Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Альтернативная история » Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]
Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]

Электронная книга - «Tunnels door de tijd [The Corridors of Time - nl]». Краткое содержание книги:

Wie is de beeldschone Storm Darroway? En wat verwacht zij van Malcolm Lockridge?
Het zijn vragen die de zojuist uit de gevangenis ontslagen Lockridge nauwelijks interesseren. Voor hem is zij immers in de eerste plaats een redder in hoge nood en al spoedig daarna — en onder wat voor onvermoede omstandigheden! — zijn minnares.
Toch zijn er mensen die haar met andere ogen bezien. De Tenil Orugaray noemen haar vol ontzag ‘De Storm’. Anderen zien haar als de onsterfelijke godin die leven schenkt. Voor Brann en zijn gardisten is zij onmiskenbaar een misdadige avonturierster, een meedogenloze vijand die even meedogenloos vernietigt dient te worden.
Samen met deze raadselachtige vrouw betreedt Lockridge de tunnels van de tijd, een web van tijdlijnen dat toegang geeft tot verleden, heden en toekomst. Daar, tijdens de talrijke, gevaarvolle zwerftochten die het uiterste van zijn geest en lichaam vergen, leert hij vele aspecten van haar wezen kennen. Maar helemaal doorgronden kan hij haar nooit.
Bovendien woedt rondom hem een oorlog waarin hem, zo blijkt al spoedig, een belangrijke rol is toebedeeld. Een oorlog ook die hem dwingt een keuze te maken: voor of tegen Storm. Een keuze die niet alleen voor hem, maar ook voor de toekomst van onpeilbaar groot belang is…
1 ... 40 41 42 43 44 45 46 47 48 ... 60
Перейти на страницу:

Zij schrok. ‘Jij bent geen Wilde!’

‘Ik neem aan van niet, wat een Wilde ook moge zijn.’ Lockridge legde een hand aan zijn oor. De meute had zich weer verwijderd. Hij haalde opgelucht adem en wist dat hij deze nacht niet zou sterven.

‘Maar…maar je komt naakt voor hen uit de bossen gevlucht, je haar is echter geknipt, je baard geschoren en je spreekt beter dan ik …’

‘Laten we zeggen dat ik een buitenlander ben, maar ik ben geen vijand.’ Lockridge koos zijn woorden zorgvuldig. ‘Ik was op weg hierheen toen de jagers mij toevallig ontdekten. Het is van groot belang dat ik me in verbinding stel met…eh… met het hoofdkwartier van de Koriach. Ze zullen u goed belonen omdat u mij het leven hebt gered.’ Hij stond op. ‘Kunt u mij wat kleren lenen?’

Haar ogen gleden peinzend over zijn gestalte, niet zoals een vrouw een man bekijkt, maar met een eeuwenoude behoedzaamheid die langzaam plaats maakte voor een beslissing. ‘Goed dan. Misschien lieg je, misschien ben je zelfs een duivel, uitgestuurd om ons arme sloggs in de val te laten lopen, maar ik heb weinig te verliezen. Ola's tuniek zal je wel passen.’ Zij rommelde in een klerenkist en overhandigde hem een versleten kledingstuk. Toen hij het aannam, streek zij met haar hand over de stof. ‘Zijn geest moet er nog een beetje in aanwezig zijn,’ zei zij zacht. ‘Misschien herkent hij mij nog. In dat geval ben ik veilig.’

Lockridge trok de tuniek over zijn hoofd. ‘Was Ola uw zoon?’ vroeg hij met even zachte stem.

‘Ja. De laatste. Een ziekte heeft de anderen weggenomen toen ze nog in de wieg lagen. En dit jaar, toen hij pas zeventien was, koos het lot Ola uit.’

Een afschuwelijke gedachte kwam bij Lockridge op en hij flapte eruit: ‘Is hij de man aan het kruis?’

Woedend repliceerde de vrouw: ‘Zwijg! Dat was een verrader Hij vervloekte Pribo, de minnaar van jonkvrouwe Istar, alleen maar omdat die een van zijn visnetten had vernield!’ ‘Neem me niet kwalijk,’ stamelde hij. ‘Ik heb u toch gezegd dat ik hier vreemd ben.’

Onder de invloed van de alcohol sloeg haar stemming weer snel om. ‘Ola,’ zei zij, ‘moest de Jaarman zijn.’ Zij wreef met haar hand door haar ogen. ‘De Godin moge me vergeven. Ik weet dat zijn leven nu in het land is. Als ik maar kon vergeten hoe hij gilde toen ze hem verbrandden.’

Lockridge vond een stoel, viel erop neer en staarde in het niets.

‘Je bent zo bleek,’ zei de vrouw. ‘Wil je wat drinken?’ ‘Vervloekt, ja!’

Uit een kruik schonk zij een glas vol. Deze wijn was zuurder dan die hij in het paleis gedronken had, maar hij bemerkte hoe eenzelfde gemoedsrust bezit nam van zijn zenuwen en gedachten. O zeker, dacht hij, zoiets hebben ze wel nodig om dat alles te kunnen verdragen.

‘Vertel me eens,’ zei hij, ‘is Istar jullie priesteres?’

‘Ja, dat is ze. Zij is ook degene met wie je je in verbinding moet stellen. Maar beter niet voor morgenmiddag, denk ik. Ze blijft tot diep in de nacht jagen en slaapt dan uit. En hoe belangrijk je ook moge zijn, het zou niet verstandig zijn om haar uit bed te halen.’ De slogg dronk uit haar glas en giechelde. ‘Maar… eh… om haar mee naar bed te nemen, dat is iets heel anders, heb ik gehoord. De jongens mogen eigenlijk niet over de lentefeesten spreken, maar ze doen het natuurlijk toch.’

