De Cock en moord op termijn
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #24
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0219-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en moord op termijn». Краткое содержание книги:
Martha Hooglied kromp in elkaar. Haar lichaam schokte.
‘Ik heb nooit gedacht,’ snikte ze, ‘dat Frans het echt zou doen.’
Vledder stuurde de politie-Volkswagen uit de Utrechtse Cleopatradreef en volgde de verkeersborden richting Amsterdam. Zijn gezicht stond strak, bijna nors.
Het begon te regenen. Slierten van elkaar opduwende regendruppels gleden schuin over de voorruit. Toen de jonge rechercheur de ruitenwissers aanzette, liet De Cock zich onderuitzakken en schoof zijn oude hoedje ver naar voren. Hij had een hekel aan die traag zwiepende wissers. Ze bezaten de magische kracht om hem zachtjes in een hypnotische slaap te sussen.
Een tijdlang reden de rechercheurs zwijgend voort. Het indringende relaas van Martha Hooglied over haar kortstondige relatie met Franciscus van der Kraay had diepe indruk op hen gemaakt. Kraaitje, zo hadden zij begrepen, had zijn bloeiende zaak in Utrecht verlaten en was weg. Onvindbaar. Ook het contact met de bezorgde Martha had hij verbroken. Hij leek op de vlucht. Verborgen onder zijn hoedje trok De Cock rimpels in zijn voorhoofd. Die vlucht, bepeinsde hij… een bewijs van schuld? Hij drukte zich wat omhoog.
‘Kan het?’ vroeg hij.
Vledder keek hem van terzijde aan.
‘Wat?’
‘Een golfclub?’
De jonge rechercheur tuitte zijn lippen.
‘Ik meen van wel,’ sprak hij bedachtzaam. ‘Ik speel geen golf. Ik weet niet precies hoe het uiteinde van zo’n golfclub eruitziet. Maar de wond had een karakteristieke vorm. Uitzonderlijk. Het zou best kunnen dat hij met een golfclub werd toegebracht. Ik denk zelfs dat er mogelijkheden zijn om dat te bewijzen.’
De Cock dacht even na voor hij reageerde. ‘Hebben we de foto’s al, die Bram van Wielingen in het sectielokaal van de wond heeft gemaakt?’
‘Ze liggen in jouw la.’
‘Heb je ze bekeken?’
‘Met een half oog.’
‘We zouden ze op ware grootte kunnen laten afdrukken met, ter vergelijking, daarnaast een foto op ware grootte van het uiteinde van een golfclub.’
Vledder knikte instemmend.
‘Zo zou het moeten.’
‘Vroeger lieten wij in dergelijke gevallen wel de schedel prepareren… als bewijsvoering bij de rechtbank. Maar dat gaf vaak moeilijkheden met de nabestaanden.’
Vledder grijnsde. ‘Dan zouden we Van Abbenes zonder kop moeten begraven.’
Er viel opnieuw een stilte. Ze waren de afslag naar het snel groeiende Maarssen al gepasseerd. De regen nam in hevigheid toe en Vledder schakelde de ruitenwissers in de versnelling.
De Cock liet het emotionele gesprek dat hij met Martha Hooglied had gevoerd nog eens de revue passeren. In strijd met alles wat hij wist, hoopte hij vurig dat Franciscus van der Kraay de moord op meester Van Abbenes niet had gepleegd. Het zou, zo overdacht hij, ook strafrechtelijke gevolgen hebben voor de jonge vrouw, die, zo liet het zich aanzien, toch louter uit naastenliefde had gehandeld. Maar ze had niet alleen gehandeld… ze had ook nagelaten. En daarin was de wet onverbiddelijk. In artikel 136 stond duidelijk dat Martha, kennisdragende van een voorgenomen moordaanslag, het toekomstige slachtoffer of de politie had moeten waarschuwen. Nu de moord werkelijk was gevolgd, had ze zich schuldig gemaakt aan een zogenaamd omissie-delict.
De Cock schudde zijn hoofd en zuchtte. ‘Als het wapen echt een golfclub is geweest… gevoegd bij het verhaal van Martha Hooglied… krijgt Kraaitje toch een zware dobber.’ In zijn stem trilde bezorgdheid.
Vledder reageerde plotseling ongewoon fel.
‘Ik word er ziek van, geloof je dat?’
De Cock keek verbaasd naar hem op.
‘Waarvan?’
