De Cock en een strop voor Bobby
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #1
- Год: 2004
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0614-9
- Жанр: Полицейские детективы
Электронная книга - «De Cock en een strop voor Bobby». Краткое содержание книги:
‘Mag je dat vader?’
Het viel mij op dat ze het woord ‘vader’ gebruikte. Ze zei meestal ‘paps’.
Ik schudde mijn hoofd.
‘Nee Marjan, dat mag ik niet. Het is dan ook een geheim. Een geheim tussen jou en mij. Geert weet niet wat ik met die brief heb gedaan.’
Ze knikte met een ernstig gezicht.
Ik nam nog een slok koffie.
‘Dit alles heeft natuurlijk niets te maken met het aandeel van Bobby. Hij vond slechts een vrouwtje dat hij in de prostitutie kon brengen. Dat hij met haar trouwde had niets met liefde of verantwoordelijkheid te maken. Het was slechts een middeltje om zichzelf tegen de Wet te beschermen.’ ‘Die Bobby Brakel’ — ze sprak aarzelend — ‘is dat zo’n zwarte man met een rode sportwagen?’
Het was alsof plotseling iedere vezel van mijn lichaam zich spande en het kostte mij moeite om zo toonloos mogelijk te zeggen: ‘Hoezo, ken je hem dan?’
Haar vingers speelden met mijn pakje sigaretten, dat voor haar lag. Ze peuterde het cellofaantje los en frommelde het in elkaar. Het gaf een knisperend geluidje.
‘Ik heb het je niet willen zeggen, paps. Je zou je nodeloos ongerust hebben gemaakt.’
‘Wat Marjan, wat heb je mij niet willen zeggen?’
‘Je moet het goed begrijpen,’ zei ze. ‘Pas gisteren uit het verhaal van Geert begreep ik wat voor een soort man die Bobby was.
Ik popelde. Ik had haar de woorden uit haar mond willen trekken, maar ik beheerste mij. Ik voelde mijn bloed in mijn vingertoppen vibreren en mijn trommelvliezen waren zo gevoelig, dat het geluid van een paar tikkende messen en vorken pijn deed aan mijn oren.
‘Ik had het je al eerder kunnen vertellen,’ zei ik scherp.
Ze keek mij met grote ogen aan.
‘Maar paps, jij vertelt toch nooit iets. Alleen vanavond ben je zo spraakzaam. Wat weet ik van het wereldje waarin jij werkt? Wat weet ik van mannen zoals Bobby? Wat weet ik van hun praktijken? Ik heb er wel eens iets over in boeken gelezen en zo nu en dan staat er wat in de krant. Maar het is allemaal zo vaag, zo ver weg ook, en zo onwezenlijk dat je er niet in gelooft. Het heeft vaak iets weg van een boeman om je als jong meisje in te prenten dat je vooral niet met vreemde mannen moet meegaan. Als je dan wat ouder wordt verdwijnt de angst en dan stel je je voor dat je zo’n man direct zult herkennen. En jij hebt mij nooit wijzer gemaakt.’
Ik liet mijn hoofd iets zakken. Ze had gelijk. Het had geen zin om het te ontkennen. Marjan reikte met haar arm over het tafeltje en beroerde mijn hand met haar vingers.
‘Het is geen verwijt hoor. Ik geloof dat ik wel begrijp waarom je thuis nooit over je werk praat. Alleen, ik was nu niet gewaarschuwd.’ ‘Is er dan wat gebeurd?’ vroeg ik hees.
‘Nee,’ zei ze kalm, ‘maar het had toch gekund.’
Ik knikte.
‘Zie je paps, hij was te opdringerig. Ik zou haast zeggen, te ervaren. Ik voelde ergens vanbinnen een afkeer, hoewel ik hem wel aardig vond. Maar hij was te glad, te soepel. Begrijp je wat ik daarmee bedoel?’
‘Ja Marjan, ik begrijp het.’
Ze zweeg en scheen in gedachten verzonken.
‘Weet je waar hij woont?’ vroeg ik.
Marjan keek mij strak aan.
‘Paps, waarom langs een omweg? Waarom vraag je me niet rechtstreeks of ik iets met hem heb gehad. Dat bedoel je toch?’ ‘Je hebt gelijk Marjan. Waarom langs een omweg. Ik besef eigenlijk pas vanavond voor het eerst dat je volwassen bent. Ik kan een eerlijk antwoord verwachten.’
Ze glimlachte. ‘Dat antwoord heb je al. Ik heb je toch al gezegd dat er niets is gebeurd. Hij heeft mij een paar maal naar huis gebracht en omdat hij te opdringerig, of laat ik zeggen te vrijpostig werd, heb ik hem gezegd dat het uit was en dat ik niet meer door hem naar huis gebracht wilde worden. Dat is alles.’
