Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]
Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]

Электронная книга - «Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]». Краткое содержание книги:

In de Zeven Koninkrijken is alles en iedereen in afwachting van de verschrikkelijkste oorlog die het land ooit trof. Immers, de Oorlog van de Vijf Koningen heeft Westeros verdeeld. De bloeddorstige en verraderlijke Lannisters houden nu de ijzeren Troon bezet, daarbij gesteund door bondgenoten die net zo meedogenloos zijn als zijzelf. Maar ook elders broeien de gemoederen.
1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 48
Перейти на страницу:

Aan land Arya beet op haar lip. Ze was de zee-engte overgestoken om hier te komen, maar als de kapitein het had gevraagd, zou ze tegen hem gezegd hebben dat ze aan boord van de Titanendochter wilde blijven. Zoute was te klein om een roeiriem te hanteren, dat wist ze inmiddels, maar ze kon leren om touw te splitsen en de zeilen te reven en een koers aan te houden over de grote, zilte zeeën. Denyo had haar één keer meegenomen naar het kraaiennest en ze was helemaal niet bang geweest, al had het dek beneden maar een klein dingetje geleken. Ik kan ook sommen maken en een hut opruimen. Maar de galjas had geen tweede scheepsjongen nodig. Bovendien hoefde ze maar naar het gezicht van de kapitein te kijken om te weten hoe graag hij van haar af wilde. Dus knikte Arya slechts. ‘Aan land,’ zei ze, al hield dat alleen maar vreemdelingen in.

‘Valar dohaeris.’ Hij raakte met twee vingers zijn voorhoofd aan. ‘Mag ik je bidden: herinner je Ternesio Terys en de dienst die hij je heeft bewezen.’

‘Dat zal ik doen,’ zei Arya met een klein stemmetje. De wind rukte aan haar mantel, hardnekkig als een spook. Het werd tijd dat ze ging.

Pak je spullen, had de kapitein gezegd, maar daar had ze er niet al te veel van. Alleen de kleren die ze droeg, haar buideltje munten, de geschenken die ze van de bemanning had gekregen, de dolk op haar ene heup en Naald op de andere.

De boot was eerder gereed dan zij, en Yorko zat aan de riemen. Ook hij was een zoon van de kapitein, maar ouder dan Denyo en minder aardig. Ik heb Denyo helemaal niet gedag gezegd, dacht ze toen ze naar beneden klauterde om zich bij hem te voegen. Ze vroeg zich af of ze de jongen ooit terug zou zien. Ik had afscheid moeten nemen.

De Titanendochter kromp in hun kielzog, terwijl de stad met iedere slag van Yorko’s riemen groter werd. Rechts van haar was een haven zichtbaar, een wirwar van pieren en kades waarlangs bolbuikige walvisvaarders uit Ibben, zwanenschepen van de Zomereilanden en meer galeien dan een meisje kon tellen zich verdrongen. Een tweede haven, verder weg, bevond zich aan haar linkerkant, achter een verzakkende landtong waarop de bovenverdiepingen van half verdronken gebouwen boven het water uitstaken. Arya had nog nooit zoveel grote gebouwen bij elkaar gezien. Koningslanding had de Rode Burcht en de Grote Sept van Baelor en de Drakenkuil, maar Braavos leek zich te kunnen beroemen op een twintigtal tempels, torens en paleizen die even groot of zelfs nog groter waren. Straks ben ik weer een muis, dacht ze somber, net als in Harrenhal voordat ik wegliep.

Vanaf de plaats waar de Titaan stond, had de stad net één groot eiland geleken, maar toen Yorko hen ernaartoe roeide, zag ze dat het een heleboel kleine eilandjes op een kluitje waren, verbonden door stenen boogbruggen die ontelbare kanalen overspanden. Achter de haven ving ze een glimp op van straten met huizen van grauwe steen, zo dicht op elkaar gebouwd dat ze tegen elkaar aan leunden. InArya’s ogen zagen ze er raar uit, vier en vijf verdiepingen hoog en heel dun, met scherpgepunte bakstenen daken die op punthoeden leken. Ze zag geen riet, en maar een paar houten huizen van het soort dat ze van Westeros kende. Ze hebben geen bomen, besefte ze. Braavos is een en al steen, een grijze stad in een groene zee.

