Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Альтернативная история » Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]
Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]

Электронная книга - «Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]». Краткое содержание книги:

Wie is de beeldschone Storm Darroway? En wat verwacht zij van Malcolm Lockridge?
Het zijn vragen die de zojuist uit de gevangenis ontslagen Lockridge nauwelijks interesseren. Voor hem is zij immers in de eerste plaats een redder in hoge nood en al spoedig daarna — en onder wat voor onvermoede omstandigheden! — zijn minnares.
Toch zijn er mensen die haar met andere ogen bezien. De Tenil Orugaray noemen haar vol ontzag ‘De Storm’. Anderen zien haar als de onsterfelijke godin die leven schenkt. Voor Brann en zijn gardisten is zij onmiskenbaar een misdadige avonturierster, een meedogenloze vijand die even meedogenloos vernietigt dient te worden.
Samen met deze raadselachtige vrouw betreedt Lockridge de tunnels van de tijd, een web van tijdlijnen dat toegang geeft tot verleden, heden en toekomst. Daar, tijdens de talrijke, gevaarvolle zwerftochten die het uiterste van zijn geest en lichaam vergen, leert hij vele aspecten van haar wezen kennen. Maar helemaal doorgronden kan hij haar nooit.
Bovendien woedt rondom hem een oorlog waarin hem, zo blijkt al spoedig, een belangrijke rol is toebedeeld. Een oorlog ook die hem dwingt een keuze te maken: voor of tegen Storm. Een keuze die niet alleen voor hem, maar ook voor de toekomst van onpeilbaar groot belang is…
1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 60
Перейти на страницу:

‘Nee, ik ken ze,’ zei Mareth. ‘Bovendien omvatten de inwijdingsriten een onbewuste conditionering. Hun angst zal omslaan in razernij.’

Geluidloos verhief het toestel zich van de grond en bewoog zich door de koel-witte, zoemende tunnelbuis. De andere volgden met een Wachter aan het instrumentenpaneel.

‘Waarom heb je nog niet meer versterkingen uit andere tijdperken gehaald,’ vroeg Lockridge, ‘nu je toch over deze tunnel kunt beschikken?’

‘Er zijn er geen,’ zei Mareth. Hij praatte afwezig, zijn handen bewogen zich boven de controlelampjes, zijn gezicht stond strak en gespannen. ‘De tunnel is hoofdzakelijk aangelegd omdat we een toegang tot juist deze tijd wilden hebben. Naar de toekomst strekt hij zich uit tot de achttiende eeuw, waar we in Indië een bastion hebben. De Gardisten zijn vooral actief in Engeland tussen de Normandische Verovering en de Rozenoorlogen en daarom hebben we geen enkele poort op de middeleeuwen — evenmin hebben we er veel in vroegere tijdperken wanneer de kritieke gebieden, de voornaamste strijdtonelen zich elders bevinden. Gedurende de gehele Jonge Steentijd en de Noordelijke Bronstijd hebben de poorten in feite geen ander doel dan als doorgangspost te fungeren. Het is eigenlijk een gelukkig toeval dat we er hier een hebben die in de tijd samenvalt met de tunnel in Denemarken.’

Lockridge had nog meer vragen willen stellen. Maar het meedogenloos snelle vliegtuig had het jaar dat zij zochten, al bereikt.

Mareth stuurde het uit de tunnel. Hij stapte even af om een blik op de kalenderklok in de kast te werpen. ‘Uitstekend!’ zei hij verbeten toen hij terugkwam. ‘We hebben geluk. Geen reden om te wachten. Het is nacht, de zon zal spoedig opgaan, het moet dicht bij het ogenblik zijn waarop zij gevangen werd genomen.’

Een krachtveld had de vloot bijeen gehouden terwijl zij de tijddrempel overschreden. Zij vlogen omhoog naar de toegang, die zich voor hen opende en zich achter hen weer sloot. Mareth stelde de apparatuur in op een vlucht boven de grond in oostelijke richting.

Lockridge keek om zich heen. In het maanlicht van de Steentijd strekten de Venen zich nog groter en woester uit. Verderop, aan de kust, ontdekte hij vissersdorpen, die stuk voor stuk Avildaro hadden kunnen zijn.

Dat was geen toeval. Voordat de Noordzee ontstond, kon men te voet van Denemarken naar Engeland komen; de Maglemose-cultuur vormde één geheel. Later bevoeren de scheepjes van de Maglemose-volken deze zee en vanuit het Zuiden kwamen de zendelingen van de Godin naar beide landen. De diaglossa in zijn linkeroor vertelde hem dat de stammen van Oost-Engeland en West-Jutland elkaar nog konden verstaan als zij langzaam spraken.

