Бесплатная библиотека
Читайте книгу на сайте или телефоне
READ-E-BOOK » Фэнтези » Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]
Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl] - Читать Любимую Русскую Полную Книгу 👉 Read-E-Book.com

Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]

Электронная книга - «Een feestmaal voor kraaien [A Feast for Crows - nl]». Краткое содержание книги:

In de Zeven Koninkrijken is alles en iedereen in afwachting van de verschrikkelijkste oorlog die het land ooit trof. Immers, de Oorlog van de Vijf Koningen heeft Westeros verdeeld. De bloeddorstige en verraderlijke Lannisters houden nu de ijzeren Troon bezet, daarbij gesteund door bondgenoten die net zo meedogenloos zijn als zijzelf. Maar ook elders broeien de gemoederen.
1 ... 24 25 26 27 28 29 30 31 32 ... 48
Перейти на страницу:

‘Lang geleden,’ onderbrak Jon hem. ‘En hoe zit het met de Anderen?’

‘Ik heb een vermelding van drakenglas gevonden. De kinderen van het woud plachten de Nachtwacht jaarlijks honderd dolken van obsidiaan te geven, tijdens het Heldentijdperk. De Anderen komen als het koud is, daar zijn de meeste verhalen het over eens. Of anders wordt het koud wanneer ze komen. Soms verschijnen ze tijdens sneeuwstormen en smelten ze weg als de lucht opklaart. Ze verbergen zich voor het licht van de zon en duiken ’s nachts op… of anders wordt het nacht wanneer zij opduiken. Volgens sommige verhalen rijden ze op de lijken van dode dieren. Beren, schrikwolven, mammoets, paarden, het maakt niet uit, zolang het beest maar dood is. Degene die Kleine Paultje heeft gedood, reed op een dood paard, dus dat gedeelte is duidelijk waar. Sommige verslagen reppen ook over reusachtige ijsspinnen. Ik weet niet wat dat zijn. Mannen die vallen in de strijd tegen de Anderen, dienen verbrand te worden, anders staan de doden weer op om hun tot slaaf te dienen.’

‘Dat wisten we allemaal al. De vraag is, hoe moeten we ze bestrijden?’

‘De wapenrusting van de Anderen is bestand tegen de meeste gewone zwaarden, als je de verhalen moet geloven,’ zei Sam, ‘en hun eigen zwaarden zijn zo koud dat staal erop in stukken springt. Maar vuur doet ze de moed verliezen en ze zijn kwetsbaar voor obsidiaan.’ Hij dacht aan die ene die hij in het spookbos het hoofd had geboden, aan hoe die ogenschijnlijk was gesmolten toen hij hem had gestoken met de dolk van drakenglas die Jon voor hem had gemaakt. ‘Ik heb een beschrijving van de Lange Nacht gevonden die sprak van de laatste held die Anderen doodde met een kling van drakenstaal. Naar verluidt konden ze daar niet tegen.’

‘Drakenstaal?’ Jon fronste zijn wenkbrauwen. ‘Valyrisch staal?’

‘Dat was ook het eerste wat er bij mij opkwam.’

‘Dus als ik de heren van de Zeven Koninkrijken er nu maar van kan overtuigen dat ze ons hun Valyrische zwaarden moeten geven, dan is alles gered? Dat zal niet moeilijk wezen.’ In zijn lach klonk geen vrolijkheid door. ‘Heb je ook gevonden wie de Anderen zijn, waar ze vandaan komen, wat ze willen?’

‘Nog niet, heer, maar het kan zijn dat ik gewoon de verkeerde boeken heb gelezen. Er zijn er honderden die ik nog niet heb bekeken. Geef me meer tijd en ik zal vinden wat er te vinden is.’

‘Er is niet meer tijd.’ Jon klonk bedroefd. ‘Je moet je spullen pakken, Sam. Jij gaat met Anje mee.’

