De Cock en een deal met de duivel
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #52
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1341-2
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en een deal met de duivel». Краткое содержание книги:
‘Precies.’
‘En hoe denk je over Stephanie als de vrouw die Henry Achterberch vermoordde?’
De Cock glimlachte minzaam.
‘Dat acht ik vrijwel uitgesloten. Stephanie van Bruggen is klein, tenger en weinig krachtig. Ik acht haar niet in staat om met enige precisie een zwaar kalasjnikovgeweer te bedienen.’
‘Jij gaat er dus per se van uit dat Arno de Graaf de moordenaar is?’
De Cock zuchtte.
‘Het behoeft geen dogma te worden, maar je moet je als rechercheur ergens aan houden. Voorlopig ga ik ervan uit dat Stephanie van Bruggen de waarheid tegen mij sprak.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Zij vond een dode Henry Achterberch en waarschuwde zijn vader.’
De Cock gebaarde.
‘Zij zal vermoedelijk daarbij haar naam niet hebben genoemd anders had vader Achterberch niet van een “vrouwmens” gesproken.’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Ik blijf die Alfred Achterberch toch een vreemde man vinden,’ sprak hij wrevelig. ‘Wanneer je als vader diep in de nacht het bericht krijgt dat er iets met je zoon is gebeurd, dan ga je toch niet uren later eens bij de politie informeren wat er van waar is?’
De Cock maakte een afwerende beweging.
‘Laten we ons even bij Stephanie bepalen… na haar telefoontje kreeg ze later in de nacht toch contact met Arno. Waar en hoe dat verliep, wilde ze niet kwijt. Vermoedelijk een geheime plek, waar hij zich ook voor Pedro de Jaager schuilhield.’Vledder knikte gedwee.
‘En Arno bezwoer haar dat hij die moord niet heeft gepleegd, maar wel bang was om in verband met die moord door ons te worden gearresteerd.’
De Cock grijnsde.
‘Ik ga toch,’ sprak hij met opgeheven wijsvinger, ‘naar de begrafenis van moeder De Graaf.’
‘Arno komt niet.’
De Cock staarde even voor zich uit.
‘Dat… dat staat nog te bezien.’
Het blauwe scherm van de monitor doofde en Vledder duwde het toetsenbord van zijn computer van zich af. De jonge rechercheur wees geeuwend naar de klok boven de deur van de grote recherchekamer. ‘Het is bijna tien uur. Zullen we vanavond eens vroeg naar huis gaan? Het is bijna elke avond laat.’
De Cock gebaarde naar het gedoofde scherm.
‘Zit daar nu alles in?’
Vledder knikte.
‘Bijgewerkt tot dit moment. Ook het verhaal van Stephanie van Bruggen heb ik vastgelegd.’
De jonge rechercheur gniffelde.
‘Er is een belangrijke vraag, die jij haar niet hebt gesteld.’
De Cock keek hem geschrokken aan.
‘En dat is?’
‘Wat Stephanie van Bruggen doet… of ze wellicht werkzaam is bij een bedrijf waar kosmetische artikelen worden vervaardigd.’
De Cock lachte vrijuit.
‘Arabische gom. Je hebt gelijk. Ik heb er echt niet aan gedacht. Maar ik zie in Stephanie nu eenmaal niet de wurger met een cannabisblad.’
Vledder stond van zijn stoel op.
‘Heb je nog plannen voor vanavond?’
De Cock plukte nadenkend aan het puntje van zijn neus.
‘Ik had onze Aleida de Waal nog wel een paar vragen willen stellen over haar relatie met Gerard van Akkeren en haar activiteiten in de handel van verdovende middelen.’
‘Tezamen met haar vermoorde vriendin.’
De Cock knikte.
‘Als het juist is wat Smalle Lowietje ons vertelde… en doorgaans is hij goed ingelicht… dan zullen die twee vrouwen in het verleden als de Tantetjes best een paar vijanden hebben gekweekt.’
Vledder keek hem nadenkend aan.
‘Je bedoelt vijanden die verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de dood van Anna-Marie de Graaf.’
De Cock knikte opnieuw.
‘Aleida de Waal moet maar eens opening van zaken geven. Het is zeker niet denkbeeldig dat ook haar leven wordt bedreigd.’
‘Ben jij daar bang voor?’
‘Zeker.’
