Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Другие детективы » De Cock en moord op termijn
De Cock en moord op termijn - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

De Cock en moord op termijn

Электронная книга - «De Cock en moord op termijn». Краткое содержание книги:

De arrestatie van een jongen die veel te veel geld bij zich heeft, en de vondst van een lijk leiden tot een zaak waarin De Cock voortdurend op het verkeerde spoor gezet lijkt te worden.
1 ... 19 20 21 22 23 24 25 26 27 ... 33
Перейти на страницу:

De Cock keek hem van terzijde aan.

‘Wat wil je dan doen? Teruggaan en bezorgd haar handje vasthouden?’

‘Ik vind dat idee zo gek nog niet,’ gniffelde Vledder handenwrijvend. ‘Ik weet niet hoe jij haar beziet, maar in mijn ogen is die mevrouw Daerthuizen een bijzonder aantrekkelijke vrouw.’

De Cock knikte.

‘Mooi… en jong.’

Vledder maakte het portier voor zijn leermeester open. Om zijn lippen danste een zoete grijns. ‘Te mooi en te jong om de rest van haar leven aan een oudere man te zijn gekluisterd.’

‘Precies.’

‘Vandaar jouw vraag of ze golf speelde?’

De Cock stapte lachend in.

‘Soms, Dick, geloof ik dat je echt iets van het leven gaat begrijpen.’

De jonge rechercheur klapte dreunend het portier dicht.

‘Barst.’ Het kwam uit de grond van zijn hart.

Ze reden uit Amstelveen weg.

Vledder keek op zijn horloge.

‘Het is al bijna halfvier. Wil je nog terug naar de Kit?’

De Cock knikte.

‘Misschien zijn er al berichten binnengekomen.’

‘Over het vinden van het lijk?’

De Cock staarde peinzend voor zich uit.

‘Volgens mij,’ sprak hij voorzichtig, ‘is het lichaam van Daerthuizen niet ergens weggewerkt of verborgen. Zie je, het ligt geenszins in de bedoeling van de moordenaar om zijn daad te verheimelijken. Daar is hij niet op uit. Integendeel. De wereld mag het best weten. Vandaar die vreemde telefoontjes.’

Vledder remde even om voorrang te verlenen aan een grote vrachtauto, die onverhoeds uit een zijstraat dook. ‘Het is toch opvallend,’ sprak hij en schakelde terug, ‘dat in ons onderzoek steeds weer de naam Casper van Hoogwoud valt. Nu spreekt mevrouw Daerthuizen weer over hem.’

De Cock grinnikte.

‘En over fraude… een fraude, waarvan haar man uitdrukkelijk beweerde dat die nooit had plaatsgevonden.’

Vledder schudde zijn hoofd.

‘Ik kan het bijna niet geloven… maar zou dat verhaal van Casper van Hoogwoud over de herkomst van die honderdduizend gulden toch waar zijn?’

‘Je bedoelt, dat iemand dat geld zomaar op zijn rekening bij de IJsselsteinse Bank heeft gestort?’

De jonge rechercheur knikte.

‘Ik ging er beslist van uit dat het was gelogen.’

De Cock wreef over zijn gezicht.

‘Dat geld stinkt… zonder meer. Dat praat niemand mij uit mijn hoofd.’ Hij spreidde zijn beide handen. ‘Maar ik zie daarin nog geen motief voor een moord… een dubbele moord. Het motief is geen geldelijk gewin. De drijfveren van de moordenaar liggen dieper.’

Vledder trok rimpels in zijn voorhoofd.

‘Jij spreekt voortdurend over “moordenaar”. Denk je echt dat het een man is?’

De Cock stak zijn wijsvinger omhoog.

‘Ik houd daar terdege rekening mee,’ sprak hij. ‘Ik besef uiteraard dat ook een vrouw heel goed met een ijzer 7 kan zwaaien. Maar ik wil de mogelijkheid niet uitsluiten dat een man de daad volvoert en dat een vrouw — al dan niet in zijn opdracht — nadien een intrigerende tekst uitspreekt.’

De jonge rechercheur reageerde niet onmiddellijk. De uitleg van De Cock bracht zijn denken op drift.

‘Dat betekent dan wel dat er ten minste twee mensen bij de moorden zijn betrokken.’

‘Inderdaad… ten minste twee mensen, die menen een God welgevallig werk te doen.’

Vledder trok een vies gezicht. ‘God-wel-ge-val-lig?’ herhaalde hij vragend.

De Cock drukte zich wat omhoog. ‘Denk eens goed aan de tekst van die telefoontjes. Er wordt steeds op gezinspeeld dat de moorden uit gerechtigheid zijn begaan.’

