Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 165 166 167 168 169 170 171 172 173 ... 178
Перейти на страницу:

‘Ik heb het geprobeerd,’ zei Nynaeve wanhopig. ‘Ik heb het geprobeerd en geprobeerd en geprobeerd.’ Ze gaf een heftige ruk aan haar vlecht en haar woede sijpelde door de hopeloze vrees in haar stem heen. ‘Een van hen zit buiten. Amico, dat stuk vuil met haar papgezicht, als ze tenminste niet is afgelost nadat we hier naar binnen werden gegooid. Ik neem aan dat een volstaat om de afscherming in stand te houden.’ Ze liet een verbitterde, blaffende lach horen. ‘Ondanks alle moeite die ze zich hebben getroost om ons gevangen te nemen, mag je veronderstellen dat we volkomen onbelangrijk zijn. Het is alweer uren geleden dat ze die deur achter ons dichtsloegen en niemand heeft een vraag gesteld, niemand is komen kijken of heeft maar een druppel water gebracht. Misschien willen ze ons hier houden tot we van dorst omkomen.’

‘Lokaas.’ Elaynes stem trilde hoorbaar, alsof ze trachtte onbevreesd te klinken. Het lukte haar absoluut niet. ‘Liandrin zei dat we lokaas waren.’

‘Waarvoor dan?’ vroeg Nynaeve bevend. ‘Voor wie? Als ik lokaas ben, zou ik mezelf graag in hun strot willen duwen tot ze in me stikken.’

‘Rhand.’ Egwene zweeg even om te slikken, zelfs een druppel water zou welkom zijn. ‘Ik heb van Rhand gedroomd en van Callandor. Ik denk dat hij hierheen komt.’ Maar waarom heb ik van Mart gedroomd? En Perijn? Het was een wolf, maar ik weet zeker dat hij het was. ‘Wees niet zo bang.’ Ze probeerde het vol vertrouwen te zeggen. ‘Op de een of andere manier zullen we ontsnappen. Als we de Seanchanen te vlug af konden zijn, kunnen we Liandrin zeker te pakken nemen.’ Nynaeve en Elayne keken elkaar langs Egwene even aan. Nynaeve zei: ‘Liandrin zei dat er dertien Myrddraal onderweg zijn, Egwene.’ Egwene merkte dat ze wederom naar die gekraste boodschap in de muur zat te staren. Moge het Licht me genadig zijn en me laten sterven. Haar handen balden zich tot vuisten. Haar kaken deden pijn van haar poging die woorden niet uit te gillen. Beter om te sterven. Liever dood dan tot de Schaduw worden gekeerd en de Duistere te dienen! Ze besefte dat ze haar hand om de beurs aan haar gordel klemde. Ze kon de twee ringen erin voelen, het kleine rondje van het Grote Serpent en de grotere, gedraaide stenen ring.

‘Ze hebben de ter’angreaal niet afgepakt,’ zei ze verbaasd. Ze haalde hem eruit. Hij woog zwaar, een en al gekleurde strepen en vlekken, een ring met slechts één rand.

‘We waren niet eens belangrijk genoeg om nagezocht te worden,’ zuchtte Elayne. ‘Egwene, weet je zeker dat Rhand hierheen komt? Ik zou liever mezelf willen bevrijden dan op hem te wachten, maar als er iemand is die Liandrin en de anderen kan verslaan, is hij het. De Herrezen Draak is voorbestemd Callandor te gebruiken. Hij moet hen kunnen verslaan.’

‘Niet als hij door ons gevangen wordt genomen,’ mompelde Nynaeve. ‘Niet als ze een val voor hem hebben opgezet. Waarom zit je naar die ring te kijken, Egwene? Tel’aran’rhiod kan ons nu niet helpen. Tenzij je een uitweg voor ons kunt dromen.’

‘Misschien kan ik dat,’ zei ze langzaam, ik kan in Tel’aran’rhiod geleiden. Hun afscherming houdt me daar niet tegen. Ik hoef slechts te slapen, niet te geleiden. En ik ben moe genoeg om in slaap te vallen.’ Elayne fronste en haar gezicht vertrok pijnlijk door de verwondingen, ik wil elke kans aangrijpen, maar hoe kun je in een droom geleiden als je bent afgeschermd van de Ware Bron? En zelfs als het kan, hoe zou dat ons hier kunnen helpen?’

‘Ik weet het niet, Elayne. Dat ik hier in de Steen wordt afgeschermd, houdt niet hetzelfde voor de Wereld der Dromen in. We kunnen het in ieder geval proberen.’

‘Misschien.’ Nynaeve klonk bezorgd, ik wil ook elke kans aangrijpen, maar de laatste keer dat je dat ding hebt gebruikt, heb je Liandrin en de anderen ontmoet. En je zei dat ze jou ook zagen. Wat doe je als dat weer gebeurt?’

