Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
‘Dan zou zelfs Peter een beter alternatief zijn.’
‘Jij hebt iets van de vernietiger in jezelf ontdekt, Ender. Nou, ik ook. Peter had daar geen alleenrecht op, in weerwil van wat de testers dachten. En Peter heeft iets van de bouwer in zich. Hij is niet vriendelijk, maar hij maakt niet langer elk goed ding dat hij ziet kapot. Als je eenmaal beseft dat de macht uiteindelijk altijd in handen komt van het soort mensen dat hem begeert, kan hij bij slechter mensen dan bij Peter terechtkomen vind ik.’
‘Met zo’n krachtige aanbeveling zou ik zelf ook op hem stemmen.’
‘Soms lijkt het volkomen belachelijk. Een jongen van veertien en zijn jongere zusje die plannen maken om de wereldheerschappij in handen te krijgen.’Ze probeerde te lachen. Het was niet grappig. ‘We zijn niet bepaald normale kinderen, hè? Geen van drieën.’
‘Heb jij wel eens dat je zou willen dat we dat wel waren?’
Ze probeerde zich voor te stellen dat ze net zo was als de andere meisjes op school. Probeerde zich voor te stellen hoe haar leven zou zijn als ze zich niet verantwoordelijk voelde voor de toekomst van de wereld. ‘Het zou zo saai zijn.’
‘Volgens mij niet.’En hij strekte zich uit op het vlot alsof hij eeuwig op het water kon blijven liggen.
Het was waar. Wat ze op de Krijgsschool ook met Ender hadden uitgehaald, ambities koesterde hij niet meer. Hij wilde echt het door de zon opgewarmde water van deze kom niet verlaten.
Nee, besefte ze vervolgens. Nee, hij denkt dat hij hier niet vandaan wil, maar hij heeft nog veel te veel van Peter weg. Of te veel van mij. Geen van drieën zouden we met niets om handen erg lang gelukkig kunnen blijven. Of misschien kunnen we wel gewoon geen van drieën gelukkig worden met alleen onszelf als gezelschap.
En dus begon ze weer te porren. ‘Welke naam kent iedereen op de hele wereld?’
‘Mazer Rackham.’
‘En als jij nu de volgende oorlog wint, net als Mazer destijds?’
‘Mazer Rackham had mazzel. Hij was een invaller. Niemand geloofde in hem. Hij was gewoon toevallig op het juiste moment op de juiste plaats.’
‘Maar stel nou dat het je lukt. Stel dat je de kruiperds verslaat en dat jouw naam even beroemd wordt als die van Mazer Rackham.’
‘Laat iemand anders maar beroemd worden. Peter wil beroemd worden. Laat hij de wereld maar redden.’
‘Ik heb het niet over roem, Ender. Ik heb het ook niet over macht. Ik heb het over toevallige samenlopen van omstandigheden, zoals de omstandigheid dat Mazer Rackham toevallig ter plaatse was toen iemand de kruiperds tot staan moest brengen.’
‘Als ik hier ben,’zei Ender, ‘ben ik niet daar. Dan zijn daar wel anderen. Laten zij de mazzel maar hebben.’
Zijn toon van vermoeide onverschilligheid ergerde haar. ‘Ik heb het over mijn leven, egoïstische klootzak.’Als haar woorden hem al kwetsten, gaf hij dat in ieder geval niet te kennen. Hij bleef gewoon liggen met zijn ogen dicht. ‘Het is maar goed dat ik, toen jij klein was en Peter je pestte, niet rustig heb afgewacht tot mam en pap je kwamen redden. Ik wist dat je de monitor had, maar ik wachtte ook niet af tot zij zouden ingrijpen. Weet jij wat Peter mij deed als ik hem weer eens had verhinderd om jou pijn te doen?’
‘Hou je kop,’fluisterde Ender.
Omdat ze zag dat zijn borst trilde, omdat ze wist dat ze hem echt geraakt had, omdat ze wist dat ze net als Peter zijn zwakke plek had opgespoord om hem daar een steek toe te brengen, hield ze haar mond.
‘Ik kan de kruiperds niet verslaan,’zei Ender zacht. ‘Op een dag zal ik net als Mazer Rackham ter plaatse zijn en iedereen zal van mij afhankelijk zijn en dan kan ik het niet.’
‘Als jij het niet kunt, Ender, dan had niemand het gekund. Als je hen niet kunt verslaan, dan verdienen ze het om te winnen omdat ze sterker en beter zijn dan wij. Dan is het jouw schuld niet.’
