De Cock en een deal met de duivel
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #52
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1341-2
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en een deal met de duivel». Краткое содержание книги:
De omgeving benauwde hem zichtbaar. Hij draaide zijn gezicht naar De Cock.
‘Tante Aleida is dood?’
De oude rechercheur knikte.
‘Vermoord.’
Arno de Graaf zuchtte diep.
‘Ik vond het al zo gek dat ze mijn telefoontje niet opnam. Hoe?’
‘Wat bedoel je?’
‘Hoe werd ze vermoord?’
‘Gewurgd.’
‘Net als moeder?’
‘Precies zo.’
‘Dezelfde vent?’
‘Of vrouw.’
Arno de Graaf schudde zijn hoofd.
‘Het was geen vrouw.’
‘Hoe weet jij dat?’
‘Dat voel ik.’
De Cock glimlachte.
‘Daar koop ik geen brood voor. Heb je voor mij niet meer dan dat gevoel… bewijzen?’
Arno de Graaf ontweek de vraag. Hij liet zijn hoofd iets zakken.
‘Het is allemaal de schuld van moeder… een eigenwijs wijf. Vader zat bij Pedro de Jaager in de handel in hasjiesj. Het ging hem niet slecht. Echt niet. Maar moeder wilde meer. Ze stookte vader op om zelf in de hasjhandel te gaan.’
De Cock keek hem ongelovig aan.
‘Buiten Pedro de Jaager om?’
‘Precies.’
‘En dat deed hij?’
Arno de Graaf knikte.
‘Met tegenzin,’ riep hij geëmotioneerd. ‘Vader probeerde moeder ervan te overtuigen dat daar problemen van zouden komen. Maar het malle mens wilde niet luisteren. Ze wilde nooit luisteren. Naar niemand. Ook niet naar mij. Vader was gek op haar. Blind… met oogkleppen.’
De Cock knikte begrijpend.
‘Het werd zijn dood.’
‘Logisch. Pedro de Jaager pikte het niet dat iemand onder zijn duiven schoot.’
‘Toen is moeder voor zichzelf begonnen?’
‘Samen met tante Aleida de Waal. Ze namen de handel die vader was gestart, gewoon over.’
De Cock keek hem schattend aan.
‘Hoe reageerde Pedro de Jaager?’
Arno de Graaf trok een pijnlijk gezicht.
‘Op een of andere manier was hij veel banger voor mijn moeder, dan hij ooit voor mijn vader was geweest. Ze blufte hem af.’
‘Hoe?’
Arno de Graaf verschoof op zijn stoel.
‘Over de doden niets dan goeds. Meneer De Cock, ze was mijn moeder.’
De oude rechercheur plukte aan zijn onderlip.
‘Toen je hoorde dat jouw moeder was vermoord,’ sprak hij gedragen, ‘was je eerste reactie… we hebben een rat in onze familie… neef Henry Achterberch, zoon van oom Alfred, de jongste broer van mijn moeder… verslaafd aan de heroïne en tot elke moord in staat.’
Arno de Graaf keek naar hem op. ‘Je hebt goed geluisterd.’
De Cock knikte. ‘Dat is mijn vak. Jij was ervan overtuigd dat neef Henry Achterberch jouw moeder had vermoord. Wat heb je met die overtuiging gedaan?’
Arno de Graaf snoof.
‘Waarom vraag je mij niet rechtstreeks of ik hem heb neergeschoten?’
De Cock grijnsde.
‘Oké, heb je hem neergeschoten?’
Arno de Graaf schudde langzaam zijn hoofd.
‘Ik kon hem niet vinden.’
‘Stephanie van Bruggen vond hem.’
Arno de Graaf knikte.
‘Ik heb het gehoord. In zijn oude schuur… vijf kogels in zijn bast.’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Waarom ging jij niet naar die oude schuur?’
‘Ik wist niet dat hij die schuur nog had. Volgens mijn laatste berichten woonde hij in een kraakpand aan de Oostenburgerkade.’
‘Daar heb je geïnformeerd?’
‘Ja, maar niemand wist wat of wilde praten.’
De Cock boog zich iets naar hem toe.
‘Waarom ging je op zoek naar Keesie de Scheurder?’
Arno de Graaf keek hem verrast aan.
‘Wie zegt dat?’
De Cock grijnsde.
‘Heb ik uit betrouwbare bron.’
Arno de Graaf kauwde nerveus op zijn onderlip.
‘Keesie de Scheurder was het maatje van Henry Achterberch.’
De Cock knikte gedwee.
‘Keesie aan het stuur van een motor en Henry bij hem achterop met een kalasjnikov op schoot.’
Arno de Graaf keek hem aan.
