De Cock en de sluimerende dood
- Автор: Баантье Альберт Корнелис
- Серия: Inspector De Cock #42
- Год: 1995
- Язык: голландский
- Год: De Fontein
- ISBN: 978-90-261-0664-4
- Жанр: Другие детективы
Электронная книга - «De Cock en de sluimerende dood». Краткое содержание книги:
‘Wat heb je gezegd?’
‘Dat ik hem terug zou bellen.’
‘En?’
Vledder maakte een hulpeloos gebaar.
‘Ik heb mij in verbinding gesteld met Roderick van Borsele. Dat leek mij het beste. Ik heb eerst dat fileerbedrijf van hem in IJmuiden gebeld. Daar was hij niet. Ik trof hem thuis.’
‘Wat zei hij?’
‘Roderick van Borsele was woest… in alle staten. Of wij dat flatje van zijn moeder in Purmerend niet hadden laten bewaken… of wij überhaupt nog iets aan het verdwijnen van zijn moeder deden… of we al resultaten hadden geboekt.’
De Cock keek hem met gefronste wenkbrauwen aan.
‘Hoe reageerde jij?’
Vledder trok zijn gezicht in een ernstige plooi.
‘Ik wilde hem eerst vriendelijk en onderdanig zeggen dat wij wel degelijk ons best hadden gedaan… dat wij sinds zijn melding bijna onafgebroken aan de verdwijning van zijn moeder hadden gewerkt. Toen dacht ik opeens: Barst, vent!’
De Cock schonk hem een blijde glimlach.
‘Een spontane gedachte.’
Vledder knikte nadrukkelijk.
‘Ben je alle vezels in je lijf bezig om dat mens op te sporen en dan…’
De Cock onderbrak hem.
‘Wat heb je gedaan?’
Vledder snoof.
‘Ik heb hem ontboden… botweg gezegd dat hij onmiddellijk naar ons bureau aan de Warmoesstraat moest komen voor overleg.’
De Cock lachte vrijuit.
‘Dick,’ sprak hij glunderend, ‘je wordt steeds beter.’
Vledder kleurde.
In zijn wijde mosgroene houtje-touwtje-jas liep Roderick van Borsele in de grote recherchekamer met een slepende tred op De Cock toe.
‘Welke idioot heeft er bij het flatje van mijn moeder ingebroken?’ riep hij kwaad.
De Cock antwoordde niet. Hij gebaarde naar de stoel naast zijn bureau.
‘Gaat u zitten.’
Roderick van Borsele friemelde zijn jas los en liet zich op de stoel zakken.
‘Welke idioot,’ herhaalde hij iets kalmer, ‘heeft bij mijn moeder ingebroken?’
De Cock stak zijn handen afwerend omhoog.
‘Ik weet niet of het een idioot was. Ik ken de motieven van de inbreker niet. Ik weet niet waarnaar de inbreker heeft gezocht.’
‘Dat oude mens heeft nooit geld in huis,’ bromde Roderick hoofdschuddend. ‘Nog geen stuiver. Haar boodschappen betaalt ze met haar pincode. En als iemand per se in haar flatje had willen rondneuzen, dan had hij de sleutel bij mij kunnen ophalen.’
Het klonk cynisch.
De Cock negeerde de opmerking.
‘Nu uw moeder,’ sprak hij ambtelijk, ‘de officiële bewoonster van de flat, niet aanwezig is, bent u bereid om namens haar aangifte van inbraak te doen… de schade aan deuren, sloten en sponningen te laten herstellen?’
Roderick van Borsele knikte.
‘Doe ik aangifte bij u?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘Rechercheur Rutjes van de recherche in Purmerend behandelt de inbraak. Het lijkt mij beter dat u zich met hem in verbinding stelt.’
‘Waarom?’
De Cock zuchtte.
‘Ik vrees anders moeilijkheden met de recherche van Purmerend. Wij waren gisteren al op verboden terrein. Wij hebben in hun territorium een onderzoek ingesteld.’
Roderick van Borsele keek hem ongelovig aan.
‘Mag dat niet?’
De Cock schudde zijn hoofd.
‘In wezen had ik de zaak van uw verdwenen moeder niet in behandeling mogen nemen.’
De mond van Roderick van Borsele zakte half open.
‘Laat u de zaak vallen?’
De Cock keek met een verholen blik in de richting van Vledder en slikte.
‘Wij… eh, wij zullen het onderzoek naar uw moeder voortzetten.’
Roderick van Borsele knikte hem dankbaar toe.
