De Cock en een deal met de duivel
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #52
- Год: 1999
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-1341-2
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en een deal met de duivel». Краткое содержание книги:
‘Jan,’ riep hij luid, ‘als je weer een lijk te melden hebt, ga ik gillen.’
De wachtcommandant schudde zijn hoofd.
‘Boven zit een jonge vrouw op je te wachten. Al zeker een uur.
Ik heb haar gezegd dat ik er geen notie van had wanneer jij aan het bureau zou terugkomen, maar dat kon haar niet schelen.’
‘Wie is ze?’
Jan Kusters trok zijn schouders op.
‘Ik heb haar naam niet gevraagd, maar ik meen dat ze al eens een keer bij jou is geweest.’
‘Lang geleden?’
‘Een paar dagen.’
De Cock draaide zich om en liep de stenen trappen op naar de tweede etage.
Vledder volgde.
Op de bank bij de deur naar de grote recherchekamer zat Stephanie van Bruggen. Toen ze De Cock in het oog kreeg, stond ze op en liep op hem toe.
‘Ik moet u dringend spreken.’
De oude rechercheur keek haar schattend aan. Stephanie van Bruggen zag er vermoeid uit. De huid van haar gezicht zag slap en vaal. Uit haar fraaie donkere ogen was de schittering verdwenen.
‘Wat is er met je gebeurd?’ vroeg hij bezorgd. ‘Het lijkt of je nachten niet hebt geslapen.’
Stephanie knikte traag.
‘Dat klopt. Ik heb wat nachtrust gemist.’
De Cock vroeg niet verder. Hij ging haar voor naar de grote recherchekamer en liet haar op de stoel naast zijn bureau plaatsnemen. Met zijn regenjas nog aan ging hij bij haar zitten.‘Wat is er zo dringend?’ vroeg hij vriendelijk.
Stephanie liet haar hoofd zakken. Haar zwarte haren gleden als een gordijn voor haar gezicht.
‘Arno is bang.’
‘Hoe weet je dat?’
‘Hij heeft het mij gezegd.’
‘Jij hebt hem gesproken?’
‘Ja.’
‘Waar?’
Stephanie richtte haar hoofd op.
‘Dat zeg ik niet,’ antwoordde ze opstandig. ‘Ik wil niet dat u hem arresteert.’
‘Waarom zou ik?’
Stephanie bedwong opkomende tranen.
‘Dat is een gemene vraag,’ snikte ze. ‘U weet best waarvoor u hem wilt arresteren. Arno is bang. Over twee dagen wordt zijn moeder begraven en hij weet heel zeker dat u aan haar graf zult staan.’
De Cock knikte.
‘Als blijk van deelneming.’
Stephanie zuchtte diep. Met betraande ogen keek ze naar hem op.
‘Waarom plaagt u mij zo?’ riep ze huilend. ‘Het is mijn schuld dat u denkt dat Arno zijn neef Henry Achterberch heeft vermoord. Ik heb u gezegd dat ik daar zo bang voor was… dat Arno opvliegend van aard is… een jongen met een exploderend temperament. Maar Arno heeft het niet gedaan.’
‘Hoe weet je dat?’
Stephanie liet haar hoofd weer zakken.
‘Arno was bij mij.’
‘De hele nacht?’
Stephanie knikte.
‘De hele nacht.’
De Cock hield zijn rechterhand onder haar kin en drukte haar gezicht omhoog.
‘Een vriend van jouw vader,’ sprak hij gedragen, ‘een oud-collega van mij… roemde mij om mijn betrouwbaarheid als mens en politieman. Jij vond dat een voldoende waarborg om in alle openheid met mij te praten. Welke waarborgen heb ik als je mij vertelt dat Arno de hele nacht in jouw gezelschap was… welke waarde moet ik aan dat alibi hechten?’
Stephanie draaide haar hoofd weg.
‘Waarom maakt u het mij zo moeilijk?’ zei zij opnieuw. ‘Ik hou van Arno. Is dat zo vreemd? Ik wil hem niet kwijt. Ik wil niet dat hij voor jaren de gevangenis in gaat.’
Het verdriet van de jonge vrouw deed De Cock pijn.
Hij nam een korte pauze en zette zijn tanden in zijn onderlip.
‘Arno,’ sprak hij zacht, ‘was dus niet de hele nacht bij jou.’
Stephanie schudde traag haar hoofd.
‘Arno was niet bij mij… Arno was helemaal niet bij mij. Ik heb u voorgelogen… uit wanhoop, uit verdriet. Ik verzon maar wat. Op het moment dat ik het zei, wist ik dat u mij niet zou geloven.’