‘Jij zegt het.’
De Cock grinnikte.
‘Je hebt gelijk. Ik zeg het. En jij gaat het bevestigen.’
Arno de Graaf schudde zijn hoofd.
‘Ik zei toch: over de doden niets dat goeds. Als ik dat bevestig, beschuldig ik mijn dode moeder.’
12
De Cock liet de woorden van de jongeman even tot zich doordringen. Het was, zo overwoog hij, min of meer een bevestiging van zijn vermoeden dat Henry Achterberch en Cornelis van Dammen, alias Keesie de Scheurder, verantwoordelijk waren voor de liquidatie van Pedro de Jaager en mogelijk nog anderen.
Maar voor een wettelijke bewijsvoering had hij niets aan zo’n uitspraak. Het was te vaag, voor velerlei uitleg vatbaar.
De oude rechercheur zocht naar een andere opening. Hij keek Arno de Graaf minzaam aan.
‘Strafvervolging,’ sprak hij zacht, ‘vervalt met de dood van de verdachte.’
De jongeman knikte.
‘Dat zal best,’ sprak hij gelaten, ‘je kunt een dode niet meer vervolgen. Toch weiger ik uitspraken over haar te doen. Ik wil het blazoen van moeder na haar dood niet verder besmeuren.’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat hoeft ook niet. Het is mijn taak om zaken tot klaarheid te brengen. En dat wordt steeds moeilijker. Henry Achterberch kan nooit meer verklaren dat hij van jouw moeder opdrachten voor liquidaties kreeg. Ook Aleida de Waal zal voor eeuwig zwijgen.’
Arno de Graaf grinnikte.
‘Dat is toch mooi.’
‘Keesie de Scheurder leeft nog.’
Arno de Graaf reageerde ineens fel.
‘Die weet niets.’
De Cock glimlachte.
‘Je bedoelt… die weet niet van wie de opdrachten tot liquidaties kwamen?’
‘Er is Henry Achterberch,’ brieste Arno fel, ‘altijd duidelijk te verstaan gegeven dat hij daarover zijn bek moest houden… tegen wie dan ook. Zwetsen over dat soort zaken is levensgevaarlijk.’
De Cock boog zich naar hem toe.
‘Door wie… door wie is hem dat duidelijk te verstaan gegeven?’
Arno de Graaf schudde zijn hoofd.
‘Jij kent mijn antwoord… nog eens… over de doden niets dan goeds.’
‘En jouw moeder is dood.’
‘Precies.’
De Cock strekte zijn wijsvinger naar hem uit.
‘Wat weet jij van die liquidatiemoorden?’
‘Niets… niet veel meer dan dat neef Henry zich daarmee bezighield. Details ken ik niet… heb ik ook nooit naar geïnformeerd.
Ik las alleen in de kranten wie er om zeep was geholpen.’
‘Mensen in relatie tot de Tantetjes?’
Arno de Graaf reageerde nukkig.
‘Met de handel van mijn moeder en tante Aleida heb ik mij nooit bemoeid.’
De Cock toonde verbazing.
‘Waarom niet… je zat er toch dichtbij?’
Arno de Graaf boog zich iets naar voren.
‘Ik wil graag blijven leven. Begrijpt u. In die vieze handel word je niet oud. Kijk maar om je heen. Ze zijn of dood of zitten in de bajes. Hoeveel heb ik er al zien sneuvelen?’
‘Hoeveel?’
Arno de Graaf draaide zijn hoofd weg.
‘Ik ben de tel kwijt.’
De Cock knikte met een glimlach.
‘Waarom zocht jij Keesie de Scheurder?’
Arno de Graaf antwoordde niet direct. Hij kauwde wat nerveus op de toppen van zijn vingers. Pas na enkele seconden keek hij op.
‘Wilt u de waarheid weten?’
De Cock glimlachte.
‘Daarvoor zit ik hier?’
Arno de Graaf zuchtte.
‘Stephanie… Stephanie was bang dat jij mij zou arresteren voor de moord op Henry Achterberch. Ze had jou verteld dat ik van plan was dat te doen. Toen ze Henry dood in zijn schuur aantrof, was ze ervan overtuigd dat ik hem had vermoord. Stephanie raakte in paniek. Toen ik haar ’s morgens vroeg trof, was ze totaal van de kaart. Hysterisch. Ze wilde dat ik ging vluchten… naar het buitenland… ergens ver weg. Ik bezwoer haar dat ik geen reden had om te vluchten, dat ik het niet had gedaan… dat ik Henry niet had omgebracht. Toen vroeg ze: hoe maak je dat De Cock duidelijk… hoe bewijs je dat?’