Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]
- Автор: Кард Орсон Скотт
- Год: 1989
- Язык: голландский
- Год: J.M. Meulenhoff
- ISBN: 90-290-4143-9
- Переводчик: M. K. Stuyter
- Жанр: Научная фантастика
Электронная книга - «Ender wint [=De tactiek van Ender / Ender's Game - nl]». Краткое содержание книги:
14. Enders Leraar
‘Nogal kalmpjes aan gedaan hè, Graff. De reis is niet kort maar die drie maanden vakantie lijken toch wat buitensporig.’
‘Ik lever liever geen beschadigde waar af.’
‘Sommige mensen kunnen gewoon niet opschieten. Ach wat, het gaat toch alleen maar om het lot van de wereld. Let maar niet op mij. U zult onze bezorgdheid wel begrijpen. Wij zitten hier met de weerwort waarover we voortdurend van de vorderingen van onze sterschepen op de hoogte gehouden worden. Wij staan iedere dag oog in oog met de komende oorlog. Als je het tenminste dagen kunt noemen. Wat is de jongen nog ontzettend klein.’
‘Zijn formaat zit van binnen. Een grootse geest.’
‘Maar wel een met een moordenaarsinstinct, mag ik hopen?’’Ja.’
‘We hebben een geïmproviseerd studieprogramma voor hem samengesteld. U moet het natuurlijk nog goedkeuren.’
‘Ik zal het bekijken. Ik zal niet net doen of ik de betreffende materie ken, admiraal Chamrajnagar. Ik ben hier alleen maar omdat ik Ender ken. U hoeft dus niet bang te zijn dat ik kritiek zal hebben op de volgorde waarin u het materiaal aanbiedt. Alleen op het tempo.’
‘Hoeveel mogen we hem vertellen?’
‘Verdoe zijn tijd maar niet met de natuurkunde van interstellaire verplaatsing.’
‘En hoe zit het met de weerwort?’
‘Daar heb ik hem al over verteld en ook over de verschillende vloten. Ik heb gezegd dat ze binnen vijf jaar op hun bestemming zullen arriveren.’
‘U heeft kennelijk niet veel meer voor ons overgelaten.’
‘Jullie kunnen hem over de wapensystemen vertellen. Hij moet voldoende weten om verstandige beslissingen te kunnen nemen.’
‘Aha. Dan kunnen we ons dus toch nog nuttig maken, wat vriendelijk van u. We hebben een van de vijf simulators ingericht om exclusief door hem gebruikt te worden.’
‘Hoe zit het met de anderen?’
‘De andere simulatoren?’
‘De andere kinderen.’
‘U bent hierheen gehaald om voor Ender Wiggin te zorgen.’
‘Ik ben gewoon nieuwsgierig. U moet bedenken dat ik ze ooit allemaal bij mij op school heb gehad.’
‘En nu zijn ze allemaal bij mij op school. Ze worden ingewijd in de geheimen van de vloot, kolonel Graff, die u als landmachtsoldaat nooit heeft leren kennen.’
‘U doet net of de vloot een soort priesterkaste is.’
‘En een god. En een godsdienst. Zelfs zij die alleen per weerwort een bevel voeren kennen de majesteit van het vliegen tussen de sterren. Ik zie dat u mijn mystieke gedoe maar onsmakelijk vindt. Ik verzeker u dat uw afkeer alleen maar tekenend is voor uw onwetendheid. Weldra zal ook Ender Wiggin weten wat ik weet en zal hij als een bevallige geest tussen de sterren dansen en alle grootheid die zich in hem bevindt zal ontsloten worden, naar buiten treden en zich aan allen in het ganse heelal openbaren. U hebt de ziel van een steen, kolonel Graff, maar ik zing tegen een steen net zo makkelijk als tegen een andere zanger. U kunt naar uw kamer gaan om u te installeren.’
‘Ik heb niets te installeren behalve de kleren die ik aanheb.’
‘U hebt helemaal geen eigendommen?’
‘Ze storten mijn salaris ergens op Aarde op een bankrekening. Ik heb het nooit nodig gehad. Behalve om burgerkleren te kopen tijdens mijn — vakantie.’
‘U hecht niet aan materiële zaken. En toch bent u onaangenaam dik. Een vraatzuchtige asceet? Wat een tegenstelling.’
‘Als ik gespannen ben, ga ik eten. Terwijl u als u gespannen bent, bakken rotzooi uitbraakt.’
‘Ik mag u wel, kolonel Graff. We zullen wel met elkaar overweg kunnen.’
