Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Полицейские детективы » De Cock en de zorgvuldige moordenaar
De Cock en de zorgvuldige moordenaar - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en de zorgvuldige moordenaar

Электронная книга - «De Cock en de zorgvuldige moordenaar». Краткое содержание книги:

Een Amsterdamse rechercheur en zijn assistent komen voor een ingewikkelde zaak te staan wanneer in een slecht verlichte steeg het lijk van een jonge vrouw wordt gevonden.
1 ... 8 9 10 11 12 13 14 15 16 ... 37
Перейти на страницу:

Vledder gebaarde om zich heen. ‘Dat lijkt me nogal simpel. De hele buurt huis voor huis uitkammen.’

De Cock schudde het hoofd. ‘Dat kost dagen, weken. En dan is het nog de vraag of je het vindt.’ Hij bleef staan, kauwde op zijn dikke onderlip. ‘Ik heb een ander voorstel. Ga terug naar de Warmoesstraat.’

‘En dan?’

‘Dan bel je van het bureau je vriend op de Amerikaanse ambassade en vraagt of de niet-tolerante William O. Summerfi eld een zijig type is, die bij voorkeur coltruitjes en suède schoentjes draagt.’

‘En als hij dat niet is?’

‘Dan neem je contact op met André Beerenburgh.’

‘André Beerenburgh?’

De Cock knikte. ‘Ik neem niet aan dat hij iets weet van Juliettes… eh… liefdesnestje in de rosse buurt, maar waarschijnlijk kent hij wel het zijige zwarte gozertje van een jaar of dertig, over wie Rooie Tiny sprak.’ Hij glimlachte breed. ‘André Beerenburgh lijkt mij precies de man om elke vrijer van zijn exvrouw te kennen.’

Vledder knikte strak. ‘Je wilt dus dat vriendje?’

‘Inderdaad.’ De Cock grinnikte. ‘Hopelijk zit hij niet met zijn Libanese schone in Beiroet. Dan zijn we ver van huis.’

Vledder schudde het hoofd. ‘Ik geloof niet dat het Summerfi eld is. Amerikanen zijn in de regel niet zo zijig. Maar ik zal informeren.’ Hij keek steels naar De Cock. ‘En wat ga jij intussen doen?’

De Cock schoof zijn hoedje wat naar voren. De accolades rond zijn mond trilden vrolijk. ‘Op mijn gemak… kijken in de Leidekkerssteeg. Je weet het nooit. Misschien zie ik nu iets, dat ik vannacht niet zag.’

Vledder snoof. ‘Het zal wel Smalle Lowietje worden,’ meesmuilde hij.

De Cock lachte vrijuit. ‘Het is een idee. Als ik het niet meer weet… Smalle Lowietje heeft fl essen vol inspiratie.’ Hij strekte zijn arm, keek op zijn horloge. ‘Een fl uwelen cognacje op dit uur van de dag… niet meer dan één…’ Hij zweeg even, keek wat zorgelijk opzij. ‘Denk erom dat je om acht uur weer present bent.’

‘Acht uur?’

De Cock knikte. ‘Ik was het haast vergeten. We hebben om acht uur een afspraak in een villa aan de Zuidelijke Wandelweg. Samen. Ik mocht niet alleen komen. De oude mevrouw Van der Wheere stond erop, dat ik jou meenam.’

‘Wat een eer. Waar heb ik dat aan te danken?’

De Cock trok een ernstig gezicht. ‘Aan de zekerheid.’

Vledder keek hem verbaasd aan. ‘De zekerheid?’

De Cock knikte. ‘De zekerheid dat haar woorden niet verloren zullen gaan. Ik ben ervan overtuigd dat ze ons iets heel belangrijks heeft te vertellen.’

De Cock stond in de Leidekkerssteeg, wijdbeens, de hand aan zijn brede kin, en dacht na. Hij trachtte zich voor te stellen hoe het was geweest, zeventien, achttien uur geleden, toen de moordenaar hier zijn slachtoffer neerlegde. Het was toen donker. Het enige licht kwam van de oude lantaarnpaal.

Hij overdacht hoe de moordenaar de dode vrouw had vervoerd. De steeg was te smal voor een auto. Hij had haar gedragen. Een andere mogelijkheid was er niet. Vermoedelijk hangend over zijn schouder, het hoofd naar beneden, zijn arm om de verstijfde bovenbenen.

Vanwaar kwam hij? Van de Sint-Jansstraat of van de Voorburgwal? Het was aan beide zijden moeilijk een wagen te parkeren. Maar het was mogelijk. Zonder twijfel. Zeker voor een korte tijd. En de moordenaar had maar een paar seconden nodig gehad.

Ouwe Brammetje, peinsde hij, kwam met zijn accordeon uit het café van Rooie Frits. De oude muzikant liep dus vanaf de Voorburgwal de steeg in om buiten privaten en waterplaatsen datgene te verrichten, waartoe die inrichtingen bestemd zijn.[7] De man die hij gebukt over het lijk zag, verliet de steeg aan de andere kant, vluchtte dus in de richting van de Sint-Jansstraat. Ouwe Brammetje zei de indruk te hebben dat de man eerst in zijn richting wilde komen, maar zich later bedacht.