‘En liet hij het daarbij?’
‘Dat is het nu juist. Hij valt mij nog steeds lastig. Hij weet waar ik werk. Hij belt mij wel een paar maal per dag op en soms staat hij ’s avonds bij het kantoor. Het is bar vervelend. Ik ben al een paar maal van plan geweest om het je te vertellen.’
‘Waar heb je hem ontmoet?’
‘Dat was op een dansavondje bij Peeters, je weet wel, dat zaaltje waar meest jongelui komen. Ik heb hem daar al dikwijls gezien. Hij komt daar vaak. Ongeveer twee maanden geleden kwam hij op een avond naar mij toe en vroeg of ik Marjan Versteegh was. Ik vond het vreemd dat hij mijn naam kende, maar hij zei dat hij mij altijd zo charmant had gevonden en dat ik zoveel indruk op hem had gemaakt en dat hij daarom bij andere meisjes naar mijn naam had geïnformeerd. Ik vond het eerlijk gezegd wel leuk en die avond bracht hij mij met zijn sportwagen naar huis.’
‘Bracht hij je tot voor de deur?’ ‘Nee, hij zei: “Sommige vaders vinden het niet prettig wanneer hun dochters met een wagen worden thuisgebracht.”’
Ik zuchtte diep. ‘Luister eens Marjan,’ zei ik ernstig, ‘je moet mij één ding beloven.’
Ze schudde heftig haar hoofd. ‘Het hoeft niet,’ viel ze mij in de rede, ‘ik weet best wat je zeggen wilt. Wees maar gerust. Ik ga al een paar weken niet meer naar Peeters en u kunt ervan op aan, dat ik elk contact met die Bobby zal vermijden. Trouwens, ik heb nu toch een nieuwe vriend.’
‘Geert?’
Ze lachte.
‘Bezwaren, paps?’
‘Nee Marjan.’
We gingen wandelend naar huis. Marjan en ik liepen stijf gearmd. Ik vond het prettig. Het leek mij toe of wij dichter tot elkaar waren gekomen, of we elkaar hadden gevonden, opnieuw, op een ander niveau. We babbelden gezellig en ik bemerkte dat ik vrijer sprak. Ik was een paar remmen kwijt en voelde mij zekerder. Ik vertelde zelfs van mijn werk en de moeilijkheden die ik daarin persoonlijk ondervond. Marjan luisterde en uit de opmerkingen die zij maakte, proefde ik begrip. Ik vertelde haar wat volgens mij de diepere achtergronden waren van de avances die Bobby haar had gemaakt; dat hij middels haar mij had willen treffen en dat hij daarop zelfs eens had gezinspeeld. Ik was trots op mijn Marjan, omdat zij had standgehouden tegen de geperfectioneerde verleidingstechniek van Bobby. Maar dat zei ik haar niet.
Ik wist wat mij nu verder te doen stond. Bobby zou Marjan niet meer lastig vallen en ik zou daarvoor zorgen, hoe dan ook. Hij vormde een bedreiging, niet alleen voor Marjan, maar voor ieder meisje, dat dom en onervaren genoeg was om op zijn avances in te gaan.
Ik peinsde. Hij ging dus naar dansavondjes en bestudeerde daar zijn toekomstige slachtoffertjes. Dat had ik uit de woorden van Marjan begrepen. Ik wist dat nog niet, hoewel ik mij er al steeds over had verwonderd hoe hij aan nieuw ‘materiaal’ kwam. Ik wist van sommige souteneurs, dat ze wel bij de stations rondscharrelden en daar galant aanboden koffers te dragen voor die meisjes, waar ze ‘wat’ inzagen, maar men had mij nog nooit bericht dat Bobby daar gezien was. Ik zou nog eens proberen na te gaan waar hij Ageeth en Mientje had opgepikt, en hoe hij aan die nieuwe ster was gekomen, waarmee hij de laatste tijd weer veel werd gezien. Ik grijnsde. Maar dat zou allemaal niet meer nodig zijn wanneer het kwaad zelf met wortel en tak was uitgeroeid.
Mijn vrouw bleek al thuis te zijn. Ze zette nog een kop koffie, deed omstandig verslag van haar bezoek aan haar moeder en ging daarna naar bed. Ook Marjan verdween naar haar slaapkamer. Ik bleef nog een uurtje zitten lezen en rookte een paar sigaretten. Toen ik ervan overtuigd was dat beiden sliepen, trok ik mijn overjas aan. Mijn schouderholster had ik omgedaan. Voordat ik de deur uitstapte, controleerde ik mijn pistool. In de houder zaten zes patronen. Ik trok de slede achteruit en bracht een kogel voor de loop. In de woning liet ik de lichten branden en trok de buitendeur zachtjes achter mij dicht.