‘Wil je nu nog naar de Realengracht?’
De Cock wuifde.
‘Ze loopt niet weg. En nu Gerard van Akkeren bij haar in het appartement vertoeft, zal er niet zo gauw iets gebeuren. Het kan morgen…’
De oude rechercheur stokte.
De deur vloog met een smak open en Smalle Lowietje kwam, gehuld in een grijze regenjas over zijn morsig vest, de grote recherchekamer binnen en liep rechtstreeks op De Cock toe.
‘Ik ben er tussenuit gewipt,’ legde hij hijgend uit. ‘Er staat even een vervanger achter de tap. Ik maak het daarom niet te lang. Je weet hoe het met vervangers is… ze jatten altijd. Bovendien is het niet goed voor mijn reputatie als ze mij aan de kit zien.’
De Cock lachte.
‘Het moet wel erg belangrijk zijn als jij jouw etablissement verlaat.’
Smalle Lowietje liet zich op de stoel naast het bureau van De Cock zakken.
‘Zoek jij Gladde Arno?’
De Cock keek hem peilend aan.
‘Wie zegt dat?’
Smalle Lowietje duimde over zijn schouder.
‘Dat wordt in de buurt gefl uisterd… luid en duidelijk.’
De Cock glimlachte.
‘Dat kun je geen fl uisteren meer noemen.’
Smalle Lowietje negeerde de opmerking.
‘Jij zou hem verdenken van moord op zijn neef Henry Achterberch.’
‘Waar komt dat gerucht vandaan?’
Smalle Lowietje grinnikte.
‘Ik denk dat iemand een en een bij elkaar heeft opgeteld en tot de conclusie is gekomen dat jij Gladde Arno graag een paar vragen over de dood van zijn neef Henry zou willen stellen.’
De Cock grijnsde.
‘Een en een is twee… elke gladjanus bij jou in de buurt kan zo goed tellen?’
Smalle Lowietje boog zich iets naar hem toe.
‘Gladde Arno is al de hele dag driftig op zoek naar Keesie de Scheurder. Dat hoorde ik pas vanavond. Daarom ben ik ook hier. Als ik moet wachten tot jij weer eens bij mij een cognackie komt drinken…’
De Cock fronste zijn wenkbrauwen.
‘Wie is Keesie de Scheurder en waarom zoekt Gladde Arno hem zo driftig?’
Smalle Lowietje zuchtte.
‘Keesie de Scheurder is ook een van die criminele jongetjes van de laatste jaren die voor niets terugdeinzen. Een zware blaffer op zak en maar fl ink stoer doen.’
‘Waarom wordt hij Keesie de Scheurder genoemd?’
Smalle Lowietje zwaaide.
‘Hij “scheurt” als een gek door de stad en is lijp van snelle motorfietsen.’
‘Dezelfde tic als neef Henry Achterberch.’
Smalle Lowietje knikte met een grijns.
‘Je begint er al iets van te snappen.’
‘Weinig.’
Smalle Lowietje krabde achter in zijn nek.
‘Keesie de Scheurder en de vermoorde Henry Achterberch vormden in het verleden vaak een koppeltje… gingen samen op de motor op weg om ergens een klussie op te knappen. Begrijp je?’
‘Zo ongeveer.’
Smalle Lowietje boog zich nog dichter naar De Cock toe.
‘Gladde Arno,’ sprak hij gedempt, ‘bazuint nu overal rond dat Keesie de Scheurder zijn neef Henry Achterberch heeft vermoord.’
‘Zegt hij ook waarom hij dat denkt?’
‘Hij wil Keesie de Scheurder pressen om zich bij jou aan de kit te melden.’
‘En daar moet Keesie de Scheurder snel met een bekentenis komen, zodat Gladde Arno onbekommerd de begrafenis van zijn moeder kan bijwonen.’
Smalle Lowietje keek hem bemoedigend aan.
‘Je zit er weer helemaal in.’
‘Cornelis van Dammen.’
‘Heet hij zo?’
Vledder knikte.
‘Zo komt hij bij ons in de administratie voor. Cornelis van Dammen, bijgenaamd Wilde Keesie of Keesie de Scheurder. ZetVeeWee. Zonder vaste woon-of verblijfplaats. Heeft al antecedenten vanaf zijn twaalfde jaar, waaronder een paar ernstige geweldsdelicten.’