Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 23 24 25 26 27 28 29 30 31 ... 178
Перейти на страницу:

‘Van zover komen we niet,’ zei Lan, die zich uit het zadel liet glijden. ‘Ongetwijfeld weet u meer dan ik.’ De andere drie stapten ook af. ‘Hebt u een bruiloft gehad?’ vroeg Moiraine.

‘Eén bruiloft, goede vrouw? Nee zeg, het bleef maar doorgaan met die bruiloften. Een plaag, zogezeid. En dat alles de afgelopen twee dagen. Van de vrouwen die oud genoeg zijn om de trouwbelofte uit te spreken, is er niet één meer ongetrouwd, in het hele dorp niet, in de wijde omgeving niet. Nou, zelfs de weduwe Jorath heeft de oude Banas de poort doorgetrokken en zij hadden beiden gezworen dat ze nooit meer zouden trouwen. Net een windhoos die iedereen meesleurde. Rilith, de weversdochter, begon ermee. Ze vroeg Jon de smid om met haar te trouwen en hij is oud genoeg om haar vader te zijn, misschien wel haar grootvader. Die ouwe zot deed gewoon zijn voorschoot af en zei “ja” en zij stond erop dat de bogen ter plekke werden Opgericht, zo vlug mogelijk. Wilde absoluut niet horen van een gepaste wachttijd en alle andere vrouwen kozen haar kant. Sindsdien hebben we dag en nacht bruiloften gevierd. Nou, nou, niemand heeft een oog kunnen dichtdoen.’

‘Dat is heel interessant,’ zei Perijn toen Simion even geeuwend zijn mond hield, ‘maar hebben jullie hier een jonge...’

‘Het is heel interessant,’ onderbrak Moiraine hem, ‘en misschien wil ik er later meer over horen. Maar nu willen we graag kamers en een maaltijd.’ Lan maakte een gebaartje naar Perijn, heimelijk, naast zijn zij alsof hij hem wilde zeggen dat hij zijn mond moest houden. ‘Natuurlijk, goede vrouw. Een maaltijd. Kamers.’ Simion aarzelde en nam Loial op. ‘We zullen voor hem twee bedden...’ Hij boog zich nog meer naar Moiraine toe en praatte nog zachter. ‘Neemt u me niet kwalijk, goede vrouw, maar eh... wat is hij eigenlijk? Ik wil niemand beledigen,’ voegde hij er haastig aan toe.

Hij had het niet zacht genoeg gezegd, want Loials oren bewogen geërgerd. ‘Ik ben een Ogier. Wat had je dan gedacht? Een Trollok?’ Simion deed een stap achteruit door Loials dreunende stem. ‘Trollok, goede, eh... man? Nou, ik ben volwassen. Ik geloof niet in kinderverhaaltjes. Eh... zei u Ogier? Nou, Ogier komen voor in... Ik bedoel... het is...’

In wanhoop draaide de man zich om en brulde in de richting van de stal naast de herberg. ‘Nico! Patrim! Bezoekers! Kom de paarden verzorgen!’ Een ogenblik later kwamen twee jongens met stro in de haren gapend en in hun ogen wrijvend de stal uit gewankeld. Terwijl de jongens de teugels oppakten, gebaarde Simion buigend naar de treden. Perijn zwaaide zijn zadeltassen en dekenrol over zijn schouder en nam zijn boog mee toen hij Moiraine en Lan naar binnen volgde, terwijl Simion hen al buigend en pluimstrijkend voorging. Loial moest gebukt de deur door en het plafond binnen bevond zich maar een voet boven zijn hoofd. Hij bleef grommen dat hij niet begreep waarom zo weinig mensen zich de Ogier herinnerden. Zijn stem klonk als een ver onweer. Zelfs Perijn, vlak voor hem, kon maar de helft van zijn woorden verstaan.

De herberg rook naar bier en wijn, kaas en vermoeidheid, en van ergens achter kwam de geur van geroosterd schapenvlees aankringelen. De paar mensen in de gelagkamer zaten diep over hun bekers gebogen, alsof ze veel liever op de banken wilden gaan slapen. Een plompe dienstmeid tapte een kroes bier uit een van de vaten aan de andere kant van het vertrek. De herbergier zelf, in een lang wit schort, zat in de hoek op een hoge kruk en leunde tegen de muur. Toen de nieuwe gasten binnenkwamen, keek hij met lodderige ogen op. Zijn mond viel open bij het zien van Loial.

‘Bezoekers, baas Harod,’ verkondigde Simion. ‘Ze willen kamers. Baas Harod? Hij is een Ogier, baas Harod.’ De dienstmeid draaide zich om, zag Loial en de kroes viel kletterend uit haar hand. Niemand van de vermoeide mannen aan de tafels keek op. Een had zijn hoofd op de tafel laten zakken en lag te snurken.

Loials oren schoten heen en weer.

Baas Harod kwam langzaam overeind, met zijn ogen op Loial gericht en bleef zijn schort gladstrijken. ‘Hij is tenminste geen Witmantel,’ zei hij eindelijk en schrok zichtbaar dat hij zoiets hardop had uitgesproken. ‘Wat ik bedoel, eh... welkom, goede vrouw. Goede lieden. Neemt u me mijn slechte manieren niet kwalijk. Ik kan als verontschuldiging slechts grote vermoeidheid aanvoeren, goede vrouw.’ Wederom wierp hij een ongelovige blik op Loial en zijn mond vormde het woord ‘Ogier...’

