Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 139 140 141 142 143 144 145 146 147 ... 217
Перейти на страницу:

Morgase draaide zich langzaam om. ‘Ik dacht aan Elayne.’ Volgens haar had de oude oppas niet dichtbij genoeg gestaan om te horen wat eigenlijk niemand hoefde te horen.

Maar Lini’s ogen werden groot en haar adem stokte. ‘Ga van dat raam weg!’ snauwde ze, en ze paste haar handelwijze bij haar woorden aan door Morgases arm te grijpen en haar letterlijk van het raam weg te sleuren.

‘Lini, je vergeet jezelf! Het is jaren geleden dat je mijn kinderverzorgster was... !’ Morgase haalde diep adem en ging zachter praten. Het was niet makkelijk om in die angstige ogen te kijken; Lini was niet voor zoveel dingen bang. ‘Wat ik doe is het beste, geloof me,’ zei ze rustig. ‘Er is geen andere manier...’

‘Geen andere manier?’ onderbrak Breane haar boos, haar rok zo stevig vastpakkend dat haar handen trilden. Ze wilde die zichtbaar liever om Morgases keel leggen. ‘Wat voor dwaasheid sta je nu weer te spuien? Wat als die Seanchanen denken dat wij jou gedood hebben?’ Morgase kneep haar lippen op elkaar; was ze zó doorzichtig geworden?

‘Hou je mond, vrouw!’ Lini werd nooit boos, en schreeuwde nimmer, maar nu deed ze het allebei. Haar ingevallen wangen werden rood en ze hief haar magere hand. ‘Je houdt je mond dicht of ik sla je nog gekker dan je al bent!’

‘Sla háár dan, als je iemand wilt slaan!’ schreeuwde Breane zo fel dat het speeksel rondvloog. ‘Koningin Morgase! Zij zal jou, mij en mijn Langwin nog aan de galg brengen! Tegelijk met die mooie Tallanvor van haar, omdat ze nog niet de moed van een múis bezit!’

De deur ging open en Tallanvor kwam binnen, en alles verstilde en verstarde opeens. In zijn aanwezigheid zou niemand gaan schreeuwen. Lini deed alsof ze Morgases mouw bekeek om te zien of die gemaakt moest worden, terwijl baas Gil en Langwin Tallanvor volgden. Breane zette een verblindende glimlach op en streek haar rok glad. Uiteraard merkten de mannen niets.

Morgase merkte een heleboel op. Om maar iets te noemen: Tallanvor had een zwaard omgegespt, evenals baas Gil, en zelfs Langwin, al had die een kort zwaard. Ze had altijd het gevoel gehad dat hij beter met zijn vuisten overweg kon dan met een wapen. Voor ze ernaar kon vragen, sloot een mager mannetje, dat als laatste binnenkwam, de deur zorgvuldig achter zich.

‘Majesteit,’ zei Sebban Balwer, ‘vergeef mij deze inbreuk.’ Zelfs zijn buiging en zijn glimlach leken droog en precies, maar zijn ogen flitsten van haar naar de andere vrouwen. Wellicht hadden de andere mannen niets van de stemming in de kamer opgevangen, maar Pedron Nials vroegere schrijver had dat zeker wel gedaan.

‘Het verbaast me u te zien, meester Balwer,’ zei ze. ‘Ik heb vernomen dat er onenigheid met Emon Valda was.’ Ze had Valda horen zeggen dat hij Balwer over de muur van de Burcht zou schoppen zodra hij hem terugzag. Balwers glimlach werd zuiniger; hij wist wat Valda gezegd had.

‘Hij heeft een plan om ons hier allemaal uit te halen,’ onderbrak Tallanvor haar. ‘Vandaag. Nu.’ Hij keek haar aan, maar niet als een onderdaan. ‘Wij nemen zijn aanbod aan.’

‘Hoe?’ zei ze langzaam, en ze dwong zich rechtop te blijven staan. Welke hulp kon dit drukdoenerige onderdeurtje bieden? Ontsnappen. Ze wilde dolgraag gaan zitten, maar zou dat niet doen, niet terwijl Tallanvor zo naar haar keek. Ze was uiteraard zijn koningin niet meer, maar dat wist hij niet. Er kwam nog een vraag bij haar op. ‘Waarom? Meester Balwer, ik zal geen enkel eerlijk aanbod voor hulp afslaan, maar waarom zou u dat gevaar willen lopen? Als ze erachter komen, zullen die Seanchanen maken dat u het betreurt.’

