De Cock en een deal met de duivel
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #52
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1341-2
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en een deal met de duivel». Краткое содержание книги:
‘Is die Anna-Marie de Graaf-Achterberch, net als Aleida de Waal, ook vermoord?’
De Cock trok zijn wenkbrauwen op. ‘Waarom vraagt u dat?’
‘Het staat er niet bij.’
De Cock keek haar glimlachend aan. ‘Wie bent u… en vanwaar uw belangstelling?’ ‘Ik… eh, ik ben Henriëtte… Henriëtte Bakker, weduwe van Piet Bakker.’ ‘Waarom wilt u weten of Anna-Marie de Graaf ook werd vermoord?’
Henriëtte Bakker vouwde de krant weer dicht. ‘Omdat ik daar bang voor ben.’
‘Dat begrijp ik niet.’
Henriëtte Bakker verschoof iets op haar stoel. ‘Ik woon op de Noordermarkt, praktisch bij mevrouw De Graaf om de hoek. Ik deed wel eens boodschappen voor haar en haar vriendin Aleida de Waal.’
‘Wat voor boodschappen?’
Het gezicht van Henriëtte Bakker versomberde nog meer. In haar ogen lag een treurige blik.
‘Mijn man, Piet Bakker, heeft vroeger met de man van mevrouw De Graaf samengewerkt.’
‘In welk verband?’
‘Ze dealden.’
‘In de groep Tentakels?’
Henriëtte Bakker knikte. ‘Zo noemden ze zich… Tentakels, omdat ze nogal wat vertakkingen kenden. Er kwam oorlog in de groep en toen is er een stel gesneuveld. Daar was mijn man ook bij. Ze vonden zijn lijk naast de snelweg bij Den Haag… doorzeefd met kogels.’
De Cock knikte begrijpend. ‘Iets dergelijks overkwam ook de man van mevrouw De Graaf en de man van Aleida de Waal.’
‘Dat weet u?’
‘Dat is mij verteld.’
‘Mevrouw De Graaf nam na de dood van haar man contact met mij op. Ze wilde zelf in de handel gaan en vroeg of ik haar wilde helpen.’
‘Boodschappen?’
Henriëtte Bakker zuchtte. ‘U mag dat zelf invullen.’
De Cock gniffelde. ‘Wie wist dat u wel eens… eh, boodschappen voor mevrouw De Graaf deed?’
‘Aleida de Waal en vermoedelijk nog anderen.’
‘Wie?’
Henriëtte Bakker trok een bedenkelijk gezicht. ‘Het is een raar wereldje. Hoewel je het niet zou denken, wordt er veel gekletst. Men pocht over geld en invloed. Men rijdt in dure auto’s, koopt luxe buitenverblijven in Zuid-Frankrijk of Spanje.’
De Cock schudde zijn hoofd. ‘Ik vroeg niet hoe dat wereldje eruitziet. Dat weet ik wel. Ik vroeg wie wisten dat u wel eens boodschappen voor mevrouw De Graaf deed.’
Henriëtte Bakker liet haar hoofd zakken en snikte. Tranen drupten op de gevouwen krant op haar schoot.
‘Dat weet ik niet. Misschien heeft iemand gekletst… expres of per ongeluk. Je verrader slaapt nooit.’
Ze keek hem met een betraand gezicht aan.
‘Ik ben bang… bang dat mij hetzelfde overkomt als mevrouw De Graaf en Aleida de Waal. Zij waren kiene vrouwen, heel voorzichtig… altijd beducht voor verraad.’
‘Toch vond hun moordenaar hen.’
Henriëtte Bakker zuchtte diep.
‘Ik ben niet zo kien. Ik ben veel hulpelozer dan die twee. U moet mij beschermen.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat kan ik niet. Ik kan geen kordon politiemensen om u heen zetten. Misschien kunt u ter bescherming de hulp inroepen van de neef van mevrouw De Graaf… Henry Achterberch?’
Henriëtte Bakker plukte een zakdoekje uit de mouw van haar regenjas en droogde haar tranen.
‘Henry is een gevaarlijke, onbetrouwbare jongen. Er kleeft bloed aan zijn handen.’
‘Hoe weet u dat?’
Henriëtte zwaaide afwerend.
‘Laten we het onderwerp Henry rusten.’
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Ik heb u wat voorgelogen. Ik wilde alleen uw reactie peilen. Henry kan u niet meer beschermen. Hij is dood… gisteravond vermoord met zijn eigen wapen.’
Er kwam een grijns om de mond van Henriëtte Bakker.
‘Verbaast mij niets.’
‘U zou een beroep kunnen doen op Arno.’
