Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » De Herrezen Draak
De Herrezen Draak - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Herrezen Draak

Электронная книга - «De Herrezen Draak». Краткое содержание книги:

De Herrezen Draak
1 ... 121 122 123 124 125 126 127 128 129 ... 178
Перейти на страницу:

De wind voerde de scherpe geur van zout aan en deed weinig om de hitte te verminderen. De zon stond nog maar half boven de einder, maar het leek wel middag. De lucht voelde klam aan; dat was de enige manier waarop hij het kon omschrijven. Klam. Zijn neus ving de geur van verse vis van de boten op, luchtjes van rotte vis en modder in het moeras, en de zure stank van een grote leerlooierij die op een kaal eiland boven het moerasgras uitstak.

Achter hem mompelde schipper Adarra iets. Het roer knarste en de Sneeuwgans veranderde licht van koers. De bemanning aan de riemen was blootsvoets en bewoog zich alsof ze geen geluid wilden maken. Perijn keek niet naar hen, behalve soms vanuit zijn ooghoeken. In plaats daarvan tuurde hij naar de leerlooierij. Hij zag mannen huiden afschrapen die op rijen lange houten ramen waren gespannen, terwijl andere mannen met lange stokken huiden uit enorme verzonken bakken haalden. Soms stapelden ze de huiden op kruiwagens en brachten ze naar een lang en laag gebouw aan de rand van het terrein; soms gingen de huiden weer terug in de bak, samen met vloeistoffen uit grote stenen kruiken. Ze maakten waarschijnlijk meer leer op één dag dan Emondsveld in een maand, en op een eiland achter het eerste kon hij een tweede looierij zien.

Niet dat hij echt belangstelling had voor schepen, vissersboten of leerlooierijen, zelfs niet voor vogels – hoewel hij zich afvroeg waarop die roze met hun platte snavels visten, en sommige ervan leken hem best eetbaar – maar alles was beter dan het schouwspel achter zich op het dek. Daartegen bood de bijl aan zijn riem geen verweer. Daartegen zou een stenen muur nog niet helpen, dacht hij.

Moiraine was noch blij noch geërgerd geweest toen ze ontdekte dat Zarine – ik zeg geen Faile tegen haar, laat ze zichzelf zo maar noemen! Ze is geen valk! – wist dat ze een Aes Sedai was. Misschien was ze een beetje kwaad geweest dat hij het haar niet verteld had. Een beetje kwaad. Ze noemde me een dwaas, maar dat was het enige. Toen. Het scheen Moiraine onverschillig te laten dat Zarine een Jager op de Hoorn was, maar toen ze had ontdekt dat hij dat ook al wist en het haar niet had gezegd – hij dacht dat Zarine over die twee zaken toch duidelijk genoeg tegen Moiraine was geweest – was haar kille donkere blik zoveel scherper dat het leek of hij midden in de winter in een ton met sneeuw was gestopt. De Aes Sedai had niets gezegd, maar ze staarde zo vaak en hard naar hem dat hij zich niet echt lekker voelde. Hij keek om en toen snel weer naar de kust. Zarine zat in kleermakerszit op het dek bij de paarden die tussen de masten vastgebonden waren. Haar bepakking en donkere mantel lagen naast haar en haar nauwe, gedeelde rok was netjes rond haar benen geschikt. Ze deed alsof ze naar de daken en torens van de naderbij komende stad keek. Moiraine stond vlak voor de mannen aan de riemen en keek ook naar Illian, maar zo nu en dan wierp ze uit de grote kap van haar fijne grijswollen mantel een harde blik op het meisje. Hoe houdt ze het vol in die mantel? Zijn eigen jas was losgeknoopt en zijn hemd was open bij de hals.