‘Ik hoop dat ze er zijn,’ zei Egwene grimmig. ‘Ik hoop het van harte.’ Ze omvatte de ter’angreaal en sloot de ogen. Ze kon voelen hoe Elayne haar haren gladstreek en hoorde haar zachtjes mompelen. Nynaeve begon het slaapliedje zonder woorden uit haar peutertijd te neuriën. Ditmaal voelde ze totaal geen boosheid. De zachte geluiden en strelingen kalmeerden haar, zorgden ervoor dat ze zich aan haar vermoeidheid overgaf en lieten haar in slaap vallen.

Ditmaal droeg ze blauwe zijde, maar veel meer merkte ze niet op. Zachte windvlagen streelden haar gewonde gezicht en lieten de vlinders boven de wilde bloemen dansen. Haar dorst en pijn waren verdwenen. Ze reikte naar de Ware Bron, omhelsde saidar en werd met de Ene Kracht vervuld. Zelfs de triomf die ze hierover voelde, viel in het niet bij de vloed van de Kracht.

Met tegenzin dwong ze zichzelf saidar los te laten, sloot haar ogen en vulde de leegte met een volmaakt beeld van het Hart van de Steen. Afgezien van haar cel was dat het enige plekje in de Steen waarvan ze een beeld kon vormen en hoe moest je het ene onbekende vertrek van het andere onderscheiden? Toen ze haar ogen weer opende, was ze er. Maar ze was niet alleen.

De gestalte van Joiya Byir stond voor Callandor, haar vorm zo onstoffelijk dat het priemende licht van het zwaard door haar heen scheen. De glinsterende lichten in het kristallen zwaard waren verdwenen, maar het gloeide regelmatig op alsof er in het zwaard een licht werd onthuld, dan weer werd afgedekt en vervolgens onthuld. De Zwarte zuster schrok verrast op en keerde zich pijlsnel om naar Egwene. ‘Hoe...? Je bent afgeschermd! Aan je Dromen is een eind gemaakt!’

Voor de vrouw was uitgesproken, reikte Egwene opnieuw naar saidar. Ze weefde de ingewikkelde stroom Geest zoals die tegen haarzelf was gebruikt en sneed Joiya Byir af van de Ware Bron. De ogen van de Duistervriend werden groter; wrede ogen die slecht pasten bij dat mooie, vriendelijke gezicht, maar Egwene weefde reeds Lucht. De gestalte van de andere vrouw leek een mist, maar de banden hielden het. Het leek Egwene of het helemaal geen inspanning kostte om beide stromen te onderhouden. Het zweet glansde op Joiya Byirs voorhoofd toen Egwene dichterbij kwam.

‘Je hebt een ter’angreaal!’ Het gezicht van de vrouw straalde vrees uit, maar haar stem vocht om dat te verbergen. ‘Dat moet het zijn. Een ter’angreaal die ons is ontgaan en die geen geleiding nodig heeft. Denk je dat dit iets zal helpen, meisje? Wat je hier ook doet, het heeft geen invloed op wat er in de echte wereld gebeurt. Tel’aran’rhiod is een droom! Als ik wakker word, kom ik zelf je ter’angreaal afpakken. Wees voorzichtig met wat je doet, dan heb ik minder reden om boos te zijn wanneer ik naar je cel kom.’

Egwene glimlachte. ‘Weet je zeker dat je weer wakker zult worden, Duistervriend? Als jouw ter’angreaal geleiding nodig heeft, waarom ben je dan niet meteen wakker geworden toen ik je afschermde? Misschien kun je niet eens wakker worden zolang ik je hier afscherm.’ Haar glimlach verdween; de inspanning om tegen deze vrouw te glimlachen was meer dan ze kon opbrengen. ‘Een vrouw heeft me een keer een litteken laten zien dat ze in Tel’aran’rhiod had opgelopen, Duistervriend. Wat hier gebeurt, is wél echt bij het ontwaken.’ Het zweet liep nu tappelings van het gladde, leeftijdloze gezicht van de Zwarte zuster. Egwene vroeg zich af of Joiya nu dacht dat ze zou sterven. Ze wilde bijna dat ze er wreed genoeg voor was. De meeste onzichtbare slagen waren van deze vrouw gekomen, als een roffel van harde vuisten, en dat enkel omdat ze had geprobeerd weg te kruipen, om geen andere reden dan haar weigering het op te geven. ‘Een vrouw die zo’n afranseling kan geven,’ zei ze, ‘zal geen bezwaar hebben tegen een milder pak slaag.’ Snel weefde ze een nieuwe stroom Lucht. De donkere ogen van Joiya Byir puilden bijna uit van ongeloof toen de eerste klap haar zij trof. Egwene zag hoe ze het weefsel kon aanpassen zodat ze het niet in stand hoefde te houden. ‘Je mag hieraan blijven denken en het voelen wanneer je wakker wordt. Als ik je toesta wakker te worden. Denk daar ook maar aan. Als je ooit weer probeert mij te slaan, keer ik terug om je de rest van je leven hier achter te laten.’ De ogen van de Zwarte zuster staarden haar vol haat aan, maar er schemerden ook tranen door.

1 ... 165 166 167 168 169 170 171 172 173 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)