De Cock en de ontluisterende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #37
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0503-6
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de ontluisterende dood». Краткое содержание книги:
Mevrouw Minnertsga negeerde zijn vraag. Met een bleek gezicht keek ze naar hem op.
'Wat is er gebeurd?'
De Cock kneep zijn ogen iets dicht.
'Wat bedoelt u?' vroeg hij ontwijkend.
Mevrouw Minnertsga slikte.
'Waar is Guillaume?'
De Cock streek met de rug van zijn hand langs zijn lippen. Het was een gebaar om uitstel. 'Waar is Guillaume?'
Haar gil weerkaatste tegen de wanden van de hal.
De Cock zuchtte diep.
'Guillaume is dood.'
Haastig schoot de oude rechercheur toe.
Mevrouw Minnertsga gleed langzaam uit zijn armen bewusteloos naar de vloer.
13
De Cock had moeie voeten. Ze waren er ineens, onaangekondigd. Het was als een donderslag bij heldere hemel. Hij leunde achterover en legde zijn voeten op de hoek van zijn bureau. Met een van pijn vertrokken gezicht bevoelde hij zijn kuiten. Het was alsof geniepige kleine duiveltjes uit pure boosaardigheid met duizend spelden in zijn kuiten prikten. Hij kende de pijn, die uit de holten van zijn voeten kwam, langs zijn hielen omhoog trok en zich vastzette in zijn kuiten. Hij wist ook wat die pijn betekende. Telkens als de zaken slecht liepen, als zijn onderzoeken dreigden te verzanden en als hij het machteloze gevoel had volkomen in het duister te tasten, gaven die helse duiveltjes acte de présence. Vledder keek hem bezorgd aan. 'Zijn ze er weer… de duiveltjes?'
De Cock knikte en sloot zijn ogen. Enkele minuten bleef hij zo zitten, bewegingloos en geconcentreerd. Zijn markant gezicht leek een stalen masker. Om de pijn te verdrijven zette hij zijn tanden in zijn onderlip.
'Het gaat wel weer over,' sprak hij mat. 'De pijn is nog wel te verdragen, maar de wetenschap dat wij na twee moorden en enige dagen van intensief speuren in feite nog geen stap verder zijn gekomen met ons onderzoek, bezorgt mij een angstig voorgevoel.' Vledder keek hem met een blik vol ongeloof aan. 'Ben je bang, dat we er niet uitkomen… dat de moordenaar ons ontglipt?'
De Cock maakte een hulpeloos gebaar.
'Dat kan toch gebeuren? Hoeveel moorden blijven niet onopgelost?' Vledder schudde zijn hoofd. 'Niet bij ons,' reageerde hij fel. De Cock negeerde de opmerking.
Hebben de broeders op Westgaarde vannacht het lijk voor je ontkleed?'
Vledder knikte.
Guillaume du Bartas had dezelfde verwondingen in de borst- en maagstreek als Minnertsga. Hij is op dezelfde manier afgeslacht. Beestachtig. Het lijkt wel het werk van een waanzinnige.' 'Een briefje?'
De jonge rechercheur liet zijn hoofd zakken. 'Ik heb de kleding van Guillaume du Bartas grondig nagekeken,' sprak hij somber. 'Er was geen briefje… geen briefje van Roeland van Ieperen.'
De Cock tilde zijn benen van het bureau. De pijn in zijn kuiten trok langzaam weg. Alleen in zijn voeten bleef nog een gevoel van intense moeheid hangen.
'Dat verwachtte ik ook niet,' sprak hij hoofdschuddend. 'Roeland van Ieperen zal tijdens zijn bezoek aan Gerard Koster, zijn jonge leraar Engels, hebben begrepen, dat zo'n briefje een directe aanwijzing tegen hem kan zijn.' De oude rechercheur gniffelde. 'Als hij ook zijn leraar Frans heeft omgebracht, dan zou het stom zijn geweest om opnieuw zo'n stuntelig briefje bij het lijk achter te laten.' Vledder keek hem onderzoekend aan.
'Je houdt er toch rekening mee,' vroeg hij met enige verwondering, 'dat Roeland van leperen nog steeds op wraakoefening uit is?' De Cock antwoordde niet.
'Had de vermoorde Guillaume du Bartas nog andere bescheiden bij zich?'
Vledder knikte.
'Ik vond in zijn portefeuille het kentekenbewijs van een vrij nieuwe Fiat Tempra en van die auto had hij de sleuteltjes in zijn broekzak. Ik ben daarmee van Westgaarde naar de parkeerplaats gereden.' 'En?'
