Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Альтернативная история » Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]
Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]

Электронная книга - «Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]». Краткое содержание книги:

Wie is de beeldschone Storm Darroway? En wat verwacht zij van Malcolm Lockridge?
Het zijn vragen die de zojuist uit de gevangenis ontslagen Lockridge nauwelijks interesseren. Voor hem is zij immers in de eerste plaats een redder in hoge nood en al spoedig daarna — en onder wat voor onvermoede omstandigheden! — zijn minnares.
Toch zijn er mensen die haar met andere ogen bezien. De Tenil Orugaray noemen haar vol ontzag ‘De Storm’. Anderen zien haar als de onsterfelijke godin die leven schenkt. Voor Brann en zijn gardisten is zij onmiskenbaar een misdadige avonturierster, een meedogenloze vijand die even meedogenloos vernietigt dient te worden.
Samen met deze raadselachtige vrouw betreedt Lockridge de tunnels van de tijd, een web van tijdlijnen dat toegang geeft tot verleden, heden en toekomst. Daar, tijdens de talrijke, gevaarvolle zwerftochten die het uiterste van zijn geest en lichaam vergen, leert hij vele aspecten van haar wezen kennen. Maar helemaal doorgronden kan hij haar nooit.
Bovendien woedt rondom hem een oorlog waarin hem, zo blijkt al spoedig, een belangrijke rol is toebedeeld. Een oorlog ook die hem dwingt een keuze te maken: voor of tegen Storm. Een keuze die niet alleen voor hem, maar ook voor de toekomst van onpeilbaar groot belang is…
1 ... 37 38 39 40 41 42 43 44 45 ... 60
Перейти на страницу:

De poort door! De verkrampende schok van de fase-overgang bracht Lockridge ten val. Hij tuimelde voorover en zijn hoofd sloeg tegen de grond, pijn vlamde door hem heen en even bleef hij half verdoofd liggen.

De angst voor de psychosonde bracht hem weer bij zinnen, met moeite wist hij overeind te komen en op een klaarstaande zwaartekrachtslede plaats te nemen.

Een handvol mannen stroomde door het gordijn de tunnel in. Lockridge wierp zich plat op de slede. Bleke verdovingsstralen spatten tegen de schermen van het voertuig uiteen. Hij strekte een hand uit en legde hem op het versnellingslampje. De slede zette zich in beweging.

Weg van de Gardisten, ja. Maar zij bevonden zich aan de kant die naar het verleden voerde. Hij ging in de richting van de toekomst.

Zijn adem kwam schurend uit zijn longen. Zijn hartslag deed hem schudden zoals een hond een rat heen en weer schudt. Met inspanning van zijn laatste krachten slaagde hij erin zijn paniek te onderdrukken en hij waagde het een blik achter zich te werpen. De zwarte gestalten begonnen al kleiner te worden. Onzeker liepen ze heen en weer en plotseling herinnerde hij zich wat Storm Darroway had gezegd, bij het vuur in het woud, terwijl de wolven om hen heen slopen: We hebben ons eens in onze eigen toekomst gewaagd. Er waren daar wachtposten die ons terugdreven, met wapens die wij niet konden begrijpen. Nu proberen we het niet meer. Het was zo afschuwelijk!

Ik heb je gediend, Koriach, snikte hij. Godin, help me!

Als van verre hoorde hij Branns bevelen, die door de trillende witheid van de tunnel echoden. De wachtposten formeerden zich. Zij verhieven zich op hun zwaartekrachtsleden en zetten de achtervolging in.

Zover het oog reikte, strekte de tunnel zich uit. Verderop zag Lockridge geen poorten meer, alleen leegte.

De slede kwam tot stilstand. Hij bewoog zijn hand over het instrumentenpaneel. De machine reageerde niet. De achtervolgers kwamen snel naderbij.

Lockridge sprong van de slede en begon te rennen. Een straal trof de grond achter hem, streek langs zijn hielen en maakte deze gevoelloos. Iemand slaakte een overwinningskreet.

En toen kwam de Nacht, en de Angst.

Wat er precies gebeurde, wist hij niet. Hij zag niets meer, hoorde niets meer, al zijn zintuigen en heel zijn bewustzijn werden uitgeschakeld; hij was als een onstoffelijk punt dat gedurende een eeuwigheid door de oneindige ruimten van het heelal wentelde. Op een of andere wijze was hij zich niettemin bewust van een aanwezigheid die tegelijk levend en niet levend was en die verschrikking uitstraalde: de uiteindelijke verschrikking, de ontkenning van alles wat was en geweest was en zou zijn, onpeilbare koude, onpeilbare duisternis, onpeilbare leegte, niets behalve een draaikolk die hem naar zich toe zoog, die zich samentrok — en ophield te bestaan.

Hijzelf hield op te bestaan.

16

Toen keerde hij weer tot het bestaan terug.

Eerst was hij muziek, de zoetste en schoonste melodie die ooit had bestaan en die hij met slaperige tevredenheid herkende als Schafe können sicher weiden. Vervolgens was hij ook rozengeur, een zachte steun onder zijn rug, een lichaam dat zich behaaglijk voelde. Hij opende zijn ogen en zag zonlicht. ‘Goede morgen, Malcolm Lockridge,’ zei een mannenstem. ‘Je bent bij vrienden,’ zei een vrouwenstem. Zij spraken Kentucky-Engels.

