Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Grote Jacht
De Grote Jacht - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Grote Jacht

Электронная книга - «De Grote Jacht». Краткое содержание книги:

De Grote Jacht
1 ... 140 141 142 143 144 145 146 147 148 ... 203
Перейти на страницу:

‘Natuurlijk, Erith,’ zei Verin. ‘Ingtar, wil je daarvoor zorgen?’ Ingtar gaf Uno enkele bevelen, waarna hij en Hurin de enige Shienaranen waren die Erith dieper de stedding in volgden. Terwijl Rhand net als de anderen zijn paard verder leidde, keek hij op toen Loial naar hem toe kwam. De Ogier keek telkens schichtig naar Erith, die met Verin en Ingtar vooropliep. Hurin liep tussen hem en de Aes Sedai in en staarde verwonderd rond, al begreep Rhand niet echt waar hij nou eigenlijk naar keek. Loial boog zich naar hem toe en zei zachtjes: ‘Is ze niet mooi, Rhand? En haar stem zingt!’ Mart stikte van het lachen, maar toen Loial hem onderzoekend aankeek, zei hij: ‘Heel knap, Loial. Wat te groot naar mijn smaak, begrijp je, maar heel knap, echt waar.’

Loial fronste onzeker, maar knikte toen. ‘Ja, dat is ze.’ Hij keek opgelucht. ‘Een heerlijk gevoel weer terug te zijn in een stedding. Niet dat het Smachten me in zijn greep kreeg, dat moet je wel begrijpen.’

‘Het smachten?’ vroeg Perijn. ‘Ik begrijp je niet, Loial.’

‘Wij, Ogier, zijn aan de stedding gebonden, Perijn. Men zegt dat wij vóór het Breken van de Wereld konden gaan en staan waar we wilden, zolang als we wilden, net als jullie mensen, maar met het Breken is dat veranderd. Net als elk ander volk werden de Ogier verspreid en ze konden geen enkele stedding terugvinden. Alles was verplaatst, alles was veranderd. Bergen, rivieren, zelfs de zeeën.’

‘Dat weet iedereen van het Breken,’ zei Mart ongeduldig. ‘Maar wat heeft dat te maken met dat... dat smachten?’

‘Tijdens de Ballingschap, toen we verloren ronddwaalden, overviel het Smachten ons voor het eerst. Het verlangen om nog eenmaal onze stedding te kennen, nog eenmaal ons weer thuis te weten. Velen zijn eraan gestorven.’ Loial schudde bedroefd het hoofd. ‘Er waren meer overledenen dan overlevenden. Toen we ten slotte in de tijd van het Covenant van de Tien Naties de steddings weer terugvonden, een voor een, leek het of we het Smachten hadden overwonnen. Het had ons echter veranderd, zich in ons uitgezaaid. Als een Ogier nu te lang Buiten is, komt het Smachten weer terug. Hij wordt zwakker en zwakker en gaat dood als hij niet terugkeert.’

‘Moet je dan een tijdje hier blijven?’ vroeg Rhand bezorgd. ‘Het is niet nodig dat je jezelf doodt door met ons mee te komen.’

‘Ik zal het weten wanneer het komt,’ lachte Loial. ‘Het duurt lang voor het zo sterk is dat het mij kwaad doet. Hoor eens, Dalar heeft tien jaar bij het Zeevolk doorgebracht zonder ooit een stedding te zien en zij is veilig naar huis teruggekeerd.’

Tussen de bomen verscheen een Ogiervrouw die even met Erith en Verin bleef praten. Ze bekeek Ingtar van top tot teen en leek hem verder te negeren, waardoor hij verbaasd met z’n ogen knipperde. Haar ogen gleden langs Loial en schoten langs Hurin en de Emondsvelders voor ze weer in het woud verdween. Loial leek zich achter zijn paard te verstoppen. Na een behoedzame blik over zijn zadel zei hij: ‘Bovendien is het leven in een stedding saai vergeleken met een reis in het gezelschap van drie ta’veren.’

‘Als je weer gaat beginnen,’ mopperde Mart en Loial verbeterde zich haastig: ‘Van drie vrienden. Ik hoop dat jullie mijn vrienden zijn.’

‘Dat ben ik,’ zei Rhand gewoon en Perijn knikte. Mart lachte. ‘Hoe kan ik geen vriend zijn van iemand die zo slecht dobbelt?’ Hij stak zijn handen op toen Rhand en Perijn hem aankeken. ‘O, laat maar. Ik mag je, Loial. Je bent mijn vriend. Maar je moet niet blijven zeuren over... Ach! Soms is het even erg om bij jou te zijn als bij Rhand.’ Zijn woorden verstierven mompelend. ‘Hier in een stedding zijn we tenminste veilig.’