De Cock plukte aan zijn onderlip. Zou de wagen van de moordenaar aan de Voorburgwal hebben gestaan en vormde de oude muzikant voor hem een plotseling obstakel? Of was er helemaal geen wagen? Maar dan? Zowel de Sint-Jansstraat als de Oudezijds Voorburgwal waren tot in de late avonduren druk bevolkt. In ieder geval te druk om ongezien met een verstard lijk rond te lopen. De Cock veegde met de rug van zijn hand het zweet van zijn voorhoofd. Het was warm in de steeg en het stonk. Van de muren walmde de penetrante geur van urine.

Hij liep een paar maal heen en weer, bekeek de plek waar de dode vrouw had gelegen. Er was niets. Niets dat hem hielp zijn chaotische gedachten te ordenen. Machteloos schopte hij tegen de oude lantaarnpaal. De vieze, enge steeg begon hem te benauwen. De stank, de sfeer werkte op zijn gemoed, knabbelde aan zijn haast onaantastbaar humeur. Hij verlangde naar een bol glas in het koele halfduister van Lowietjes café. Treuzelend, aarzelend liep hij de steeg uit.

Midden op de Voorburgwal bleef hij staan. Een grote vrachtwagen toeterde hem luidruchtig naar de kant. De chauffeur schold hem uit door het open raam van zijn cabine. De scheldwoorden gingen aan De Cock voorbij. Hij had ineens het beeld van de dode vrouw weer voor zijn geest. Zoals zij daar lag in de steeg. Juliette van der Wheere in een bontmantel, in een lange chinchilla bontmantel… op een zwoele zomeravond. Hij grinnikte wat dwaas voor zich uit. Stom, dat hij daaraan niet eerder had gedacht.

De jonge Vledder manoeuvreerde de oude, sputterende politie-Volkswagen bekwaam door de binnenstad van Amsterdam. Bij een stoplicht in de Vijzelstraat keek hij opzij naar De Cock, die lui onderuitgezakt naast hem zat. ‘Het is geen voorkomen,’ mopperde hij.

De Cock keek gestoord op. ‘Wat?’

Vledder sloeg met zijn vuist tegen het portier. ‘Zo’n oud barrel van een wagen,’ riep hij kwaad. ‘Dat is toch geen gezicht. Daar kan je je niet mee vertonen. Ik zie er mij direct al mee in de deftige oprijlaan van villa Jolanda.’

‘Jolanda?’

‘Ja, zo heet de villa van de Van der Wheeres. Ik heb het even nagekeken.’

‘O, en kan je daar met een Volkswagen niet komen?’

‘Het is een aanfl uiting voor de politie.’

De Cock liet zich nog wat verder onderuitzakken. ‘Ik zal de hoofdcommissaris vragen of hij ons bij een volgende gelegenheid een Rolls Royce meegeeft.’

Het klonk spottend, schamper. Vledder trok een verongelijkt gezicht. Toen het licht weer op groen sprong, reed hij mokkend verder.

De Cock begreep best wat zijn jonge collega bezighield. De Amsterdamse politie reed in oude auto’s, was gehuisvest in oude gebouwen en herbergde haar arrestanten in oude afgekeurde cellen. Alleen aan die verschrikkelijke cellen ergerde de oude speurder zich nog. Met het overige had hij zich allang verzoend. Het was altijd zo geweest en het zou wel altijd zo blijven. ‘Was het Summerfi eld?’ vroeg hij zakelijk.

Vledder schudde het hoofd. ‘Onze man in Beiroet is lang, breed en blond. In het kolossale Texas opgetrokken uit corn-flakes en cornedbeef.’

De Cock lachte om de omschrijving. ‘En wat zei vriend André?’

‘Niet veel. Hij had er nogal wat moeite mee. Hij wist eerst absoluut niet wie ik bedoelde. Het was koddig, plotseling werd hij woest. Het was voor hem kennelijk een verrassing. Hij begon hevig te vloeken. Het is toch verdomme Janus niet, schreeuwde hij. Dat is zo’n jurk.’ Vledder glimlachte bij de herinnering. ‘Ik vroeg hem wie Janus was.’

‘Uiteraard.’

‘Het duurde geruime tijd voordat André Beerenburgh van zijn woede en verbazing was bekomen. Uiteindelijk kwam het er toch uit. Janus… voluit Janus Marie Antoine van Drunnen, was een protégé en vertrouweling van Henri van der Wheere. Door zijn toedoen bekleedt hij een belangrijke functie bij de C.I.H.’ De Cock kwam met een ruk overeind. ‘Protégé?’ vroeg hij met een vies gezicht.

Vledder knikte. ‘Hij kwam veel bij de familie over huis. Hij was ook aan boord van de Julia, toen de oude Henri stierf.’

вернуться

7

Passage uit de Algemene Politieverordening van Amsterdam.

1 ... 8 9 10 11 12 13 14 15 16 ... 37
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)