Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Альтернативная история » Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]
Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]

Электронная книга - «Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]». Краткое содержание книги:

Wie is de beeldschone Storm Darroway? En wat verwacht zij van Malcolm Lockridge?
Het zijn vragen die de zojuist uit de gevangenis ontslagen Lockridge nauwelijks interesseren. Voor hem is zij immers in de eerste plaats een redder in hoge nood en al spoedig daarna — en onder wat voor onvermoede omstandigheden! — zijn minnares.
Toch zijn er mensen die haar met andere ogen bezien. De Tenil Orugaray noemen haar vol ontzag ‘De Storm’. Anderen zien haar als de onsterfelijke godin die leven schenkt. Voor Brann en zijn gardisten is zij onmiskenbaar een misdadige avonturierster, een meedogenloze vijand die even meedogenloos vernietigt dient te worden.
Samen met deze raadselachtige vrouw betreedt Lockridge de tunnels van de tijd, een web van tijdlijnen dat toegang geeft tot verleden, heden en toekomst. Daar, tijdens de talrijke, gevaarvolle zwerftochten die het uiterste van zijn geest en lichaam vergen, leert hij vele aspecten van haar wezen kennen. Maar helemaal doorgronden kan hij haar nooit.
Bovendien woedt rondom hem een oorlog waarin hem, zo blijkt al spoedig, een belangrijke rol is toebedeeld. Een oorlog ook die hem dwingt een keuze te maken: voor of tegen Storm. Een keuze die niet alleen voor hem, maar ook voor de toekomst van onpeilbaar groot belang is…
1 ... 29 30 31 32 33 34 35 36 37 ... 60
Перейти на страницу:

Als een schim lag zij in het duister geboeid op een verhoging. Hij voelde het koude zweet op haar naakte huid, scheurde de draden van haar hoofd, trok haar tegen zich aan en snikte. Gedurende een eindeloos moment bewoog zij zich niet en hij dacht dat zij dood was. Toen fluisterde zij: Je bent teruggekomen,’ en kuste hem.

13

Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje door het woud, de vluchtelingen keerden naar huis terug en in Avildaro heerste vreugde.

Hoewel het overwinningsfeest tevens een begrafenisfeest was voor de gevallenen, was het daarom niet minder uitgelaten en vrolijk. De vreemdelingen, wier wapens van metaal de Yüthoaz hadden verdreven, werden eveneens uitgenodigd voor de feestelijkheden. Men verstond elkaar niet, maar wat deed dat ertoe? De geur van gebraden speenvarkens, het vriendelijke grijnzen van de mannen, de lichamen van de vrouwen spraken een duidelijke taal.

Alleen het Lange Huis werd door iedereen gemeden. Want daar verbleven de groene goden die hun volk hadden bevrijd. Vlees en drank werden bij de deur neergezet en iedere volwassen man dong naar de eer er op post te mogen staan als dienaar of boodschapper. Op de tweede middag van het feest kwam een van hen naar Lockridge toe die op een weide toekeek bij het dansen, en zei hem dat hij ontboden werd.

Brandend van ongeduld begaf hij zich op weg. Zijn bezorgdheid om Storm had hem verhinderd van ganser harte aan de feestvreugde deel te nemen. Nu kwam men hem zeggen dat de Vrouwe van de Maan hem wenste te spreken.

Het zonlicht, de geur van bos, rook en zout water, het geschreeuw en het gezang in de verte, dat alles verdween uit zijn bewustzijn toen hij het huis betrad. Het heilige vuur was nog niet opnieuw ontstoken; er was beloofd dat Zij die ritus zou voltrekken op het moment dat Haar goed dacht. Glanzende bollen verlichtten het huis, de ruwe balken en zuilen staken scherp af tegen de beroete wanden, de uitgespreide vachten glansden alsof ze levend waren. Zeven Wachters zaten op een verhoging. en wachtten op hun koningin. Zij verwaardigden zich met Lockridge te groeten. Allen stonden echter op toen Storm verscheen. Het achterste gedeelte van het huis was nu afgeschut, niet door een stoffelijk scherm, maar door een energiegordijn dat alle licht absorbeerde. Naast dat zwarte scherm leek het alsof zij in brand stond.

Of nee… zij schitterde, dacht Lockridge duizelend, zoals de zee, die ook aan de Godin toebehoorde. De beproeving van drie dagen en nachten in de psychosonde was haar nog aan te zien, de hoge jukbeenderen staken scherp naar voren, de groene ogen gloeiden koortsachtig. Maar haar houding was kaarsrecht en het blauwzwarte haar golfde glanzend om haar gebruinde gezicht en hals. Uit de tijdpoort van koning Frodhi had men een gewaad gehaald dat bij haar tijd en positie paste. Blauw en doorschijnend viel het tot op haar koperen energiegordel; daaronder waaierde de rok breed uit tot op haar enkels; de blauwe kleur ging langzaam over naar purper, zilveren emblemen waren erin geweven die tegelijk schuimkoppen en slangen voorstelden. Haar mantel, die opgehouden werd door een gesp in de vorm van een labrys, was afgezet met sneeuwwitte voering, de buitenkant was echter grijs en er waren donderkoppen en schapewolkjes in geweven. Haar gouden schoeisel was bespikkeld met diamantstof. Een halve maan van gehamerd zilver kroonde haar voorhoofd.

