden om haar heen. Het was een kaal, vensterloos vertrek, net als alle andere in het Novicekwartier, klein, vierkant en witgeschilderd, met haken aan de muur voor haar spullen, een aan de andere muur vastgezet bed met een klein plankje naast de deur, waarop zij die eerste dagen enkele boeken uit de librije van de Toren had geplaatst. Een wastafel en een krukje vormden de rest van de meubels. De vloerplanken waren bijna wit van al het schrobben; iets wat zij ook had gedaan, op handen en knieën, iedere dag dat ze daar had gewoond, naast al haar andere taken en lessen. Novices leefden simpel, of ze nu een herbergiersdochter uit Emondsveld waren of de erfdochter van Andor. Ze droeg weer de simpele witte Novicekledij. Zelfs haar riem en beurs waren wit, maar ze voelde geen echte blijdschap toen ze dat gehate grijs had kunnen uittrekken. Haar kamer had te veel weg van een kerker. Wat doe ik als ze me willen opsluiten’ In deze kamer. Net een kerker. Met een halsband en...

Ze wierp een blik op de deur – de donkerharige Aanvaarde zou buiten nog steeds de wacht houden, wist ze – en keerde zich naar de witgekalkte muur. Vlak boven de matras zat een gaatje, bijna onzichtbaar, tenzij je wist waar je moest zoeken, een gaatje dat heel lang geleden door Novices in de tussenmuur was geboord. Egwene zorgde ervoor dat ze fluisterde.

‘Elayne?’ Er kwam geen antwoord. ‘Elayne! Slaap je?’

‘Hoe zou ik dat kunnen?’ kwam Elaynes antwoord als een ijle fluistering door het gat. ‘Ik had wel het vermoeden dat we een paar problemen zouden krijgen, maar dit had ik niet verwacht. Egwene, wat gaan ze met ons doen?’

Egwene wist geen antwoord en wat ze vermoedde, wilde ze niet hardop uitspreken. Ze wilde er in het geheel niet aan denken, ik vond ons echt een soort helden, Elayne. Wij hebben de Hoorn van Valere weer veilig terugbezorgd. Wij hebben ontdekt dat Liandrin bij de Zwarte Ajah hoort.’ Haar stem begaf het bijna. De Aes Sedai hadden altijd ontkend dat er een Zwarte Ajah bestond, een Ajah in dienst van de Duistere, en het was bekend dat Aes Sedai heel boos werden op mensen die zelfs maar durfden opperen dat er misschien zo’n Ajah bestond. Maar wij weten dat die echt bestaat. ‘Ze hadden ons als heldinnen moeten ontvangen, Elayne.’

‘Zou en had bouwen geen bruggen,’ zei Elayne. ‘Licht, wat had ik er een hekel aan als mijn moeder dat tegen me zei, maar het is wel waar. Verin zei dat we met niemand over de Hoorn of over Liandrin mochten praten, alleen met haar of de Amyrlin Zetel. Ik denk dat alles anders loopt dan wij denken. Het is oneerlijk. We hebben zoveel meegemaakt, jij hebt zoveel moeten doorstaan. Het is gewoon oneerlijk.’

‘Verin zegt dit. Moiraine zegt dat. Ik weet waarom veel mensen zeggen dat Aes Sedai mensen als poppen bespelen. Ik kan de touwtjes aan mijn lichaam bijna voelen. Wat ze ook doen, het zal iets zijn wat zij goed voor de Toren vinden, en dat houdt niet in dat het ook goed voor ons is.’

‘Maar je wilt ook nog steeds Aes Sedai worden? Of niet dan?’ Egwene aarzelde, maar ze kende het antwoord hierop eigenlijk al. ‘Ja,’ zei ze. ‘Dat wil ik nog steeds. Alleen dan zullen we ooit veilig zijn. Maar ik wil je wel dit zeggen: ik laat me niet sussen!’ Die gedachte was nieuw, spontaan geuit, maar ze besefte dat ze er niets van terug wilde trekken. Het aanraken van de Ware Bron opgeven? Ze kon het voelen, zelfs nu, een gloed net achter haar, de glans net buiten het zicht. Ze onderdrukte haar verlangen ernaar te reiken. Het gevuld zijn met de Ene Kracht opgeven, waardoor ik me meer levend voel dan ooit tevoren? Dat laat ik niet gebeuren! ‘Niet zonder ervoor te vechten.’ Het bleef lange tijd stil aan de andere kant van de muur. ‘Hoe kun je dat verhinderen? Misschien ben jij nu net zo sterk als een van hen, maar we weten beiden te weinig om één Aes Sedai te verhinderen ons van de Ware Bron af te schermen, laat staan tientallen.’

Egwene dacht na. Ten slotte zei ze: ik kan ertussenuit knijpen. Deze keer écht weglopen.’

‘Ze zullen achter ons aankomen, Egwene. Ik weet zeker dat ze dat doen. Als je eenmaal je kunnen hebt getoond, laten ze je niet gaan voor je genoeg geleerd hebt om jezelf niet te doden. Of erdoor te sterven.’ ik ben niet meer het simpele dorpsmeisje van vroeger. Ik heb iets van de wereld gezien. Ik kan uit handen van de Aes Sedai blijven als ik dat wil.’ Ze probeerde even hard zichzelf te overtuigen als Elayne. En als ik nog niet genoeg weet? Niet genoeg van de wereld, met genoeg van de Ene Kracht? Stel dat geleiden me nog steeds kan doden? Ze weigerde eraan te denken. Ik moet nog zoveel leren, ik laat me door hen niet tegenhouden.

‘Mijn moeder zou ons misschien beschermen,’ zei Elayne. ‘Als het waar is, wat die Witmantel zei. Ik had nooit durven denken dat ik nog eens zou hopen dat zoiets waar zou zijn. Maar als dat niet zo is, stuurt mijn moeder me met hetzelfde gemak in de boeien terug naar Tar Valon. Kun jij me leren hoe je in een dorp kunt leven?’ Met knipperende ogen van opwellende tranen lag Egwene naar de witte muur te kijken. ‘Ga je dan met me mee? Als het zover komt, bedoel ik?’

Weer bleef het lang stil, toen klonk een zwak gefluister, ik wil niet gesust worden, Egwene. Ik laat het niet toe! Ik laat het niet toe!’ De kamerdeur sloeg met een harde klap tegen de muur en geschrokken schoot Egwene overeind. In de kamer ernaast hoorde ze eveneens de deur tegen de muur slaan. Faolain stapte glimlachend naar binnen, terwijl haar ogen naar het kleine luistergaatje in de muur gleden. De meeste Novicekamertjes hadden dit soort gaatjes en elke vrouw die Novice was geweest, wist dit.

1 ... 37 38 39 40 41 42 43 44 45 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)