‘Vertel dat maar aan de doden.’
‘Als jij het niet doet, wie doet het dan wel?’
‘Elke willekeurige ander.’
‘Niemand Ender. Ik zal je eens iets vertellen. Als je het probeert en je verliest, kan je er niets aan doen. Maar als je het niet probeert en we verliezen, dan is dat jouw schuld. Dan heb jij ons allemaal omgebracht.’
‘Ik ben toch al een moordenaar.’
‘Wat zou je dan anders moeten zijn? Mensen hebben hun hersens niet ontwikkeld om op meertjes rond te drijven. Doden is het eerste dat we leerden. En dat is maar goed ook, anders zouden wij nu uitgestorven zijn en zouden de tijgers de aarde in handen hebben.’
‘Ik heb nooit van Peter kunnen winnen. Wat ik ook zei of deed. Het lukte me nooit.’
Het draaide dus weer om Peter. ‘Hij was jaren ouder dan jij. En veel sterker.’
‘Dat zijn de kruiperds ook.’
Ze kon de logica van zijn gedachtengang wel volgen. Of liever gezegd de onlogica ervan. Hij kon winnen wat hij maar wilde, maar diep in zijn hart wist hij dat er altijd iemand zou zijn die hem kon vernietigen. Hij wist altijd dat hij niet echt had gewonnen omdat Peter er nog was, de ongeslagen kampioen.
‘Dus je wilt Peter verslaan?’vroeg ze.
‘Nee,’antwoordde hij.
‘Versla de kruiperds. Kom dan terug en kijk eens wie er nog op Peter Wiggin let. Kijk hem recht in zijn gezicht als de hele wereld van je houdt en je vereert. Dat zal in zijn ogen een nederlaag zijn, Ender. Zo moet je van hem winnen.’
‘Je begrijpt het niet,’zei hij.
‘Ja, ik begrijp het wel.’
‘Nee, je snapt het niet. Ik wil Peter helemaal niet verslaan.’
‘Wat wil je dan?’
‘Ik wil dat hij van me houdt.’
Daar had ze geen antwoord op. Voor zover zij wist hield Peter van niemand.
Ender zei niets meer. Bleef gewoon rustig liggen. En liggen.
Toen uiteindelijk met het dalen van de zon de muskieten boven het water kwamen zweven, nam Valentine druipend van het zweet een laatste duik in het water en begon vervolgens het vlot naar de kant te duwen. Ender liet uit niets blijken dat hij wist wat ze deed, maar aan zijn onregelmatige ademhaling hoorde ze dat hij niet sliep. Toen ze de kant bereikten, klauterde ze op de steiger en zei: ‘Ik hou van je, Ender. Meer dan ooit. Wat je ook gaat besluiten.’
Hij gaf geen antwoord. Ze betwijfelde of hij haar zou geloven. Ze liep tegen de helling omhoog, laaiend op de mensen die haar zo ver hadden gekregen om Ender op deze manier aan te vallen. Want ze had per slot van rekening precies gedaan wat ze van haar verlangden. Ze had Ender overgehaald om zijn opleiding te hervatten en hij zou haar dat niet gauw vergeven.
Nog druipend van zijn laatste duik in het meer verscheen Ender in de deuropening. Het was donker buiten en donker in de kamer waar Graff op hem wachtte.
‘Gaan we nu?’vroeg Ender.
‘Als je wilt,’zei Graff.
‘Wanneer?’
‘Als jij zover bent.’
Ender ging douchen en kleedde zich aan. Hij was eindelijk een beetje gewend aan de manier waarop burgerkleren om zijn lijf zaten maar hij voelde zich nog steeds niet lekker zonder uniform of flits-pak. Ik zal nooit meer een flitspak dragen, bedacht hij. Dat hoort bij het spel van de Krijgsschool en dat is afgelopen. Hij hoorde de krekels als idioten te keer gaan in het bos; vlakbij hoorde hij het knerpende geluid van een auto die traag over een grindpad reed.
Wat moest hij nog meer meenemen? Hij had verschillende van de boeken in de bibliotheek gelezen, maar die hoorden bij het huis en die mocht hij niet meenemen. Het enige dat zijn eigendom was was het vlot dat hij zelf gebouwd had. Dat zou hier ook blijven.
In de kamer waar Graff hem opwachtte brandde nu licht. Graff had zich ook verkleed. Hij was weer in uniform.