‘Daar ben ik blij om. Naar mijn mening bent u de enige die…’
De Cock maakte een afwerend gebaar.
‘Gisteravond kregen wij bezoek van Mariska… Mariska Scheepers. Zij vertelde ons dat zij zich eerst bij u had gemeld en dat u haar had aangeraden om zich met ons in verbinding te stellen.’
Roderick van Borsele toonde enige onrust.
‘Mariska,’ formuleerde hij voorzichtig, ‘is een moeilijk kind… in het begin van haar puberteit… een meisje dat al sinds haar jongste jaren zo grondig door haar grootmoeder is verwend, dat zij voor haar eigen moeder onhandelbaar is geworden.’
De Cock strekte zijn hand naar hem uit.
‘Wat denkt u van haar verhaal?’
Roderick van Borsele verschoof iets op zijn stoel.
‘Het… eh, het is voor mij zo moeilijk,’ antwoordde hij hakkelend.
‘Wat?’
‘Haar geloofwaardigheid vast te stellen. Daarom heb ik haar naar u gestuurd.’
De Cock boog zich iets naar hem toe.
‘U hebt toch wel enig inzicht in het gedrag van uw eigen broer en zus?’
Roderick van Borsele maakte een hulpeloos gebaar.
‘Ik zeg altijd, dat mijn vader op het moment van mijn verwekking zijn beste kruit had verschoten. De latere producten zijn van mindere kwaliteit.’
De Cock lachte.
‘Dat klinkt grappig, maar het is geen antwoord op mijn vraag.’
Roderick van Borsele zuchtte.
‘Ik schat ze niet zo hoog. Ik heb ook weinig contact met ze. Als kind trokken die twee al nauw met elkaar op… hielden mij buiten hun activiteiten.’
De Cock keek hem strak aan.
‘De beschuldigingen van Mariska lijken mij ernstig genoeg. Het kind is totaal in de war. Ze verdenkt haar eigen moeder en haar oom Rigobert ervan, dat zij beiden haar grootmoeder hebben laten verdwijnen.’
Roderick van Borsele staarde voor zich uit.
‘Mariska is erg op haar oma gesteld.’
‘Wat denkt u van haar beschuldiging?’
Roderick van Borsele verschoof iets op zijn stoel.
‘Rolandina en Rigobert zijn beiden geldwolven… aasgieren. Dat hebben ze al bewezen bij de afwikkeling van de nalatenschap van onze vader. Ze hebben moeder toen letterlijk het huis uitgezet.’
Hij schudde zuchtend zijn hoofd.
‘Maar het idee, dat zij omwille van moeders nalatenschap het zieke oude mens zouden hebben gegijzeld, wijs ik van de hand. Daarin kan ik niet geloven.’
De Cock keek hem schuins aan.
‘Wist u dat uw broer Rigobert ergens op de Wallen een sekstent exploiteert?’
Roderick van Borsele knikte.
‘Een paar maanden geleden kreeg ik een uitnodiging van mijn broer om de opening van zijn nieuwe zaak bij te wonen. Toen ik op het vermelde adres kwam, bleek het een ordinaire hoerenkast te zijn.’
De Cock gniffelde.
‘U was zijn eerste klant?’
Roderick van Borsele keek hem vernietigend aan.
‘Een ongepaste opmerking.’
De Cock maakte een verontschuldigend gebaar.
‘Het was als grapje bedoeld.’
Roderick van Borsele schudde zijn hoofd.
‘Ik ben niet naar binnen gegaan. Rigobert heeft feitelijk nooit gedeugd, maar dat hij nog eens een hoerenkast zou beginnen…’
‘Met geld van uw moeder.’
Roderick van Borsele keek geschokt op.
‘Geld van moeder?’
De Cock knikte.
‘Ze heeft hem geld geleend zonder dat ze wist waarvoor Rigobert dat nodig had.’
De donkere ogen van Roderick van Borsele sperden wijd open en op de bruingetinte huid van zijn gezicht lagen roze koortsblosjes.
‘De schuldbekentenis,’ sprak hij toonloos. ‘Moeder leende nooit geld zonder schuldbekentenis.’ Hij strekte zijn hand bevend naar De Cock uit. ‘Die inbraak in de flat van moeder… broer Rigobert heeft naar zijn schuldbekentenis gezocht.’
Toen Roderick van Borsele was vertrokken, viel er een stilte. Beide rechercheurs overdachten de nieuwe verwikkelingen. De stilte was niet intens. Van buiten drong het straatrumoer de recherchekamer binnen. Het toeteren van auto’s, flarden muziek en het krijsen van een jonge hoer.