Vledder blikte met grote ogen naar hem op.

‘Je bedoelt… het waren executies?’

De grijze speurder zuchtte diep.

‘Zoiets.’

‘Heb je al iets gehoord?’

Jan Kusters schudde zijn hoofd.

‘De centrale post aan het hoofdbureau zou mij onmiddellijk berichten als er een melding binnenkwam. Ik heb mijn eigen jongens gevraagd om een paar maal langs de grachten te rijden.’

‘Waarom de grachten?’

‘Daar is die andere vent toch ook gevonden.’

De Cock knikte begrijpend.

‘Is de commissaris nog gekomen?’

Jan Kusters trok een grimas.

‘Hij had zwaar de pest in dat jullie niet op hem hadden gewacht. Volgens hem had hij duidelijk gezegd dat hij zou komen.’

‘Waar is hij nu?’

De wachtcommandant wees omhoog.

‘Boven, in zijn kamer… met de officier van justitie.’

‘Meester Schaaps?’

Jan Kusters knikte. ‘Die is hier ruim een halfuur geleden binnen komen stappen.’

De Cock reageerde verwonderd.

‘Wat moet die man hier midden in de nacht?’

De wachtcommandant trok een somber gezicht.

‘Ze zijn samen bezig om Franciscus van der Kraay te verhoren.’

‘Wat?’

Jan Kusters snoof.

‘Ze denken dat Kraaitje wel weet waar hij het lijk van Daerthuizen heeft gelaten.’

Het gezicht van De Cock verstarde. Hij klemde zijn lippen op elkaar. Gewoonlijk was de grijze speurder de beminnelijkheid zelve, maar wanneer zijn superieuren zich in zijn onderzoeken mengden, bruiste de woede in zijn aderen.

Hij liep van de balie weg en stormde de trap op. Vledder rende hem na. De jonge rechercheur wilde voor alles voorkomen dat zijn oude leermeester in moeilijkheden kwam. Half op de trap greep hij hem bij zijn regenjas vast.

De Cock draaide zich om. Zijn brede gezicht was een stalen masker. Langzaam schudde hij zijn hoofd. ‘Kun je niet alleen de trap opkomen… moet ik je omhoogtrekken?’

Vledder keek hem aan en lachte toen bevrijd.

‘Ik… eh, ik dacht even dat je heel erg kwaad was.’

Zwijgend liepen ze zij aan zij de trap op. Op de tweede etage snelde De Cock naar de kamer van de commissaris. Toen hij zonder kloppen binnenstapte, had hij zich weer volkomen in bedwang. Geamuseerd keek hij naar de drie mannen in het stalen zitje bij de hoek.

Commissaris Buitendam kwam verstoord overeind.

‘Ik heb je niet horen kloppen,’ sprak hij streng.

De Cock grijnsde.

‘Dat heb ik ook niet gedaan.’

De officier van justitie schoof zijn stalen fauteuil iets terug en zwaaide in de richting van Van der Kraay.

‘Wij zijn maar vast met het onderzoek begonnen, De Cock. Het leek ons handiger,’ sprak hij fijntjes, ‘dat deze man ons even zegt waar zich het stoffelijk overschot van de heer Daerthuizen bevindt, dan dat wij in het wilde weg ergens gaan zoeken.’

De grijze speurder trok zijn wenkbrauwen op.

‘Weet deze man waar het lijk van Daerthuizen ligt?’ vroeg hij verwonderd.

Meester Schaaps knikte overtuigend.

‘Uiteraard weet deze man dat… een moordenaar weet toch waar hij zijn slachtoffer laat?’ Het klonk uiterst cynisch.

De Cock liep op Franciscus van der Kraay toe en beduidde hem om op te staan.

‘Ken je de IJsselsteinse Bank?’

Van der Kraay kwam overeind.

‘Ik weet dat er een IJsselsteinse Bank bestaat,’ sprak hij ontwijkend.

‘Ik heb er geen rekening… als je dat soms bedoelt.’

De Cock negeerde de opmerking.

‘Je bent nooit in die bank geweest?’

‘Nee.’

‘Zegt de naam Daerthuizen jou iets?’

Franciscus van der Kraay maakte een schouderbeweging. ‘Ik heb begrepen dat de man dood is.’ Hij knikte in de richting van de commissaris en de officier van justitie. ‘Die twee zeggen dat hij is vermoord.’

‘En is dat zo?’

‘Weet ik veel.’

‘Ken je de heer Daerthuizen dan niet?’

‘Welnee.’

‘En je hebt geen man van die naam vermoord?’

Van der Kraay klapte met zijn vlakke hand op zijn borst.

1 ... 19 20 21 22 23 24 25 26 27 ... 33
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)