Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 35 36 37 38 39 40 41 42 43 ... 178
Перейти на страницу:

Verin pakte de leren zak met twee handen vast. ‘Ik moet de Amyrlin spreken. Meteen.’

‘En deze drie hier?’

Verin keek met diepe rimpels in het voorhoofd naar Egwene en haar vriendinnen. ‘Ze moeten apart worden gehouden tot de Amyrlin hen wenst te zien. Als ze dat wenst. Let weclass="underline" echt afgezonderd. Hun eigen kamers zijn goed genoeg, denk ik. Grendels en sloten zijn niet nodig. En geen woord. Met niemand.’

Verin was nog steeds met Sheriam in gesprek, maar Egwene besefte dat die laatste waarschuwing haar en de anderen betrof. Nynaeves wenkbrauwen knepen zich samen en ze stond aan haar vlecht te rukken alsof ze iets wilde slaan. Elaynes ogen stonden groot en blauw in een gezicht dat nog bleker was dan anders. Egwene wist niet zeker welk gevoel zij met hen deelde: boosheid, vrees of bezorgdheid. Iets van alledrie, dacht ze.

Na een laatste onderzoekende blik op haar drie reisgezellen haastte Verin zich met fladderende mantel weg, de leren zak tegen haar borst gedrukt. Sheriam plantte haar vuisten in de zij en nam Egwene en de anderen lange tijd op. Heel even voelde Egwene de spanning verminderen. De Meesteresse der Novices was altijd vrij gelijkmoedig en bezat een meevoelend gevoel voor humor, zelfs als ze je extra taken opdroeg, omdat je een regel had overtreden.

Maar Sheriams stem klonk nu grimmig. ‘Geen enkel woord, zei Verin Sedai, en dus wordt het geen enkel woord. Als een van jullie je mond opendoet – behalve uiteraard om een zuster antwoord te geven – zal ik ervoor zorgen dat je een pak slaag krijgt en enkele uren de vloer mag boenen. Ben ik duidelijk?’

‘Ja, Aes Sedai,’ zei Egwene. Ze hoorde de andere twee hetzelfde zeggen, hoewel Nynaeve de woorden als een uitdaging liet klinken. Sheriam maakte een geluid van afkeer in haar keel, bijna grommend. ‘Er komen minder meisjes dan vroeger naar de Toren om opgeleid te worden, maar ze komen nog steeds. De meesten gaan weg zonder dat ze ooit hebben geleerd de Ware Bron te voelen, laat staan haar aan te raken. Enkelen leren voldoende om zichzelf geen kwaad te doen voor ze vertrekken. De weinigen die overblijven, kunnen naar verheffing tot Aanvaarde streven en nog minder vrouwen krijgen de stola. Het is een hard leven, een harde tucht, en toch spant iedere Novice zich tot het uiterste in om hier te blijven en de ring en de stola te winnen. Zelfs als ze zo bang zijn dat ze zichzelf iedere avond in slaap huilen, vechten ze om te blijven. En jullie drieën, die meer aangeboren talenten hebben dan ik ooit in mijn leven hoopte te zien, zijn zonder toestemming uit de Toren vertrokken. Jullie zijn ervandoor gegaan terwijl je nog niet half geoefend bent, als onverantwoordelijke kinderen, en maanden weggebleven. En vandaag komen jullie binnenrijden alsof er niets gebeurd is, alsof jullie morgen weer met de lessen kunnen beginnen.’ Ze slaakte een enorm lange zucht, alsof ze bang was te ontploffen. ‘Faolain!’

De drie Aanvaarden sprongen op alsof ze bij het afluisteren waren betrapt, waarna een donkere vrouw met krulhaar naar voren stapte. Het waren alledrie jonge vrouwen, maar ouder dan Nynaeve. De snelle aanvaarding van Nynaeve was iets bijzonders. Gewoonlijk kostte het een Novice jaren om de ring met het Grote Serpent te verdienen en duurde het nog veel langer voor ze mocht hopen tot volledige Aes Sedai te worden verheven.

‘Breng ze naar hun kamers,’ beval Sheriam, ‘en houd ze daar. Ze kunnen water en brood krijgen, en koude pap, tot de Amyrlin iets anders opdraagt. Eén woord van een van hen en jullie mogen haar naar de keukens brengen en haar de pannen laten schoonschuren.’ Ze draaide zich om en schreed weg, zelfs haar rug toonde haar boosheid. Faolain nam Egwene en de anderen met een hoopvol gezicht op, in het bijzonder Nynaeve, die een masker van woede leek te dragen. Het ronde gezicht van Faolain beloofde weinig goeds voor meisjes die de regels zo grenzeloos hadden geschonden en nog minder voor iemand als Nynaeve, een wilder die haar ring had ontvangen zonder Novice te zijn geweest en de Kracht al had geleid voor ze naar de Toren was gekomen. Toen het duidelijk werd dat Nynaeve haar woede onder controle had, haalde Faolain haar schouders op. ‘Als de Amyrlin jullie laat halen, zullen jullie waarschijnlijk worden gesust.’

