De Cock en moord op termijn
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #24
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0219-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en moord op termijn». Краткое содержание книги:
De grijze speurder wuifde nonchalant. ‘Juridisch gezien… best verantwoord.’ Hij hield zijn hoofd iets scheef en spreidde zijn beide handen in een verontschuldigend gebaar. ‘En soms… soms moet je als oude rechercheur wel eens iets toelaten om een enthousiaste jonge collega en zijn permanent popelende commissaris een poosje gelukkig te maken.’
Buitendam kwam overeind. Op zijn magere wangen lagen rode blosjes. Zijn neusvleugels trilden. Wild strekte hij zijn rechterhand naar de deur.
‘Eruit.’
De Cock ging.
Toen De Cock in de recherchekamer terugkwam, keek Vledder hem peilend aan.
‘Heb je het weer te bont gemaakt?’
‘Hoe bedoel je?’
‘Heeft de commissaris jou weer van zijn kamer gestuurd?’
De Cock knikte met een droevig gezicht.
‘Dat doet hij steeds,’ sprak hij timide. ‘Die man moet zich wat meer beheersen.’
In de ogen van Vledder lag een verwijtende blik.
‘En hij wilde je nog wel feliciteren met het oplossen van de moord op meester Van Abbenes.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat is een misvatting. Die moord is helemaal niet opgelost.’
Het gezicht van Vledder betrok.
‘Begin je nu weer?’ riep hij in zijn wiek geschoten. ‘Ik dacht dat wij er vanmorgen in de auto uitgebreid over hadden gesproken!’ Hij stak vertwijfeld zijn beide handen omhoog. ‘Je hebt er toch ook in toegestemd dat ik dat telexbericht verzond?’
De Cock schoof zijn onderlip vooruit.
‘Dat is ook goed,’ reageerde hij bedaard. ‘We moeten toch nog eens een babbel met onze Kraaitje maken… bijvoorbeeld… of het niet voordeliger was geweest om zijn wulpse Sophie de hersenen in te slaan.’
‘Zijn ex-vrouw?’
‘Precies. Als Kraaitje inderdaad geen primitief en impulsief reagerend krachtmens was… zoals Martha, Lowietje en ook ik veronderstellen… maar een sluwe, gewetenloze en tot alles in staat zijnde moordenaar, zoals jij aanneemt, waarom vermoordt hij dan de advocaat?’
‘Dat is toch duidelijk… uit wraak.’
De Cock grijnsde breed.
‘Wat levert wraak op, financieel gezien? Niets. Een sluwe Van der Kraay had zijn moordlust veel effectiever kunnen bekoelen op zijn veeleisende ex-vrouw. Dan was hij in één slag van zijn zware alimentatieplichten af geweest en had hij zijn bloeiende zaak in Utrecht kunnen voortzetten.’
De ogen van Vledder werden plotseling groot.
‘We moeten haar waarschuwen.’
‘Wie?’
‘Die Sophie… zijn ex-vrouw.’
‘Waarom?’
De jonge rechercheur gebaarde heftig.
‘Begrijp je dat dan niet?’ riep hij wanhopig. ‘Zij is vrijwel zeker zijn volgende slachtoffer.’
De Cock keek hem secondenlang peinzend aan. Toen draaide hij zich abrupt om en slenterde naar de kapstok.
Vledder liep hem na.
‘Waar ga je heen?’
De grijze speurder wurmde zich in zijn vale regenjas. Onderwijl gebaarde hij naar zijn bureau. ‘Neem de foto’s van die hoofdwond mee en bel het hoofdbureau en vraag of Bram van Wielingen met zijn kiekapparaat naar het terrein van de golfclub Amstelland wil komen.’
‘Amstelland?’
De Cock knikte. ‘Ik wil wel eens zien met wat voor dingen men daar tegen zo’n balletje slaat.’
De Cock liet bewonderend zijn blik door het clubhuis dwalen. De ruimte was gezellig ingericht met centraal, dominerend, een prachtige bar van glanzend teakhout, omgeven door groepjes comfortabele fauteuils in zitkuilen op diverse niveaus.
Aan de wanden hingen schitterende actieschilderijen van de beroemde Amerikaanse sportschilder René Broné.
Grote ramen gaven een panoramisch uitzicht over een zacht glooiend landschap, waarin, gestrooid met een kunstzinnige hand, donkere bosschages en boomgroepjes met wuivende kruinen tegen een strakblauwe hemel.
De Cock knoopte zijn regenjas los en liet zich in een fauteuil zakken. Vledder volgde zijn voorbeeld.
