De Cock en de zorgvuldige moordenaar
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #9
- Год: 2003
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0155-4
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de zorgvuldige moordenaar». Краткое содержание книги:
In een van de zijvleugels van het huis ontdekte hij een kleine werkkamer met tegen de wand een antiek kabinetje. Het was niet gesloten. Op het groene vilt lagen papieren rommelig opeen. Enkele laden stonden op de vloer. Kennelijk had iemand in haast iets gezocht.
Ineens zag hij dat in een raam van het vertrek de ruit ontbrak. Het viel bijna niet op. Toen hij dichterbij kwam, zag hij dat het glas vrijwel geheel was weggenomen. Alleen staken hier en daar nog splintertjes in de sponningen. De opening was, ruw geschat, vijftig bij tachtig centimeter, groot genoeg om zelfs een wat zwaargebouwde man doortocht te verlenen. Voorzichtig, zonder te steunen, stak de jonge rechercheur zijn hoofd door het raam. Buiten op het grind lagen glasscherven.
Hij liep naar de hal. ‘Je hebt gelijk,’ riep hij onder aan de trap. ‘Er zijn sporen van braak.’
Er kwam geen antwoord. Vledder stormde de trap op. Hij vond De Cock in de slaapkamer van de dode vrouw. Hij zat op een soort poef aan de toilettafel. De inhoud van het medicijnkastje lag wat rommelig voor hem uitgestald. Zwijgend wees hij naar een reeks ampullen.
Vledder bekeek ze aandachtig. ‘Insuline.’
De Cock knikte. ‘En de oude mevrouw Van der Wheere was geen diabetica.’
‘Wat was ze niet?’
‘Diabetica,’ herhaalde De Cock geduldig. ‘Ze leed niet aan suikerziekte.’
In de sombere studeerkamer van villa Jolanda leunde De Cock met zijn rug tegen een wand met boeken. Schuin boven hem, in het slaapvertrek van de oude dame, werkten de dactyloscopen en de fotograaf onder het toeziend oog van Vledder hun macaber program af. Schuin voor hem in een zwartleren fauteuil zat Jerome. Het leek De Cock of hij de man voor de eerste keer zag. Bij hun vorige ontmoeting, in de kamer van de commissaris, had de moeder gedomineerd. Zij had alle aandacht op zich gevestigd. Nu pas ontdekte De Cock de brede kin, de scherpe lijnen rond de mond, de wijde neusvleugels, de waakzame blik in de hardblauwe ogen.
‘U heeft mij nogal abrupt met de dood van moeder geconfronteerd.’ De stem van Jerome klonk verwijtend, bitter. ‘Als dit een vorm van tactiek is, dan moet ik u zeggen dat het mijn bewondering niet heeft. Ik had toch wel verwacht dat u mij enigszins had voorbereid.’
De Cock keek hem strak aan. ‘Het spijt me,’ sprak hij verontschuldigend. ‘Ik vermoedde niet dat het u nog zou schokken.’
De ogen van Jerome vernauwden zich. ‘Een dwaze veronderstelling. Vindt u zelf niet? Zij is mijn moeder.’
De Cock knikte vaag. ‘Een opmerkelijke vrouw. Bewonderenswaardig. U had haar dood dus niet verwacht?’
Jerome maakte een wild gebaar. ‘Waar zinspeelt u op,’ riep hij kriegel. ‘Natuurlijk had ik haar dood niet verwacht. Niet zo plotseling, bedoel ik. Moeder mankeerde niets. Ze was een krasse vrouw. Nog volkomen helder van geest.’
De Cock zuchtte diep. ‘Dat zal het zijn geweest,’ zei hij peinzend. ‘Ik begrijp u niet.’
De Cock trok rimpels in zijn voorhoofd. ‘Haar helderheid van geest,’ legde hij uit. ‘Ik had de stellige indruk dat zij precies wist wie Juliette had vermoord… en waarom.’
Jerome produceerde een dwaas lachje. ‘Dan had ze het vanmorgen toch gezegd. Aan u, aan mij of aan de commissaris.’
De Cock wreef met zijn hand over zijn breed gezicht. ‘Uw moeder,’ sprak hij traag, ‘was een verstandige vrouw. Ik denk dat ze geen loze beschuldigingen heeft willen uiten. Dat ze zekerheid wilde. En dat aan die zekerheid nog iets ontbrak.’
Jerome keek op. ‘Ontbrak?’ In zijn stem klonk verbazing.
De Cock knikte. ‘Een facetje, een aanwijzing, althans iets dat zij als bewijs naar voren had willen brengen.’
‘U bedoelt een ontbrekende schakel, die zij voor vanavond acht uur dacht te vinden.’