Verder naar het binnenland nam die verwantschap af. Noord-Engeland werd beheerst door de jagers en strijdbijlenmakers, wier centrum in Langdale Pike gelegen was, maar die over het gehele eiland heen handel dreven. De Theems vallei was kort tevoren op vreedzame wijze in bezit genomen door immigranten van de overzijde van Het Kanaal; de landbouwers in de zuidelijke heuvels keerden zich langzamerhand af van de bloeddorstige gebruiken waarom men hen vroeger had gemeden. Dat was wellicht te danken aan de invloed van een machtige, vooruitstrevende stammenbond in het zuidwesten, die ook een begin had gemaakt met de exploitatie van tinmijnen om daardoor kooplieden uit de beschaafde landen aan te trekken. De belangrijkste stam van dat verbond was het Bekervolk; kleine groepjes ervan maakten verre reizen en verhandelden brons en bier. Een oud tijdperk stierf in Denemarken, een nieuw ontstond in Engeland: dit westland bevond zich dichter bij de toekomst. Lockridge keek over zijn schouder, hij zag de rivieren en de onmetelijke wouden; als in een droom wist hij dat ze krioelden van miljoenen vogels, dat elanden er hun geweldige geweien schudden en dat de mensen er gelukkig waren. Plotseling had hij sterk het gevoel dat dit —het land was waar hij thuis hoorde.

Nee. Beneden hem golfde de zee. Hij was op weg naar huis, naar Storm.

De snelheid waarmee Mareth vloog, was laag omdat hij de zonsopgang wilde afwachten. Niettemin waren er slechts enkele uren verstreken toen zij de Limfjord in zicht kregen. ‘Attentie allemaal!’

De vliegtuigen gleden omlaag. Staalgrijs flitste het water onder hen door, dauw glinsterde op het gras en op de bladeren van een zomer die plotseling opnieuw geboren was, achter het heilige bosje werden de daken van Avildaro zichtbaar. Lockridge zag dat de Strijdbijl-mannen nog steeds op de velden rond het dorp kampeerden. Hij ving een glimp op van een schildwacht die met grote ogen van schrik bij een stervend wachtvuur stond en de andere mannen wakker schreeuwde.

Een glinsterend luchtvaartuig schoot van het plein bij het Lange Huis de lucht in. Brann had dus gelegenheid gehad zijn mannen te hulp te roepen. Onder de verblekende sterren knetterden verblindende bliksems, donderslagen rolden over het land.

Mareth schreeuwde een aantal bevelen in een onbekende taal. Een tweetal vliegtuigen viel het toestel van de Gardisten aan. Vlammen schoten omhoog, het toestel spatte als een zeepbel uiteen. Zwartgeklede figuurtjes tuimelden door de lucht en sloegen op de grond te pletter.

‘We gaan landen,’ zei Mareth tegen Lockridge. ‘Ze zijn niet op een aanval bedacht geweest en daarom zijn ze niet talrijk. Maar als ze om hulp vragen… We moeten de toestand snel in de hand zien te krijgen.’

Hij liet het vliegtuig langs de baai scheren, zette het aan de grond en schakelde het krachtveld uit. ‘Eruit!’ schreeuwde hij.

Lockridge was de eerste. De Engelsen sprongen hem na. Een tweede vliegtuig landde naast het zijne, aan het hoofd van de mannen die daaruit stroomden, bevond zich Jesper Fledelius. Zijn zwaard fikste door de lucht. ‘Voor God en koning Christiaan!’ brulde hij. De andere toestellen waren een stuk verder geland, in de weiden waar de Yüthoaz kampeerden. Nadat de mannen ze hadden verlaten, stegen ze weer op. Koelbloedig en onverschillig overzagen de Wachterspiloten het strijdtoneel, gaven hun bevelen door middel van de medailles en gebruikten hun manschappen als waren het schaakstukken.

Metaal kletterde tegen steen. Lockridge rende naar de hut die hij zich herinnerde. Ze was leeg. Vloekend keerde hij op zijn schreden terug en haastte zich naar het Lange Huis. Een tiental Yüthoaz bewaakten het. Hoewel de bovennatuurlijke verschijnselen hen angst aanjoegen, hielden zij met opgeheven bijl dapper stand. Brann kwam te voorschijn.

Op zijn gezicht lag een verontrustende grijns. In zijn hand flitste een energiepistool. Lockridge had zijn eigen wapen op verdediging afgesteld. Hij dook door de vuurfontein en wierp zich op de Gardist. Samen rolden ze over de grond. Zij verloren hun wapens en trachtten elkaar bij de keel te grijpen.

Fledelius hief zijn zwaard en sloeg toe. Een Yütho zakte bloedend ineen. Een tweede viel aan, de Deen pareerde de slag; op dat moment arriveerden zijn Engelse volgelingen en er ontbrandde een hevig gevecht.

Vanuit een ooghoek bemerkte Lockridge nog twee in het zwart geklede gestalten, vlammen flitsten en vonken spatten in het rond wanneer hun energiestralen de schilden raakten. Hij zelf had zijn handen vol aan Brann. De Gardist was onmenselijk sterk en handig. Maar plotseling zag hij wie Lockridge was. Zijn mond viel open van ontzetting. Hij liet los en maakte een afwerend gebaar. Lockridge gaf hem een slag tegen de strot, wierp zich boven op hem en bonkte zijn hoofd op de grond tot hij het bewustzijn verloor. Onmiddellijk sprong de Amerikaan overeind, zonder zich tijd te gunnen voor de vraag wat er zich achter dat hoge voorhoofd had afgespeeld. Elders achtervolgden Fledelius en zijn mannen de Yütho-schildwachten. De andere Gardisten lagen verkoold aan de voeten van Mareth en diens strijdmakkers. Lockridge sloeg geen acht op hen. Met een sprong was hij in het Lange Huis.

Binnen was het donker. Op de tast liep hij verder. ‘Storm,’ riep hij met trillende stem. ‘Storm, ben je daar?’

1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 60
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)