Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 34 35 36 37 38 39 40 41 42 ... 178
Перейти на страницу:

‘Ik reken altijd op problemen,’ antwoordde Verin nietszeggend, ‘en dat zou jij ook moeten doen. Vooral in de Toren. Jullie moeten alledrie voorzichtiger zijn dan ooit. Jullie... kunstjes’ – haar mond verstrakte even voor de ernst terugkeerde – ‘hebben de Witmantels verjaagd, maar binnen de Toren kunnen ze ertoe leiden dat je gedood wordt of gesust.’

‘In de Toren zou ik zoiets nooit doen,’ verweerde Egwene zich. ‘Niemand van ons zou dat doen.’ Nynaeve en Elayne waren erbij gekomen en hadden de zorg voor de pakpaarden aan Hurin overgelaten. Ze knikten, Elayne vurig, Nynaeve volgens Egwene wat terughoudend. ‘Je zou het nooit meer mogen doen, kind. Je mag dat niet doen! Nooit!’ Verin keek hen langs de rand van haar kap zijdelings aan en schudde haar hoofd. ‘En ik hoop echt dat jullie geleerd hebben hoe dwaas het is iets te zeggen wanneer je je mond moet houden.’ Elaynes gezicht werd vuurrood en Egwenes wangen kleurden. ‘Als we eenmaal binnen de muren van de Toren zijn, dien je te zwijgen en aanvaarden wat er gebeurt. Wat er ook moge gebeuren! Je weet niet wat ons achter die muren te wachten staat en al wist je dat wel, dan weet je niet wat je ermee aan moet. Dus houd je mond.’

‘Ik zal doen wat u zegt, Verin Sedai,’ zei Egwene en Elayne viel haar bij. Nynaeve snoof en de Aes Sedai staarde haar aan, waarna ze met tegenzin ja knikte.

De straat kwam uit op een enorm plein in het middelpunt van de stad en midden op dat plein stond de Witte Toren. Hij glansde in de zon en verhief zich zo hoog boven een paleis met koepels, slanke torenspitsen en andere bouwsels dat de Toren de wolken leek aan te raken. Er waren verrassend weinig mensen op het plein. Niemand viel de Toren onnodig lastig, herinnerde Egwene zich bezorgd. Hurin leidde de pakpaarden naderbij toen ze het plein opreden. ‘Verin Sedai, ik moet u nu verlaten.’ Hij wierp een blik op de Toren en het lukte hem geen tweede keer te kijken, hoewel het moeilijk was iets anders te zien. Hurin kwam uit een land waar de Aes Sedai in hoog aanzien stonden, maar om nu door Aes Sedai omgeven te worden... ‘Je bent tijdens onze reis een geweldige hulp geweest, Hurin,’ zei Verin tegen hem, ‘en het is een lange reis geweest. Er zal best een kamer in de Toren vrij zijn waar je kunt rusten voor je verder reist.’ Hurin schudde nadrukkelijk zijn hoofd. ‘Ik kan geen dag verspillen, Verin Aes Sedai. Zelfs geen uur. Ik wil naar Shienar terug om koning Easar en heer Agelmar te vertellen wat er feitelijk is gebeurd op de Kop van Toman. Ik moet ze vertellen...’ Hij zweeg opeens en keek rond. Er was niemand in de buurt, maar hij dempte zijn stem en zei slechts: ‘Over heer Rhand. Dat de Draak is herrezen. Er zullen vast vrachtschepen de rivier opvaren en ik wil de eerste boot nemen die zeil zet.’

‘Ga dan in het Licht, Hurin van Shienar,’ zei Verin. ‘Het Licht verlichte jullie allen,’ antwoordde hij en pakte zijn teugels op. Toch bleef hij nog even weifelend staan en voegde er toen aan toe: ‘Als jullie me ooit nodig hebben, stuur dan bericht naar Fal Dara en ik zal hoe dan ook komen.’ Hij schraapte zijn keel alsof hij verlegen was, wendde zijn paard en reed in draf weg. Al te gauw was hij uit het zicht verdwenen.

Nynaeve schudde geërgerd het hoofd. ‘Mannen! Ze zeggen altijd tegen je dat je ze moet roepen als je hulp nodig hebt, maar als je er een nodig hebt, heb je hem meteen nodig!’

‘Geen enkele man kan helpen waar wij nu heen gaan,’ zei Verin droog. ‘Denk eraan. Wees stil.’

Egwene voelde een verlies na Hurins vertrek. Hij had amper met een van hen gesproken, eigenlijk alleen maar met Mart, maar Verin had gelijk. Hij was maar een man en zo hulpeloos als een klein kind als ze het hoofd moesten bieden aan de zaken die hun in de Toren wachtten. Maar door zijn vertrek waren ze met één minder en ondanks alles vond zij het best nuttig een man met een zwaard bij zich te hebben. Hij was bovendien een schakel geweest met Rhand en Perijn. Ik heb mijn eigen zorgen. Rhand en Perijn zouden het met Moiraine als oppasser moeten doen. En Min zal zeker voor Rhand zorgen, dacht ze met een steek van jaloezie die ze trachtte te onderdrukken. Het lukte haar bijna.