Zarine stuurde elke blik van de Aes Sedai met een glimlach terug, maar elke keer als Moiraine zich omdraaide, slikte ze en depte ze haar voorhoofd. Perijn bewonderde haar om die glimlach, telkens als Moiraine keek. Het was heel wat meer dan hij zelf kon opbrengen. Hij had de Aes Sedai nog nooit haar humeur zien verliezen, maar hij was zelf op het punt aangekomen dat hij haar liever had horen roepen, schreeuwen of wat dan ook, dan dat hij dat kille staren van haar zag. Licht, niet wat dan ook! Misschien was dat gestaar best te verdragen. Lan stond dichter bij de boeg dan Moiraine – zijn van kleur veranderende mantel zat nog steeds in de zadeltas aan zijn voeten – en zo te zien ging hij helemaal op in het bekijken van zijn kling, maar hij deed weinig moeite om zijn vermaak te verbergen. Soms leken zijn lippen te krullen tot iets wat bijna een glimlach leek. Perijn wist het niet zeker; soms dacht hij dat het slechts een schaduw was. In de schaduw kon zelfs een hamer glimlachen. Beide vrouwen dachten dat hij door hen zo vermaakt was, maar de zwaardhand leek het niet erg te vinden dat ze hem fronsend en met samengeperste lippen aankeken. Een paar dagen eerder had Perijn Moiraine met een ijzige stem aan Lan horen vragen of hij vond dat er iets te lachen viel. ‘Ik zou nooit om je lachen, Moiraine,’ had hij kalm geantwoord, ‘maar als je werkelijk van plan bent om mij naar Mijrelle te sturen, zal ik me een glimlach moeten aanwennen. Ik heb gehoord dat Mijrelle grapjes maakt met haar zwaardhanden. Een gaidin moet glimlachen om de opmerkingen van hun bindsters; jij hebt toch ook vaak grappige opmerkingen gemaakt? Misschien wil je wel dat ik toch bij je blijf.’ Ze had hem aangekeken met ogen die ieder ander aan de mast hadden genageld, maar de zwaardhand had niet verblikt of verbloosd. Lan deed kil staal op blik lijken.

Als Moiraine en Zarine samen aan dek waren, had de bemanning zich aangewend volmaakt stil haar werk te doen. Schipper Adarra hield zijn hoofd scheef en keek alsof hij naar iets luisterde wat hij niet wilde horen. Hij gaf zijn bevelen fluisterend in plaats van schreeuwend, zoals hij eerst had gedaan. Iedereen wist nu dat Moiraine een Aes Sedai was en iedereen wist dat ze geërgerd was. Perijn had zich laten uitlokken tot een scheldpartij met Zarine en hij wist niet zeker wie van hen de woorden ‘Aes Sedai’ had geschreeuwd, maar de hele bemanning wist het nu. Stom mens! Hij wist niet of hij Zarine of Moiraine bedoelde. Als zij de valk is, wie zal dan de havik zijn? Word ik met twéé vrouwen als Zarine opgescheept? Licht! Nee! Ze is geen valk, en ik wil er niets meer van horen! Volgens hem was het enige goede aan dit alles dat alle bemanningsleden zo bezorgd waren over een boze Aes Sedai, dat ze geen tweede keer naar zijn ogen keken.

Op dit moment was Loial nergens te zien. De Ogier bleef liever in zijn verstikkende hut dan de kans te lopen Moiraine en Zarine samen op het dek mee te maken. Hij werkte zijn aantekeningen uit, had hij gezegd. Hij kwam alleen ’s avonds aan dek, voor zijn pijpje. Perijn begreep niet hoe hij de hitte kon verdragen; zelfs de aanwezigheid van Moiraine en Zarine was beter dan de hut.

Hij zuchtte en hield zijn ogen op Illian gericht. De stad was groot – even groot als Cairhien of Caemlin, de enige twee grote steden die hij had gezien – en rees op uit een enorme moerasvlakte, die zich als een zee van wuivend gras over vele spannen uitstrekte. Illian bezat geen wallen en leek helemaal uit torens en paleizen te bestaan. Alles was opgetrokken in een lichte steensoort, afgezien van enkele gebouwen die witgepleisterd leken te zijn. De stenen waren wit of grijs of roodachtig en bezaten soms lichtgroene tinten. In het zonlicht glansden betegelde daken in honderden schakeringen. Aan de lange kaden lagen vele schepen; de Sneeuwgans leek klein naast de meeste. Er heerste een drukte van belang door het laden en lossen van goederen. Verderop, voorbij de stad, lagen de scheepswerven voor de grote schepen, met geraamten van dikke houten ribben tot schepen die al te water konden worden gelaten.

Misschien was Illian groot genoeg om de wolven af te weren. In die uitgestrekte moerassen zouden ze zeker niet jagen. De Sneeuwgans was sneller dan de wolven die hem vanaf de bergen hadden gevolgd. Voorzichtig reikte hij nu naar hen uit en... voelde niets. Een merkwaardig leeg gevoel, als hij bedacht dat hij dit wilde. Zijn dromen waren na die eerste nacht grotendeels zijn eigen dromen geweest. Moiraine had hem er kil naar gevraagd en hij had haar de waarheid verteld. Tweemaal had hij zich in die vreemde wolfsdroom bevonden en tweemaal had Springer hem weggejaagd. Beide keren had Springer gezegd dat hij nog te jong was, te nieuw. Wat Moiraine eruit opmaakte, wist hij niet; ze vertelde hem niets, maar zei alleen dat hij voorzichtig moest zijn.

1 ... 121 122 123 124 125 126 127 128 129 ... 178
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)