Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een Kroon van Zwarden
Een Kroon van Zwarden - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een Kroon van Zwarden

Электронная книга - «Een Kroon van Zwarden». Краткое содержание книги:

Een Kroon van Zwarden
1 ... 60 61 62 63 64 65 66 67 68 ... 217
Перейти на страницу:

Zo zo. Ze wensten ernstig te zijn. Nou ja, Rhand was een ernstige zaak. Ze had alleen graag de zekerheid verkregen dat de Wijzen het enigszins op dezelfde manier bezagen als zij. Ze hield het kopje op haar vingertoppen in evenwicht en vertelde alles. Over Rhand in elk geval, en over haar zorg dat er na het bericht uit Caemlin niets meer was vernomen. ‘Ik weet niet wat hij gedaan heeft – of wat zij heeft gedaan. Iedereen zegt me hoe ervaren Merana is, maar ze heeft nooit iemand als Rhand ontmoet. Wanneer het op Aes Sedai aankomt is het net als wanneer dit kopje in een weiland verborgen is. Binnen drie passen lukt het hem erbovenop te stappen. Ik weet dat ik het beter zou aankunnen dan Merana, maar...’

‘Je zou terug kunnen komen,’ stelde Bair opnieuw voor en Egwene schudde ferm haar hoofd.

‘Ik kan nu als Amyrlin meer doen. En zelfs voor een Amyrlin Zetel bestaan regels.’ Haar mond verwrong zich kort. Ze vond het niet leuk dat toe te geven, zeker niet aan deze vrouwen, ‘Ik kan hem zonder toestemming van de Zaal niet eens bezoeken. Ik ben nu een Aes Sedai en ik moet onze wetten gehoorzamen.’ Dat kwam er bruusker uit dan ze bedoelde. Het was een dwaze wet, maar ze had nog geen maas gevonden. Bovendien toonden de Wijzen zo weinig emotie dat ze bijna zeker wist dat de vrouwen stiekem ongelovig zaten te giechelen. Zelfs een stamhoofd had niet het recht te zeggen wanneer of waar een Wijze heen kon gaan.

De drie vrouwen tegenover haar wisselden lange blikken uit. Vervolgens zette Amys haar kopje neer en zei: ‘Merana Ambrey en de andere Aes Sedai zijn de Car’a’carn naar de stad van de boomdoders gevolgd. Je hoeft niet bang te zijn dat hij haar of een van je zusters in haar gezelschap verkeerd zal aanpakken. We zullen ervoor zorgen dat er geen enkele moeilijkheid zal ontstaan tussen hem en welke Aes Sedai ook.’

‘Maar zo is Rhand niet,’ zei Egwene vol twijfel. Dus Sheriam had wel gelijk over Merana. Maar waarom schreef ze dan niet? Bair liet een kakelend lachje horen. ‘De meeste ouders hebben meer moeilijkheden met hun kinderen dan de Car’a’carn met de vrouwen die Merana Ambrey vergezellen.’

‘Zolang hij maar niet het kind is,’ grapte Egwene, opgelucht dat iemand er nog iets vermakelijks in zag. Met hun standpunt over Aes Sedai zouden ze vuur spuwen bij de gedachte dat een zuster invloed op hem zou krijgen. Aan de andere kant moest Merana wel enige vooruitgang boeken, anders kon ze net zo goed meteen terugkomen. ‘Maar Merana had een verslag moeten sturen. Ik begrijp niet waarom ze dat niet heeft gedaan. Jullie zijn er zeker van dat er geen...’ Ze wist niet goed hoe ze haar zin moest afmaken. Rhand had op geen enkele manier kunnen voorkomen dat Merana een postduif zond.

‘Misschien heeft ze een man te paard gestuurd.’ Amys grijnsde zwakjes. Zoals elke andere Aiel vond ze paardrijden weerzinwekkend. Je eigen benen waren goed genoeg. ‘Ze heeft geen vogels meegenomen die natlanders gebruiken.’

‘Dat was stom van haar,’ mompelde Egwene. Stom was een veel te zwak woord. Merana’s dromen zouden afgeschermd zijn, dus het had geen zin hier met haar te praten, zelfs als ze die dromen kon vinden. Licht, wat was dit alles ergerlijk! Ze boog zich gespannen naar voren. ‘Amys, kun je me beloven dat je niet zult proberen hem tegen te houden als hij met haar wil praten, of dat jullie haar zo boos maken dat ze iets doms doet?’ Daartoe waren ze heel goed in staat, ongekend goed. Ze hadden het tegen de haren instrijken van Aes Sedai volmaakt ontwikkeld. ‘Van haar wordt alleen verwacht dat ze hem overtuigt dat wij hem geen kwaad willen doen. Ik weet zeker dat Elaida een of andere nare verrassing achter de hand heeft, maar wij niet.’ Daar zou ze in elk geval voor zorgen, als iemand er daarover andere ideeën op na hield. Op de een of andere manier zou ze dat doen. ‘Beloof me dat.’ Ze wisselden onderling nietszeggende blikken uit. Ze zouden het zeker niet leuk vinden onbelemmerd een zuster bij Rhand toe te laten. Ongetwijfeld zou een van hen ervoor zorgen telkens bij Merana’s bezoeken aanwezig te zijn, maar daarmee kon ze best leven, zolang zij niet te veel in de weg liepen.

‘Ik beloof het, Egwene Alveren,’ zei Amys ten slotte met een stem die even vlak was als een gladde steen.