‘Dat kan me niet erg veel schelen, admiraal Chamrajnagar. Ik ben hier voor Ender. En we zijn hier geen van tweeën voor u.’
Ender haatte Eros vanaf het moment dat hij uit de sleper omlaag pendelde. Op Aarde waar de vloeren plat waren had hij zich al ongelukkig genoeg gevoeld; Eros was helemaal hopeloos. Het was een brok steen met ruwweg de vorm van een spoel die op zijn smalste punt maar zeseneenhalve kilometer dik was. Aangezien de buitenkant van het planeetje helemaal was ingericht voor het absorberen van zonlicht en het omzetten daarvan in energie, leefde iedereen in de onderling door tunnels verbonden, gladwandige vertrekken onder het oppervlak van de planetoïde. De besloten ruimte was voor Ender geen probleem — wat hem hinderde was dat alle tunnelvloeren merkbaar omlaag helden. Van het begin af aan werd Ender geplaagd door duizelingen als hij door de tunnels liep, vooral die exemplaren die Eros’kleinste omtrek volgden. Het hielp ook niet dat de zwaartekracht maar half zo groot was als die op Aarde — de illusie dat hij op het punt stond om te vallen was zeer sterk.
Ook de afmetingen van de vertrekken hadden iets verontrustends - de plafonds waren te laag voor de breedte van de kamers en de tunnels waren te smal. Hij voelde zich niet op zijn gemak in dit oord.
Maar het ergste was toch wel het grote aantal mensen. Ender herinnerde zich niet veel van de Aardse steden. Wat hij als een prettig aantal mensen beschouwde was de Krijgsschool waar hij iedereen die daar woonde tenminste van gezicht kende. Maar in dit brok steen leefden wel tienduizend mensen. Het was er niet overvol, ondanks de hoeveelheid ruimte die in beslag werd genomen door apparatuur om het leefklimaat in stand te houden en andere machines. Wat Ender dwars zat was dat hij voortdurend omringd werd door vreemden.
Ze gaven hem nooit de kans om iemand te leren kennen. Hij zag de andere leerlingen van de officiersopleiding vaak genoeg, maar aangezien hij nooit regelmatig de lessen volgde, bleven ze niets meer dan gezichten voor hem. Af en toe woonde hij hier of daar eens een les bij maar meestal kreeg hij onderricht van de ene leraar na de andere of een enkele keer om een bepaald proces te leren begrijpen eens hulp van een medeleerling die hij maar een keer ontmoette en daarna nooit meer zag. Hij at in zijn eentje of met kolonel Graff. Ter ontspanning ging hij naar de gymzaal maar daar zag hij zelden dezelfde mensen twee maal.
Hij besefte dat ze weer bezig waren om hem te isoleren, dit keer niet door de andere leerlingen een hekel aan hem te laten krijgen, maar gewoon door hun geen gelegenheid te geven om bevriend met hem te raken. Erg dikke vrienden zou hij met de meesten trouwens toch niet geworden zijn — op Ender na waren de andere leerlingen allemaal oudere tieners.
Dus stortte Ender zich op zijn studie en leerde vlug en goed. Sterrennavigatie en militaire geschiedenis nam hij in als water, abstracte wiskunde ging wat moeilijker maar als hij een probleem voorgelegd kreeg waarmee patronen in ruimte en tijd gemoeid waren, merkte hij dat zijn intuïtie betrouwbaarder was dan zijn berekeningen — vaak zag hij meteen al een oplossing die hij pas na minuten of zelfs uren van goochelen met getallen kon bewijzen.
En ter vermaak was er de simulator, het meest volmaakte video-spel dat hij ooit had gespeeld. Leraren en leerlingen maakten hem stap voor stap duidelijk hoe het apparaat gebruikt moest worden. Aanvankelijk, toen hij nog niet wist hoe krachtig het spel was, had hij alleen op tactisch niveau gespeeld -met één jager die aan een stuk door manoeuvres uiTVoerde om de vijand op te sporen en te vernietigen. De door de computer gestuurde vijand was slim en machtig en elke keer dat Ender een tactiek uitprobeerde merkte hij dat de computer die een paar minuten later al tegen hem gebruikte.
Het spel had een holografisch beeld en zijn jager werd verbeeld door een enkel klein lichtpuntje. De vijand was een lichtpuntje van een afwijkende kleur en ze dansten en tolden en manoeuvreerden door een ruimtelijke kubus die minstens een ribbe van tien meter gehad moet hebben. De besturing was geweldig. Hij kon het beeld naar alle kanten roteren zodat hij het van alle kanten kon bekijken en hij kon het centrum verplaatsen zodat de strijd dichterbij of verder weg plaatsvond.