Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 ... 178
Перейти на страницу:

Langzaam en kalm knielde de Aes Sedai neer en nam zijn hoofd tussen haar handen. Noams gegrauw werd een gesnauw en zwakte af tot een gejank voor Perijn zich had kunnen bewegen. Heel lang hield Moiraine Noams hoofd vast en voor ze opstond, liet ze het even kalm weer los. Perijns keel leek te zijn dichtgeschroefd toen ze Noam haar rug toekeerde en de kooi uitliep, maar de man staarde haar slechts na. Ze sloeg de lattendeur dicht, hing het slot aan de klamp en deed geen moeite het weer af te sluiten. Noam wierp zich grauwend tegen de houten latten. Hij beet erin en beukte met zijn schouders, probeerde al grauwend en bijtend zijn hoofd ertussendoor te persen. Moiraine veegde met vaste hand een paar strootjes van haar rok en liet niets merken.

‘Je neemt wel risico’s,’ zuchtte Perijn. Ze keek hem aan, een kalme wijze blik – en hij sloeg zijn ogen neer.

Simion stond naar zijn broer te staren. ‘Kunt u hem helpen, goede vrouw?’ vroeg hij hees. ‘Het spijt me, Simion,’ zei ze.

‘Kunt u helemaal niets doen, goede vrouw? Iets? Een van die...’ zijn stem werd een gefluister, ‘Aes Sedai-dingen?’

‘Helen is geen eenvoudige zaak, Simion, en het komt evenzeer vanuit jezelf als van de Heelster. Er is hier niets meer wat zich Noam herinnert, niets meer wat zich herinnert mens te zijn geweest. Er zijn geen kaarten meer die hem de weg terug tonen en er is niets meer dan die weg. Noam is verdwenen, Simion.’

‘Hij... hij praatte alleen maar vreemd, goede vrouw, als hij te veel gedronken had. Hij was slechts...’ Simion veegde stevig met een hand langs zijn knipperende ogen. ‘Dank u, goede vrouw. Ik weet dat u iets zou hebben gedaan als u dat had gekund.’ Ze legde een hand op zijn schouder, mompelde iets troostends en liep snel de schuur uit. Perijn wist dat hij haar hoorde te volgen, maar de man – wat eens een man was geweest – bijtend in de houten latten, hield hem daar vast. Hij stapte er snel naar toe en verbaasde zichzelf door het open slot uit de klamp te halen. Het slot was goed, het werk van een meestersmid. ‘Goede meester?’

Perijn staarde naar het slot in zijn hand en naar de man achter in de kooi. Noam beet niet meer in het hout; hij staarde hijgend en behoedzaam naar Perijn. Sommige tanden waren ruw afgebroken. ‘Je kunt hem daar voor altijd in laten zitten,’ zei Perijn, ‘maar ik... ik denk niet dat hij ooit weer beter zal worden.’

‘Als hij ontsnapt, goede meester, gaat hij dood!’

‘Hij zal sterven, Simion, hier of daarbuiten. Maar buiten zal hij tenminste vrij zijn en zo gelukkig als maar mogelijk is. Hij is je broer niet meer, maar jij bent degene die moet beslissen. Je kunt hem hier laten zitten, zodat de mensen zich aan hem kunnen vergapen, hem hier houden, zodat hij naar de spijlen van zijn kooi kan kijken tot hij wegkwijnt. Je kunt een wolf niet opsluiten, Simion, en verwachten dat hij gelukkig is. Of lang zal leven.’

‘Ja,’ zei Simion langzaam. ‘Ja, ik begrijp het.’ Hij aarzelde en knikte met zijn hoofd naar de schuurdeur.

Dat was alles wat Perijn nodig had. Hij zwaaide de kooideur open en stapte opzij.

Heel even staarde Noam naar de opening. Opeens schoot hij de kooi uit en rende weg op handen en voeten, maar verrassend behendig. De kooi uit, de schuur uit en de nacht in. Het Licht helpe ons beiden, dacht Perijn.

‘Ik neem aan dat hij beter vrij kan zijn.’ Simion vermande zichzelf. ‘Maar ik weet niet wat baas Harod zal zeggen als hij ziet dat de deur openstaat en Noam weg is.’

Perijn sloot de kooi; het grote slot sloot met een scherpe klik. ‘Laat hem dat zelf maar uitzoeken.’

Simion lachte kort en blaffend, maar stopte opeens. ‘Hij zal er wel iets op verzinnen. Zullen ze allemaal doen. Sommigen zeggen dat Noam in een wolf veranderde – met vacht en alles! – toen hij moeder Roon beet. Het is niet waar, maar ze zeggen het.’

Huiverend liet Perijn zijn hoofd tegen de kooideur rusten. Misschien heeft hij geen vacht, maar hij is een wolf. Een wolf, geen mens. Licht, help me.

