Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 29 30 31 32 33 34 35 36 37 ... 178
Перейти на страницу:

Zo vroeg in het jaar, met de winter nog een herinnering van gisteren, liet de Drakenberg nog steeds een witte top zien, maar op hun lager gelegen pad was de sneeuw gesmolten. Vroeg groen stak al omhoog tussen het grauwbruin van het oude gras, en ook de bomen die hier en daar verspreid op de heuvels stonden, vertoonden reeds lentegroen. Ze hadden de hele winter gereisd, waren vanwege een storm soms dagenlang in een dorp of kamp opgehouden, en hadden soms door de sneeuwhopen die tot de schoften reikten maar korte dagen kunnen rijden. In beter weer konden ze ’s ochtends verder wandelen dan de afstand die ze op die dagen hadden afgelegd. Het was weer fijn de voorboden van de lente te zien.

Ze schoof haar dikke wollen mantel open, liet zich weer in het hoge, ronde zadel terugzakken en streek haar rok met een ongeduldig gebaar glad. Haar donkere ogen straalden van afkeer. Ze had de rok zelf geschikt gemaakt voor paardrijden, maar ze droeg hem nu al veel te lang achter elkaar. Haar andere kleding was al even smoezelig. En van dezelfde kleur, het donkere grijs van de beteugelden. Vele weken geleden bij hun vertrek naar Tar Valon was het dat donkergrijze kleed geweest of niets.

‘Ik zweer dat ik nooit meer grijs zal dragen, Bela,’ zei ze tegen haar ruigharige rijdier, terwijl ze op de nek van de merrie klopte. Niet dat ik veel keus zal hebben als we eenmaal in de Toren terug zijn, dacht ze. In de Witte Toren droegen alle Novices wit. ‘Zit je weer in jezelf te praten?’ vroeg Nynaeve, terwijl ze haar vosruin naar Egwene toe leidde. De twee vrouwen waren even lang en hetzelfde gekleed, maar door het verschil in paardgrootte stak de vroegere Wijsheid van Emondsveld een kop boven haar uit. Nynaeve zat met diepe rimpels rond te kijken en trok aan de dikke haarvlecht die over haar schouder hing, zoals ze altijd deed wanneer ze bezorgd was, ergens last van had, of soms wanneer ze nog koppiger wilde zijn dan anders. De Grote Serpent-ring aan haar hand vertelde dat ze een Aanvaarde was, nog geen Aes Sedai, maar wel dichter bij dat doel dan Egwene. ‘Je kunt beter uitkijken.’

Egwene slikte de opmerking maar in dat ze naar Tar Valon zat uit te kijken. Dacht ze dat ik in mijn stijgbeugels sta omdat ik last heb van het zadelf Nynaeve leek te vaak te vergeten dat ze geen Wijsheid meer was en Egwene geen kind. Maar Nynaeve draagt de ring en ik niet – nog niet – en voor Nynaeve houdt dat in dat er niets veranderd is!

‘Vraag je je af hoe Moiraine Lan behandelt?’ vroeg ze poeslief en voelde enig vermaak om de harde ruk die Nynaeve aan haar vlecht gaf. Maar dat genoegen verdween snel. Zij maakte bijna nooit bitse opmerkingen en ze wist dat Nynaeves gevoelens voor de zwaardhand leken op bolletjes garen nadat een katje in de wolmand had gespeeld. Maar Lan was geen jong katje en Nynaeve zou iets aan de man moeten doen voor zijn koppige, stomme edelmoedigheid haar zo woest maakte dat ze hem zou vermoorden.

Ze waren met z’n zessen, eenvoudig gekleed, om onopvallend door de dorpen en kleine stadjes te rijden. Desondanks vormden ze misschien wel de vreemdste groep die de laatste tijd over de Vlakte van Caralain was gereden. Vier van hen waren vrouwen en een van de twee mannen lag in een draagbaar tussen twee lastpaarden. Deze paarden torsten ook enkele pakken met voorraden voor de lange verlaten wegen tussen dorpen achter hen. Zes mensen, dacht Egwene, en hoeveel geheimen? Ze koesterden allen meerdere geheimen en dat moest zo blijven, zelfs in de Witte Toren. Thuis is het leven eenvoudiger. ‘Nynaeve, denk je dat het met Rhand goed zal zijn? En met Perijn?’ voegde ze er haastig aan toe. Ze kon zich niet veroorloven nog langer te doen alsof ze op een goede dag met Rhand zou trouwen. Doen alsof was nog het enige dat restte. Ze vond het niet leuk – ze had zich er nog steeds niet volledig mee verzoend – maar ze wist het. ‘Je dromen? Heb je er weer last van?’ Nynaeve klonk bezorgd, maar Egwene was niet in de stemming voor medelijden. Ze liet haar woorden zo alledaags mogelijk klinken. ‘Uit de geruchten die we hebben opgevangen, kan ik niet opmaken wat er aan de hand is. Die hebben de feiten die ik ken zo verdraaid, zo gekeerd.’