De jonge rechercheur liet het stuur van de Volkswagen even los en zwaaide met beide armen. ‘Dat gezemel van die Martha… van jou en Lowietje.’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Wat voor gezemel?’ vroeg hij verwonderd.
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Ik voel geen medelijden… nog voor geen stuiver.’
‘Met wie?’
De jonge rechercheur zwaaide opnieuw.
‘Met die Van der Kraay. In mijn ogen is hij niet meer dan een ordinaire moordenaar. Een vent, die gedreven door wraak, heel rustig en kalm een sluwe moord uitdenkt… en uitvoert. Dat sentimentele gedoe van jullie stuit mij tegen de borst. En als het aan mij lag, dan waren wij in Utrecht al naar het politiebureau gestapt en hadden vandaar per telex zijn opsporing, aanhouding en voorgeleiding verzocht.’ Hij blikte opzij. Zijn gezicht zag rood. ‘Ter zake van moord, begrijp je.’
De Cock liet de toorn van zijn jonge collega gelaten over zich heen komen. ‘Jij hebt Kraaitje nooit meegemaakt,’ verweerde hij zwak. ‘Maar ik ken hem. Ik heb vroeger veel contact met hem gehad. Daarom… ik heb moeite om in hem een moordenaar te zien.’
Vledder reageerde geprikkeld.
‘Ik ken hem niet.’ Hij gebaarde afwerend. ‘Maar de Kraaitje van vroeger is geen maatstaf. Dat is herinnering… een illusie. Van der Kraay is geen doetje, geen sullige dommekracht, zoals jullie mij willen doen geloven.’ Hij zweeg even en ademde diep. ‘Denk toch eens na. Hij had de moed en de kracht om de buurt waar hij was opgegroeid en geaccepteerd, te verlaten en bleek toen in staat om in een vreemde omgeving een bloeiende zaak op te bouwen. Jullie schatten die man verkeerd in. Geloof me, die Van der Kraay is tot veel in staat.’
‘Ook tot moord?’
De jonge rechercheur klemde zijn lippen even op elkaar.
‘Ja… ook tot moord.’
11
Commissaris Buitendam kwam haastig uit zijn stoel overeind. Met een brede cheese-smile om zijn lippen stak hij de grijze speurder een hand toe. ‘Ik heb je maar even laten komen, De Cock,’ sprak hij geaffecteerd. ‘Ik vond het passend om je met je succes te feliciteren.’
De oude rechercheur keek hem verwonderd aan.
‘Welk succes?’
Commissaris Buitendam zwaaide joviaal.
‘De oplossing van de moord op Van Abbenes. Ik heb het telexbericht, waarin de opsporing, aanhouding en voorgeleiding van de moordenaar wordt verzocht, gelezen. Uiteraard heb ik onmiddellijk onze officier van justitie ingelicht. Meester Schaaps toonde zich zeer verheugd.’ Hij ging weer zitten. ‘Ik had persoonlijk al de overtuiging dat wij de dader moesten zoeken onder de uitgebreide clientèle van meester Van Abbenes. En dat heeft zich bewaarheid. Van Vledder heb ik begrepen dat die… eh, Franciscus van der Kraay niet gelukkig was met het optreden van de advocaat en uit wraak of vergelding tot zijn daad is gekomen.’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘U hebt Vledder al gesproken?’
Commissaris Buitendam knikte.
‘Ik kwam hem tegen op de gang. Ik heb hem ook gecomplimenteerd met jullie succes. Ik moet zeggen, een opmerkelijke prestatie.’
De Cock veinsde onbegrip.
‘U bedoelt die moord?’
Buitendam schudde lachend zijn hoofd.
‘Het vinden van de dader.’
‘We hebben hem nog niet.’
‘Een kwestie van tijd. In ons dichtbevolkte landje komt hij vandaag of morgen wel boven water.’
De Cock knikte traag voor zich uit. ‘Ik hoop… morgen.’
Commissaris Buitendam keek hem met enige argwaan aan. Hij had in de stem van de oude rechercheur een toon beluisterd die hem niet beviel. ‘Hoezo… morgen?’
De Cock grijnsde.
‘Dan heb ik nog een dag de tijd om de ware moordenaar te vinden.’
Commissaris Buitendam verbleekte. ‘Die… eh, die Franciscus van der Kraay is de moordenaar niet?’
De Cock wreef over zijn kin.
‘Het spijt me,’ sprak hij somber, ‘maar naar mijn gevoel heeft Kraaitje die moord niet gepleegd.’
Buitendam grinnikte vreugdeloos.
‘En dat telexbericht?’