Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 178
Перейти на страницу:

Met zijn bijl in de hand begon Perijn behoedzaam de zaal door te lopen, in zichzelf mompelend. ‘Word wakker. Word wakker, Perijn. Als je weet dat het een droom is, verandert het of je wordt wakker. Word wakker, bloedvuur!’ De zaal bleef even echt als elke andere zaal waar hij ooit was geweest.

Hij stond voor een van de witte spitsbogen. Die leidde naar een enorm vertrek, blijkbaar raamloos, maar even rijk gemeubileerd als een paleis. De meubels met houtsnijwerk waren verguld en ingelegd met ivoor. In het midden van de kamer stond een vrouw ingespannen een gehavend manuscript te bekijken dat open op een tafel lag. Een zwartharige, zwartogige, knappe vrouw, gekleed in wit en zilver. Op het moment dat hij haar herkende, hief ze het hoofd op en keek hem recht aan. Haar ogen werden groot, geschokt, boos. ‘Jij! Wat doe jij hier? Hoe ben je...? Je zult zaken in de war sturen waarvan je je geen voorstelling kunt maken.’

Opeens leek de ruimte plat te worden, alsof hij naar een plaatje van een kamer stond te kijken. Het platte beeld leek opzij te draaien, een heldere loodrechte lijn dwars door het midden van het zwart. De lijn flitste wit op, verdween en liet slechts duister achter, zwarter dan zwart. Vlak voor Perijns voeten hielden de tegels abrupt op. Terwijl hij toekeek, losten de witte hoeken op in het zwart, zoals zand door water wordt weggespoeld. Hij stapte haastig achteruit. Vlucht.

Perijn draaide zich om en daar zat Springer, een grote grijze wolf, vergrijsd en getekend. ‘Je bent dood. Ik heb je zien sterven. Ik vóélde je sterven.’ Een beeld rolde door Perijns gedachten. Vlucht nu! Je moet hier niet zijn. Niet nu. Gevaar. Groot gevaar. Erger dan alle Nooitgeborenen. Je moet weg. Ga nu’. Nu! ‘Hoe?’ schreeuwde Perijn. ‘Ik wil weg, maar hoe?’ Ga! Met blikkerende tanden sprong Springer naar Perijns keel.

Met een gesmoorde kreet vloog Perijn overeind. Zijn handen schoten naar zijn hals om zijn levensbloed binnen te houden. Ze voelden slechts ongeschonden huid. Hij slikte opgelucht, maar voelde een ogenblik later ook een vochtige plek.

Haastig, bijna vallend, struikelde hij zijn bed uit naar de wastafel, greep de kan en liet het water spetterend in de bak stromen. Het water werd roze toen hij zijn gezicht waste. Roze van het bloed van die vreemd geklede man. Nog meer donkere spatten zaten op zijn jas en broek. Hij trok ze uit en gooide alles in de verste hoek. Hij zou ze daar achterlaten. Simion mocht ze verbranden.

Een windvlaag trok door het open raam. Huiverend in zijn hemd en ondergoed ging hij op de vloer tegen zijn bed zitten. Dit moet ongemakkelijk genoeg zijn. Zijn gedachten werden zuur van zorg en vrees. En vastberadenheid. Ik geef er niet aan toe. Dat doe ik niet!

Hij zat nog te huiveren toen de slaap eindelijk kwam, een lichte halfslaap, gevuld met een flauw bewustzijn van de kamer om hem heen en gedachten aan de kou. Maar de nare dromen daarin waren beter dan sommige andere dromen.

Rhand zat in elkaar gedoken onder de bomen en zag de zwarte, breedgeschouderde hond door de nacht naar zijn schuilplaats komen. Zijn zij deed pijn – de wond die Moiraine niet kon helen – maar hij negeerde het. De maan gaf amper genoeg licht. De hond reikte bijna tot zijn middel, had op zijn dikke nek een enorme kop met tanden die leken te glanzen als nat zilver in de nacht. Het dier snoof de lucht op en draafde naar hem toe.

Kom, dacht hij. Dichterbij. Ditmaal krijgt je baas geen waarschuwing. Dichterbij. Goed zo. De hond was nu nog maar tien stappen van hem vandaan en een laag gegrom rommelde in de borst van het dier toen hij opeens naar voren schoot. Recht op Rhand af. De Kracht vulde hem. Er schoot iets uit zijn uitgestrekte handen; hij wist niet zeker wat het was. Een staaf wit licht, tastbaar als staal. Vloeibaar vuur. Een ogenblik lang, in het midden ervan, leek de hond doorzichtig te worden en toen was hij weg.

