De Cock en de ontluisterende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #37
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0503-6
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en de ontluisterende dood». Краткое содержание книги:
'Ze kleedde zich aan en reed met haar wagentje als een razende door de stad naar de Warmoesstraat. Jan Kusters kon haar niet helpen. De wachtcommandant had de melding over een lijk op de parkeerplaats binnen, maar wist op dat moment nog niet wie het slachtoffer was.' De oude rechercheur zweeg even en ademde diep. 'Toen ze na enige tijd mij druipend van de regen de hal van het politiebureau zag binnenstappen, moet ze in haar hart al hebben beseft, dat haar droom was uitgekomen… Guillaume was dood.'
De grijze speurder zweeg opnieuw. Hij kwam traag uit zijn stoel overeind. Vanuit de hoogte keek hij op Vledder neer.
'jij gaat straks naar de sectie?'
Vledder keek omhoog naar de klok.
'Over een halfuurtje.'
De Cock slenterde naar de kapstok.
Vledder stond op en kwam hem na.
'Waar ga jij heen?'
'Naar het Bartholinus… praten met Gerard Koster.' 'Waarover?'
De Cock zette zijn hoedje op.
'Een schuiladres,' antwoordde hij. 'Mevrouw Minnertsga heeft in haar droom de moordenaar van Guillaume du Bartas herkend.' Vledder keek hem met grote ogen aan. 'Ze zag wie het deed?' De Cock knikte.
'Roeland… Roeland van Ieperen.'
Omdat Vledder hun Golf nodig had om naar de sectie op Westgaarde te rijden, was De Cock op het Stationsplein in lijn negen gestapt. Het was druk in de tram. Naast hem op de smalle bank zat een omvangrijke vrouw met een indrukwekkende tas boodschappen op haar brede schoot. Ze liet hem zo weinig ruimte, dat de oude rechercheur al in de Linnaeusstraat, bij de halte Pretoriusstraat benauwd en verkreukeld uitstapte en te voet verder ging.
Vanuit de Linnaeusstraat slenterde hij naar de Middenweg. De omgeving was hem vertrouwd. Het was in deze buurt, dat hij, naar zijn gevoel een eeuwigheid geleden, als jonge diender bij de Amsterdamse politie was begonnen. Tegenover Frankendael sjokte hij van de Middenweg links het Linnaeushof in.
De Cock stapte de hal van het Bartholinus Gymnasium binnen en bereikte via dubbele deuren met gekleurd glas in lood een brede gang. Aan het einde van die gang wist hij rechts een deur naar de kamer van mevrouw Minnertsga. Gezien haar ervaringen van de afgelopen nacht achtte hij haar niet in staat om nu al les te geven. Daarom liep hij de trap op naar de eerste etage, klopte op de deur van de kamer van de heer Boschgraed en stapte binnen. De leraar Nederlands kwam lenig uit zijn stoel overeind en liep met uitgestoken hand op de grijze speurder toe. 'Welkom,' jubelde hij, maar zijn gezicht versomberde. 'Ik heb het vanmorgen gelezen in de krant… van Guillaume du Bartas… hebt u weer een briefje gevonden?'
De Cock schudde zijn hoofd.
'Ik ben feitelijk op zoek naar Gerard Koster.'
'Leraar Engels.'
De Cock knikte.
'Ik wil even met hem praten.'
Hans Boschgraed blikte op zijn horloge.
'Zijn lesuur is zo afgelopen.' Hij liep langs De Cock. 'Ik zal u naar zijn kamer brengen en hem waarschuwen dat u er bent.' De Cock knikte dankbaar en liep achter hem aan. Hans Boschgraed ging hem voor de trap op naar de tweede verdieping van het schoolgebouw en liet hem daar in een kamertje op een stoel plaatsnemen. 'Even geduld,' sprak hij vriendelijk. 'Het duurt niet lang meer.' Met de deurknop in zijn hand bleef hij staan. 'Als ik u nog ergens mee van dienst kan zijn?' De Cock wuifde hem vriendelijk weg.
Na een paar minuten kwam Gerard Koster het kamertje binnen en schudde hem de hand. Daarna nam hij tegenover hem plaats. De jonge leraar Engels leek wat bedrukt.
'Ik had uw komst verwacht,' zei hij.
De Cock veinsde verbazing.
'Hoezo?'
Gerard Koster gebaarde voor zich uit.
'Die gruwelijke moord op onze Guillaume du Bartas. Dat is de tweede leraar van het Bartholinus. Ik vind het bedreigend.' 'Voor u?'
