Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 143 144 145 146 147 148 149 150 151 ... 203
Перейти на страницу:

‘Ik denk dat we het op dezelfde manier doen,’ mompelde hij, en toen Mart begon te lachen voegde hij eraan toe: ‘Kun jij iets opnoemen – wat je vader heeft gedaan en wat je moeder echt niet wilde?’ Mart wilde hier al grijnzend iets op terugzeggen, maar kneep toen nadenkend zijn ogen half dicht en zei verder niets meer. Juin kwam de trap af en zei: ‘Willen jullie alsjeblieft allemaal meekomen? De Ouderen willen jullie zien.’ Hij keek niet naar Loial, die bijna zijn boek liet vallen.

‘Als de Ouderen proberen je hier te houden,’ zei Rhand, ‘zullen we zeggen dat we je op reis nodig hebben.’

‘Ik wed dat het helemaal niet over jou gaat,’ zei Mart. ‘Ik wed dat ze ons enkel zullen vertellen dat we de saidinpoort mogen gebruiken.’ Hij vermande zichzelf en zijn stem klonk zelfs nog zachter. ‘We moeten echt, hè.’ Het was geen vraag.

‘Hier blijven en trouwen of over de saidinwegen trekken.’ Loial grijnsde zielig. ‘Het leven is heel onrustig als je ta’verenvrienden hebt.’

36

Bij de Ouderen

Terwijl Juin hen voor ging door de Ogierstad, zag Rhand dat Loial steeds bezorgder werd. Loials oren stonden even stijf en strak als zijn rug, zijn ogen werden telkens groter als hij merkte dat er weer een Ogier naar hem keek. Vooral als het een Ogiervrouw was en velen hadden inderdaad belangstelling voor hem. Loial trok een gezicht of hij naar zijn eigen terechtstelling liep.

Juin, de baardige Ogier, wees naar de brede treden die omlaag liepen naar een met gras begroeide heuvel die veel groter was dan alle andere. Het was meer dan een heuvel, bijna aan de voet van een van de Grote Bomen.

‘Waarom wacht je niet buiten, Loial?’ zei Rhand. ‘De Ouderen...’ begon Juin

‘... willen waarschijnlijk alleen ons spreken,’ maakte Rhand zijn zin af.

‘Waarom laten ze hem niet met rust?’ opperde Mart. Loial knikte hevig. ‘Ja. Ja, ik denk...’ Vele Ogiervrouwen, vanaf witharige grootmoeders tot meisjes van Eriths leeftijd, keken naar hem. Ze stonden in groepjes met elkaar te praten en hielden hem nauwlettend in het oog. Zijn oren wipten op en neer; hij wierp een blik op de brede deur onder aan de stenen treden en knikte opnieuw. ‘Ja, ik blijf hier wel buiten zitten lezen. Dat doe ik. Ik lees nog wat.’ Hij voelde in zijn jaszak en trok een boek te voorschijn, waarna hij het zich gemakkelijk maakte op de helling naast de treden. Het boek was klein in zijn grote handen en Loial hield de ogen strak op de bladzijden gericht, ik blijf hier gewoon zitten lezen tot we weer vertrekken.’ Zijn oren bewogen alsof hij de ogen van de vrouwen kon voelen.

Juin schudde zijn hoofd, haalde toen zijn schouders op en gebaarde uitnodigend naar de trap. ‘Als het u belieft? De Ouderen wachten.’

Het enorme vensterloze vertrek in de heuvel was afgestemd op de lengte van een Ogier, met een vier stap hoge zoldering van dikke balken. De ruimte had wat grootte betrof in elk paleis kunnen passen. De zeven Ogier die tegenover de deur op een verhoging zaten, maakten de ruimte door hun lengte wat kleiner, maar Rhand had nog steeds het gevoel dat hij in een grot stond. De donkere vloerstenen waren glad, groot en onregelmatig van vorm, maar de grijze muren hadden de ruwe buitenkant van een berg kunnen zijn. De zoldering was wel ruw gevormd, maar de balken gaven de indruk van enorme boomwortels.

Afgezien van een stoel met een hoge rugleuning waarin Verin Sedai tegenover de verhoging zat, waren er geen andere meubels dan de zware met boomranken versierde stoelen van de Ouderen. De middelste Ogiervrouw op de verhoging zat in een stoel die wat hoger stond dan de andere. Links van haar zaten drie mannen met baarden in lange, uitwaaierende jassen en rechts van haar drie vrouwen in dezelfde kleding als de hare, met van hals tot zoom geborduurde klimopplanten en bloemen. Allen hadden een bejaard uiterlijk en zuiver wit haar, tot en met de haartoefjes op hun oren. Ze straalden een indrukwekkende waardigheid uit.