Rhand maakte een grimas. Hij wist wat Mart bedoelde. Hier in een stedding, waar ik niet kan geleiden.

Perijn gaf Mart een stomp tegen zijn schouder, maar toonde zijn berouw toen Mart hem met zijn uitgemergelde gezicht pijnlijk aankeek. Het eerst viel Rhand de muziek op; onzichtbare fluiten en vedels speelden een vrolijk wijsje dat door de bomen klonk en lage stemmen zongen en lachten.

Ruim het veld, maak het vlak Laat geen stoppel of onkruid staan Hier zwoegen wij, hier sloven wij, hier zullen hemelhoge bomen staan.

Bijna tegelijk besefte hij dat de enorme schaduw die hij tussen de bomen zag, zelf een boom was, met een gegroefde, torenhoge stam die een omvang had van wel twintig pas. Met open mond gleden zijn ogen omhoog door het lover van het woud, omhoog tot waar de boom zich op ruim honderd pas hoog als een reusachtige paddestoel vertakte. En daarachter stonden nog grotere bomen. ‘Bloedvuur,’ hijgde Mart. ‘Met een daarvan kun je wel tien huizen bouwen. Vijftig huizen.’

‘Een Grote Boom omhakken?’ Loial vond het schandalig en was buitengewoon boos. Zijn oren stonden strak en stijf omhoog en zijn lange wenkbrauwen hingen tot op zijn wangen. ‘Wij hakken nooit een van de Grote Bomen om. Tenzij hij doodgaat, en dat doen ze bijna nooit. Er zijn er maar weinig die het Breken hebben overleefd, maar sommige van de grootste waren in de Eeuw der Legenden jonge twijgen.’

‘Het spijt me,’ zei Mart. ‘Ik wilde alleen maar zeggen dat ze zo groot zijn. Ik zal jouw bomen niks doen.’ Loial knikte, blijkbaar tevreden gesteld.

Ze zagen nu meer Ogier tussen de bomen lopen. De meesten leken alleen maar aandacht te hebben voor de dingen waar ze mee bezig waren. Allen keken echter naar de nieuwkomers en schonken hun zelfs een vriendelijk knikje of een kleine buiging, maar niemand bleef staan of zei iets. Ze bewogen zich op een vreemde manier; op de een of andere wijze mengde een behoedzame bedachtzaamheid zich met een bijna kinderlijk zorgeloos plezier. Ze kenden zichzelf, hielden van wie ze waren, hielden van deze plaats en leken in vrede met zichzelf en met alles om hen heen te leven. Rhand merkte dat hij ze benijdde.

De Ogiermannen waren bijna allemaal net zo lang als Loial, maar de oudere mannen waren gemakkelijk te herkennen. Zonder uitzondering hadden zij snorren die even lang waren als hun afhangende wenkbrauwen en ringbaarden. Alle jongeren waren net als Loial gladgeschoren. Vele mannen liepen rond in hemdsmouwen en hadden schoppen, houwelen of zagen en emmers aarde bij zich. De anderen droegen eenvoudige jassen die tot de hals toe waren dichtgeknoopt en als een korte rok om hun knieën fladderden. De vrouwen leken een voorkeur te hebben voor geborduurde bloemen en vele droegen ook bloemen in het haar. De jongere vrouwen hadden alleen borduursel op hun mantel, maar de oudere vrouwen hadden ook borduurwerk op hun gewaden, terwijl de kleding van sommige vrouwen met grijs haar van hals tot zoom bloemen en ranken vertoonde. Een handvol Ogier, voor het grootste deel vrouwen en meisjes, leek bijzonder veel aandacht voor Loial te hebben. Die keek strak voor zich uit, en naarmate ze verder liepen, spitsten zijn oren zich steeds vaker.

Geschrokken zag Rhand een Ogier schijnbaar uit de grond oprijzen, uit een van de grasheuvels met wilde bloemen die hier overal tussen de bomen verspreid lagen. Toen zag hij vensters in de heuvels en een Ogiervrouw die achter een van de ramen blijkbaar een deegbodem aan het uitrollen was en hij besefte dat hier de Ogierhuizen stonden. De kozijnen waren van steen, maar ze vertoonden niet slechts natuurlijke vormen, ze leken ook gedurende vele geslachten door wind en water gevormd te zijn.

1 ... 140 141 142 143 144 145 146 147 148 ... 203
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)