Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 33 34 35 36 37 38 39 40 41 ... 178
Перейти на страницу:

Aan de voet van de brug hielden nog meer krijgslieden de wacht; een tiental piekeniers en vijf boogschutters hielden iedereen aan die de brug wilde oversteken. Hun aanvoerder, een kalende man, met de helm aan zijn riem, keek gekweld naar de lange rij wachtenden die te voet of te paard waren aangekomen en naar de mensen met karren die door ossen, paarden of door de eigenaar zelf werden getrokken. De rij was maar honderd pas lang, maar iedere keer dat iemand op de brug werd toegelaten, sloot er weer iemand achteraan. Desondanks liet de kale man zich niet beïnvloeden en nam alle tijd voor zijn onderzoek, zodat hij zeker wist dat iedereen die hij tot Tar Valon toeliet, daar ook alle recht toe had.

Hij wilde een boze opmerking maken toen Verin met haar groepje voordrong, maar zag toen pas het gezicht, waarna hij haastig zijn helm opzette. Wie de Aes Sedai goed kende, zag het zonder Serpent-ring ook wel. ‘Een goede morgen voor u, Aes Sedai,’ zei hij met een buiging en een hand op zijn borst. ‘Een goede morgen. Steekt u maar over, als u dat wenst.’

Verin hield haar rijdier in. Uit de rij steeg gemompel op, maar niemand klaagde luidkeels. ‘Moeilijkheden met de Witmantels, wachter?’ Waarom stoppen we? vroeg Egwene zich af. Is zij Mart vergeten? ‘Niet echt, Aes Sedai,’ zei de man. ‘Geen strijd. Ze hebben geprobeerd Eldonemarkt binnen te komen aan de overzijde van de rivier, maar dat hebben we ze afgeleerd. De Amyrlin wil er zeker van zijn dat ze het geen tweede keer proberen.’

‘Verin Sedai,’ begon Egwene voorzichtig, ‘Mart...’

‘Een ogenblik, kind,’ zei Verin, licht verstrooid. ‘Ik ben hem niet vergeten.’ Meteen richtte ze weer al haar aandacht op de gehelmde krijgsman. ‘En in de dorpen die verderop liggen?’

De man trok zijn schouders op, niet op z’n gemak. ‘We kunnen de Witmantels er niet uit houden, Aes Sedai, maar ze trekken weg als onze krijgslieden naar binnen rijden. Het lijkt of ze proberen ons uit te dagen.’ Verin knikte en wilde doorrijden, maar de krijgsman sprak verder. ‘Pardon, Aes Sedai, maar ik zie dat u van ver komt. Hebt u enig nieuws? Iedere vrachtboot die de rivier afzakt, brengt nieuwe geruchten. Ze zeggen dat er ergens in het westen een valse Draak is. Ze zeggen zelfs dat hij gevolgd wordt door Artur Haviksvleugels legers, die uit de dood zijn opgestaan, en dat hij heel veel Witmantels heeft gedood en een stad vernietigd – Falme, geloof ik – een stad in Tarabon, volgens sommigen.’

‘Ze zeggen dat de Aes Sedai hem hebben geholpen!’ schreeuwde een man ergens uit de wachtende rij. Hurin haalde diep adem en verschoof in zijn zadel alsof hij op geweld rekende.

Egwene keek rond, maar de schreeuwer was weggedoken. Iedereen leek geduldig of ongeduldig geheel op te gaan in het wachten tot ze mochten oversteken. De toestand was er niet beter op geworden. Toen ze uit Tar Valon waren vertrokken, zou iedereen die kwaad over de Aes Sedai sprak, een klap in zijn gezicht hebben gekregen van mensen die het hoorden. De krijgsman keek met rood aangelopen gezicht woest de rij langs.

‘Geruchten zijn zelden waar,’ vertelde Verin hem. ‘Ik kan je vertellen dat Falme nog steeds bestaat. Maar die stad ligt niet in Tarabon, schildwacht. Luister wat minder naar geruchten en meer naar de Amyrlin Zetel. Moge het Licht op u schijnen.’ Ze nam haar teugels op en hij maakte een buiging toen ze voor de anderen de brug op reed. De brug wekte net als alle andere bruggen van Tar Valon Egwenes bewondering. De patronen in de opengewerkte zijmuren waren even ingewikkeld als het mooiste kant van een kantklosser. Het leek haast onmogelijk dat zoiets in steen kon worden gedaan, of dat zo’n zware brug het hield. Minstens vijftig pas lager stroomde de rivier sterk en geduldig onder de brug die zich zonder pijlers over het water uitstrekte. Op een heel eigen wijze was het gevoel dat de brug haar naar huis voerde, nog wonderbaarlijker. Wonderbaarlijk en schokkend. Emondsveld is mijn thuis. Maar in Tar Valon zou ze leren wat ze moest leren om in leven te blijven, om vrij te blijven. In Tar Valon zou ze leren – moeten leren – waarom haar dromen zo verontrustend waren en waarom ze soms een betekenis leken te hebben die haar bleef ontgaan. Haar leven was nu verbonden met Tar Valon. Als ze ooit nog in Emondsveld terug zou komen – het ‘als’ deed pijn, maar ze was eerlijk tegenover zichzelf – als ze ooit terugkeerde, zou dat voor een bezoek aan haar ouders zijn. Ze was inmiddels geen herbergiersdochter meer. Die oude banden zouden haar ook niet meer vasthouden, niet omdat ze die verafschuwde, maar omdat ze die ontgroeid was.

