Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Альтернативная история » Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]
Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]

Электронная книга - «Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]». Краткое содержание книги:

Wie is de beeldschone Storm Darroway? En wat verwacht zij van Malcolm Lockridge?
Het zijn vragen die de zojuist uit de gevangenis ontslagen Lockridge nauwelijks interesseren. Voor hem is zij immers in de eerste plaats een redder in hoge nood en al spoedig daarna — en onder wat voor onvermoede omstandigheden! — zijn minnares.
Toch zijn er mensen die haar met andere ogen bezien. De Tenil Orugaray noemen haar vol ontzag ‘De Storm’. Anderen zien haar als de onsterfelijke godin die leven schenkt. Voor Brann en zijn gardisten is zij onmiskenbaar een misdadige avonturierster, een meedogenloze vijand die even meedogenloos vernietigt dient te worden.
Samen met deze raadselachtige vrouw betreedt Lockridge de tunnels van de tijd, een web van tijdlijnen dat toegang geeft tot verleden, heden en toekomst. Daar, tijdens de talrijke, gevaarvolle zwerftochten die het uiterste van zijn geest en lichaam vergen, leert hij vele aspecten van haar wezen kennen. Maar helemaal doorgronden kan hij haar nooit.
Bovendien woedt rondom hem een oorlog waarin hem, zo blijkt al spoedig, een belangrijke rol is toebedeeld. Een oorlog ook die hem dwingt een keuze te maken: voor of tegen Storm. Een keuze die niet alleen voor hem, maar ook voor de toekomst van onpeilbaar groot belang is…
1 ... 36 37 38 39 40 41 42 43 44 ... 60
Перейти на страницу:

‘Dat was er de oorzaak van dat ik mijn mening over haar begon te herzien. Toen kwam u, aan het hoofd van een bende Indo-Europese krijgers, veroverde het dorp en nam ons gevangen.’ Brann spreidde zijn vingers en sloot ze weer. ‘Ik ontsnapte. Tóen dacht ik dat het een kwestie van geluk was, maar nu veronderstel ik dat u mij met opzet niet al te streng liet bewaken. Ik begaf me naar Vlaanderen en trof er een Iberische koopvaarder die mij als dekmatroos aan boord nam. Tenslotte wist ik Kreta te bereiken en stelde me daar in verbinding met de Wachters. Zij hebben me naar dit jaar gestuurd. Het enige wat ik wilde, was naar huis terug te keren. Ik heb niets met deze oorlog te maken. Maar zij wilden me niet laten gaan.’

‘Dat is wel te begrijpen,’ zei Brann, die zijn zelfbeheersing had hervonden. ‘De voornaamste reden is er wel een van bijgeloof. Zij geloven dat hun Koriach heilig is, een werkelijke, onsterfelijke incarnatie van de Godin, evenals haar collega's. Jij, de laatste die haar heeft ontmoet, bent nu zelf heilig en het zou een profanatie zijn als je weer een gewoon burger werd van een tijdperk dat zij verachten.’

Lockridge was geschokt toen hij bemerkte hoe glad het verhaal dat de Wachters hadden verzonnen, erin ging. Maar kon het waar zijn wat Brann zei?

‘Overigens hebben ze mij heel behoorlijk behandeld,’ zei hij. ‘Ik heb het…eh…heel goed kunnen vinden met een dame van hoge rang.’

Brann schokschouderde.

‘Zij heeft me veel verteld van hun spionage-activiteiten, liet me hun technische uitrusting zien en zo. Feitelijk heeft ze mij veel te veel van hun “beschaving” laten zien. Die is helemaal onleefbaar voor een normaal mens. Ondanks alle gruwelpropaganda over de Gardisten waarmee ik werd volgestopt, begon ik te denken dat jullie meer mijn soort zijn. Misschien dat jullie me tenminste naar huis laten gaan; goeie genade, wat heb ik een heimwee! Ik heb daar trouwens ook nog verplichtingen. Tenslotte kreeg ik haar zover, dat ze me vannacht op een verkenningstocht liet gaan, nog wel gekleed in een uniform van jullie. En aangezien ik van die valse Darvast-identiteit wist…’ Hij spreidde zijn handen uit. ‘En nu ben ik dan hier.’

Brann had zijn onrustige wandeling gestaakt. Een minuut lang bleef hij doodstil staan en vroeg toen: ‘Wat is de exacte geografische ligging van die tunnel?’

Lockridge vertelde het hem. ‘Ik vraag me af,’ zei hij, ‘waarom de Wachters toen ze mijn verhaal hadden gehoord, niet een paar maanden terug zijn gegaan om haar te waarschuwen.’

‘Dat kunnen ze niet,’ antwoordde Brann verstrooid. ‘Wat geweest is, moet zo zijn. In de praktijk komt daar nog bij dat een Koriach absoluut gezag bezit, meer nog dan een Leider zoals ik. Als ze het niet wil, hoeft ze niemand te zeggen wat ze van plan is. Uit angst voor spionnen heeft deze waarschijnlijk niemand in vertrouwen genomen behalve het handjevol technici dat zij met zich meenam. Wanneer de tunnel eenmaal klaar was, was het daarvoor vroeg genoeg. Op zo korte termijn en met zoveel zaken die hen elders bezig houden, is er nu geen tijd meer om een grote groep Wachters te verzamelen die in staat is om doelmatig in het verleden te opereren. Degenen die ze nog hebben kunnen sturen, heeft de onzekerheidsfactor ongetwijfeld parten gespeeld. Ze zijn ofwel te vroeg ofwel te laat uitgetreden. Dat wil zeggen, als er iemand op afgestuurd is. Zij heeft rivalen die geen traan zouden laten als ze haar kwijt waren.’ Gedurende enkele ogenblikken die steeds langer leken te duren, keek hij peinzend naar Lockridge. Tenslotte zei hij bedachtzaam: ‘Aangenomen dat je verhaal op waarheid berust, ben ik je erg dankbaar. Je zult inderdaad naar huis terug worden gezonden en goed worden beloond. Maar eerst moeten we door middel van een psychosonde vaststellen of je betrouwbaar bent.’