Hurin stond hen openlijk aan te gapen en Rhand had dezelfde neiging. Zelfs Verin toonde niet de wijsheid die in de enorme ogen van de Ouderen lag, koningin Morgase met haar kroon niet het gezag van deze zeven en Moiraines rust was onvergelijkbaar met hun kalme ingetogenheid. Ingtar boog als eerste; zo vormelijk had Rhand hem nog nooit eerder zien buigen. De anderen bleven nog als vastgeworteld aan de grond staan.

‘Ik ben Alar,’ zei de Ogiervrouw op de hoogste stoel, toen ze zich eindelijk naast Verin hadden opgesteld. ‘Oudste van de Ouderen van stedding Tsofu. Verin heeft ons verteld dat jullie de saidinpoort hier nodig hebben. De Hoorn van Valere in handen van Duistervrienden betekent inderdaad een grote nood, maar wij hebben al ruim honderd jaren niemand meer toegelaten op de saidinwegen. Wij niet, en de Ouderen van de andere steddings evenmin.’ ik moet de Hoorn vinden,’ zei Ingtar boos. ‘Dat moet ik. Als u ons niet toestaat de saidinpoort te gebruiken...’ Hij zweeg toen Verin hem aankeek, maar de donkere blik bleef op zijn gezicht liggen. Alar glimlachte. ‘Wees niet zo haastig, Shienaraan. Jullie mensen nemen nooit de tijd om na te denken. Alleen beslissingen die in kalmte worden genomen, kunnen zeker zijn.’ Haar glimlach vervaagde tot ernst, maar haar stem behield de afgemeten kalmte. ‘De gevaren van de wegen kunnen niet met een zwaard in de hand worden bestreden, zoals aanvallende Aielstammen of plunderende Trolloks. Ik dien jullie te vertellen dat je door het betreden van de wegen niet alleen het gevaar loopt om te sterven en waanzinnig te worden, maar misschien zelfs om je ziel te verliezen.’

‘Wij hebben al eerder met Machin Shin te maken gehad,’ zei Rhand en Mart en Perijn vielen hem bij. Het klonk niet of ze dat graag nog eens wilden meemaken.

‘Ik zal de Hoorn volgen, zelfs al moet ik zo nodig alleen naar Shayol Ghul,’ zei Ingtar vastbesloten. Hurin knikte slechts, alsof hij zich bij Ingtars woorden aansloot.

‘Haal Traval,’ beval Alar, en Juin, die bij de deur was blijven staan, liep na een buiging weg. ‘Het is niet voldoende,’ zei ze tegen Verin, ‘om te horen wat er kan gebeuren. Je moet het zien, je moet er tor in het diepst van je hart bewust van zijn.’

Er hing een ongemakkelijke stilte tot Juin terugkwam. De mensen voelden zich zelfs nog minder op hun gemak toen ze achter Juin de twee vrouwen zagen die een Ogier met een donkere baard hielpen. Hij wankelde tussen hen in, alsof hij niet goed wist hoe zijn benen werkten. Zijn gezicht stond slap, vertoonde geen enkele uitdrukking en zijn grote ogen stonden leeg en knipperden niet, staarden niet, keken niet en leken niets te zien. Een van de vrouwen veegde zorgzaam wat kwijl uit zijn mondhoek. Ze trokken aan zijn armen om hem stil te laten staan. Zijn voet ging naar voren, aarzelde en viel toen met een doffe bons weer terug. Hij leek even tevreden met staan als met lopen, of op z’n minst leek hij er even weinig om te geven. ‘Trayal was een van de laatsten die de wegen is opgegaan,’ zei Alar zachtjes. ‘Hij kwam er weer uit zoals jullie hem nu zien. Wil je hem aanraken, Verin?’

Verin keek haar lang aan, stond toen op en ging naar Trayal toe. Hij bewoog niet toen ze haar handen op zijn brede borst legde. Hij knipperde zelfs niet eens met zijn ogen om te tonen dat hij haar handen voelde. De Aes Sedai liet een sissend geluid horen, trok zich terug, staarde Trayal aan en wendde zich toen snel tot de Ouderen. ‘Hij is... leeg. Dit lichaam leeft, maar er zit niets in. Niets.’ Alle Ouderen zagen er ondraaglijk bedroefd uit.

‘Niets,’ zei een van de Ouderen rechts van Alar. Haar ogen leken alle pijn te bevatten die Trayal niet meer kon uiten. ‘Geen ziel, niets meer. Van Trayal is niets meer over, alleen zijn lichaam.’

‘Hij was zo’n goede Boomzanger,’ zuchtte een van de mannen. Alar wenkte en de twee vrouwen draaiden Trayal om, zodat ze hem naar buiten konden leiden. Ze moesten aan hem trekken voor hij zijn benen begon te verplaatsen.

‘We kennen het gevaar,’ zei Verin. ‘Maar hoe groot het ook is, we moeten de Hoorn van Valere volgen.’

1 ... 143 144 145 146 147 148 149 150 151 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)