De Cock en de ontluisterende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #37
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0503-6
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de ontluisterende dood». Краткое содержание книги:
De Cock keek op zijn horloge.
'U hebt nog twee minuten. U weet tussen welke autobussen u door moet lopen?'
'Ja.'
De Cock legde zijn hand op de schouder van Gerard Koster. 'De moordenaar,' sprak hij fluisterend, 'zal vermoedelijk uiterlijk heel kalm, vriendelijk en opgewekt op u toelopen. Laat u zich door die houding niet van de wijs brengen. Bedenk… hij heeft het op uw leven voorzien.'
De oude rechercheur hield zijn blik op zijn horloge gericht. Toen de wijzers half twaalf wezen, drukte hij Gerard Koster in zijn rug. 'Nu.'
Het klonk als een bevel.
De leraar Engels deed het portier van de Golf open, stapte uit en liep van hen weg.
De Cock onderdrukte de opkomende neiging om achter hem aan te gaan, maar besefte, dat hij daarmee zijn eigen plan zou vernietigen.
De seconden vergleden als eeuwen. Plotseling zetten de koplampen van twee auto's de nauwe passage tussen twee enorme autobussen in het volle licht.
De Cock stapte uit en draafde toe. Voor hem uit klonken vele driftige voetstappen. Toen de grijze speurder hijgend de verlichte passage tussen de autobussen had bereikt, zag hij een man met een groot mes in zijn rechterhand wild om zich heen steken. Fred Prins stond dicht bij hem. De jonge sterke rechercheur ontweek de rechterarm met het zwaaiende mes en plaatste zijn rechtervuist vol op de kin van de man. Het mes viel uit zijn hand en kletterde op de gladde keien. Geluidloos zakte de man ineen en bleef naast het mes op de keien liggen.
De ogen van De Cock zochten Gerard Koster. De jonge leraar leunde met zijn rug tegen het grote achterwiel van een van de autobussen. Zijn gezicht zag bleek en zijn lippen trilden. De oude rechercheur liep geschrokken op hem toe. 'Mankeert u wat?' vroeg hij gespannen. 'Heeft hij u geraakt?' Gerard Koster schudde zijn hoofd en sloot zijn ogen. Tot antwoorden was hij nog niet in staat.
De Cock stapte van hem weg en bukte zich bij de man die met gespreide armen bewusteloos op de keien lag.
Vledder hijgde in zijn nek.
'Hans,' stamelde hij, 'Hans Boschgraed.'
De Cock knikte.
'Leraar Nederlands.'
17
De Cock leunde behaaglijk achterover in zijn leren fauteuil. De oude rechercheur voelde zich voldaan en ontspannen. Het feit, dat hij weer eens een ingewikkelde moordzaak tot een goed einde had gebracht, was reden tot volle tevredenheid. Hij keek naar Dick Vledder en Frans Raap op de brede bank tegenover hem en verder naar Hans Rijpkema en zijn altijd trouwe bondgenoot in moeilijke tijden… Fred Prins… met zijn rechterarm in een mitella.
De vriendelijke accolades rond de mond van de grijze speurder dartelden vrolijk. Op het uitdrukkelijk verlangen van zijn jonge collega's had hij hen uitgenodigd voor een soort slotakkoord bij hem thuis.
De Cock had zich niet lang laten smeken, maar zich onmiddellijk bereid verklaard om opening van zaken te geven… om het mysterie van de ontluisterende dood volledig uit de doeken te doen. De oude rechercheur kwam iets voorover, pakte een fles verrukkelijke cognac uit het wijnrek en schonk de edele drank in fraaie, diepbolle glazen. Met zichtbare vreugde hief hij zijn eigen glas, omklemde het met volle hand en liet de nectar zachtjes schommelen. 'Op de eeuwige misdaad,' proostte hij.
Mevrouw De Cock, feestelijk gekleed in een glinsterende blouse boven een zwartfluwelen pantalon, bracht schalen vol lekkernijen en zette die op de ronde tafel. Daarna ging ze in de fauteuil naast die van haar man zitten.
'Je proostte op de 'eeuwige' misdaad?' vroeg ze niet-begrijpend. De Cock knikte.
'Zolang er mensen op deze aardkloot vertoeven,' sprak hij ernstig, 'zal er misdaad zijn. Kaïn sloeg Abel… het is van het begin af zo geweest.'
'Vind je dat een gedachte om op te proosten?' De Cock liet de vraag van zijn vrouw onbeantwoord. Hij wendde zich tot Fred Prins. 'Ik had niet gemerkt dat je gewond was geraakt.' De jonge rechercheur schudde zijn hoofd.