‘Laat dat, Faolain,’ zei een andere Aanvaarde. Ze was de oudste van de drie, met een slanke hals, een koperen huidkleur en een sierlijke manier van bewegen. ‘Ik neem jou mee,’ zei ze tegen Nynaeve. ‘Ik heet Theodrin en ik ben eveneens een wilder. Ik zal ervoor zorgen dat je Sheriams bevel opvolgt, maar ik zal het je niet lastig maken. Kom.’ Nynaeve keek Egwene en Elayne bezorgd aan, zuchtte toen en volgde Theodrin.

‘Wilders!’ mopperde Faolain. In haar mond klonk het als een vloek. Ze richtte haar ogen op Egwene.

De derde Aanvaarde, een leuke jonge vrouw met blozende wangen, ging naast Elayne staan. Haar mondhoeken krulden omhoog, alsof ze graag wilde glimlachen, maar haar strenge blik op Elayne maakte duidelijk dat ze nu geen onzin zou slikken.

Egwene keek Faolain zo kalm mogelijk aan, met hopelijk iets van de hooghartige, stille verachting die Elayne uitstraalde. Rode Ajah, dacht ze. Deze zal zeker de Rode kiezen. Maar ze kon haar eigen problemen niet vergeten. Licht, wat gaan ze met ons doen? Ze bedoelde de Aes Sedai en de Toren, niet deze vrouwen.

‘Nou, kom mee,’ snauwde Faolain. ‘Het is al erg genoeg dat ik je moet bewaken en ik heb geen zin hier de hele dag te blijven staan. Kom mee.’

Egwene haalde diep adem, pakte Elaynes hand vast en volgde. Licht, laten ze Mart helen.

12

De Amyrlin Zetel

Siuan Sanche ijsbeerde haar hele werkkamer door en haar blauwe ogen, die machtige heersers hadden doen stamelen, wierpen zo nu en dan een blik op een nachthouten, handgesneden kistje op een lange tafel midden in de kamer. Er zaten zorgvuldig opgestelde documenten in en ze hoopte er geen van te hoeven gebruiken. Ze had ze persoonlijk in het geheim opgesteld en verzegeld en elk schrijven dekte een van een tiental mogelijkheden. Ze had een ban op het kistje gelegd, zodat de inhoud ogenblikkelijk in vlammen op zou gaan als een vreemde hand het kistje opende, waarbij zeer waarschijnlijk de vlammen uit het hout zouden slaan.

‘En hopelijk met die onbekende visdief erbij, zodat ze het nooit zal vergeten,’ mompelde ze. Voor de honderdste keer sinds haar was verteld dat Verin was teruggekeerd, schoof ze de stola om haar schouders goed zonder te beseffen dat ze dat deed. Die brede sjaal hing tot op haar middel en toonde de kleurige banen van de zeven Ajahs. De Amyrlin Zetel was van alle Ajahs en van geen enkele, uit welke Ajah ze ook was verheven.

Het vertrek was weelderig, want het had vele generaties vrouwen met de stola behoord. De grote haard en brede, koude schouw waren geheel van bewerkt goudmarmer uit Kandor, en de ruitvormige vloertegels van gepolijste roodsteen stamden uit de Mistbergen. De muurpanelen waren van een onbekende lichte houtsoort met donkere nerven, zo hard als ijzer en bewerkt in een reliëf van legendarische beesten en vogels met een ongelooflijke verentooi, hout dat al voor de geboorte van Artur Haviksvleugel vanuit de landen achter de Aielwoestenij door het Zeevolk was aangevoerd. Hoge spitsboogvensters stonden open om de frisse lentegeuren binnen te laten. Ze leidden naar een balkon dat uitkeek over haar kleine persoonlijke tuin, waar ze zich maar zelden kon verpozen.

Al die grootsheid stond in scherpe tegenstelling tot de meubels die Siuan Sanche in haar kamers had laten plaatsen. De simpele tafel en de stevige stoel erachter glansden net zo van ouderdom en bijenwas als de andere stoel in het vertrek. Die stoel stond opzij, maar weer zo dichtbij dat hij aangeschoven kon worden als de bezoeker mocht plaatsnemen. Voor de tafel lag een klein geweven Tyreens tapijt met simpele blauwe, bruine en gouden patronen. Alleen boven de haard hing een tekening: vissersboten tussen hoog riet. Verspreid in de kamer stonden enkele tafeltjes met opengeslagen boeken. Dat was alles. Zelfs de lampen zouden in een boerderij niet misstaan hebben. Siuan Sanche was van eenvoudige komaf en in Tyr had ze op haar vaders boot gewerkt, net zo’n boot als op de tekening. Vissend in de riviermonding die de Drakenvingers werd genoemd, had ze nooit kunnen dromen ooit nog eens in Tar Valon te belanden. Ook de laatste tien jaar dat ze op de Zetel zat, hadden haar niet aan rijke weelde doen wennen. Haar slaapvertrek was zo mogelijk nog eenvoudiger. Tien jaar draag ik de stola, dacht ze. Bijna twintig sinds mijn beslissing om deze gevaarlijke wateren te bevaren. En als ik nu uitglijd, zou ik wensen dat ik weer netten mocht ophalen.

1 ... 35 36 37 38 39 40 41 42 43 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)