Het witte licht verflauwde, afgezien van het beeld dat nog in Rhands ogen bleef branden. Hij zocht steun tegen een nabije boomstam en voelde de ruwe bast op zijn gezicht. Hij beefde van opluchting en stil gelach. Het werkte. Licht nog aan toe, ditmaal werkte het. Dat was niet altijd gebeurd. Er waren deze nacht andere honden geweest. De Ene Kracht klopte in hem, zijn maag draaide zich om van de duistere smet op saidin en wilde zich legen. Zweet parelde op zijn gezicht, ondanks de koude nachtwind, en zijn mond smaakte bitter en wrang. Hij wilde gaan liggen en doodgaan. Hij wilde wat middeltjes van Nynaeve slikken, of dat Moiraine hem heelde, of... Iets... wat dan ook... om de misselijkheid kwijt te raken die hem verstikte. Maar saidin vervulde hem ook met leven. Levenskracht en bewustzijn drongen door zijn onpasselijkheid heen. Leven zonder saidin was een fletse namaak. Al het andere een vale nabootsing. Maar ze kunnen me vinden als ik het vasthoud. Me opsporen, vinden. Ik moet Tyr zien te bereiken. Daar zal ik het merken. Als ik de Draak ben, zal er een eind aan komen. En als ik het niet ben... Als dit alles een leugen is, dan komt daar ook een einde aan. Een einde. Met tegenzin, oneindig langzaam, verbrak hij de band met saidin, gaf de omhelzing op alsof hij zijn levensadem opgaf. De nacht leek grauw. De schaduwen verloren hun oneindig scherpe lijnen en vloeiden ineen. Heel ver in het westen huilde een hond, een huiveringwekkende kreet in de stille nacht.

Rhands hoofd ging omhoog. Hij tuurde naar het westen alsof hij de hond kon zien als hij het maar hard genoeg probeerde. Een tweede beantwoordde de eerste, toen nog een en nog twee meer, alle verspreid in het westen.

‘Maak maar jacht op me,’ snauwde Rhand. ‘Jaag op me, als je durft. Mij krijg je niet als voer. Niet meer!’

Hij duwde zich van de boom af, waadde door een ondiepe, ijzige beek en begaf zich toen in gestage tred naar het oosten. Koud water drong in zijn laarzen door en zijn zij deed pijn, maar hij negeerde het allebei. De nacht was weer stil achter hem, maar ook dat negeerde hij. Maak maar jacht op me, ik kan ook jagen, ik ben geen voer.

10

Geheimen

Egwene Alveren negeerde even haar metgezellen en ging in de stijgbeugels staan, in de hoop op een blik op Tar Valon in de verte, maar ze zag enkel iets onduidelijks, glanzend wit in de ochtendzon. Maar het moest de stad op het eiland wel zijn. De eenzame Drakenberg met zijn kartelige top, oprijzend tussen de heuvels, had zich de vorige middag laat aan de einder getoond en de berg lag dicht bij de Erinin aan de andere kant van Tar Valon. Die berg vormde een baken in het landschap, een wilde slagtand tussen de glooiende heuvels, uit alle richtingen van heel ver goed zichtbaar en gemakkelijk te ontwijken, wat iedereen deed, zelfs de reizigers naar Tar Valon.

Men zei dat de Drakenberg de plaats was waar Lews Therin Verwantslachter de dood had gevonden, en men gebruikte nog veel meer voorspellingen en waarschuwingen als men het over de berg had. Redenen te over om uit de buurt van de zwarte hellingen te blijven. Zij had geen reden om er weg te blijven en meerdere om erheen te gaan. Alleen in Tar Valon kon zij de opleiding krijgen die ze nodig had, de oefeningen die ze moest krijgen. Ik wil nooit meer een halsband dragen! Ze onderdrukte de gedachte, maar die kwam even venijnig weer terug. Ik wil mijn vrijheid nooit meer verliezen! In Tar Valon zou Anaiya haar dromen weer willen onderzoeken; de Aes Sedai zou zich daartoe genoodzaakt voelen, hoewel ze geen echt bewijs had gekregen dat Egwene een Droomster was, zoals Anaiya dacht. Sinds hun vertrek van de Vlakte van Almoth had Egwene heel verontrustend gedroomd. Behalve haar dromen over de Seanchanen – waaruit ze nog steeds bezweet ontwaakte – droomde ze steeds meer over Rhand. Rhand rennend. Naar iets toe rennend, maar ook weghollend voor iets. Ze zocht heel strak turend naar Tar Valon. Anaiya zou daar zijn. En Galad misschien ook. Ze bloosde onwillekeurig en verbande hem geheel uit haar gedachten. Denk aan het weer. Denk aan iets anders. Licht, het is inderdaad warm.

1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)