'Ik aanvankelijk ook niet. Plotseling bemerkte ik, dat mijn rechteronderarm nat en warm was van het bloed. Het bleek dat die wildeman mij toch nog met zijn mes had geraakt.'
'Ernstig?'
Fred Prins schudde zijn hoofd.
'Een vleeswond. Meer niet. Bij de eerste hulp in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis hebben ze de wond bekeken en behandeld. Er zijn geen pezen of zenuwdraden geraakt. Ze raadden mij wel aan de arm een poosje in een mitella te dragen.' De Cock grinnikte.
'Ik weet wat Ann, jouw Ierse vrouw, over mij zei, toen je met je arm in een mitella thuiskwam.' Fred Prins lachte.
'Don't tell me, riep ze. I know… that dangerous old man again.' De Cock maakte een verontschuldigend gebaar. 'Ik weet al jaren,' sprak hij somber, 'dat ik bij haar een slechte reputatie geniet.'
Fred Prins negeerde de opmerking. 'Hoe is het nu met hem?'
'Je bedoelt, met die man die je met dat mes stak?'
'Ja.'
De Cock trok een grijns.
'Je hebt hem een flinke dreun verkocht. Zijn kaak is ontwricht. Toen ik hem vanmorgen sprak, kon hij nauwelijks praten.' De oude rechercheur trok zijn gezicht in een ernstige plooi. 'Maar hij is je oprecht dankbaar voor die klap.' Fred Prins keek hem verbaasd aan. 'Dankbaar?' De Cock knikte.
'Dat zei hij mij vanmorgen. Doordat jij hem bewusteloos sloeg, kreeg hij geen kans om de hand aan zichzelf te slaan.' 'Dat was hij van plan?'
De Cock knikte opnieuw, traag en nadenkend.
'Harakiri. Ik heb bij hem thuis tal van boeken gevonden over sepukku, dat is een ceremoniële zelfmoord in Japan. Harakiri is een populaire term voor zo'n sepukku, waarbij men om zijn eer te redden zichzelf koelbloedig het onderlijf met een dolk openrijt.'
Vledder schudde afkeurend zijn hoofd.
'Een vreemde man, die Hans Boschgraed.'
De Cock reageerde niet direct. Hij nam peinzend een slok van zijn cognac. 'Ik ben er van teruggekomen om het gedrag van mensen vreemd te vinden, voordat ik de motivering van dat gedrag ken.'
Vledder keek hem verwonderd aan. 'Jij kent de motivering van zijn gedrag?' De Cock knikte. 'Die ken ik.'
Vledder klemde zijn lippen opeen.
'En is het nu plotseling normaal,' sprak hij fel, 'dat men iemand doodsteekt en hem daarna zijn penis afsnijdt… tot driemaal toe?' Het klonk cynisch. De Cock schudde zijn hoofd.
'Het is niet normaal… uiteraard niet. Het zou catastrofaal zijn als alle mensen handelden vanuit het denkpatroon van Hans Boschgraed… het leed was niet te overzien. Maar een mens… die verder maatschappelijk normaal functioneert… en dat deed Hans Boschgraed toch als leraar… kan in omstandigheden geraken, waarin zo'n verward, krankzinnig denkpatroon ontstaat.' De grijze speurder zuchtte diep. 'Het is voor ons, rechercheurs, zo oneindig moeilijk… zo niet onmogelijk om zo'n denkpatroon te ontdekken… te onderkennen. Dat gebeurt alleen als er iets van de waanzin van de dader bij je overvonkt.'
Mevrouw De Cock boog zich naar haar man. 'Jurrian,' sprak ze kalm, 'je maakt ons nieuwsgierig… we weten, dat rechercheur zijn een moeilijk vak is, maar vertel… hoe kwam Hans Boschgraed tot zijn daden?'
De Cock begreep de terechtwijzing van zijn vrouw. Hij strekte zijn rug en schraapte zijn keel.
'Ranske Rauward,' begon hij, 'trouwde in het pittoreske Bolsward met de verkeerde man. Dat is niets bijzonders. In meer dan vijfentwintig procent van de huwelijken, wordt in Nederland een verkeerde partnerkeuze gedaan.
Bouke Anne Minnertsga, een bekwaam leraar klassieke talen, was in Sneek voortdurend gewikkeld in schandaaltjes… liefdesrelaties met jonge vrouwelijke leerlingen. Zijn verblijf in Sneek werd op den duur onhoudbaar en het echtpaar Minnertsga verdween uit Friesland en kwam terecht op het Bartholinus Gymnasium in Amsterdam. Tussen het echtpaar Minnertsga was toen al een onherstelbare breuk ontstaan. Hoewel het haar van vele zijden werd aangeraden, wilde Rankse Rauward echter, opgegroeid in een streng christelijk milieu, van geen echtscheiding weten.