Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 118 119 120 121 122 123 124 125 126 ... 217
Перейти на страницу:

‘Je had misschien toch beter wit kunnen dragen,’ mompelde Elayne, wat haar een schuine achterdochtige blik opleverde. Even later voegde ze eraan toe: ‘Je hebt gezegd dat het de kleur van een begrafenis was.’ Dat leverde een tevreden knikje op, hoewel ze dat helemaal niet had bedoeld. Het zou écht een ramp worden als ze de vrede onderling niet konden handhaven. Birgitte had het deze morgen moeten doen met een drankje, een heel bitter drankje, omdat Nynaeve net deed of ze niet boos genoeg was om te kunnen geleiden. Ze was heel overdreven doorgegaan over begrafeniswit, over dat het de allergeschiktste kleur was en had volgehouden dat ze niet mee zou gaan tot Elayne haar uit hun vertrekken had gesleurd, waarbij ze minstens twintig keer had verkondigd dat ze zich niet ging verontschuldigen. De vrede moest bewaard worden, maar... ‘Je hebt toegestemd, Nynaeve. Nee, ik wil niet meer horen dat wij jou daartoe hebben gedwongen. Je hebt ermee ingestemd. Hou dus op met je gejammer.’

Nynaeve sputterde, en haar ogen werden groot van verontwaardiging. Maar ze liet zich niet afleiden, ondanks een heftig, ongelovig en binnensmonds ‘Gejammer?’ waarna ze opmerkte: ‘We moeten hier verder over praten, Elayne. Er is helemaal geen haast bij. Er moeten wel duizend redenen zijn waarom dit niet zal werken, ta’veren of geen ta’veren, en Mart Cauton verschaft er negenhonderd.’

Elayne keek haar nietszeggend aan. ‘Heb je vanmorgen met opzet de bitterste kruiden voor je drankje gekozen?’ De verontwaardiging in Nynaeves grote ogen ging over in onschuld, maar haar wangen kleurden rood. Elayne duwde de deur open en Nynaeve kwam brommend achter haar aan. Zelfs een uitgestoken tong zou Elayne niet hebben verbaasd. Vanmorgen sloeg Nynaeve haar gepruil over.

Uit de keuken kwam de geur van gebakken brood en alle luiken waren geopend om de gelagkamer te luchten. Een dienstmeid met appelwangen stond op haar tenen boven op een grote stoel om verlepte groene naaldtakken van boven de ramen weg te halen, terwijl anderen tafels, banken en stoelen terugzetten die voor het dansen moesten zijn weggehaald. Zo vroeg was er nog niemand, behalve een mager meisje in een wit schort dat wat lusteloos met een takkenbezem rondveegde. Zonder haar pruilmondje had ze er aardig uitgezien. Er was verrassend weinig rommel, als je bedacht dat herbergen tijdens feesten verondersteld werden tamelijk rumoerig te zijn, om niet te zeggen losbandig. Maar een deel van haar wenste dat ze het had kunnen zien.

‘Zou je me de kamer van baas Cauton kunnen wijzen?’ vroeg ze het magere meisje met een glimlach, en ze bood haar twee zilverpenners aan. Nynaeve snoof. Elayne wist dat ze zo zuinig was als de schil van een verse appel; ze had de bedelaar een kóperstuk gegeven!

De meid nam hen en ook de munten onverschillig op, waarna ze iets zuurs mompelde dat klonk als ‘gisteravond een vergulde vrouw, en deze morgen edelvrouwes’. Ze gaf hun met tegenzin aanwijzingen. Even dacht Elayne dat ze de penners verachtelijk zou weigeren, maar net toen ze zich om wilde draaien, griste her meisje zonder zelfs maar een bedankje het zilver uit haar hand. Ze bleef slechts even staan, om de munten uitgerekend in de hals van haar hemd te stoppen, waarna ze met de bezem begon te zwaaien alsof ze de vloer wilde doodslaan. Misschien had ze tussen haar borsten een zakje zitten.

‘Zie je wel!’ bromde Nynaeve. ‘Let maar eens op, volgens mij heeft hij zich aan dat meisje proberen op te dringen. En zo’n soort man moet ik van jou mijn verontschuldigingen aanbieden.’

Elayne zei niets en liep naar de trap aan het andere eind van de kamer. Als Nynaeve niet ophield met klagen... De eerste gang rechts, had het meisje gezegd, en de laatste deur aan de linkerkant. Maar voor de deur beet ze aarzelend op haar onderlip.

Nynaeve vrolijkte op. ‘Nou, zie je wel dat het een slecht idee is? We zijn geen Aiel, Elayne. Ik vind Aviendha heel aardig, al loopt ze altijd met dat mes van haar te spelen, maar denk eens aan al die onzin die ze uitkraamt. Het is onmogelijk. Je weet heel goed dat dat zo is.’