De Cock plooide zijn lippen tot een grijns. ‘Heel goed,’ sprak hij oprecht bewonderend. ‘En de moordenaar was er zo van overtuigd dat zij die schakel zou vinden, dat hij het risico niet nam haar tot acht uur in leven te laten.’
Hij kwam van de boekenwand vandaan en liet zich tegenover Jerome in een fauteuil zakken. Hij keek naar de man voor zich. Zijn scherpe blik registreerde iedere nuance, elke verandering van expressie. ‘U wist,’ sprak hij beschuldigend, ‘dat uw moeder om acht uur vanavond een afspraak met ons had.’
Jerome keek onbewogen terug. ‘Ik wist het,’ antwoordde hij gelaten. ‘Ik was er immers bij, toen zij die afspraak met u maakte. Het lijkt mij zinloos dat te ontkennen.’ Hij pauzeerde even, bracht beide handen naar voren, de vingertoppen rustend tegen elkaar. ‘Ik zal u eens wat zeggen, rechercheur. Er is niemand die de dood van mijn moeder zozeer betreurt, als ik. Ze was mijn steun, mijn raadsvrouwe, zoals ze altijd de steun en raadsvrouwe van mijn vader is geweest. Gelooft u mij, de C.I.H. is groot geworden door haar. Zij was vaders stimulans. Het brein achter zijn grote daden. Toen de oude man stierf, veranderde er in feite niets. Ik volgde hem op… nam zijn marionettenrol in de onderneming over. Dat klinkt misschien wat cynisch, maar zo is het niet bedoeld. Moeder had nu eenmaal een feilloos instinct voor zaken doen. Zij kon elke movement, elke schommeling in de markt haarscherp analyseren. Het zou dwaas zijn geweest haar adviezen in de wind te slaan.’
‘Had ze vijanden?’
Er gleed een schaduw over het gezicht van Jerome. ‘In de boezem van de C.I.H. was de rol van moeder genoegzaam bekend. Er zijn spotprentjes van haar in omloop, waarin ze werd voorgesteld als een leeuwentemster, die het de oude Henri alleen maar toestond zo nu en dan te brullen. Ik wil maar zeggen… niet allen droegen haar een goed hart toe. Ze heeft carrières gebroken, mannen in hun opmars naar de top gestuit. Ik ken ze, die haar naam met afschuw uitspreken.’ Hij glimlachte, een moede, matte glimlach. ‘U moet beseffen dat zij middels vader alles dirigeerde, beschikte over het lot van de liftboy tot de manager.’
‘Een bijzondere vrouw,’ reageerde De Cock bewonderend.
Jerome knikte. ‘Een bijzondere vrouw,’ herhaalde hij peinzend.
‘U bent de oudste zoon?’
‘Nee… niet ik. Jonathan… Jonathan is de oudste.’
‘Werd hij ook in de zaak opgenomen?’
Het gezicht van Jerome versomberde. ‘Het was de wens van vader dat Jonathan hem opvolgde.’
De Cock keek hem onderzoekend aan. ‘Moeder was ertegen?’
Jerome knikte traag. ‘Hoewel Jonathan als oudste zoon de meeste rechten had, vond ze hem niet geschikt. Jonathan was in haar ogen te onwillig, te wispelturig.’
De Cock keek hem strak aan. ‘Geen marionet.’
Jerome reageerde onmiddellijk. Hij keek fel op. Zijn hardblauwe ogen fl ikkerden boosaardig. Een moment leek het alsof hij zijn zelfbeheersing zou verliezen, maar hij herstelde zich snel. ‘Moeder had weinig contact met Jonathan,’ sprak hij, uiterlijk weer volkomen rustig. ‘Ze begrepen elkaar niet… of wilden elkaar niet begrijpen. Ze waren nog geen paar minuten bij elkaar of ze hadden al verschil van mening. Er was altijd een soort vijandschap.’
De Cock knikte begrijpend. ‘Wist Jonathan dat uw vader hem als opvolger had bestempeld?’
Jerome knikte heftig. ‘Als kind al. Daarover bestond geen twijfel. Vader was in vele opzichten een excentriek man. Het zal u zijn opgevallen dat hij een.grote voorliefde had voor de letter J. Deze villa noemde hij Jolanda, zijn jacht de Julia en zijn kinderen Jonathan, Jerome en Juliette. Vader was erg op zijn oudste zoon gesteld. Jonathan betekent ‘Jahweh geeft’. Vader beschouwde het feit dat zijn eerste kind een zoon was, als een goddelijk teken. Jonathans opvolging in de onderneming was ook het enige punt waarop de oude man nooit heeft willen capituleren.’
De Cock keek hem verbaasd aan. ‘Maar de leiding kwam bij u?’
Jerome streek met zijn hand langs zijn voorhoofd. ‘Inderdaad. Ik werd hoofd van de Chemische Industrie Holland. Feitelijk een onbegrijpelijke zaak. Ook voor mij.’