Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]
- Автор: Мартин Джордж Рэймонд Ричард
- Год: 2006
- Язык: голландский
- Год: Luitingh Fantasy
- ISBN: 90-245-5833-6
- Переводчик: Renée Vink
- Жанр: Фэнтези
Электронная книга - «Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]». Краткое содержание книги:
‘Zoals u beveelt, vrouwe.’
Over Anjes gezicht trok een vlaag van woede. ‘Noem me niet zo. Ik ben een moeder, geen vrouwe. Ik ben Crasters vrouw en Crasters dochter, en een moeder.’
Ed van de Smarten nam de baby over, terwijl Anje in de wagen klom en een paar muffe vachten over haar benen trok. Inmiddels was de oostelijke hemel meer grijs dan zwart. Lowie Linkerhand stond te popelen om te vertrekken. Ed tilde de zuigeling weer op en Anje legde hem aan de borst. Dit is misschien de laatste keer dat ik Slot Zwart zie, dacht Sam terwijl hij zich op zijn merrie hees. Hoezeer hij Slot Zwart ook eens had gehaat, hij was er kapot van dat hij wegging.
‘Vooruit met de geit,’ beval Bolver. Er knalde een zweep en de wagens begonnen traag door de diepe groeven in de weg te bolderen, terwijl de sneeuw rondom hen neerdaalde. Sam bleef nog even bij Clydas, Ed van de Smarten en Jan Sneeuw achter. ‘Tja,’ zei hij, ‘vaarwel.’
‘Jij ook, Sam,’ zei Ed van de Smarten. ‘Je boot zal wel niet zinken, denk ik. Boten zinken alleen als ik aan boord ben.’
Jon stond naar de wagens te kijken. ‘De eerste keer dat ik Anje zag,’ zei hij, ‘stond ze met haar rug tegen de muur van Crasters Burcht, dat magere, donkerharige meisje met haar bolle buik. Ze deinsde achteruit voor Spook. Hij was tussen haar konijnen geraakt en ik denk dat ze bang was dat hij haar zou openrijten en de baby zou verslinden… maar het was niet de wolf die ze vrezen moest, nietwaar?’
Nee, dacht Sam. Craster was het gevaar, haar eigen vader. ‘Ze is moediger dan ze beseft.’
‘Jij ook, Sam. Ik wens je een snelle, veilige reis toe, en zorg goed voor haar, Aemon en het kind.’ Jon glimlachte, een vreemd, triest lachje. ‘En zet je kap op. De sneeuwvlokken smelten in je haar.’
Arya
Het licht brandde flauw en ver weg, laag boven de horizon, door de nevels op zee heen.
‘Het lijkt net een ster,’ zei Arya.
‘De ster van thuis,’ zei Denyo.
Zijn vader was bevelen aan het schreeuwen. Zeelui klommen de drie hoge masten op en neer en klauterden door het want om de zware purperen zeilen te reven. Beneden zwoegden en ploeterden de roeiers op twee grote roeibanken. De dekken kantelden knarsend toen de galjas De Titanendochter naar stuurboord helde en overstag begon te gaan.
De ster van thuis. Arya stond bij de voorsteven, één hand rustend op het vergulde boegbeeld, een maagd met een schaal fruit. Een halve hartslag lang gaf ze toe aan de verleiding om te doen alsof het haar thuis was, daar voor hen uit.
Maar dat was stam. Haar huis was er niet meer, haar ouders waren dood en al haar broers waren vermoord, op Jon Sneeuw op de Muur na. Daar had ze naar toe gewild. Dat had ze ook tegen de kapitein gezegd, maar zelfs de ijzeren munt had hem niet vermurwd. Het leek wel of Arya nooit terechtkwam waar ze wezen wilde. Yoren had gezworen haar naar Winterfel te brengen, maar zij was in Harrenhal beland en Yoren in zijn graf. Nadat ze uit Harrenhal was ontsnapt richting Stroomvliet, was ze door Liem en Anguy en Tom van Zevenen gevangengenomen en in plaats daarvan naar de holle heuvel gesleept. Toen had de Jachthond haar gestolen en meegesleept naar de Tweeling. Arya had hem stervend bij de rivier achtergelaten en was doorgegaan naar Zoutpannen, in de hoop een schip naar Oostwacht-aan-Zee te vinden, maar…
Misschien is Braavos zo kwaad nog niet. Syrio kwam uit Braavos en Jaqen is daar misschien ook. Jaqen was degene die haar de ijzeren munt had gegeven. Hij was niet echt haar vriend geweest zoals Syrio, maar wat had ze ooit aan vrienden gehad? Zolang ik Naald heb, heb ik geen vrienden nodig. Ze streek met de bal van haar duim over de gladde knop van het zwaard en wenste, wenste…
Eerlijk gezegd wist Arya net zomin wat ze moest wensen als ze wist wat haar onder dat verre licht te wachten stond. De kapitein had haar aan boord genomen maar geen tijd om met haar te spreken. Sommige bemanningsleden meden haar, maar anderen gaven haar geschenken — een zilveren vork, handschoenen zonder vingers, een slappe wollen hoed, versteld met leer. Eén man liet haar zien hoe ze zeemansknopen moest leggen. Een ander schonk haar vingerhoedjes vuurwijn in. De aardigen klopten op hun borst en herhaalden hun namen telkens opnieuw totdat Arya ze terugzei, al kwam het nooit bij iemand op om háár naam te vragen. Ze noemden haar Zoute, omdat ze in Zoutpannen aan boord was gekomen, vlak bij de monding van de Drietand. Ze nam aan dat ze het slechter had kunnen treffen.