Zuchtend nam ze de leidsels op van het voorste pakpaard. Mart lag tot zijn kin onder de deken en zijn ademhaling klonk laag en rauw. Heel gauw, dacht ze. Je zult heel gauw geheeld worden. En wij zullen merken wat er voor ons in het vat zit. Ze wilde dat Verin ophield met hen angst aan te jagen. Ze wilde er liever niet bij stilstaan dat Verin reden had om hen bang te maken.

Verin ging voor hen uit, rond de gebouwen van de Toren naar een kleine open zijpoort met twee wachters. De Aes Sedai bleef staan, schoof haar kap naar achteren, boog zich voorover in haar zadel en sprak zachtjes met een van de mannen. Hij schrok op en wierp een verbaasde blik op Egwene en de anderen. Met een vlug: ‘Zoals u beveelt, Aes Sedai,’ repte hij zich hollend naar binnen. Voor hij uitgesproken was, reed Verin al rustig verder.

Egwene volgde met de lastpaarden en keek vragend naar Elayne en Nynaeve. Ze vroeg zich af wat Verin tegen die man had gezegd. Net binnen de poort stond een grijs, stenen wachthuis in de vorm van een zespuntige ster. Een klein groepje wachters hing rond bij de deuropening; ze hielden op met praten en bogen toen Verin voorbijreed. Dit gedeelte van het gebied van de Toren kon het landgoed van een heer zijn, met zijn bomen, gesnoeide struiken en grindpaden. Tussen de bomen waren meer gebouwen zichtbaar, met boven alles uit de Toren.

Het pad kwam uit bij een stal tussen de bomen, waar knechten in leren vesten kwamen aanhollen om de paarden over te nemen. Op aanwijzing van Verin maakten enkele knechten de draagbaar los en zetten die voorzichtig opzij. Toen de paarden de stal werden ingeleid, pakte Verin de leren zak bij Marts voeten en hield die zorgeloos onder één arm.

Nynaeve stopte even met het masseren van haar rug en keek gefronst naar de Aes Sedai. ‘U zei toch dat hij maar enkele uren had? Gaat u hem gewoon maar...’

Verin hief haar hand, maar of Nynaeve door dat gebaar zweeg of door het geknerp van voeten op het grindpad, kon Egwene niet zeggen. Een ogenblik later verscheen Sheriam Sedai, gevolgd door twee gedrongen mannen in grove werkkleren en drie Aanvaarden. Hun witte kledij was aan de zoom afgezet met de kleuren van alle zeven Ajahs, van blauw naar rood. De Meesteresse der Novices was een licht gezette vrouw met uitstekende jukbeenderen, zoals men meer in Saldea zag. Vlammend rood haar en scheef staande heldergroene ogen maakten haar gladde Aes Sedai-uiterlijk aantrekkelijk. Ze nam Egwene en de andere twee kalm op, maar haar mond stond strak. ‘Zo, dus je hebt onze drie wegloopstertjes teruggebracht, Verin. Na alles wat er gebeurd is, zou ik haast wensen dat het niet zo was.’

‘We zijn niet...’ begon Egwene, maar Verin onderbrak haar met een scherp: ‘Zwijg!!’ Verin keek haar strak aan – ieder van hen – alsof haar felle blik ervoor kon zorgen dat ze hun mond hielden. Egwene wist zeker dat het bij haar werkte. Ze had Verin nooit eerder kwaad gezien. Nynaeve sloeg haar armen over elkaar en mompelde zachtjes iets, maar zei niets. De drie Aanvaarden achter Sheriam bleven natuurlijk zwijgen, maar Egwene meende dat ze de oren spitsten. Toen Verin zeker van hun zwijgen was, wendde zij zich weer tot Sheriam. ‘De jongen moet uit ieders buurt worden gehouden. Hij is ziek, gevaarlijk ziek. Zowel gevaarlijk voor anderen als voor zichzelf.’

‘Mij was doorgegeven dat om een draagbaar voor een zieke werd gevraagd.’ Sheriam gebaarde de twee mannen de baar op te nemen, zei iets en in een oogwenk was Mart weggevoerd.

Egwene wilde nog zeggen dat Mart meteen geholpen moest worden, maar na Verins snelle, woeste blik deed ze haar mond weer dicht. Nynaeve stond zo hard aan haar vlecht te rukken dat die bijna uit haar hoofd werd getrokken.

‘Ik neem aan,’ zei Verin, ‘dat de hele Toren nu wel weet dat we terug zijn?’

‘Wie het nog niet heeft gehoord,’ antwoordde Sheriam, ‘zal het binnen de kortste keren vernemen. Aankomst en vertrek zijn het voornaamste onderwerp geworden van gesprekken en roddels. Zelfs al vóór Falme en lang voor de oorlog in Cairhien. Dacht je dit geheim te kunnen houden?’

1 ... 34 35 36 37 38 39 40 41 42 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)