Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Hij probeerde een andere danspas en wist Caira te grijpen toen die zich met een dienblad voorbij haastte. Hij brulde luid boven de muziek uit om een paar vragen te stellen en uiteindelijk een maaltijd te bestellen, vergulde vis, een pittige schotel die de kok volmaakt wist te bereiden. Een man had zijn krachten nodig om goed mee te kunnen dansen.
Caira flitste een behaagzieke grijns naar een kerel in een geel vest die een kroes van haar blad graaide en er een munt op gooide, maar deze keer had ze geen glimlach voor Mart over. Erger nog, ze wist haar lippen tot een smalle streep samen te knijpen, wat voor haar niet gering was. ‘Dus ik ben je haasje, hè?’ Ze snoof veelbetekenend en ging ongeduldig door: ‘De jongen is in bed gestopt, waar hij ook hoort, en ik weet niet waar heer Nalesean is, of Harnan, of baas Vanin, of wie dan ook. En de kok heeft gezegd dat ze alleen maar soep en brood wil maken voor wie zijn tong in de wijn laat verzuipen. Al weet ik niet waarom mijn heer vergulde vis wil, als er in zijn kamer een vergulde vrouw op hem wacht. Met uw verlof, mijn heer? Sommige mensen moeten werken voor hun korstje brood.’ Ze zwierde weg, hield haar dienblad op en schonk iedere man binnen oogbereik zo’n brede glimlach dat haar gezicht leek te splijten.
Mart keek haar nadenkend na. Een vergulde vrouw? In zijn kamer? De kist met goud lag nu in een ruimte onder de keukenvloer, voor een van de ovens, maar de dobbelstenen in zijn hoofd rammelden ineens als donderslagen.
Het feestrumoer nam wat af toen hij langzaam de trap beklom. Voor zijn deur bleef hij staan en luisterde naar de dobbelstenen. Vandaag al twee pogingen om hem te beroven. Twee keer hadden ze hem het hoofd kunnen inslaan. Hij was er zeker van dat die Duistervriend op de renbaan hem niet gezien had, en niemand zou haar verguld noemen, maar... Zijn vingers speelden met het heft onder zijn jas, maar hij trok zijn hand weg toen een vrouw in zijn gedachten opvlamde, een lange vrouw die neerviel met het heft van een mes tussen haar borsten. Zijn mes. Hij móést gewoon geluk hebben. Hij zuchtte en duwde de deur open.
De Jager, Elaynes zwaardhand, draaide zich om en tilde haar ongespannen Tweewaterboog op. De gouden vlecht viel over haar schouder. Haar blauwe ogen richtten zich fel en vast op hem, en haar gezicht stond heel vastbesloten. Ze leek bereid hem met de boog af te rossen, als ze niet kreeg wat ze wilde hebben.
‘Als dit over Olver gaat,’ begon hij, en plotseling ontwarde zich een kronkel in zijn herinneringen, trok de mist over een dag, een tijdstip in zijn leven, op.
Er was geen hoop. De Seanchanen in het westen en Witmantels in het oosten. Geen hoop, en slechts een kleine kans. Dus hief hij de gekromde Hoorn en stak hem, niet wetend wat hij mocht verwachten. Het geluid had net zo’n gouden klank als de Hoorn, zo mooi dat hij niet wist of hij moest huilen of lachen. De klank weergalmde en de aarde en de hemelen schenen te zingen. Terwijl die ene, zuivere toon in de lucht hing, steeg er een mist op, een mist die nergens vandaan kwam. Een mist van dunne slierten die dikker werden en hoger golfden, tot alles verdwenen was, alsof wolken het land bedekten.
En uit de wolken kwamen ze aanrijden alsof ze een berghelling afdaalden, de dode helden van de legenden, gebonden aan de oproep van de Hoorn van Valere. Het was Artur Haviksvleugel zelf die het leger aanvoerde, groot en met een haviksneus, en daarachter kwamen de anderen, een kleine honderd. Zo weinig, maar zij waren degenen die het Rad telkens weer uitspon om het Patroon te bepalen, om sagen en legenden te scheppen. Mikel Zuiverhart, en Shivan de Jager met zijn zwarte masker. Er werd van hem gezegd dat hij het einde der Eeuwen zou aankondigen, de vernietiging van wat geweest was en de geboorte van wat komen zou. Hij reed nader, met naast hem zijn zuster Calian, die de Kiezer werd genoemd en een rood masker droeg. Amaresu, met het Zwaard van de Zon dat gloeide in haar handen, en Paedrig, de vredestichter met de gouden tong, en daar, de zilveren boog dragend waarmee ze nimmer miste...
