De Cock en de zorgvuldige moordenaar
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #9
- Год: 2003
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0155-4
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de zorgvuldige moordenaar». Краткое содержание книги:
De Cock keek hem argwanend aan. ‘Een prettige verrassing?’
De jonge rechercheur maakte een onduidelijk gebaar. ‘Terwijl jij met de familie Van der Wheere bij de commissaris was, ben ik even naar Krasnapolsky gegaan.’
‘En?’
‘Juliette is er niet geweest.’
‘Niet geweest?’ reageerde De Cock verbaasd.
Vledder schudde het hoofd. ‘Niet op de avond van de moord.’
‘En broer Jonathan?’
Vledder zuchtte omstandig. ‘De schattingen lopen nogal uiteen. Maar het is wel duidelijk dat broer Jonathan in geen weken in Krasnapolsky is geweest.’
‘En ze kenden beiden?’
‘Zeker. Heel goed zelfs. Ik kon de foto van Juliette in mijn zak houden. De portiers en het bedienend personeel wisten onmiddellijk wie ik bedoelde. Ook Jonathan was tot voor kort een vrij regelmatig bezoeker. Hij zat veel aan de bar. Broer en zus werden echter zelden samen gezien.’ Vledder keek naar De Cock op. ‘Wat dacht je?’ vroeg hij. ‘Zou vriend Beerenburgh ons wat hebben voorgelogen?’
De Cock schudde traag het hoofd. ‘Ik heb niet de indruk. Je vergeet één ding. Juliette van der Wheere heeft niet gezegd dat ze een afspraak had in Krasnapolsky. Ze heeft André Beerenburgh alleen gevraagd haar voor het hotel af te zetten.’
‘Je wilt zeggen dat Krasnapolsky niet per se de plaats van de afspraak behoeft te zijn.’
‘Precies. Het lag het meest voor de hand. Natuurlijk. Maar het kan best ergens ander zijn geweest.’ De Cock stond van zijn stoel op en liep naar de kaart van de Amsterdamse binnenstad aan de wand. ‘Het was in ieder geval niet ver van de plek waar ze uit de wagen stapte. De afspraak was om acht uur. Ze was gehaast. Ze was al een paar minuten te laat.’ Hij pakte zijn pen en tikte daarmee op de kaart. ‘Geloof me, ze was nooit op die plek uit de wagen van André Beerenburgh gestapt, als het mogelijk was geweest ze zich dichter naar het punt van de afspraak te laten rijden.’
Vledder kwam naast hem staan. ‘Je bedoelt te zeggen dat ze rijdend met een auto niet veel verder kon komen, dat het voor haar gunstiger was op die plek uit te stappen en eventueel de rest te voet af te leggen.’
De Cock krabde zich in de nek. ‘Dat moet het zijn geweest,’ zei hij weifelend. ‘Ik zie geen andere reden, geen andere mogelijkheid.’ Hij tikte opnieuw met zijn pen op de kaart aan de wand. ‘Zie je, ik geloof in die afspraak. Juliette had ten opzichte van André Beerenburgh niets te verbergen. In een afspraak met Jonathan stak niets geheimzinnigs. Het was haar eigen broer. Ze kon daar heel openhartig over zijn. En was dat ook. Ik heb een tijdje aan de mogelijkheid gedacht dat Juliette haar jaloerse exman op een dwaalspoor wilde brengen en dat een afspraak met Jonathan maar een voorwendsel was. Ik heb die gedachte laten varen. Juliette, hoe frivool ook, was niet op een avontuurtje uit.’
‘Waarom niet?’
‘Daar was geen ruimte voor.’
Vledder glimlachte. ‘Je bedoelt dat ze de nacht al exclusief aan André Beerenburgh had toegezegd.’
De Cock lachte. ‘Zo is het.’ Hij stak gebarend een vinger omhoog. ‘Dat ondanks de fatale afspraak om acht uur. Ze had ook voordien de uitnodiging voor het dineetje in het Amstelhotel aangenomen. En we mogen gerust veronderstellen dat Juliette haar exman voldoende kende om te weten waartoe dat moest leiden.’
Vledder gniffelde. ‘Of ze het wist’, riep hij uit. ‘Ze wist het zo goed, dat ze al bij voorbaat een tweede sleutel van haar huis aan de Spiegelgracht had meegenomen.’ Hij zweeg even, plukte nadenkend aan zijn neus. ‘Blijft de puzzel van de afspraak om acht uur.’
De Cock gleed met zijn hand over de kaart van de binnenstad. ‘Als Juliette van der Wheere voor haar afspraak met de dood niet naar Krasnapolsky moest… waar moest ze dan heen?’
Vledder grijnsde. ‘Naar de Leidekkerssteeg,’ zei hij wrang. Het was als een grapje bedoeld.