De heer De Oude, secretaris van Amstelland, een uiterst sympathieke vijftiger met een licht Fries accent, had de rechercheurs in zijn riante kantoor ontvangen. Hij ontpopte zich als een aangenaam causeur. Smakelijk, vaak overgoten met een sausje van zoete understatement, had hij hen de gebruikelijke gang van zaken bij een gerenommeerde golfclub geserveerd. Daarna had hij de rechercheurs hoffelijk naar de bar geleid, in afwachting van de komst van vader Van Hoogwoud.
Vledder frunnikte wat nerveus aan zijn stropdas. ‘Die Van Hoogwoud interesseert mij niet,’ sprak hij ongeduldig. ‘Ik wil zo’n golfclub zien.’
De Cock maakte een afwerend gebaartje. ‘Dat komt nog,’ sprak hij sussend. ‘Straks laten we ons wel bij de professionals brengen. Bram van Wielingen is er toch nog niet.’ De grijze speurder kwam overeind. In de bar, langs een imposante schouw, strompelde een oudere man op hen toe. Hij liep traag, moeizaam, met een slepend rechterbeen. Toen hij dichterbij was, gleed een glimlach van herkenning om zijn lippen.
‘De beschrijving klopt. U bent rechercheur De Cock van de Warmoesstraat. Ik heb veel over u gehoord. Het is jammer dat u op zo’n… eh, minder prettige wijze met mijn familie in aanraking bent gekomen.’
De grijze speurder drukte de hem toegestoken hand. Daarna wuifde hij naar de fauteuil tegenover hem. ‘Neemt u plaats. Ik heb het de secretaris gevraagd… nu ik toch op de club ben, wilde ik wel eens kennis met u maken.’
Met stramme bewegingen en een van pijn vertrokken gezicht liet vader Van Hoogwoud zich in de fauteuil zakken.
‘Ik bied u mijn verontschuldigingen aan,’ begon hij onderdanig, ‘voor het gedrag van mijn zoon Casper. Ik heb begrepen dat hij zich ten opzichte van u nogal onhebbelijk heeft opgesteld… hooghartig, zonder de minste bereidheid tot medewerking.’ Hij glimlachte opnieuw. Wat triest nu. ‘Als vader hoop je vurig dat je kinderen later steunpilaren van de maatschappij worden… deugdzaam en gerespecteerd.’
De Cock keek naar hem op. Van Hoogwoud, vond hij, zag er slecht uit, mager en grauw, met ingevallen wangen. Alleen de lichtblauwe ogen onder stoppelige wenkbrauwen glansden helder en waakzaam.
‘U… eh, u denkt dat u als vader niet in uw opzet bent geslaagd?’
De oude heer Van Hoogwoud trok zijn schouders op. ‘Je kunt ze in het goede voorgaan. Veel verder reiken je mogelijkheden niet.’
Hij staarde even voor zich uit en glimlachte vertederd. ‘Marianne is tot een lieve, zorgzame jonge vrouw opgegroeid. Ik heb veel steun aan haar. Met de jongens was ik minder gelukkig.’ De expressie op zijn gelaat vergleed in somberheid. ‘Marcel wilde al vroeg het huis uit en Casper… u hebt hem zelf ontmoet… een ingebeelde blaag.’
De Cock trok zijn gezicht strak.
‘Hij verwijt u een despotisch regime.’
De oude Van Hoogwoud schudde triest zijn hoofd.
‘Het is een loze kreet… een kreet van de moderne jeugd.’ Het klonk bijzonder bitter. ‘Ze verliezen de realiteit uit het oog en draaien de zaak om. Ik was nooit “despotisch” geworden, zoals Casper het noemt, wanneer de jongens mij als vader hadden geëerbiedigd.’ Hij spreidde zijn beide handen. ‘Eert uwen vader en uwe moeder, opdat uw dagen verlengd worden in het land, dat u de Heere uw God geeft. Het is het twaalfde gebod. Aan dat gebod hebben de jongens zich nooit gehouden. Ze hebben hun vader niet geëerd.’ Er kwamen tranen in zijn ogen. ‘En de dagen van Marcel waren kort.’
‘Gods hand?’
Van Hoogwoud pakte een zakdoek.
‘De wegen des Heeren zijn ondoorgrondelijk,’ sprak hij ontwijkend.
De Cock wreef met zijn vlakke hand over zijn gezicht. Hij realiseerde zich dat dit nu al de tweede maal was, dat hij in dit onderzoek verward dreigde te raken in een godsdienstige discussie. Het werd tijd dat hij van onderwerp veranderde.
‘U hebt de heer Van Abbenes goed gekend?’
Van Hoogwoud knikte overtuigend.