Yorko zwenkte ten noorden van de dokken langs, de geul van een groot kanaal binnen, een brede, groene waterweg die recht naar het hart van de stad liep. Ze voeren onder de bogen van een gebeeldhouwde stenen brug door, versierd met tientallen soorten vissen, krabben en inktvissen. Voor hen uit dook een tweede brug op die gebeeldhouwd was met een kantwerk van bladerrijke wijnranken, en daarachter een derde die hen aankeek met honderden geschilderde ogen. Aan weerskanten monden kleinere kanalen uit en daarin weer andere die nog smaller waren. Sommige huizen waren boven de waterwegen gebouwd, zag ze, waardoor de kanalen in een soort tunnels veranderd waren. Slanke boten in de vorm van waterslangen met beschilderde koppen en opgestoken staarten voeren daar in en uit. Ze zag dat die niet geroeid werden, maar vanaf de achtersteven voortgeboomd door mannen met grijze, bruine of donkermosgroene mantels aan. Ze zag ook enorme barken met platte bodems, hoog opgetast met kratten en vaten en voortgeboomd door twintig man per kant, en kunstige drijvende huizen met lantaarns van gekleurd glas, fluwelen draperieën en bronzen boegbeelden. Heel in de verte, hoog boven zowel kanalen als huizen, was een soort weg van massieve grijze steen, rustend op drie lagen enorme bogen die zuidwaarts liepen en daar opgingen in de heüge lucht. ‘Wat is dat?’ vroeg Arya aan Yorko terwijl ze ernaar wees.

‘De zoetwaterrivier,’ zei Yorko. ‘Die voert vers water aan van het vasteland, over de moddervlakten en de zilte ondiepten. Goed, zoet water voor de fonteinen.’

Toen ze achterom keek waren de haven en de lagune uit het zicht verdwenen. Voor haar rees aan weerszijden van het kanaal een rij reusachtige standbeelden op, plechtige mannen in lange, bronzen gewaden, besmeurd met de uitwerpselen van zeevogels. Eentje hield een gouden ster in zijn opgeheven hand. Een ander keerde een stenen flacon om van waaruit een eindeloze stroom water omlaag klaterde in het kanaal. ‘Zijn dat goden?’ vroeg Arya.

‘Zeeheren,’ lichtte Yorko haar in. ‘Het Eiland der Goden is verderop. Zie je het? Zes bruggen verder op de rechteroever. Dat is de tempel van de Maanzangers.’

Het was een van de tempels die Arya vanuit de lagune had ontwaard, een geweldige massa sneeuwwit marmer, bekroond door een enorme zilveren koepel waarvan de melkglazen ramen alle fasen van de maan toonden. De poort werd geflankeerd door een paar marmeren maagden, rijzig als de zeeheren, die een bovendorpel in de vorm van een maansikkel torsten.

Daarachter stond nog een tempel, een gebouw van rode natuursteen, zo streng als een fort. Boven op de grote vierkante toren brandde een vuur in een ijzeren komfoor van twintig voet doorsnee, met kleinere vuren naast de koperen deuren. ‘De rode priesters zijn dol op hun vuren,’ zei Yorko tegen haar. ‘De Heer des Lichts is hun god, de rode R’hllor.’

Dat weet ik. Arya moest aan Thoros van Myr denken in zijn samengeraapte oude wapenrusting, gedragen over dermate verschoten gewaden dat hij meer op een roze dan op een rode priester had geleken. Toch had zijn kus heer Beric opgewekt uit de dood. Ze keek toe hoe het huis van de Rode God langs dreef en vroeg zich af of zijn priesters in Braavos daar ook toe in staat waren.

Daarna kwam een groot bakstenen bouwwerk met slingers korstmos erop. Arya zou het misschien voor een pakhuis hebben aangezien als Yorko niet had gezegd: ‘Dat is de Heilige Toevlucht, waar wij de kleine goden eren die door de wereld vergeten zijn. Je zult het ook wel de Wirwar horen noemen.’ Tussen de hoog oprijzende, met korstmos bedekte muren van de Wirwar liep een kanaaltje en daar sloeg hij rechtsaf. Ze voeren een tunnel door en het licht weer in. Aan weerskanten rezen nog meer schrijnen op.

‘Nooit geweten dat er zoveel goden waren,’ zei Arya.

Yorko bromde. Ze gingen nog een bocht om en onder nog een brug door. Links van hen dook een rotsige bult op met een raamloze tempel van donkergrijze steen erop. Vanaf de deuren leidde een stenen trap omlaag naar een overdekte aanlegplaats.

Yorko trok de riemen in en de boot stootte zachtjes tegen stenen meerpalen aan. Hij greep een stel ijzeren ringen om hen een ogenblik stil te houden. ‘Hier laat ik je achter.’

De aanlegplaats was overschaduwd, de trap steil. Het zwarte pannendak van de tempel had een scherpe punt, net als de huizen langs de kanalen. Arya kauwde op haar lip. Syrio kwam uit Braavos. Misschien heeft hij deze tempel wel bezocht. Misschien heeft hij deze trap wel beklommen. Ze greep een ring en hees zich op de kade.

1 ... 28 29 30 31 32 33 34 35 36 ... 48
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)