Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
‘Misschien. Je hebt de videobanden gezien. Zou jij het voortbestaan van de mensheid willen laten afhangen van de kans dat ze het opgegeven hebben en ons met rust zullen laten?’
Ender probeerde te overzien hoeveel tijd er intussen verstreken was. ‘En de schepen reizen nu al zeventig jaar —’
‘Een deel ervan. Andere dertig jaar en weer andere nog maar twintig jaar. We maken nu betere schepen. We hebben inmiddels beter geleerd hoe we met de ruimte moeten omgaan. Maar elk sterschip dat niet nog afgebouwd moet worden is onderweg naar een wereld of een buitenpost van de kruiperds. Elk sterschip, met een buik vol kruisers en jagers, nadert daarginds de kruiperds. Ze minderen vaart omdat ze er al bijna zijn. De eerste schepen stuurden we naar de allerverste doelen, de jongere schepen naar doelen dichterbij. We hebben het allemaal behoorlijk goed getimed. Binnen een periode van een paar maanden zullen ze allemaal binnen gevechtsbereik van hun doel komen. Jammer genoeg zal onze primitiefste, verouderde uitrusting hun thuiswereld moeten aanvallen. Hoewel ze goed genoeg bewapend zijn — wij hebben een aantal wapens die de kruiperds nog nooit gezien hebben.’
‘Wanneer arriveren ze ter plaatse?’
‘Binnen de komende vijf jaar, Ender. Op het I.V.-Hoofdkwartier is alles ervoor klaar. De hoofdweerwort staat er opgesteld en houdt contact met onze hele invasievloot; de schepen zijn allemaal in orde en gevechtsklaar. Het enige dat ons nog ontbreekt is een commandant die de strijd kan leiden. Iemand die weet wat hij met die schepen moet aanvangen als ze ter plaatse arriveren.’
‘En als nou niemand weet wat hij ermee moet aanvangen?’
‘Dan doen we gewoon ons best met de beste bevelhebber die we kunnen krijgen.’
Dat ben ik dus, dacht Ender. Ze willen dat ik over vijf jaar klaar ben. ‘Kolonel Graff, er is geen kijk op dat ik op tijd klaar ben om het bevel over een hele vloot te voeren.’
Graff haalde zijn schouders op. ‘Nou en. Jij doet gewoon je best. Als je nog niet klaar bent, zien we ons wel te redden met wat we hebben.’
Dat stelde Ender een beetje gerust.
Maar niet lang. ‘Op dit moment hebben we natuurlijk helemaal niemand, Ender.’
Ender wist dat dit weer een van Graffs spelletjes was. Hij wil mij laten geloven dat het allemaal van mij afhangt, om te voorkomen dat ik ga slabakken, om ervoor te zorgen dat ik mezelf tot het uiterste zal drijven.
Maar, spelletje of niet, het zou ook waar kunnen zijn. En dus zou hij zo hard mogelijk werken. Dat had Val van hem verlangd. Vijf jaar. Nog maar vijf jaar tot de vloot arriveert en ik weet nog helemaal niks. ‘Over vijf jaar ben ik nog maar vijftien,’zei Ender.
‘Bijna zestien,’zei Graff. ‘Het hangt er helemaal vanaf wat je dan zult weten.’
‘Kolonel Graff,’zei hij. ‘Ik wil eigenlijk alleen maar terug naar de Aarde en in het meer zwemmen.’
‘Als we de oorlog gewonnen hebben,’zei Graff. ‘Of verloren natuurlijk. Voor ze hier arriveren om ons af te maken hebben we nog een paar tientallen jaren. Het huis blijft wel staan en ik beloof je dat je kan zwemmen zoveel je hartje begeert.’
‘Maar dan ben ik nog steeds te jong om geen veiligheidsrisico meer te vormen.’
‘We laten je gewoon dag en nacht bewaken door een gewapende schildwacht. De militairen weten wel hoe ze zulke dingen moeten aanpakken.’
Ze moesten alle twee lachen en Ender moest zichzelf streng voorhouden dat Graff alleen maar net deed of hij een vriend was, dat alles wat hij deed leugen of bedrog was, erop gericht om Ender in een doelmatige vechtmachine te veranderen. Ik zal precies het werktuig worden dat je van me wilt maken, zei Ender in stilte, maar niet omdat ik erin ben gelopen. Ik zal het doen omdat ik het verkoos en niet omdat jij me voor de gek hield, sluwe rotzak.
