Een Kroon van Zwarden
- Автор: Джордан Роберт
- Серия: Het Rad des Tijds #7
- Год: 1998
- Язык: голландский
- Переводчик: Jo Thomas
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:
Hij wuifde met zijn hand, nog steeds te verbijsterd om beledigd te zijn. ‘Zie ik eruit alsof mijn tong in de wind flappert?’ gromde hij. Birgitte, de echte Birgitte! ‘Bloedvuur, ik heb drank nodig.’ Hij had het nog niet gezegd of hij wist dat zoiets verkeerd was. Vrouwen wilden nooit... ‘Dat klinkt me uitstekend in de oren,’ zei ze. ‘Ik kan ook wel een kruik gebruiken. Bloed en as, toen ik zag dat je me herkend had, slikte ik bijna mijn tong in.’
Hij ging opeens rechtop zitten, alsof hij overeind werd getrokken, en staarde haar aan.
Haar ogen twinkelden boven een vrolijke grijns. ‘Er is genoeg lawaai in de gelagkamer om te kunnen praten zonder afgeluisterd te worden. Bovendien vind ik het niet erg om daar wat rond te kijken. Elayne geeft me een preek als een Tovaanse raadsman als ik langer dan een tel naar een man gluur.’
Hij knikte voor hij er erg in had. De herinneringen van andere mannen zeiden hem dat in Tovan een streng en neerbuigend volkje woonde, dat zich overal tot in het belachelijke van onthield. Dat was tenminste zo geweest, zo’n duizend jaar of meer geleden. Hij wist niet of hij moest lachen of kreunen. Aan de ene kant de kans om met Birgitte te praten – Birgitte! Hij betwijfelde of hij die schok ooit te boven zou komen – maar aan de andere kant twijfelde hij of hij de muziek beneden wel kon horen, zo luid rammelden de dobbelstenen in zijn hoofd. Op de een of andere manier moest zij er de sleutel toe zijn. Een man die bij zijn verstand was, klom onmiddellijk het raam uit. ‘Een kruik of wat klinkt goed,’ zei hij.
Voor de verandering voerde een stevig, zilt briesje vanaf de baai wat koelte aan, maar desondanks vond Nynaeve de nacht drukkend. Muziek en flarden van gelach dreven het paleis in en vaag was te horen dat er ook binnen gefeest werd. Tylin zelf had haar, evenals Elayne eri Aviendha, uitgenodigd voor het dansen, maar ze hadden de uitnodiging allemaal meer of minder beleefd afgeslagen. Aviendha had gezegd dat er voor haar maar één dans met natlanders was, waarop Tylin ietwat onzeker met de ogen had geknipperd. Zelf had Nynaeve graag gewild – alleen een dwaas miste een kans om te dansen – maar ze wist: dat ze dan precies hetzelfde zou hebben gedaan als ze nu deed; in een hoekje bezorgd op haar knokkels kluiven.
Dus zaten ze in hun vertrekken met Thom en Juilin, net gekooide katten, terwijl verder iedereen in Ebo Dar plezier maakte. Nou ja, in ieder geval voelde zij zich opgesloten. Waar bleef Birgitte? Zoveel tijd kostte het toch niet om een man te zeggen dat hij zich bij het krieken van de dag moest melden? Licht, dit alles was zinloos, en ze hadden allang naar bed moeten gaan. Allang. Als ze maar kon slapen, dan kon ze de herinneringen aan die vreselijke boottocht van vanmorgen laten wegzinken. Het ergste van alles was dat haar weergevoel zei dat er een storm opstak. Volgens dat gevoel moest de wind nu huilen en de regen zo hard neerkletteren dat je nog geen tien voet ver kon kijken. Het had een tijd geduurd voor ze doorhad wat het betekende als ze leugens hoorde wanneer ze naar de wind luisterde. Ze dacht tenminste dat ze het doorhad. Er was een ander soort storm in aantocht, niet met regen of wind. Ze kon het niet bewijzen, maar ze at haar muiltjes op, als Mart Cauton er niet iets mee te maken had. Ze wilde dat ze een maand, nee een jaar, kon slapen om haar zorgen te vergeten, tot Lan haar met een kus zou wekken, zoals de Zonnekoning bij Talia had gedaan. Dat was natuurlijk belachelijk; het was maar een verhaaltje – niet erg netjes – en ze zou zeker nooit het speelpopje van een man worden, zelfs niet van Lan. Ze zou hem wel gaan zoeken om hem aan haar te binden. Ze zou... Licht! De zolen van haar muiltjes zouden volkomen versleten zijn als ze had kunnen ijsberen, maar dan zouden de anderen zich hebben afgevraagd of ze gek geworden was.