‘Alles is fout gegaan sinds Moiraine in ons leven is gekomen,’ zei Nynaeve bruusk. ‘Perijn en Rhand...’ Ze aarzelde met een grimas. Volgens Egwene geloofde Nynaeve dat alles wat Rhand was overkomen, Moiraines schuld was. ‘Ze zullen momenteel op zichzelf moeten passen. Ik ben bang dat we zelf zorgen krijgen. Er is iets niet goed. Ik kan het... voelen.’

‘Weet je al wat?’ vroeg Egwene.

‘Het voelt bijna net als een storm.’ Nynaeves donkere ogen namen de ochtendhemel op, helderblauw, met slechts hier en daar enkele wolken en ze schudde opnieuw haar hoofd. ‘Alsof er een storm gaat opsteken.’ Nynaeve was altijd in staat geweest het weer te voorspellen. Luisteren naar de wind werd het genoemd en ieder dorp nam aan dat hun Wijsheid dit kon doen, hoewel velen het eigenlijk niet konden. Toch had Nynaeves kunde zich sinds hun vertrek uit Emondsveld gewijzigd of was gegroeid. De stormen die ze soms voelde, hadden nu meer met mensen te maken dan met de wind.

Egwene beet nadenkend in haar onderlip, Ze konden het zich niet veroorloven te worden opgehouden of tegengehouden, niet na zo’n lange reis, niet zo dicht bij Tar Valon. Vanwege Mart, en om redenen die verstandelijk belangrijker waren dan het leven van een dorpsjongen, een vriend uit haar kindertijd, hoewel haar hart haar verstand tegensprak. Ze keek naar de anderen en vroeg zich af of iemand van hen iets had opgemerkt.

Verin Sedai, kort en plomp, en gekleed in vele tinten bruin, reed blijkbaar in gedachten verzonken. Ze had haar kap naar voren getrokken, zodat alleen haar gezicht te zien was, maar haar paard mocht zijn eigen snelheid bepalen. Ze hoorde bij de Bruine Ajah en de Bruine zusters gaven gewoonlijk meer om kennis dan om de wereld om hen heen. Egwene was echter niet zo zeker van Verins verstrooidheid. Verin had zichzelf diep in wereldse zaken begraven door zich bij hen te voegen. Elayne was even oud als Egwene en eveneens Novice, maar ze had goudblond haar en blauwe ogen, terwijl Egwene donker was. Ze reed achteraan, naast de draagbaar met de bewusteloze Mart Cauton. Ze droeg hetzelfde grijs als Nynaeve en Egwene en hield Mart even bezorgd als de anderen in het oog. Mart was nu al drie dagen niet meer ontwaakt. De magere, langharige man die aan de andere kant van de baar reed, leek te proberen de omgeving af te speuren zonder dat iemand het zag en de rimpels in zijn gezicht verdiepten zich in uiterste waakzaamheid.

‘Hurin,’ zei Egwene en Nynaeve knikte. Ze hielden wat in, zodat ze naast de draagbaar kwamen. Vóór hen reed Verin gewoon verder, is er iets mis volgens jou, Hurin?’ vroeg Nynaeve. Elayne keek opeens gespannen van Marts draagbaar naar hen.

Terwijl de drie vrouwen hem zaten aan te kijken, verschoof de man in zijn zadel en wreef langs de zijkant van zijn lange neus. ‘Moeilijkheden,’ zei hij, kort en toch aarzelend, ik denk dat we misschien... problemen krijgen.’

Als dievenvanger van de koning van Shienar had hij niet de haarknot van de Shienaraanse krijgslieden, maar het korte zwaard en de gekeepte hartsvanger aan zijn riem toonden sporen van gebruik. Jaren van ervaring leken hem een soort aanleg te hebben gegeven om misdadigers te ruiken, vooral mensen die geweld hadden gepleegd. Tweemaal had hij hen tijdens de reis aangeraden een dorp al na een uur te verlaten. De eerste keer hadden ze allemaal geweigerd en gezegd dat ze te moe waren, maar vóór de nacht was verstreken, hadden de herbergier en twee andere mannen geprobeerd hen in hun slaap te vermoorden. Het waren slechts dieven, geen Duistervrienden. Ze wilden alleen hun paarden stelen en hun overige eigendommen in de zadeltassen en pakken. Maar de rest van het dorp wist er blijkbaar van en zag in vreemdelingen een bron van eerlijke inkomsten. Ze waren gedwongen geweest om te vluchten voor een menigte met zwaaiende bijlen en hooivorken. De tweede keer beval Verin hen weg te rijden zodra Hurin het had gezegd.

1 ... 29 30 31 32 33 34 35 36 37 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)