Ze was waarschijnlijk beledigd dat Egwene haar een belofte had afgedwongen, maar Egwene had het gevoel dat ze een loden last kwijt was. Twee loden lasten. Rhand en Merana waren elkaar niet naar de keel gevlogen en Merana zou een kans krijgen om te doen waarvoor ze naar hem toe was gestuurd, ‘Ik wist dat ik de onverbloemde waarheid van je zou horen, Amys. Ik kan niet zeggen hoe blij ik ben die te vernemen. Als er iets verkeerd zou gaan tussen Merana en Rhand... Dank jullie wel.’

Geschokt knipperde ze met haar ogen. Heel even droeg Amys de cadin’sor. Ze maakte ook een of ander gebaartje. De handtaai van de Speervrouwen wellicht. Bair noch Melaine, die aan hun thee nipten, lieten merken dat ze het hadden gezien. Amys was wellicht graag ergens anders geweest, weg van de warboel die Rhand van ieders leven maakte. Het zou beschamend zijn voor een Wijze en droomloopster als ze haar beheersing over Tel’aran’rhiod verloor, zelfs al was het maar heel even. Voor een Aiel was schande veel erger dan pijn, maar er moesten getuigen van die schande zijn. Als niemand het had gezien of omstanders weigerden dat toe te geven, kon het allemaal net zo goed nooit gebeurd zijn. Een vreemd volk, maar ze wilde Amys zeker niet te schande zetten. Ze dwong zich effen te kijken en verder te praten alsof ze niets gezien had.

‘Ik moet een gunst vragen. Een belangrijke gunst. Zeg het niet tegen Rhand of iemand anders. Dit bedoel ik.’ Ze hief het uiteinde van haar stola op. Vergeleken bij hun gezichten was de meest serene Aes Sedai-blik het gezicht van een wildeman. Ze leken rotsen, ‘Ik bedoel niet dat er gelogen moet worden,’ voegde ze er haastig aan roe. In ji’e’toh was iemand vragen om te liegen net zo erg als zelf liegen. ‘Zeg het alleen niet. Hij heeft al iemand gestuurd om me zogenaamd te redden.’ En wat zal hij woest zijn, wanneer hij hoort dat ik Mart met Nynaeve en Elayne naar Ebo Dar heb weten weg te werken, dacht ze. Ze had het wel moeten doen. ‘Ik hoef dat geredder niet, ik wil het niet, maar hij meent het beter te weten dan wie ook. Ik ben bang dat hij zelf naar mij op jacht gaat.’ Wat maakte haar banger? Dat hij in z’n eentje woedend in een kamp met zo’n driehonderd Aes Sedai verscheen, of dat hij wellicht met enkele Asha’man zou komen? Hoe dan ook: een ramp. ‘Dat zou... ongelukkig zijn,’ mompelde Melaine, hoewel ze zelden de zaken verzachtte. Bair mopperde: ‘De Car’a’carn is eigenwijs. Even erg als iedere koppige man die ik ken. En wat dat aangaat, als sommige vrouwen.’

‘We zullen je vertrouwen voor ons houden, Egwene Alveren,’ zei Amys ernstig.

Egwene knipperde met haar ogen na die snelle instemming. Maar misschien was het niet zo verbazingwekkend. Voor hen was de Car’a’carn een van de stamhoofden, iets hoger, maar verder niets. En van Wijzen was bekend dat ze aan een stamhoofd geen dingen vertelden die hij volgens hen niet hoefde te weten.

Daarna viel er niet veel meer te zeggen, hoewel ze nog een tijdje bij enkele koppen thee doorbabbelden. Ze had graag om een les in droomlopen gevraagd, maar kon dat met Amys erbij niet doen. Amys zou dan vertrekken en ze had liever Amys dan een les. Het enige dat ze van de Wijzen feitelijk over Rhand nog te horen kreeg, kwam van Melaine. Die gromde dat hij een eind behoorde te maken aan de Shaido en Sevanna, waarna ze vuurrood werd omdat zowel Bair als Amys haar vervolgens’ fronsend aankeken. Sevanna was per slot van rekening een Wijze, zoals Egwene uit bittere ervaring wist. Zelfs de Car’a’carn mocht niet worden toegestaan op te treden tegen een Wijze, zelfs niet van de Shaido-stam. En ze kon hun geen bijzonderheden geven van haar eigen omstandigheden. Dat de Wijzen meteen het meest beschamende hadden gezien, deed niets af aan de schaamte die ze zou voelen als ze het besprak – het was heel moeilijk niet terug te vallen in het gedrag en het denken van de Aiel wanneer ze bij hen was; maar wellicht zou ze ook beschaamd geweest zijn als ze nooit een Aiel had ontmoet – en hun suggesties voor het aanpakken van Aes Sedai waren zodanig dat zelfs Elaida ze niet zou opvolgen. Een rel binnen de Aes Sedai – hoe onwaarschijnlijk ook – was misschien het gevolg. Dat ze zo slecht over Aes Sedai dachten was al erg genoeg en zij hoefde dat vuur niet hoger op te stoken. Op een dag wilde ze een band tussen de Wijzen en de Witte Toren smeden, maar dat zou nooit gebeuren tenzij het haar lukte de vlammen wat te temperen. Nog iets waarvoor ze geen enkel idee had, nog niet.

1 ... 60 61 62 63 64 65 66 67 68 ... 217
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)