‘Ik had mijn plannen al vóór hun komst klaar,’ zei hij voorzichtig. ‘Het leek... onvoorzichtig... om de koningin van Andor in Valda’s handen te laten. Beschouw het als mijn manier om hem terug te betalen. Ik weet dat ik er onaanzienlijk uitzie, majesteit...’ – hij verborg een verontschuldigend kuchje achter zijn hand – ‘... maar het plan is goed. Deze Seanchanen maken het er in feite gemakkelijker op; anders was ik pas over enkele dagen klaar geweest. Ze staan de mensen in een zojuist veroverde stad onvoorstelbaar veel vrijheid toe, indien ze bereid zijn de Eed af te leggen. Nog geen uur na zonsopgang heb ik een pas verkregen waarmee ikzelf en nog tien anderen die de Eed hebben afgelegd, uit Amador kunnen vertrekken. Ze denken dat ik in het oosten wijn en karren om die te vervoeren, wil kopen.’

‘Het moet een val zijn.’ De woorden smaakten bitter. Beter het raam dan een valstrik. ‘Ze zullen niet toestaan dat jij vóór hen het nieuws over hun eigen leger verspreidt.’

Balwer keek haar schuins aan, wreef zich in de handen en hield er ineens mee op. ‘Om u de waarheid te zeggen, majesteit, ik heb dat overwogen. De krijgsman die mij de pas gaf, zei dat het niet uitmaakte. Zijn eigen woorden: “Vertel maar aan iedereen wat je gezien hebt, en laat ze weten dat ze niet tegen ons kunnen standhouden. Jullie landen zullen het trouwens snel genoeg merken.” Ik heb gezien hoe verschillende kooplieden deze morgen de Eed aflegden en met hun wagens vertrokken.’

Tallanvor kwam dicht bij haar staan. Te dichtbij. Ze kon zijn adem bijna voelen. Ze voelde zijn ogen. ‘We nemen zijn aanbod aan,’ zei hij alleen voor haar oren. ‘Zelfs als ik je moet vastbinden en knevelen. Ik geloof dat hij een uitweg kan vinden. Hij lijkt een vindingrijk mannetje te zijn.’

Ze keek hem recht in de ogen. Het raam, of... een kans. Als Tallanvor zijn mond had gehouden, had ze veel gemakkelijker kunnen toestemmen. ‘Ik aanvaard het met dank, meester Balwer,’ zei ze desondanks. Ze stapte opzij alsof ze Balwer goed wilde aankijken zonder om Tallanvor heen te moeten gluren. Het was altijd verontrustend vlak naast hem te staan. Hij was te jong. ‘Wat doen we eerst? Ik betwijfel of de deurwachten jouw pas voor ons zullen aannemen.’

Balwer boog zijn hoofd, als om haar vooruitziende blik te erkennen. ‘Ik vrees dat zij een ongelukje moeten krijgen, majesteit.’ Tallanvor trok zijn dolk uit de schede en Langwin boog en strekte zijn handen zoals de lopar zijn klauwen.

Ze kon niet geloven dat het zo gemakkelijk zou gaan, zelfs nadat ze wat draagbare zaken hadden ingepakt en de twee Taraboners onder haar bed hadden gepropt. Bij de hoofdpoort, waar ze haar linnen stofmantel nogal moeizaam vast moest houden vanwege de bundel op haar rug, boog ze met de handen op haar knieën, zoals Balwer had voorgedaan, terwijl hij de poortwacht vertelde dat zij allen hadden gezworen om te gehoorzamen, te wachten en te dienen. Ze dacht alleen aan hoe ze ervoor kon zorgen niet levend gevangen te worden. Pas toen ze echt uit Amador wegreden op de paarden die Balwer ergens had klaarstaan, en ze de laatste stadswachten achter zich lieten, begon ze het te geloven. Balwer zou waarschijnlijk op een dikke beloning rekenen voor het redden van de koningin van Andor. Ze had niemand verteld dat ze dat niet meer was, en dat het niet meer ongedaan kon worden gemaakt; ze wist dat ze de woorden had uitgesproken, en niemand anders behoefde het te weten. Het had geen zin er spijt van te hebben. Nu zou ze ontdekken wat voor leven ze zonder troon kon leiden. Een leven, ver van een man die veel te jong was en haar te zeer verontrustte.

‘Waarom glimlach je zo droevig?’ vroeg Lini, haar schrale, bruine merrie intomend. Het dier zag er haveloos uit. Morgases vos was niet veel beter; geen van de paarden was dat. De Seanchanen waren dan bereid geweest om Balwer met zijn pas te laten vertrekken, maar niet met behoorlijke paarden.

‘Er is nog een lange weg te gaan,’ zei Morgase. Ze spoorde haar merrie aan tot iets wat op een drafje leek, Tallanvor volgend.

27

Alleen zijn

Perijn schoof de schacht van zijn bijl in de riemlus en pakte de ongespannen voetboog uit de hoek, slingerde de zadeltassen over zijn schouder en verliet zonder om te kijken de vertrekken die hij met Faile had gedeeld. Ze waren hier gelukkig geweest. Meestal. Hij verwachtte niet er ooit nog terug te keren. Soms vroeg hij zich af of een gelukkige plek voor hem en Faile betekende dat hij er nooit meer zou terugkomen. Hij hoopte van niet.

1 ... 139 140 141 142 143 144 145 146 147 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)