De Cock en een deal met de duivel
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #52
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1341-2
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en een deal met de duivel». Краткое содержание книги:
‘Rancune?’
De Cock knikte.
‘Het is zaak daar rekening mee te houden. Als mevrouw De Jaager zich door Gerard van Akkeren bedrogen voelt, dan kan de beschuldiging voortkomen uit wraak. Er zijn mensen die zo reageren.’
‘Wat doen we met Gerard van Akkeren?’
‘Als hij zich vandaag niet eigener beweging bij ons meldt, zetten we hem op de telex.’
‘Is dat wettelijk verantwoord?’
De Cock plooide zijn lippen in een tuitje.
‘Hij was huisgenoot van Anna-Marie de Graaf… en ze werd vermoord. Daarna was hij huisgenoot van Aleida de Waal… en ze werd vermoord. Als we de beschuldiging van mevrouw De
Jaager daarbij optellen, dan zal de offi cier van justitie het met ons handelen eens zijn.’
Ze reden Amsterdam binnen.
Vledder keek met een blijde blik om zich heen.
‘Zou jij in Maarssen willen wonen?’
De Cock glimlachte.
‘Een lieve kennis van mij woonde daar heel plezierig.’
Vledder snoof. ‘Maar zij is toch verhuisd. Geef mij maar Amsterdam.’
Vledder parkeerde de Golf op de steiger. De rechercheurs stapten uit en slenterden via de Oudebrugsteeg naar de Warmoesstraat. Het regende nog steeds. De Cock probeerde met het puntje van zijn tong een regendruppel van zijn neus te likken.
Het lukte niet. Toen ze de hal van het politiebureau binnenstapten, wenkte Jan Kusters hen met een kromme vinger.
De Cock liep op hem toe.
‘Wat is er… heb je buikpijn?’
De wachtcommandant keek hem verwijtend aan.
‘Gaan jullie direct naar huis?’
‘Hoezo?’
‘Er was hier vanavond een man uit Bodegraven die je wilde spreken. Hij zou over een uurtje terugkomen. Dat uur is bijna om.’
De Cock keek naar Vledder.
‘Hebben wij iets met Bodegraven?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘We hebben wat met Maarssen, maar daar komen we net vandaan.’
Ze draaiden Jan Kusters hun rug toe en liepen de trap op naar de tweede etage. Daar sloften ze de recherchekamer binnen. De Cock wees naar de computer op het bureau van Vledder.
‘Stop je het verhoor van mevrouw De Jaager nog even in dat ding?’
De jonge rechercheur lachte.
‘Je begint al aardig aan dat… eh, dat ding te wennen.’
De Cock antwoordde niet. Er werd op de deur van de recherchekamer geklopt en Vledder riep: ‘Binnen.’
De deur ging langzaam open en in de deuropening verscheen een steviggebouwde man. De Cock schatte hem op achter in de veertig. Hij droeg een bruin colbert van ruige tweed, waaronder een zwarte broek. Vriendelijk glimlachend stapte hij naderbij.
Achter zijn bril twinkelden een paar blauwe ogen.
De Cock begeleidde de man naar de stoel naast zijn bureau en liet hem plaatsnemen.
‘U bent de man uit Bodegraven?’
De man knikte gretig.
‘Mijn naam is Domburg,’ riep hij enthousiast, ‘Jaap Domburg.
Ik bestier in Bodegraven een assurantiekantoor. De Domburgen zitten al generaties lang in verzekeringen. Maar tegenwoordig verzorgen we ook hypotheken en leningen. We kunnen onze klanten nu veel beter van dienst zijn dan vroeger. Er komen steeds betere verzekeringsproducten op de markt.’
Hij sprak met de vrolijke, opgewekte toon van een vakman.
‘We regelen alles voor onze klanten, zelfs bankzaken, en als…’
Om de woordenstroom te stuiten, stak De Cock afwerend zijn handen omhoog.
‘U bent toch niet van Bodegraven naar Amsterdam gekomen,’ sprak hij lachend, ‘om mij een of andere verzekering aan te smeren?’
Jaap Domburg glimlachte.
‘Wij smeren geen verzekeringen aan. Wij geven een deskundig advies.’ Hij nam een krant uit een zijzak van zijn colbert en vouwde die open. Zijn gezicht gleed in een ernstige plooi. ‘Ik wilde eens met u praten over een overlijdensbericht in het ochtendblad. Twee vrouwen, van wie er een blijkbaar is vermoord.
Daar stond namelijk bij: door-moordenaarshand-van-ons-weggerukt.’
De Cock ademde diep.