Hij richtte zich op. Zij hadden hem op een bank gelegd, in een kamer met ahornhouten lambrizeringen. De kamer was nauwelijks gemeubileerd, er stond alleen een scherm met vreemde figuren, waardoor kleurig licht viel, maar de proporties waren zo volmaakt dat al het andere overbodig zou zijn. Door de openstaande deur zag hij een tuin. Bloemen bloeiden langs de grintpaden, een vijvertje met waterlelies lag in de schaduw van een wilgeboom beschut tegen de zomerse hitte. Aan de andere zijde van een met gras begroeid laantje stond nog een huis, bedekt met klimop, eenvoudig maar leuk om te zien.

De man en de vrouw kwamen naderbij. Beiden waren groot, zij hadden hun jeugd achter zich, maar hun rug was nog recht en hun lichaam toonde geen tekenen van verval. Hun lange haar krulde in de nek en werd door een band met ingewikkelde versiering bijeen gehouden. Behalve een armband met een tasje om de linker pols droegen zij verder niets. Lockridge bemerkte dat hijzelf ook ongekleed was. Hij tastte naar zijn eigen polstas. De vrouw glimlachte. ‘Ja, je diaglossa's zijn er,’ zei zij. ‘Ik geloof niet dat je verder nog iets nodig hebt.’

‘Wie bent u?’ vroeg Lockridge verbaasd.

Er kwam een ernstige trek op hun gelaat. je zult niet lang bij ons kunnen blijven, moet ik tot mijn spijt zeggen,’ antwoordde de man. ‘Noem ons maar John en Mary.’

‘En… welke tijd is dit?’

‘Ongeveer duizend jaar later.’

Met moederlijk medelijden zei de vrouw: ‘Je hebt een nachtmerrie moeten doorstaan, dat weten we. Maar het was de enige manier waarop we die duivels konden terugdrijven, of we zouden hen hebben moeten doden. Terwijl je sliep, hebben we je naar lichaam en geest weer geheeld.’

‘Gaat u mij naar huis terugsturen?’

Een trek van pijn gleed over haar rustig gezicht. ‘Ja.’ ‘En wel meteen,’ zei John. ‘Het kan niet anders.’

Lockridge stond op van het bed. ‘Ik bedoelde niet mijn eigen tijd, maar Europa in de tijd van de Wachters.’

‘Ik weet het. Kom maar mee.’

Zij verlieten het huis. Tevergeefs trachtte Lockridge de situatie te begrijpen. ‘Ik kan me nu voorstellen waarom u niemand uit het verleden toelaat. Maar wat beteken ik dan voor u?’

‘Het noodlot,’ zei John. ‘Het afschuwelijkste woord dat een mens kan uitspreken.’

‘Wat? U… ik… is mijn taak dan nog niet volbracht?’ ‘Nog niet,’ zei Mary terwijl ze hem bij de hand nam. ‘Meer mag ik je niet vertellen,’ zei John. ‘Voor je eigen bestwil. De tijdoorlog was het dieptepunt van de menselijke geschiedenis, en niet in de laatste plaats omdat men toen de vrije wil ontkende.’

Lockridge moest zich geweld aandoen om de kalmte te bewaren die hij in hun nabijheid gevoelde. ‘Maar de tijd is onveranderlijk. Of niet?’

‘Misschien vanuit een goddelijk gezichtspunt,’ zei John. ‘Maar mensen zijn geen goden. Kijk naar jezelf. Je weet dat je voortdurend een vrije keuze kunt doen. Nietwaar? In de tijdoorlog rationaliseerden zij alle verschrikkelijke dingen die zij deden, door te beweren dat het hoe dan ook toch zou gebeuren. Maar zij waren zelf rechtstreeks verantwoordelijk voor meer tirannie, meer doden, meer haat en meer ellende dan ik vermag op te noemen. Wij weten nu dat het niet goed is onze eigen toekomst te kennen, en we gaan alleen in het geheim, als waarnemers, naar het arme, ongelukkige verleden.’

‘Maar dat geldt dus niet voor mij,’ zei Lockridge met een opflakkering van woede.

‘Dat spijt me. Dat is iets verkeerds dat we moeten doen om een groter kwaad te voorkomen.’ John keek hem recht in de ogen. ‘Ik troost mezelf met de gedachte dat je mans genoeg bent om het te accepteren.’

‘Dat wil zeggen…’ Lockridge trok een zuur gezicht. ‘Oké dan. Ik ben in ieder geval blij dat u ginds in de tunnel tussenbeide bent gekomen.’

‘Maar we zouden het geen tweede keer doen,’ zei Mary. Zij liepen nu in de laan. Het leek een tamelijk grote stad; zover het oog reikte zag hij huizen tussen de hoge bomen. Op een gazon was een maaimachine aan het werk. Hier en daar liepen mensen, knappe mensen die blijkbaar geen enkele haast hadden. Sommigen waren naakt, anderen waren blijkbaar van mening dat een lichte tuniek comfortabeler was in deze hitte. Enkele volwassenen die hen passeerden, bogen voor John, eerbiedig maar zonder slaafsheid.

‘U bent zeker een belangrijk man,’ merkte Lockridge op. ‘Hij is lid van de continentale raad,’ zei Mary met warmte en trots in haar stem.

1 ... 37 38 39 40 41 42 43 44 45 ... 60
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)