Zij was in gezelschap van Mareth. Hij zei iets tegen haar in de taal van de Wachters. Met een ongeduldig gebaar onderbrak Storm hem. ‘Spreek zo, dat Malcolm je kan verstaan,’ beval zij in het Orugaray.

Mareth keek ontdaan. ‘Dat varkenstaaltje, Stralende?’ ‘Kretenzisch dan. Dat is deftig genoeg.’

‘Maar, Stralende. Ik wilde u verslag uitbrengen over…’ ‘Het is noodzakelijk dat hij het weet.’ Storm gaf hem gelegenheid deze vernedering te verwerken terwijl zij op Lockridge toeliep. Zij glimlachte. Onhandig boog hij om de hand die zij hem toestak, te kussen.

‘Ik heb je nog niet bedankt voor wat je hebt gedaan,’ zei Storm. ‘Maar woorden schieten tekort. Je hebt meer gedaan dan mij gered. Je hebt een grote overwinning behaald voor onze gehele zaak.’

‘Daar… daar ben ik erg blij om,’ stotterde hij.

‘Neem plaats, als je wilt.’ Lenig als een kat keerde zij zich van hem af en begon door de zaal heen en weer te lopen. Haar voetstappen waren onhoorbaar op de harde grond. Met knikkende knieën liet Lockridge zich naast een Wachter op een bank neer; opeens vol ontzag knikte de man hem vriendelijk toe.

Een levendige uitdrukking gleed over Storms gezicht. ‘We hebben Brann levend te pakken,’ zei zij. Zij sprak de zachte Kretenzische taal op een welluidende manier. ‘De informatie die we van hem krijgen, biedt ons de mogelijkheid om gedurende de komende duizend jaar in Europa de overhand te behouden. Mareth, ga je gang.’

De priester-tovenaar was blijven staan. ‘Ik begrijp niet hoe u het hebt kunnen volhouden, Stralende,’ zei hij. ‘Brann begint al door te slaan. Hij geeft zijn geheimen nu nog maar druppelsgewijs prijs, maar spoedig zullen ze bij stromen loskomen.’

‘Zover had hij mij ook al,’ zei Storm grimmig. ‘Als hij van die inlichtingen gebruik had kunnen maken…. nee, ik wil er niet meer aan denken.’

Lockridge wierp een blik op het donkere scherm en wendde vervolgens zijn ogen weer haastig af. Zijn maag kromp ineen. Daarachter lag Brann.

Wat daar voorviel, wist hij niet precies. Maar zeker geen martelingen. Tot zoiets zou Storm zich niet verlagen; het was trouwens een primitieve methode en waarschijnlijk zelfs nutteloos, gezien het sterke en geconditioneerde zenuwgestel en de onwrikbare wilskracht van de meesters der toekomst. Storm was onder narcose gebracht; energiestoten hadden de meest intieme gedeelten van haar hersenen omgewoeld. Het was niet dodelijk, maar de persoonlijkheid werd erdoor uitgeschakeld en een griezelig denkautomatisme in gang gezet, zodat stukje bij beetje alles wat zij ooit geweten en gedaan had, alles wat zij droomde en was, aan de oppervlakte kwam en in de moleculen van een opnameband werd vastgelegd.

Het was iets dat men geen levend wezen mocht aandoen. Maar verdraaid nog-an-toe! Brann kreeg nu een koekje van eigen deeg, hij heeft zoveel vrienden van mij gedood, die hem nooit een strobreed in de weg hadden gelegd. Het is tenslotte oorlog!

Mareth verzamelde al zijn waardigheid. ‘Goed,’ begon hij. ‘We zijn nu geïnformeerd over de huidige situatie, aangezien daarop heel zijn aandacht geconcentreerd was. Toen Lockridge door de tunnel ontsnapte, had Brann er natuurlijk geen vermoeden van welke hulp ons in Engeland ter beschikking stond. Hij maakte zich echter zorgen over de mogelijkheid dat Lockridge de Wachters op een of andere wijze zou kunnen inlichten over de gebeurtenissen. Daarom alarmeerde Brann zijn agenten in alle perioden van de Deense geschiedenis. Zij zijn ongetwijfeld… eh… nog steeds op zoek naar onze man, en attent op alles wat zou kunnen wijzen op een door de Wachters georganiseerde reddingsexpeditie.

Maar ondertussen moest hij enkele risico's tegen elkaar afwegen: moest hij Uwe Stralende naar een andere plaats en tijd overbrengen, of moest hij u hier houden? Omdat hij bepaalde redenen had om aan te nemen dat Lockridge hem uiteindelijk toch niet aan ons zou verraden, besloot hij hier te blijven, tenminste gedurende enige tijd. Dit is een verafgelegen en maar zelden bezocht milieu. Indien hij een handjevol Gardisten te hulp riep en verder het Strijdbijl-volk als zijn voornaamste hulptroepen bij de hand hield, moest hij toch betrekkelijk veilig zijn voor ontdekking.

Maar het resultaat is dat hij nu onze gevangene is, en zonder dat zijn organisatie er een vermoeden van heeft. Wanneer we eenmaal met hem klaar zijn, zullen we over de informatie beschikken die nodig is om verrassingsaanvallen op touw te zetten tegen Gardistenposities overal in de tijd, afzonderlijke agenten in de val te laten lopen, hun bolwerken te vernietigen — kortom, hun de zwaarste slag van de gehele oorlog toe te brengen.’

1 ... 29 30 31 32 33 34 35 36 37 ... 60
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)