‘Anna-Marie de Graaf en Aleida de Waal.’
Jaap Domburg knikte.
‘Dat zijn hun namen.’
De Cock keek hem strak aan.
‘Ze zijn beiden vermoord.’
‘Vreemd.’
‘Wat is daar voor vreemds aan?’
Jaap Domburg wees naar de rouwadvertenties.
‘Voor beide vrouwen is bij mijn assurantiekantoor een fi ks nabestaandenpensioen afgesloten. Pittige bedragen. Ik heb aanvankelijk getwijfeld of ik het wel zou doen, maar de maatschappij maakte geen bezwaren.’
‘Door wie?’
‘Wat bedoelt u?’
‘Door wie werd dat nabestaandenpensioen afgesloten?’
‘Door hun echtgenoten.’
De Cock knikte met een grijns.
‘Een goede voorzorgsmaatregel. Hun echtgenoten zijn inmiddels beiden overleden… geliquideerd, in het jargon van de drugswereld.’
Het gezicht van Jaap Domburg versomberde.
‘Waren het drugsbaronnen?’
‘Zoiets. De dood van de vrouwen heeft voor de maatschappij een prettige bijkomstigheid. Zij behoeven geen pensioenen uit te keren.’
Jaap Domburg schudde zijn hoofd.
‘Dat speelt geen rol. De verzekeringen zijn afgekocht.’
‘Wanneer?’
‘Ruim een jaar geleden.’
‘Kan dat?’
‘Zeker. De dames kunnen dat pensioen afkopen.’
De Cock keek hem schuins aan.
‘Zijn die twee vrouwen persoonlijk naar Bodegraven gekomen om de zaak met u te regelen?’
Jaap Domburg schudde opnieuw zijn hoofd.
‘Ze stuurden iemand met getekende verklaringen.’
‘Wie was dat?’
Jaap Domburg griste met een routinegebaar een lederen agenda uit de binnenzak van zijn colbert en keek.
‘Van Akkeren… ene Gerard van Akkeren.’
14
De Cock had moeie voeten. Ze waren er ineens, onaangekondigd. Het kwam als een donderslag bij heldere hemel. Hij leunde achterover en legde zijn voeten op een hoek van zijn bureau.
Met een van pijn vertrokken gezicht bevoelde hij zijn kuiten.
Het was alsof geniepige kleine duiveltjes uit pure boosaardigheid met duizend spelden in zijn kuiten prikten. Het kende de pijn, die uit de holten van zijn voeten kwam, langs zijn hielen omhoog trok en zich vastzette in zijn kuiten. Hij wist ook wat de pijn betekende. Telkens als de zaken slecht verliepen, als zijn onderzoeken dreigden te verzanden en als hij het gevoel had volkomen in het duister te tasten, gaven de helse duiveltjes acte de présence.
Vledder keek hem bezorgd aan.
‘Is het weer zover?’
De Cock knikte en sloot zijn ogen. Enkele minuten bleef hij zo zitten. Zijn markante gezicht leek een stalen masker. Om de pijn te verdrijven zette hij zijn tanden in zijn onderlip.
‘Het gaat wel weer over,’ sprak hij mat. ‘Het duurt nooit zo lang.’ De oude rechercheur schudde zijn hoofd. ‘Ik heb vannacht ook veel te kort geslapen. Hooguit een uur of vier.’ Op het gezicht van de grijze speurder brak een glimlach door. ‘Dat kun je het oude lijf van mij ook niet meer aandoen.’
Vledder rekte zich geeuwend uit.
‘Dat heeft niets met een oud lijf te maken,’ sprak hij kreunend.
‘Ik heb vanmorgen sinds ik opstond ook het gevoel dat ik niet veel meer ben dan een lome zak met rammelende botten.’
De Cock lachte. Gedeelde smart is halve smart. De pijn in zijn kuiten trok langzaam weg. Voorzichtig tilde hij zijn benen van zijn bureau en rolde zijn stoel naar voren.
‘We zullen ondanks onze lichamelijke mankementen toch verder moeten met deze zaak.’
Vledder trok een mistroostig gezicht.
‘Hoe?’
‘Laat je fantasie werken.’
‘Dat probeer ik,’ antwoordde Vledder. ‘Wat doen we bijvoorbeeld met het gegeven van die Jaap Domburg uit Bodegraven?’
‘Het gebeurt wel meer dat mensen hun levensverzekering afkopen. Dat behoeft op zich niets te betekenen. Ik vind het toch wel attent van die Jaap Domburg dat hij ons dat gegeven heeft aangereikt.’