Loial wilde wat gaan zeggen, maar Moiraine was hem voor. ‘Zoals uw dienaar al zei, beste herbergier, wens ik voor vannacht kamers voor mijn gezelschap en een maaltijd.’

‘O! Natuurlijk, goede vrouw. Natuurlijk. Simion, laat deze brave lieden mijn beste kamers zien, zodat ze hun spullen daar kunnen neerleggen. Als u weer beneden komt, heb ik een voortreffelijk maal voor u klaarstaan, goede vrouw. Een heerlijk maal.’

‘Wilt u zo goed zijn mij te volgen, goede vrouw,’ zei Simion, ‘goede lieden.’ Buigend leidde hij hen naar een trap aan de zijkant van de gelagkamer.

Achter hen riep een van de gasten opeens: ‘Wat is dat in Lichtsnaam?’ Baas Harod begon uitleg te geven over de Ogier en deed net of hij er veel van wist en dat het voor hem heel gewoon was. Voor Perijn boven was, had hij al gehoord dat er bijna niets van klopte. Loials oren bewogen onafgebroken.

Op de eerste verdieping schuurde Loials hoofd haast langs het plafond. De smalle gang werd donkerder, slechts verlicht door de zonsondergang achter het venster naast de deur aan het eind. ‘Kaarsen in de kamers, goede vrouw,’ zei Simion. ‘Ik had een lamp moeten meenemen, maar mijn hoofd is nog draaierig van al die bruiloften. Ik zal iemand naar boven sturen om het vuur aan te steken, als u dat wilt. En u wilt natuurlijk water om u op te frissen.’ Hij duwde een deur open. ‘Onze beste kamer, goede vrouw. Er komen hier niet zoveel... niet zoveel vreemdelingen, begrijpt u, maar dit is onze beste kamer.’

‘Ik neem die ernaast,’ zei Lan. Behalve zijn eigen spullen had hij ook Moiraines zadeltassen, haar dekenrol en het pak met de Drakenbanier op de schouders.

‘Ach, goede meester, dat is helemaal geen goede kamer. Smal bed. Klein. Bedoeld voor een bediende, vermoed ik, alsof we hier ooit iemand met een bediende krijgen. Neemt u me niet kwalijk, goede vrouw.’ ik neem hem toch,’ zei Lan vastbesloten.

‘Simion,’ vroeg Moiraine, ‘heeft baas Harod een hekel aan de Kinderen van het Licht?’

‘Tja, inderdaad, goede vrouw. Vroeger niet, maar nu wel. Het is niet verstandig om een hekel aan de Kinderen te hebben, zo dicht bij de grens. Ze trekken voortdurend door Jarra, alsof er helemaal geen grens bestaat. Maar gisteren hadden we problemen. En met al die bruiloften die plaatsvonden...’

‘Wat is er gebeurd, Simion?’

De man keek haar scherp aan voor hij antwoord gaf. Perijn dacht niet dat het de anderen in de schemering was opgevallen. ‘Er waren er ongeveer twintig, eergisteren aangekomen. Toen hadden we geen last. Maar gisteren... Nou, drie van hen verkondigden pardoes dat ze geen Kinderen van het Licht meer waren. Ze deden hun mantels af en reden gewoon weg.’

Lan gromde: ‘Witmantels leggen een eed voor het leven af. Wat deed hun bevelhebber?’

‘Nou, hij zou er zeker iets aan hebben gedaan, daar kunt u van op aan, goede meester, maar weer een ander van hen verkondigde dat ze eigenlijk jacht op de Draak moesten maken. Die man zei voor zijn vertrek dat hij naar de Vlakte van Almoth ging. Toen begonnen sommigen dingen tegen de vrouwen op straat te zeggen, dingen die ze niet hadden moeten zeggen en ze probeerden hen te grijpen. De vrouwen waren aan het gillen en de Kinderen schreeuwden tegen degenen die de vrouwen lastig vielen. Ik heb nog nooit zo’n opwinding gezien.’

‘Heeft niemand van jullie geprobeerd dat te stoppen?’ vroeg Perijn. ‘Goede meester, u draagt uw bijl alsof u hem weet te gebruiken, maar het is niet gemakkelijk om je te verzetten tegen mannen met zwaarden en harnassen en zo als je alleen maar weet hoe je met een bezem moet omgaan. De andere Witmantels, die niet waren weggereden, maakten er een einde aan. Ze stonden op het punt hun zwaard te trekken. Maar dat was nog niet het ergste. Er werden er nog twee gewoon gek, als die anderen het al niet waren. Die twee begonnen te raaskallen dat Jarra vol Duistervrienden zat. Ze probeerden het dorp plat te branden – zeiden dat ze dat zouden doen! – om te beginnen met de Sprong. U kunt de brandplekken achter de herberg zien, waar ze begonnen. Ze vochten met de andere Witmantels toen die hen wilden tegenhouden. De overgebleven Witmantels hielpen met blussen, bonden die twee vast en reden weg, terug naar Amadicia. Blij toe, zou ik zeggen, en als ze nooit terugkomen, is het nog te vroeg.’

1 ... 23 24 25 26 27 28 29 30 31 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)