De brug was nog maar het begin. Hij liep in een rechte boog naar de muren op het eiland. Van boven op die glanzend witte muren van zilvergestreepte stenen kon men neerkijken op de hoge brug. Op regelmatige afstanden stonden wachttorens van dezelfde witte steen, en aan hun voet schuimde het woelige rivierwater. Maar hoog achter de muren rezen de echte torens van Tar Valon op, de torens uit de verhalen, spits, puntig, stomp of in spiralen. Sommige waren hoog in de lucht verbonden door bruggen van wel honderd pas of meer. En dat was nog maar het begin.

Bij de bronzen stadspoorten stonden geen schildwachten en ze stonden zo wijd open dat zeker twintig ruiters er naast elkaar door konden om een van de brede lanen in te rijden die het eiland doorkruisten. Het voorjaar was misschien net aangebroken, maar de lucht rook al naar bloemen, geurwater en verse kruiden.

De stad benam Egwene de adem, alsof ze hem nooit eerder had gezien; ieder plein en iedere straat had een fontein, een herdenkingsbeeld of een monument, sommige op torenhoge zuilen, maar de stad zelf liet het oog helemaal duizelen. De schijnbaar eenvoudige grote vormen vertoonden zoveel versieringen en beeldhouwwerk dat het hele gebouw een kunstwerk leek, en zelfs al was dat niet zo, dan was de vorm op zich al indrukwekkend. Grote en kleine gebouwen van steensoorten in vele kleuren leken op schelpen, golven of door de wind gevormde kustrotsen, in prachtige vloeiende lijnen, een verstild beeld uit de natuur of de menselijke verbeelding. De huizen, de herbergen, de stalhouderijen – zelfs het onbelangrijkste gebouw van Tar Valon was ontworpen voor schoonheid. De steenvoegers van de Ogier hadden het grootste gedeelte van de stad gebouwd gedurende de lange jaren na het Breken van de Wereld en zij beweerden dat deze stad hun beste werk was.

Mannen en vrouwen uit iedere natie bevolkten de straten. Hun huid was donker of bleek en alles daartussen, en hun kledij vertoonde lichte kleuren en fraaie patronen. Sommige kleren waren voorzien van franje, tressen en glimmende knopen, andere waren strak en degelijk. Ze lieten meer huid zien dan Egwene gepast achtte of lieten enkel de ogen en vingertoppen vrij. Draagstoelen en palankijnen zochten zich een weg door de menigte, terwijl de dravende dragers ‘Hieja’ en ‘Ho’ riepen, alsof ze dachten daardoor sneller dan stapvoets te kunnen gaan. Straatmuzikanten bespeelden fluit, harp of doedelzak, en soms begeleidden ze een tuimelaar of goochelaar, maar altijd hadden ze een hoofddeksel voor de munten bij hun voeten. Straatverkopers liepen rond en prezen hun spullen aan, winkeliers voor hun winkel roemden luidruchtig de hoge kwaliteit van hun waren. Een gonzend lied van lawaai maakte de stad tot een levend wezen.

Verin had haar kap weer op, waardoor haar gezicht verborgen bleef. Niemand in deze menigte leek hen met meer dan gewone belangstelling op te nemen, vond Egwene. Zelfs Mart op zijn draagbaar trok geen extra aandacht, hoewel sommige mensen ondanks hun haast opzij stapten. Mensen brachten soms hun zieken naar de Witte Toren om geheeld te worden en sommige ziektes waren besmettelijk. Egwene ging naast Verin rijden en boog zich naar haar toe. ‘Rekent u echt op problemen hier? We zijn binnen de stadsmuren, we zijn er bijna.’ De Witte Toren was nu goed te zien, het grote witglanzende gebouw rees breed en hoog boven de daken op.

1 ... 33 34 35 36 37 38 39 40 41 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)