‘We hebben hem niet altijd hierin gehad,’ zei Simion opeens. ‘Hij was bij moeder Roon thuis, maar na de komst van de Witmantels wisten zij en ik baas Harod over te halen hem hierin te stoppen. Ze hebben altijd een lijst met namen, Duistervrienden die ze willen vangen. Het waren Noams ogen, weet u. Eén naam die de Witmantels hadden, was van een man die Perijn Aybara heette, een smid. Ze zeiden dat-ie gele ogen had en met de wolven rende. U begrijpt waarom ik niet wilde dat ze van Noam wisten.’

Perijn draaide zijn hoofd net voldoende om Simion aan te kunnen kijken. ‘Denk jij dat die Perijn Aybara een Duistervriend is?’

‘Een Duistervriend zou er niks om geven of mijn broer in een hok stierf. Ik neem aan dat ze u bijtijds heeft gevonden. Op tijd om u te helpen. Ik wou dat ze een paar maanden eerder naar Jarra was gekomen.’ Perijn schaamde zich dat hij de man ooit met een kikker had vergeleken. ‘En ik wou dat ze iets voor hem had kunnen doen.’ Ik mag branden, ik wou dat ze dat had gekund. Opeens viel het hem in dat het hele dorp wel van Noam zou weten. Van zijn ogen. ‘Simion, kun je mijn eten op mijn kamer brengen?’ Baas Harod en de anderen hadden het te druk gehad met het aangapen van Loial om zijn ogen te bekijken, maar dat zou zeker gebeuren als hij in de eetzaal zou eten. ‘Natuurlijk. En morgenochtend ook. U hoeft pas beneden te komen als u gereed bent voor vertrek.’

‘Je bent een goede man, Simion. Een goede man.’ Simion keek zo blij dat Perijn zich opnieuw schaamde.

9

Wolfsdromen

Perijn keerde langs de achterdeur terug naar zijn kamer en een tijd later verscheen Simion met een dienblad onder een linnen doek die de geuren van gebraden lamsvlees, suikerboontjes, knolletjes en vers brood niet kon tegenhouden. Perijn bleef echter op zijn bed liggen en staarde naar het gekalkte plafond tot de geuren koud werden. Telkens weer schoten er beelden van Noam door zijn hoofd. Noam die in de houten latten beet. Noam die in het duister wegschoot. Hij probeerde aan het smeden van een slot te denken, aan het zorgvuldig buigen en vormen van het staal, maar het hielp niets.

Hij negeerde het voedsel, stond op en begaf zich naar Moiraines kamer. Ze beantwoordde zijn klop met: ‘Kom binnen, Perijn.’ Een ogenblik staken alle oude verhalen over de Aes Sedai de kop weer op, maar hij negeerde ze en deed de deur open.

Moiraine was alleen – daar was hij dankbaar voor. Ze schreef in een klein in leer gebonden boek en haar knie hield een inktpot in wankel evenwicht. Zonder hem aan te kijken duwde ze de kurk in het potje en veegde ze de stalen punt van haar pen af aan een flardje perkament. In de haard brandde een vuur.

‘Ik verwachtte je al een tijdje,’ zei ze. ‘Ik ben er niet eerder over begonnen, omdat je er duidelijk niet over wilde praten. Na vanavond echter... Wat wil je weten?’

‘Is dit wat ik kan verwachten?’ vroeg hij. ‘Dat het zo afloopt?’

‘Misschien.’

Hij wachtte tot ze meer zou zeggen, maar ze borg slechts haar pen en inkt op in het kleine kistje van gelakt rozenhout en blies de inkt in haar boekje droog, is dat alles? Moiraine, geef me niet van die glibberige Aes Sedai-antwoorden. Als je iets weet, vertel het me dan. Alsjeblieft.’

‘Ik weet heel weinig, Perijn. Toen ik op zoek was naar andere antwoorden in de boeken en manuscripten die twee vriendinnen bij hun studie gebruiken, vond ik een fragment dat was overgeschreven uit een boek uit de Eeuw der Legenden. Er stond iets in over... situaties zoals die van jou. Misschien is het het enige afschrift ter wereld en het maakte me niet veel wijzer.’

‘Maar wat vertelde het dan wel? Iets, wat dan ook, is al meer dan wat ik nu weet. Bloed en as, ik maakte me zorgen dat Rhand gek wordt, maar ik had nooit kunnen denken, dat ik over mezelf in moest zitten.’

‘Perijn, zelfs in de Eeuw der Legenden wisten ze hier heel weinig over. De onbekende die dit heeft vastgelegd, wist niet of het waar was of een legende. En bedenk dat ik er maar een stuk van heb gezien. Ze schreef dat sommigen die met wolven spraken, zichzelf verloren, dat hun menselijke aard werd opgeslokt door de wolf. Sommigen. Of ze een op tien bedoelde, of vijf, of negen, ik weet het niet.’ ik kan ze buitensluiten. Ik weet niet hoe ik het doe, maar ik kan weigeren naar ze te luisteren. Ik kan weigeren ernaar te luisteren. Zal dat helpen?’

1 ... 26 27 28 29 30 31 32 33 34 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)