Gerard Koster zwaaide met zijn armen.
'Voor alle leerkrachten van de school,' antwoordde hij heftig. 'Als iemand bezig is ons stelselmatig uit te roeien…' De jonge leraar Engels maakte zijn zin niet af. 'Wraak?'
Gerard Koster zuchtte.
'Daar begint het op te lijken.' Hij liet zijn hoofd iets zakken. 'Voor Minnertsga was dat naar mijn gevoel een aanvaardbaar motief. Hij had dikwijls problemen met zijn leerlingen. Maar Guillaume du Bartas… een vriendelijke man… attent… met de hoffelijkheid van de taal waarin hij les gaf.'
De Cock wreef over zijn brede kin.
'Wist u, dat ook mevrouw Minnertsga die attente hoffelijkheid van Guillaume du Bartas zeer op prijs stelde?' Gerard Koster glimlachte.
'Ik wist dat niet. Maar van de week, tijdens de koffiepauze, hebben ze ons dat verteld. Het schijnt, dat ze al geruime tijd een verhouding met elkaar hebben… dat heb ik tenminste begrepen… ook toen Minnertsga nog leefde.'
De Cock stond op. De milde uitdrukking op zijn gezicht veranderde. Hij strekte zijn hand naar Gerard Koster uit. De handpalm naar boven.
'Ik wil het schuiladres van Roeland van leperen.'
De leraar Engels keek naar hem op.
'Dat heb ik niet.'
De Cock keek hem schuins aan.
'U wilt het mij niet geven.'
Gerard Koster schudde zijn hoofd.
'Ik heb het niet… niet meer. Roeland belde mij vanmorgen op. Hij was nogal geëmotioneerd. Hij had in de krant gelezen dat er weer een leraar op die bewuste parkeerplaats was vermoord. Dat had hem duidelijk geschokt. Roeland vertelde mij dat hij onmiddellijk van adres was veranderd… om mij niet in de problemen te brengen wanneer de recherche pressie op mij zou uitoefenen.' De Cock grijnsde.
'Een knappe gedachte van een jongen van achttien jaar.' De oude rechercheur kon een cynische toon niet onderdrukken. De toon ontging Gerard Koster.
'Roeland zei ook,' ging hij verder, 'dat hij weinig vertrouwen had in de Amsterdamse recherche en dat hij zich eerst bij de politie zou melden wanneer hij had gelezen dat de ware moordenaar was gevat.'
De Cock glimlachte. 'Dat vorige schuiladres?' Gerard Koster knikte.
Dat kunt u van mij krijgen,' sprak hij gelaten. Hij keek naar de grijze speurder op. 'Bij Guillaume… was daar een briefje?' De Cock schudde zijn hoofd.
'We hebben er wel naar gezocht, maar het was er niet.' Gerard Koster kwam uit zijn stoel omhoog.
'Dat… eh, dat vorige briefje… dat briefje dat bij Minnertsga lag… mag ik dat eens zien?'
De Cock knikte bedaard. Hij tastte in de binnenzak van zijn colbert naar het briefje, dat hij om beschadigingen te voorkomen, in plastic had laten vatten en reikte het aan de leraar Engels over. Het gezicht van Gerard Koster verstarde.
'Dat… dat,' stamelde hij ontzet, 'is van Ranske… Ranske Minnertsga.. het is op haar schrijfmachine geschreven.'
14
De Cock keek verrast op toen Smalle Lowietje de grote recherchekamer binnenstapte, haastig op hem toeliep en hijgend op de stoel naast zijn bureau plofte.
'Wat… wat kom je doen?' riep hij verbaasd.
De tengere caféhouder trok een pijnlijk gezicht.
'Ik heb niet veel tijd,' hijgde hij na. 'Er staat even een vervanger achter de tap in mijn etablissement, en vervangers… weet je… jatten altijd.'
De Cock glimlachte.
'Het moet verrekt belangrijk zijn watje te vertellen hebt,' sprak hij vrolijk. 'Ik heb je in geen jaren aan de Kit gezien.' Smalle Lowietje bromde.
'Dat is goed zo,' knikte hij instemmend. 'Ik sta in de buurt niet graag als versliegeraar te boek.'
De Cock frommelde aan het puntje van zijn neus.
'Dat weet ik,' lachte hij. 'En laat ook niemand dat van je zeggen of hij krijgt met mij te doen.'
De caféhouder boog zich vertrouwelijk iets naar voren.