De tijd sleepte zich voort. Ze las en herlas het briefje dat Mart bij Tylin had achtergelaten. Zoals gewoonlijk zat Aviendha met gekruiste benen op de lichtgroene vloertegels naast haar stoel, met een prachtig verguld en in leer gebonden exemplaar van De reizen van Jaim Kimstapper op haar knieën. Nergens was iets van spanning te zien, maar Aviendha bewoog nog geen haartje als iemand een gifslang in haar kleren stopte. Na haar terugkomst in het paleis had ze de bewerkelijke zilveren ketting omgedaan, die ze nu bijna dag en nacht droeg. Behalve bij de boottocht. Ze had gezegd dat ze hem niet wilde verliezen. Nynaeve vroeg zich verstrooid af, waarom ze haar ivoren armband niet meer droeg. Ze had flarden van een gesprek opgevangen, iets over hem niet dragen tot Elayne er ook een had, waar ze niets van snapte. Het was even onbelangrijk als die armband. De brief op haar schoot vroeg om aandacht.
De staande lampen in de zitkamer maakten het lezen gemakkelijk, hoewel Marts ongeoefende kinderlijke handschrift moeilijkheden opleverde. Het was de inhoud die Nynaeves maag leek samen te snoeren.
Er is hier niets dan hitte en vliegen, en die kunnen we in Caemlin ook vinden.
‘Weet je zeker dat je hem niets hebt verteld?’ wilde ze weten.
Juilin zat aan de andere kant van de kamer met zijn hand over een steenbord en gaf haar een blik van vermoorde onschuld. ‘Hoe vaak moet ik dat nog zeggen?’ Vermoorde onschuld was iets wat mannen het best afging, vooral als ze zo schuldig waren als een vos in een kippenhok. En uitgerekend de rand van hun speelbord bestond uit uitgesneden vossen.
Thom zat tegenover de dievenvanger aan de met lapis ingelegde tafel. In zijn fraai gesneden bronskleurige wollen jas leek hij even weinig op een speelman als op een man die ooit de minnaar van koningin Morgase was geweest. Met zijn verweerde uiterlijk, witte haren, lange snor-punten en zware wenkbrauwen was hij het vleesgeworden geduld, vanaf zijn scherpe blauwe ogen tot aan zijn voetzolen. ‘Ik zou niet weten hoe we dat hadden kunnen doen, Nynaeve,’ zei hij droog, ‘gegeven het feit dat je ons tot vanavond bijna niets verteld hebt. Je had Juilin en mij moeten sturen.’
Nynaeve snoof luid. Alsof die twee niet sinds hun aankomst als een kip zonder kop hadden rondgerend om Marts zin te doen en hun neus te steken in de zaken van Elayne en haar. Die drie konden geen tel bij elkaar zitten zonder te gaan roddelen. Mannen konden niet anders. Ze... Maar eigenlijk moest ze met tegenzin toegeven dat het nooit bij haar was opgekomen om de mannen te gebruiken. ‘Jullie zouden er met hem op uitgegaan zijn om te zwelgen en te zuipen,’ mopperde ze. ‘Ontken het maar niet.’ Natuurlijk! Mart zou wel weer aan de wijn zitten, terwijl hij Birgitte in de herberg liet wachten. Die lummel zou altijd wel wat vinden om het hele plan schipbreuk te laten lijden.
‘En wat dan nog?’ Elayne stond tegen een van de hoge boogramen geleund en tuurde door het witte ijzeren balkonhek de nacht in. Ze giechelde en tikte met haar voet, hoewel het een wonder mocht heten dat ze een wijsje in die vele nachtelijke geluiden kon onderscheiden. ‘Het is een nacht om... te zuipen.’
Nynaeve keek fronsend naar haar rug. Naarmate de nacht verstreek gedroeg Elayne zich steeds vreemder. Als ze niet beter had geweten, zou ze haar ervan hebben verdacht buiten wat slokjes wijn te hebben genomen. Flinke teugen, eigenlijk. Maar zelfs als ze Elayne niet voortdurend onder ogen had gehad, zou dat onmogelijk geweest zijn. Ze hadden allebei een nogal nare ervaring met te veel wijn, en hadden daarna bij gelegenheid nooit meer dan één beker genomen.
‘Ik stel vooral belang in Jaichim Carridin,’ zei Aviendha, terwijl ze het boek sloot en naast zich neerlegde. Ze weigerde toe te geven dat ze er in blauwzijden kleren op de vloer raar uitzag. ‘Bij ons worden Schaduwlopers gedood zodra ze ontdekt worden, en geen stam, sibbe, krijgsgenootschap of eerstezuster zal een hand voor ze uitsteken. Als Jaichim Carridin een Schaduwloper is, waarom laat Tylin Mitsobar hem dan niet doden? Waarom doden wij hem niet?’