‘We stemden helemaal niet in met iets onmogelijks, Nynaeve.’ Het kostte haar moeite om haar stem streng te houden. Er waren inderdaad een paar voorstellen van Aviendha geweest... Ze had zowaar voorgesteld Mart Cauton haar een pak slaag te laten geven! ‘Waar we het over eens waren, is heel goed mogelijk.’ Nou, nét. Ze klopte met haar knokkels luid op de paneeldeur waarin een vis was uitgesneden, een rond ding met strepen en een soort snuit. Alle deuren hadden verschillend houtsnijwerk, de meeste vissen. Er kwam geen antwoord.

Nynaeve liet haar adem ontsnappen, die ze kennelijk ingehouden had. ‘Misschien is hij uitgegaan. We komen gewoon een ander keertje terug.’

‘Op dit uur?’ Ze klopte nog een keer. ‘Je zegt dat hij altijd op bed ligt als hij de kans krijgt.’ Van binnen nog steeds geen geluid.

‘Elayne, als Birgitte een aanwijzing is, dan moet Mart vannacht zo dronken als een lor geweest zijn. Hij zal ons er niet dankbaar voor zijn als we hem wekken. Waarom gaan we niet gewoon weg en...’

Elayne tilde de klink op en ging naar binnen. Nynaeve volgde met een zucht die tot in het paleis gehoord kon worden.

Mart Cauton lag op bed, op een gebreide rode sprei. Over zijn ogen lag een opgevouwen lap die tot het kussen reikte. De kamer was slordig, maar vertoonde geen spoortje stof. Er stond een laars op de wastafel – de wastafel! – naast een witte waskom vol ongebruikt water; de staande spiegel stond scheef, alsof hij ertegenaan was gevallen en hem gewoon zo had laten staan, en zijn gekreukelde jas was over de rug van een stoel geworpen. Al zijn andere kleren had hij nog aan, met inbegrip van die zwarte sjaal die hij nooit leek af te doen, en de andere laars. Uit zijn halfopen hemd hing de zilveren vossenkop.

Haar vingers kriebelden om dat zegel te pakken. Als hij daar vol drank lag uitgeteld, zou ze het misschien kunnen afdoen zonder dat hij het merkte. Ze wilde alles doen om erachter te komen hoe dat ding de Kracht kon opslorpen. Dingen uitzoeken en te weten komen zat haar in het bloed, maar die vossenkop was voor haar hét raadsel dat alle raadsels in de wereld verenigde.

Nynaeve trok aan haar mouw, wees met haar hoofd naar de deur, terwijl ze geluidloos ‘slaapt’ zei, en nog iets anders wat ze niet kon uitmaken. Waarschijnlijk weer een smeekbede om weg te gaan.

‘Laat me met rust, Nerim,’ brabbelde hij ineens, ‘Ik heb je al eerder gezegd: ik wil geen eten, alleen een nieuw hoofd. En doe de deur zachtjes dicht, of ik spijker je oren eraan vast.’

Nynaeve maakte een verschrikt sprongetje en probeerde haar naar de deur te trekken, maar ze bleef onwrikbaar staan. ‘Het is Nerim niet, baas Cauton.’

Hij hief zijn hoofd en gebruikte beide handen om de lap wat omhoog te houden. Hij keek hen met bijna dichtgeknepen, rood doorlopen ogen aan.

Nynaeve grinnikte en deed geen enkele poging om haar plezier over zijn jammerlijke staat te verbergen. Aanvankelijk begreep Elayne niet waarom zijzelf ook wilde grijnzen. Haar enige ervaring met te veel drank had ertoe geleid dat ze slechts medelijden en medeleven had met anderen die een kater hadden. In haar geest voelde ze nog steeds hoe Birgittes hoofd bonsde, en toen wist ze het. Ze vond het in elk geval niet fijn dat Birgitte zich om welke reden dan ook vol had laten lopen, maar ze kon evenmin de gedachte velen dat iemand iets beter kon dan haar eerste zwaardhand. Een belachelijke gedachte. Beschamend. Maar ook bevredigend.

‘Wat doen jullie hier?’ vroeg hij hees. Hij kromp ineen en ging met zachtere stem verder: ‘Het is midden in de nacht.’

‘Het is ochtend,’ zei Nynaeve scherp. ‘Kun je je niet meer herinneren dat je met Birgitte gepraat hebt?’

‘Kun je wat minder luid praten?’ fluisterde hij, en hij sloot zijn ogen. Het volgende moment vlogen ze weer open. ‘Birgitte?’ Hij kwam met een ruk overeind en zwaaide zijn benen over de rand van het bed. Een tijdlang zat hij naar de vloerplanken te turen met de ellebogen op zijn knieën. Het zegel zwaaide heen en weer aan het koord om zijn nek. Ten slotte draaide hij zijn hoofd om en keek hen onheilspellend aan. Of misschien kwam het door zijn ogen. ‘Wat heeft ze verteld?’

1 ... 118 119 120 121 122 123 124 125 126 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)