‘Die… eh… die Wilden. Wie zijn dat?’

‘Wat? Je komt zeker wel van ver! Dat zijn de naaktlopers, de bosbewoners, de ongelukkigen die het dorp in sluipen om een kip te stelen, en die iedereen overvallen die zo onverstandig is om alleen naar het bos te gaan. Ik weet werkelijk niet waarom ik je binnen heb gelaten, terwijl ik toch meende dat je een Wilde was. Misschien omdat ik zo eenzaam was en aan Ola dacht en… natuurlijk moet men jacht op hen maken, niet alleen om hen in bedwang te houden, maar ook omdat hun leven het land bevrucht… en toch vraag ik me wel eens af of de Godin ooit niet een betere weg voor ons zal vinden.’

O ja, dacht Lockridge walgend, er is een betere weg te vinden. Maar niet in dit tijdperk. Ik zie het heel duidelijk. Ik zie die verbijsterde oude arbeider, die ik tweeduizend jaar geleden heb gekend, die afgedankt werd omdat hij niet met een computer overweg kon. Wat kun je in hemelsnaam dóen met de mensen die je over hebt?

Als je een Gardist bent, dril je ze tot een beroepsleger. Als je een Wachter bent, zorg je ervoor dat ze onwetende lijfeigenen blijven, met een aantal volslagen wilden om hen in toom te houden en een godsdienst die… Nee, dat is nog het afschuwelijkste van de hele situatie: de Wachters zelf geloven erin.

Jij ook, Storm?

Dat móet ik te weten komen.

Vaag drongen de woorden van de vrouw tot hem door: ‘Nu ja, hoe zondig ik ook ben, Ola maakt me heilig tot het moment dat de volgende Jaarman gekozen is. Hij moet me ertoe hebben aangezet om je binnen te laten. Waarom zou ik het anders gedaan hebben?’ Begerig voegde zij er snel aan toe: ‘Vreemdeling, ik heb je geholpen. Mag ik, als dank, de Koriach zien? Mijn grootmoeder heeft Haar eens gezien. Zij kwam toen hier over het land gevlogen, Haar haren waren zwart. Zij vloog snel als de storm waarnaar Zij zich vaak noemt. O, zelfs na zestig jaar weten de mensen het nog! Als ik Haar een keer mocht zien, zou ik gelukkig sterven.’ ‘Wat?’ De uitputting en het kalmeringsmiddel deden hun uitwerking voelen, maar plotseling was hij weer klaar wakker. ‘Dezelfde? Zo lang geleden?’

‘Wie anders? De Godin sterft niet.’

Een of ander trucje, misschien maakten ze gebruik van de tijdtunnels. Maar Brann had gezegd dat hij haar de gehele geschiedenis door bestreden had — en er waren er maar enkelen die geschikt waren om door de tunnels te reizen. Hun leiders moesten tenminste een aantal jaren of decenniën in elk milieu doorbrengen… Hoeveel?

Het glas ontglipte aan Lockridge's hand. Hij stond op. ‘Ik kan hier niet langer blijven,’ barstte hij uit. ‘Ik zal iemand oproepen om mij te komen halen.’

‘Nee, wacht, dat toestel staat alleen met Istars slot in verbinding. Je denkt toch niet dat mensen als ik een rechtstreekse lijn naar het paleis van de Godin hebben? Ga zitten, dwaas!’ Lockridge duwde de vrouw opzij. Zij viel op het bed neer en schonk zich een nieuwe beker wijn in. Hij legde zijn hand op het enige oproeplampje. Op het scherm verscheen een verveelde, slaperige en boze jongeman.

‘Wie ben je?’ vroeg de Wachter nijdig. ‘De Vrouwe is op jacht.’

‘Voor mijn part jaagt ze zichzelf naar de hel,’ snauwde Lockridge. ‘Verbind me met het paleis van de Koriach van de Westmark.’

De mond van de baardeloze jongeman viel open. ‘Ben je gek geworden?’

‘Luister, mooie jongen, als je niet als de weerlicht doe wat ik zeg, zal ik je huid aan de eerste de beste boerenschuur vastspijkeren, met je halve karkas er nog in. Verbind me met de Wachter Hu, met Vrouwe Yuria, of met wie ook van het hof die je maar bereiken kunt. Zeg hun dat Malcolm Lockridge teruggekeerd is. In naam van de Koriach’

‘Kent u hen? Vergeef me! Eén minuutje geduld, verzoek ik u.’ Het beeld verdween.

Lockridge reikte naar de kruik, maar trok zijn hand weer terug. Nee, vannacht moest hij zijn hersens bij elkaar houden. Hij moest geruime tijd wachten en kookte van woede. Buiten huilde de wind om het dak. De vrouw keek naar hem en dronk zonder ophouden.

Hu's gezicht verscheen. ‘Jij! We dachten dat je verdwenen was!’ Uit zijn stem sprak meer verbazing dan blijdschap. ‘Het is een lang verhaal,’ viel Lockridge hem in de rede. ‘Kun je door middel van deze verbinding er achter komen waar ik me bevind? Oké, kom me dan ophalen.’ Hij verbrak de verbinding.

Het vrouwtje was nu te dronken om te tonen hoe bang ze was geworden. Zij trok zich in een hoek terug en mompelde: ‘Heer, vergeef me, ik wist niet…’

1 ... 40 41 42 43 44 45 46 47 48 ... 60
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)