De Cock reageerde vreemd, verward. ‘De Leidekkerssteeg,’ herhaalde hij dromerig. ‘We hebben haar nog niet bij daglicht gezien.’
8
Ze slenterden door de Lange Niezel. De Cock een halve stap vooruit, nonchalant, slordig, de handen diep in zijn broekzak, het oude hoedje schuin achter op het hoofd. Vledder, netter, minder zwierig, in een keurig kostuum, het korte blonde haar voorbeeldig gekapt.
Vanaf de Lange Niezel gingen ze rechtsaf de Voorburgwal op. Ze spraken niet. Bij het Oudekerksplein bleef De Cock staan en babbelde met Rooie Tiny, een van de vele hoertjes die hij een mensenleeftijd kende. De jonge Vledder kwam wat dichterbij. Hij hoorde hoe De Cock met kennis van zaken naar de welstand van allerlei familierelaties informeerde. Het interesseerde de jonge rechercheur geen zier. Hij kreeg weer belangstelling, toen hij De Cock hoorde opmerken: ‘Wat zielig, hè, van dat vrouwtje in de Leidekkerssteeg. Het moet een goed mensie zijn geweest. Heb ik horen zeggen. Ik heb nog met haar moeder gesproken. Het oudje was er compleet kapot van.’ Rooie Tiny hield haar hoofd een beetje scheef. Haar levendig gezicht strak, in een uitdrukking vol ernst. ‘Het is godgeklaagd,’ sprak ze droevig. ‘Ze moorden maar. Weet u, meneer De Cock, het komt allemaal door die moderne psy… psychiaters… zo heten die dingen toch? Die knoeien maar wat. Alles mag tegenwoordig.’
De Cock ging op het onderwerp niet in. ‘Er moeten meisjes zijn die haar kennen.’
Rooie Tiny knikte overtuigend. ‘We kennen haar wel,’ zei ze wat meewarig. ‘We zagen haar wel eens voorbijgaan.’
‘Alleen?’
‘Soms. Maar meestal had ze een zwart gozertje bij haar. Een knap binkie. Ik schat hem zo op een jaar of dertig. Een beetje zijig. U kent dat wel… coltruitje en suède schoentjes.’
De Cock glimlachte. ‘Heb je haar wel eens ergens zien binnengaan?’
Ze schudde haar hoofd. ‘Dat heeft Smalle Lowietje me ook al gevraagd. Nee, dat niet. Ik heb haar alleen een paar keer voorbij zien stappen. Ze kwam dan van de kant van de Oude Hoogstraat en liep met haar gozertje langs de Oude Kerk naar de Warmoesstraat.’
‘Altijd hetzelfde gozertje?’
Ze frommelde wat aan haar bustehouder. ‘Ach, zo goed heb ik nou ook weer niet op haar gelet. Als ik haar toevallig zag, dan dacht ik… daar heb je dat knappe blonde wijfi e weer. Meer niet. Begrijp je. Ze was geen meisje van de vlakte.’
‘Weet je dat zeker?’
Rooie Tiny schonk hem een medelijdend lachje. ‘Ach, dat zie je toch zo. Nee. Ze was niet van de business. Ze was een dame… een echte dame… een vrouw van standing. Begrijp je wat ik bedoel? Klasse… dat had ze.’ Ze tikte op haar boezem. ‘Je mag het gerust van me weten… als ze hier op het plein voorbijging, heb ik vaak met afgunst naar haar gekeken.’
‘Ze is dood,’ zei De Cock nuchter.
Rooie Tiny knikte. ‘Dat zie je nou. Je mag een ander eigenlijk niet benijden om wat ze heeft… om wat ze is…’ Ze staarde dromerig voor zich uit. ‘En ik had nog wel zo graag met haar willen ruilen.’
De Cock klopte haar vaderlijk op haar mollige schouder. ‘Je ziet van de meeste mensen alleen de buitenkant… de glimmende buitenkant. Je kijkt ertegenaan… nooit erin.’ Hij glimlachte wat triest. ‘Enfi n, als je nog eens wat over haar hoort…’
Wuivend liep hij bij haar weg.
Vledder stapte achter hem aan. ‘Wat zocht Juliette hier in deze buurt?’
De Cock haalde zijn schouders op. ‘Het is een vraag die ik mijzelf al ettelijke malen heb gesteld. Het heeft er veel van weg dat ze hier ergens een onderkomen had. Een plaats waar ze ongestoord haar vrienden kon ontvangen.’
Vledder keek hem aan. ‘En waar ze een afspraak had met Jonathan.’
De Cock reageerde niet direct. ‘Het kan,’ zei hij na een poosje. ‘Het zou inderdaad veel verklaren. De vraag is… hoe vinden we het?’