Hij duwde de deur dicht en probeerde er steun tegen te vinden. Hij voelde zich duizelig, verbijsterd. ‘Jij bent het. Birgitte, helemaal. Bloedvuur en as in mijn botten, het is onmogelijk! Hoe? Hoe?’
De vrouw uit de legende zuchtte gelaten en zette haar boog in de hoek naast de speer, ik ben er vóór mijn tijd uitgetrokken, Hoornblazer. Door Moghedien opzij geworpen om te sterven, en gered door Elaynes binding.’ Ze sprak langzaam en keek hem ernstig aan alsof ze er zeker van wilde zijn dat hij het begreep. ‘Ik vreesde al dat je je op een dag zou herinneren wie ik placht te zijn.’
Mart voelde zich nog steeds alsof hij een stomp midden tussen zijn ogen had gekregen. Brommend liet hij zich in de leunstoel naast zijn bed vallen. Wie zij placht te zijn. Ja, ja. Met haar vuisten op de heupen stond ze hem even uitdagend en onveranderd op te nemen als de Birgitte die hij in de lucht had zien rijden. Zelfs haar kleren waren hetzelfde, hoewel de korte mantel rood was en de wijde broek geel. ‘Elayne en Nynaeve weten het en hebben het voor me verborgen gehouden, nietwaar? Ik ben doodmoe van al die geheimen, Birgitte, en zij wemelen ervan zoals een graanschuur van ratten. Ze zijn van binnen en buiten Aes Sedai geworden. Zelfs Nynaeve is dubbel zo vreemd als ze was.’
‘Jij hebt je eigen geheimen.’ Ze sloeg haar armen over elkaar en ging aan her voeteneinde van zijn bed zitten. Ze keek hem aan alsof hij een herbergpuzzel was. ‘Jij hebt hun bijvoorbeeld niet verteld dat jij de Hoorn van Valere hebt laten schallen. En dat is volgens mij nog het minste dat je voor ze verborgen hebt gehouden.’
Mart knipperde met de ogen. Hij had aangenomen dat zij het hun verteld had. Per slot van rekening was ze Birgitte. ‘Welke geheimen heb ik dan? Die meiden kennen de nagels van mijn tenen en de dromen in mijn hoofd.’ Zij was Birgitte. Natuurlijk! Hij leunde naar voren. ‘Kun je het hun niet duidelijk maken? Jij bent Birgitte Zilverboog. Je kunt hen laten doen wat jij zegt. Elk kruispunt in deze stad is een valkuil, en ik ben bang dat de staken elke dag scherper worden. Zorg dat ze vertrekken voor het te laat is.’
Ze lachte. Ze hield een hand voor de mond en lachte! ‘Je hebt het bij het verkeerde eind, Hoornblazer. Ik beveel niets. Ik ben Elaynes zwaardhand. Ik gehoorzaam.’ Haar glimlach kreeg iets van spijt. ‘Birgitte Zilverboog. Bij het Licht, ik weet niet eens of ik die vrouw nog ben. Sinds mijn vreemde hergeboorte is er zoveel vervaagd van wat ik was en wat ik kende, als een mist in de zomerzon. Ik ben geen heldin meer, slechts een gewone vrouw die haar weg zoekt. En wat jouw geheimen betreft... Welke taal spreken we nu, Hoornblazer?’
Hij deed zijn mond open... en hield op, toen hij waarachtig hoorde wat zij zojuist had gevraagd. Nosane iro gavane domorakoshi, Diy-nen’d’ma’purvene? Wij spreken welke taal, Blazer van de Hoorn? Zijn nekharen probeerden recht overeind te staan. ‘Het oude bloed,’ zei hij zorgvuldig. Niet in de Oude Spraak. ‘Een Aes Sedai heeft me eens gezegd dat het oude bloed sterk is in... Bloedvuur, waar zit je nou om te lachen?’
‘Om jou, Mart,’ slaagde ze erin uit te brengen, en ze sloeg nog net niet dubbel. Zij sprak gelukkig ook niet meer in de Oude Spraak. Ze wreef een traan uit haar ooghoek. ‘Enkele mensen spreken een paar woorden, een zinsnede of wat, vanwege het oude bloed. Meestal begrijpen ze er niets van of op z’n best maar een klein beetje. Maar jij... In de ene zin klink je geheel en al als een Hoogprins uit Eharon, en in de volgende ben je niet te onderscheiden van een Eerste Heer van Manetheren. Nee, maak je maar niet ongerust. Jouw geheim is bij mij veilig.’ Ze aarzelde, is het mijne dat ook bij jou?’