Angst welde in Lockridge op. Hij was nu zeer dicht genaderd tot het ogenblik waarachter zijn onbekende toekomst lag. Brann verstarde. Waarom werd de vreemdeling zo nerveus? Hij transpireerde, zijn gezicht werd bleek, de aderen in zijn hals klopten.

‘Nee,’ zei Lockridge zwakjes. ‘Alstublieft. Ik heb gezien wat dat betekent.’

Hij moest een aannemelijke reden vinden voor zijn vlucht, zodat Brann geen wantrouwen zou opvatten aangaande het verhaal over Storms tunnel, en met zijn troepen erin zou doordringen. Maar zijn angst was echt. Hij had inderdaad dat verduisterde deel van het Lange Huis gezien.

‘Wees niet bang; zei Brann met een zweem van ongeduld. ‘Tenzij er iets verdachts aan het licht komt, zal het onderzoek niet diep gaan.’

‘Hoe weet ik of u de waarheid spreekt?’ Lockridge stond op en week terug.’

‘Ik geef je mijn woord. Misschien moet ik je ook mijn verontschuldigingen aanbieden.’ Brann wenkte.

De deur ging open en twee schildwachten kwamen binnen. ‘Breng deze man naar Afdeling 8 en zeg de afdelingschef zich met mij in verbinding te stellen,’ zei Brann.

Lockridge wankelde het vertrek uit. De ogen van de heilige volgden hem, ver als de hemel van waaruit zij neerzagen. De mannen in het zwart voerden hem door een verlaten gang. Elk geluid werd gedempt, hun voetstappen klonken dof en er werd geen woord gesproken. Lockridge haalde diep adem. Oké, kerel, dacht hij, je weet dat je in ieder geval de tijdtunnel zult bereiken. Zijn duizeligheid verdween. De schacht waar hij naar uitkeek, kwam in zicht: een langwerpige opening in de egaal gekleurde muur. Uit de diepte klonk het suizende geluid van de ventilatoren. De soldaten voerden Lockridge erlangs.

Zij hadden hun energiepistolen getrokken, maar niet op hem gericht. Gevangenen gaven nooit veel moeilijkheden.

Lockridge bleef abrupt staan. Met de zijkant van zijn hand sloeg hij fel tegen de adamsappel rechts van hem.

Het gehelmde hoofd sloeg achterover, de soldaat viel languit op de grond. Lockridge draaide zich bliksemsnel naar links en wierp zich met zijn volle gewicht tegen de tweede schildwacht aan. Deze tuimelde naar achteren. Lockridge greep hem vast en sleurde hem mee in de schacht.

Als een blok steen vielen zij omlaag. Een alarmsirene begon te loeien. De veelogige machine die het gebouw was, had het ongewone voorval opgemerkt. Met een stem die bijna menselijk was, schreeuwde ze alles wat ze wist.

De gladde wanden van de schacht, convergerend naar de bodemloze diepte, flitsten langs hen heen. Lockridge klemde zich vast aan de Gardist, een arm rond zijn keel geslagen, en terwijl ze vielen beukte hij hem met zijn vuist. De soldaat verslapte, de mond in het bebloede gezicht viel open en het pistool gleed uit zijn vingers. Lockridge tastte naar de knopjes op zijn gordel. Waar voor de duivel … ?

Deur na deur schoot langs hen heen. Tot tweemaal toe flitste een verzengende energiestraal uit zo'n opening op hen af. En toen sprong de bodem van de put op hem toe. Hij vond de schakelaar die hij zocht, en drukte erop. Door de schok van de anti-zwaartekracht verloor hij bijna zijn houvast aan de Gardist. Maar hun val werd afgeremd, het gevaar dat zij verbrijzeld zouden worden was voorbij, zij waren beneden.

Op de bodem van de schacht kwam eveneens een gang uit. Aan de overkant was een deur en daarachter een vertrek waarvan de naakte witte muren de regenboogschittering van de tijdpoort des te mooier deden uitkomen. Twee verbaasd kijkende wachtposten brachten hun wapens in aanslag. Door de gang snelde een patrouille naderbij.

‘Arresteer deze man!’ hijgde Lockridge. ‘En laat me door!’ Hij droeg een uniform met indrukwekkende onderscheidingstekenen. Het gebouw had geen details kunnen waarnemen. De wachtposten salueerden. Lockridge holde naar het voorvertrek.

De donderende stem van Brann deed de lucht rondom hem trillen. ‘Attentie, attentie! Hier spreekt de Leider. Een man gekleed als officier van de lijfwacht heeft zojuist het tijdtransito op subniveau 9 betreden. Hij dient koste wat kost levend gevangen te worden.’

1 ... 36 37 38 39 40 41 42 43 44 ... 60
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)