Henriëtte schudde haar hoofd.
‘Liever niet. Arno lijkt op zijn vader. Hij is alleen wat slimmer.’
De Cock trok zijn schouders op.
‘Ik weet niet wie ik dan nog moet aanbevelen. Hebt u zelf geen enkel idee vanwaar het gevaar dreigt?’
Henriëtte Bakker strekte haar rug.
‘Ik heb de laatste keer dat ik mevrouw De Graaf bezocht in haar appartement op de Brouwersgracht, een man gezien… Gerard van Akkeren.’
De Cock keek haar scherp aan.‘Kent u die?’
Henriëtte Bakker knikte. ‘Van vroeger. Toen mijn man nog leefde zocht hij toenadering met mij. Vervelend, opdringerig. Ik was niet van zijn avances gediend. Ik vond hem een griezel. Dat zei ik hem ook en ik raadde hem aan om uit mijn buurt te blijven.’
‘En?’
‘Toen werd hij kwaad. “Zorg jij maar,” zei hij, “dat jij uit mijn buurt blijft. Er is nog nooit een vrouw geweest die mij ongestraft heeft afgewezen”.’
13
Vledder lachte.
‘Hoe vind je die kreet: er-is-nog-nooit-een-vrouw-geweest-diemij-ongestraft-heeft-afgewezen.’
De Cock trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Ik begin steeds meer interesse in die Gerard van Akkeren te krijgen. Na de dood van Aleida de Waal hebben wij niets meer van hem vernomen.’
‘Moet dat?’ vroeg Vledder quasi verbaasd. ‘We hebben hem toch geen meldingsplicht opgelegd.’
‘Na de gruwelijke moord op Anna-Marie de Graaf, met wie hij al enige tijd een verhouding had, vinden we hem terug bij Aleida de Waal, met wie hij blijkbaar ook iets moois heeft opgebouwd.’
Vledder lachte.
‘Dat heb je mooi geformuleerd.’
De Cock negeerde de opmerking.
‘Daarna verdwijnt hij. Ik had toch op z’n minst verwacht dat hij bij ons kwam informeren wat er met zijn Aleida was gebeurd.’
‘Misschien wist hij dat al?’
De Cock knikte instemmend.
‘Gerard van Akkeren heeft zeker de gelegenheid gehad om beide vrouwen te vermoorden. Hij is goedgebouwd, krachtig. Bovendien waren zij voor hem een makkelijke prooi. Blijkbaar vertrouwden de Tantetjes hem. Ik zoek alleen naar een motief.’
‘Het kon geen straf zijn omdat de vrouwen hem hadden afgewezen.’
De Cock trok een grijns.
‘Zowel Anna-Marie de Graaf als Aleida de Waal was duidelijk bereidwillig genoeg.’
‘Henriëtte Bakker noemde hem een griezel. Ik kon hem ook niet echt een adonis vinden. Waarmee imponeerde hij de beide Tantetjes?’
‘Zijn potentie? Hij was blijkbaar ook al bevriend met de vrouw van Pedro de Jaager.’
De oude rechercheur kwam plotseling uit zijn stoel omhoog.
‘Heb je genoeg benzine in de tank van de Golf?’
Vledder keek verrast naar hem op.
‘Bijna vol. Ik heb gistermorgen nog getankt. Waar wil je heen?’
De Cock slenterde naar de kapstok en wurmde zich in zijn oude regenjas.
Vledder kwam hem na.
Ik vroeg waar je heen wilde.’
De Cock draaide zich half om.
‘Naar Maarssen… horen of het alibi van Gerard van Akkeren klopt.’
De residentie van wijlen drugsbaron Pedro de Jaager bleek een kapitale villa aan de Vecht. Vledder reed eerst aan de villa voorbij en parkeerde daarna de Golf op enige afstand. De rechercheurs stapten uit en slenterden naar de oprijlaan. Het grind knarste onder hun voeten. De fraaie tuin, in lentetooi, oogde kleurrijk. Aan de bomen glom jong, sprankelend groen.
Vledder blikte bewonderend om zich heen.
‘Ik geloof dat ik ook in de drugs ga. Je kunt er iets moois aan overhouden.’
De Cock trok een grijns.
‘Geen pensioen.’
Via een imposant bordes bereikten ze de toegangsdeur en De Cock drukte op een koperen bouton. Een ding-dong dreunde door het huis. Het duurde enige minuten. Toen werd de deur geopend door een knappe blonde vrouw. Ze droeg een modieuze spijkerbroek en een zwarte trui, waarop een zilveren medaillon.
Met een blik van verbazing keek zij de beide mannen aan.