De sleper bereikte Eros al voor ze de planetoïde konden zien. De kapitein toonde hun het zichtbare beeld en liet daar overheen het infraroodbeeld verschijnen. Ze zaten er bijna bovenop — nog maar vierduizend kilometer van het oppervlak verwijderd — maar Eros met zijn lengte van maar vierentwintig kilometer was volkomen onzichtbaar alsof hij geen spatje zonlicht weerkaatste.
De kapitein legde het schip aan op een van de drie landingsplatforms die rond Eros cirkelden. Het schip kon niet rechtstreeks op Eros landen omdat Eros een verhoogde zwaartekracht had en de voor het slepen van vrachten ontworpen sleper nooit meer uit de zwaartekrachtput zou kunnen ontsnappen. Hij wenste hen geprikkeld vaarwel maar Ender en Graff bleven opgewekt. De kapitein was verbitterd over het feit dat hij zijn sleper moest verlaten; Ender en Graff voelden zich meer als gevangenen die eindelijk op erewoord worden vrijgelaten. Toen ze aan boord stapten van de pendel die hen naar het oppervlak van Eros zou brengen, declameerden ze allerlei verdraaide stukken tekst uit de videofilm die de kapitein eindeloos vaak had zitten bekijken en lachten als gekken. De kapitein werd saggerijnig en trok zich terug door net te doen of hij in slaap viel. Toen stelde Ender Graff nog een laatste vraag, alsof die eerst nu pas bij hem opkwam.
‘Waarom vechten we eigenlijk tegen de kruiperds?’
‘Ik heb allerlei redenen horen noemen,’zei Graff. ‘Omdat ze een overbevolkt stelsel hebben en wel moeten koloniseren. Omdat ze de gedachte niet kunnen verdragen dat er een andere verstandelijke levensvorm in het heelal bestaat. Omdat ze niet vinden dat wij een verstandelijke levensvorm zijn. Omdat ze een of andere griezelige godsdienst hebben. Omdat ze onze oude TV-uitzendingen gezien hebben en tot de conclusie zijn gekomen dat wij hopeloos gewelddadig zijn. Allerlei soorten redenen.’
‘Wat denkt u zelf?’
‘Het maakt helemaal niet uit wat ik ervan denk.’
‘Ik wil het toch graag weten.’
‘Ze moeten rechtstreeks met elkaar communiceren, Ender, van geest naar geest. Wat de een denkt, kan de ander ook denken; wat de een onthoudt, kan de ander ook onthouden. Waarom zouden ze ooit taal ontwikkelen? Waarom zouden ze ooit leren lezen en schrijven? Hoe zouden ze moeten weten wat lezen en schrijven is als ze het ooit tegenkwamen? Of tekens? Of getallen? Of wat wij dan ook allemaal gebruiken om te communiceren? Dit is niet gewoon maar een kwestie van de ene taal in de andere vertalen. Zij hebben helemaal geen taal. Wij hebben alle middelen die we konden bedenken gebruikt om met hen te communiceren, maar ze hebben zelfs de apparatuur niet die hun zou kunnen laten weten dat wij signalen uitzenden. En misschien hebben ze wel geprobeerd om tegen ons te denken en kunnen ze niet begrijpen waarom wij maar niet reageren.’
‘Dus de hele oorlog is alleen maar omdat we niet met elkaar kunnen praten.’
‘Als de ander jou zijn verhaal niet kan vertellen, kun je er nooit zeker van zijn dat hij niet aan het proberen is om je te doden.’
‘En als we hen nu eens gewoon met rust lieten?’
‘Ender, wij zijn niet als eersten bij hen gekomen, zij kwamen bij ons. Als zij ons met rust zouden laten hadden ze dat honderd jaar geleden ook wel kunnen doen, vóór de Eerste Invasie.’
‘Misschien wisten ze toen wel niet dat wij een verstandelijke levensvorm zijn. Misschien —’
‘Ender, geloof me, over dit onderwerp is al een eeuw lang gediscussieerd. Niemand weet het antwoord. Maar als puntje bij paaltje komt is er één beslissing onvermijdelijk: als een van ons beiden het onderspit moet delven, laten we er verdomme dan wel voor zorgen dat wij het zijn die uiteindelijk de boel overleven. Onze genen zouden trouwens geen andere beslissing toestaan. De natuur kan geen soort ontwikkelen die geen overlevingsdrift bezit. Individuen kunnen wel leren om zich op te offeren, maar de soort als geheel kan nooit beslissen om op te houden met bestaan. Daarom zullen wij als het ons lukt, de kruiperds uitroeien tot op de laatste man en zullen zij als het hun lukt, ons uitroeien tot op de laatste man.’
‘Persoonlijk heb ik wel een voorkeur voor overleven,’zei Ender.
‘Dat weet ik,’zei Graff. ‘Daarom ben je ook hier.’