'Zijn wagen stond er… niet ver van die twee Duitse autobussen. Puntgaaf en keurig afgesloten. Ik heb ook in de wagen geen bijzonderheden kunnen ontdekken… geen bloed, geen sporen van een worsteling.' 'Parfum?'
Vledder trok zijn schouders iets op.
'Er hing wel een luchtje in de wagen… een beetje zoetig. Ik vermoed een eigen geurtje. Ik meen, dat hetzelfde luchtje ook in Westgaarde aan zijn kleding hing.' De Cock knikte begrijpend. 'Wanneer is de sectie?'
'Vanmiddag om drie uur. Dokter Rusteloos had het druk. Hij had nog secties in Breda, Tilburg en Den Haag. Het wordt tijd, dat het Laboratorium voor Gerechtelijke Pathologie in Rijswijk personele uitbreiding krijgt. Ze kunnen het werk bijna niet meer aan.'
De Cock strekte zijn armen geeuwend naar het plafond. 'Dokter
Rusteloos,' sprak hij met een half open mond, 'moet nodig met pensioen.' Hij geeuwde opnieuw. 'Misschien bemerkt men dan eens hoeveel werk die oude man verzet.'
Vledder keek hem schattend aan.
'Hoe laat was je thuis?'
'Vier uur.'
De jonge rechercheur reageerde verrast.
'Had Jan Kusters geen mannetje om je even naar huis te brengen?' De Cock knikte.
'Dat wel,' antwoordde hij bedaard. 'Maar toen ik de hal van het politiebureau binnenstapte, stond daar mevrouw Minnertsga.' Vledder boog zich met een ruk naar voren. 'Wie?'
'Mevrouw Minnertsga.' De jonge rechercheur slikte. 'Wat kwam die doen?' De Cock zuchtte.
'Vragen wat er met Guillaume du Bartas was gebeurd. En toen ik haar vertelde dat die dood was, zakte ze ineen. Ik kon haar nog net opvangen. Bewusteloos gleed ze uit mijn armen.'
'Was het echt?'
'Wat bedoel je?'
'Geen loentje?'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Het heeft geruime tijd geduurd voor ze weer bij haar positieven kwam. Jan Kusters en ik hebben er nog een dokter bij gehaald.'
De jonge rechercheur grinnikte vreugdeloos.
'Wist ze dan wat… had iemand haar iets gezegd? Ik bedoel, waarom kwam ze naar het bureau?'
De Cock leunde in zijn stoel achterover.
Toen ze weer aanspreekbaar was, heb ik haar meegenomen naar de grote recherchekamer.' De oude rechercheur glimlachte. 'En uiteraard brandde op mijn lippen dezelfde vraag… om welke reden kwam ze naar de Warmoesstraat om te vragen wat er met Guillaume was gebeurd.' 'En?'
De Cock boog zich weer naar voren.
Mevrouw Minnertsga vertelde mij, dat Guillaume du Bartas na schooltijd met haar was meegereden naar haar woning. Ze hadden samen gegeten en de avond doorgebracht met het kijken naar de televisie. Hoewel mevrouw Minnertsga, zo zei zij, enige min of meer bedekte toespelingen had gemaakt, wilde Guillaume toch de nacht niet bij haar doorbrengen. Hij vond dat, gezien het feit dat Minnertsga nog niet was begraven, ongepast en verliet zo rond elf uur haar woning.'
'Een nette man.' Het klonk wat cynisch. De Cock knikte zonder commentaar.
'Mevrouw Minnertsga kleedde zich uit,' ging hij verder, 'stapte in bed en viel spoedig in slaap. Een paar uur later werd ze badend in het zweet wakker. Ze had een verschrikkelijke droom gehad… een pure nachtmerrie. In die droom zag ze hoe een jongeman tussen daken van auto's door met een groot mes in zijn rechterhand op Guillaume du Bartas toestormde en hem enige steken toebracht.' 'Verschrikkelijk.' De Cock sloot even zijn ogen.
'Haar droom was zo angstig, zo benauwend en werkelijk, dat ze uit bed stapte, de telefoon pakte en Guillaume du Bartas opbelde. Ze wist dat de telefoon bij hem naast zijn bed stond.' Vledder slikte.
'Guillaume antwoordde niet.'
De Cock drukte de muizen van zijn handen tegen zijn slapen en schudde zijn hoofd. 'Guillaume antwoordde niet,' herhaalde hij somber. 'Mevrouw Minnertsga bleef bellen en raakte met de seconde meer in paniek. In haar gevoel groeide de overtuiging, dat haar droom niet zomaar een willekeurige droom was geweest, maar een boodschap… een exacte weergave van de realiteit… iemand had Guillaume neergestoken.' 'Net als haar man.' De Cock knikte.