De laatste van de nachtelijke sterren was verdwenen… op het stel recht vooruit na. ‘Het zijn nu twee sterren.’
‘Twee ogen,’ zei Denyo. ‘De Titaan ziet ons.’
De Titaan van Braavos. Ouwe Nans had hun vroeger in Winterfel verhalen over de Titaan verteld. Het was een reus, zo hoog als een berg, en zodra Braavos in gevaar verkeerde werd hij wakker met vuur in zijn ogen, en dan waadde hij onder geknerp en gekreun van zijn stenige ledematen de zee in om de vijand te verpletteren. ‘De Braavosi voeren hem het sappige roze vlees van hooggeboren kleine meisjes,’ placht Nans te besluiten, en dan begon Sansa altijd stompzinnig te piepen. Maar maester Luwin zei dat de Titaan maar een standbeeld was en dat de verhaaltjes van ouwe Nans maar verhaaltjes waren.
Winterfel is afgebrand en gevallen, herinnerde Arya zich. Ouwe Nans en maester Luwin waren waarschijnlijk allebei dood, en Sansa ook. Het was nergens goed voor om aan hen te denken. Alle mensen sterven. Dat was wat de woorden betekenden, de woorden die Jaqen H’ghar haar had geleerd toen hij haar dat versleten ijzeren muntje had gegeven. Ze had sinds hun vertrek uit Zoutpannen nog meer Braavosi-woorden geleerd, de woorden voor alstublieft en dank u wel en zee en ster en vuurwijn, maar dat alle mensen sterven wist ze al toen ze bij hen kwam. De meeste bemanningsleden van de Dochter spraken wel een mondje Gewone Spreektaal van hun nachten aan wal in Oudstee, Koningslanding en Maagdenpoel, al spraken alleen de kapitein en zijn zoons het goed genoeg om met haar te praten. Denyo was de jongste van die zoons, een mollige, opgewekte jongen van twaalf die zijn vaders hut schoonhield en zijn oudste broer met zijn sommen hielp.
‘Ik hoop dat jullie Titaan geen honger heeft,’ zei Arya tegen hem.
‘Honger?’ zei Denyo niet-begrijpend.
‘Het doet er niet toe.’ Zelfs als de Titaan sappig roze meisjesvlees at, zou Arya niet bang voor hem zijn. Zij was een mager scharminkel, geen fatsoenlijke maaltijd voor een reus, en ze was bijna elf, praktisch een volwassen vrouw. En Zoute is bovendien niet hooggeboren.
‘Is de Titaan de god van Braavos?’ vroeg ze. ‘Of hebben jullie de Zeven?’
‘In Braavos worden alle goden geëerd.’ De zoon van de kapitein praatte bijna even graag over zijn stad als over zijn vaders schip. ‘Jullie Zeven hebben hier een sept, de Sept-Over-de-Zee, maar daar komen alleen zeelui uit Westeros om te bidden.’
Ze zijn niet mijn Zeven. Dat waren mijn moeders goden en die hebben toegelaten dat de Freys haar bij de Tweeling vermoordden. Ze vroeg zich af of ze in Braavos een godswoud zou vinden, met een weirboom in het hart. Denyo wist dat misschien wel, maar ze kon het hem niet vragen. Zoute kwam uit Zoutpannen, en wat wist een meisje uit Zoutpannen nu van de oude goden van het noorden? De oude goden zijn dood, hield ze zichzelf voor, net als moeder en vader en Robb en Bran en Rickon, allemaal dood Ze herinnerde zich dat haar vader lang geleden eens had gezegd dat als de koude winden waaiden, de eenzame wolf stierf maar het roedel overleefde. Dat had hij helemaal mis. Arya, de eenzame wolf, leefde nog, maar de wolven van het roedel waren gevangen, gedood en gevild.