‘Ik geloofde het niet,’ antwoordde De Cock vriendelijk. ‘Maar ik begreep het wel. Als je oprecht van iemand houdt, ben je tot veel bereid. Ik weet ook dat je de hele nacht wanhopig naar Arno hebt gezocht.’
Stephanie draaide haar gezicht naar hem toe. Met een blik vol wantrouwen keek ze hem aan.
‘U weet dat ik de hele nacht naar Arno hebt gezocht?’
De Cock knikte.‘Dat weet ik.’
‘Hoe?’
De Cock antwoordde niet. Hij boog zich ver naar haar toe.
‘Jij wilde voor alles voorkomen,’ sprak hij zacht en dwingend, ‘dat Arno zijn neef Henry zou vermoorden. Je wist dat je hem dan voor jaren kwijt zou zijn. In wanhoop heb je alle plekken afgelopen, waar maar een mogelijkheid was dat je Arno zou treffen.’
De Cock laste een pauze in en keek Stephanie strak aan.‘Je herinnerde je,’ ging hij verder, ‘een oude schuur in de Houthaven aan de Archangelkade. Daar ging je heen. Er brandde licht in die schuur en…’
Stephanie sloeg haar handen voor haar gezicht en gilde. Het geluid resoneerde tegen de kale wanden van de recherchekamer.
‘Hij was al dood… hij was al dood… hij was al…’
Ze herhaalde het als een echo.
10
Vledder keek De Cock bewonderend aan.
‘Ben jij met de helm geboren?’
De Cock maakte een grimas.
‘Ik weet alleen,’ antwoordde hij lachend, ‘dat ik bij mijn geboorte ruim acht pond woog. Over een helm heeft moeder nooit gesproken. Bovendien bezit ik geen enkele paranormale gave.’
Vledder glimlachte.
‘Ik dacht een moment dat jij helderziende was. Hoe wist jij dat Stephanie van Bruggen die gehele avond en nacht naar Arno de Graaf had gezocht?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Dat heeft niets met helderziendheid te maken,’ sprak hij ernstig. ‘Ik zag aan haar gezicht dat ze te weinig slaap had gehad.’
‘Dat bracht jou op het idee dat ze vermoedelijk de afgelopen nacht op pad was geweest?’
De Cock knikte.
‘Het lag ook min of meer in de lijn der verwachtingen.’
‘Hoe bedoel je?’
De Cock gebaarde.
‘Stephanie was doodsbang dat Arno uit wraak om zijn moeders dood een moord zou plegen en ze wilde dat hoe dan ook voorkomen.’
‘Ik vond ook knap hoe jij Stephanie liet bekennen dat zij in de schuur aan de Archangelkade was geweest.’
De Cock schudde opnieuw zijn hoofd.
‘Ook dat was niet zo moeilijk. Het was te verwachten dat Stephanie ging zoeken op die plekken waar ze wel eens met Arno was geweest.’
Vledder knikte begrijpend.
‘Jij gokte erop dat zij via Arno die schuur van Henry Achterberch aan de Archangelkade kende.’
‘Precies. Door het verhaal van Smalle Lowietje weten we dat de twee neven veel meer met elkaar optrokken dan wij aanvankelijk hadden vermoed.’
‘Volgens Smalle Lowietje waren ze de beschermengelen van de Tantetjes.’
‘Gewapende bodyguards.’
Vledder knikte instemmend.
‘Stephanie van Bruggen kende Henry Achterberch. Ze had hem samen met Arno al een paar maal ontmoet. Ook in die schuur.’
De jonge rechercheur zweeg even.
‘Stephanie van Bruggen,’ ging hij verder, ‘was dus dat vrouwmens dat die de vader van Henry Achterberch diep in de nacht huilend vertelde dat er iets met zijn zoon Henry was gebeurd.’
De Cock ademde diep.
‘Dat raadsel is opgelost. Maar er blijven nog genoeg raadsels over.’
Vledder keek hem schuins aan.
‘Geloof jij haar?’
De Cock reageerde verward.
‘Dat zij de vader van Henry belde?’
Vledder schudde zijn hoofd.
‘Dat Henry Achterberch al dood was toen zij bij die schuur kwam?’
De Cock trok een bedenkelijk gezicht.
‘Je moet alle opties onder ogen zien. Goedbeschouwd bestaat in theorie zelfs de mogelijkheid dat zij getuige was van die moord.’‘Je bedoelt,’ formuleerde Vledder voorzichtig, ‘de mogelijkheid dat Stephanie bij haar aankomst in die schuur beiden aantrof… zowel Arno als Henry… en er getuige van was hoe Arno… ik schat na een woordenwisseling… zijn neef doodschoot?’