‘Ik ga?’ Even begreep Sam het niet. ‘Ik ga weg? Naar Oostwacht, heer? Of… waar ga ik…’

‘Oudstee.’

‘Oudstee?’ Het kwam eruit als een piepgeluid. Hoornheuvellag dicht bij Oudstee. Thuis. Bij die gedachte duizelde het hem. Mijn vader.

‘Aemon ook.’

‘Aemon? Maester Aemon? Maar… die is honderdtwee jaar oud, heer, hij kan niet… u zendt hem en mij weg? Wie zorgt er dan voor de raven? Als er zieken of gewonden zijn, wie…’

‘Clydas. Die is al jaren bij Aemon.’

‘Clydas is maar een oppasser en zijn ogen gaan achteruit. U hebt een maester nodig. Maester Aemon is zo broos, een zeereis…’ Hij dacht aan het Prieel en aan de Prieelkoningin en stikte bijna in zijn eigen tong. ‘Het zou… hij is oud, en…’

‘Zijn leven zal gevaar lopen. Daar ben ik me van bewust, Sam, maar hier is het risico nog groter. Stannis weet wie Aemon is. Als de rode vrouw konings bloed nodig heeft voor haar spreuken…’

‘O.’ Sam verbleekte.

‘Dareon zal zich in Oostwacht bij jullie voegen. Ik hoop dat hij met zijn liederen in het zuiden wat mannen voor ons zal werven. De Merel brengt jullie naar Braavos. Van daaruit kunnen jullie zelf je overtocht naar Oudstee regelen. Als je Anjes baby nog steeds als je bastaard wilt erkennen, stuur haar en het kind dan naar Hoornheuvel. Anders vindt Aemon voor haar wel een betrekking als dienstmeisje in de Citadel.’

‘Mijn b-b-bastaard.’ Dat had hij gezegd, ja, maar… Al dat water. Misschien verdrink ik wel. Er zinken voortdurend schepen en de herfst is het seizoen van de stormen. Maar Anje zou bij hem zijn en de baby zou veilig opgroeien. ‘Ja, ik… mijn moeder en mijn zusters zullen Anje helpen met het kind.’ Ik kan een brief sturen, ik hoef zelf niet naar Hoornheuvel te gaan. ‘Dareon zou haar net zo goed naar Oudstee kunnen brengen als ik. Ik ben… ik heb iedere middag met Ulmer geoefend in het boogschieten, zoals u had bevolen… nou ja, behalve als ik in de gewelven ben, maar u had gezegd dat ik moest zien uit te vinden wie de Anderen waren. Van de langboog krijg ik pijn in mijn schouders en blaren op mijn vingers.’ Hij liet Jon een blaar zien die opengebarsten was. ‘Maar ik doe het toch. Ik raak het doel nu vaker wel dan niet, maar ik ben nog steeds de slechtste schutter die ooit een boog heeft gespannen. Maar Ulmers verhalen vind ik leuk. Iemand zou ze moeten opschrijven en er een boek van maken.’

‘Doe jij dat dan. In de Citadel hebben ze pen en inkt, en ook langbogen. Ik verwacht dat je blijft oefenen. Sam, de Nachtwacht heeft honderden mannen die een pijl af kunnen schieten, maar niet meer dan een handjevol dat kan lezen of schrijven. Jij moet mijn nieuwe maester worden.’

Bij dat woord kromp hij ineen. Nee, vader, alstublieft, ik zal er nooit meer over praten, dat zweer ik bij de Zeven. Laat me eruit, alstublieft, laat me eruit. ‘Heer, ik… mijn werk is hier, de boeken…’

‘…zijn hier nog steeds als je bij ons terugkomt.’

Sam bracht een hand naar zijn keel. Hij kon bijna voelen hoe de keten hem verstikte. ‘Heer, de Citadel… ze laten je daar in lijken snijden.’ Ze laten je daar een keten om je nek dragen. Als je ketens wilt, kom dan maar mee. Drie dagen en nachten had Sam zichzelf in slaap gehuild, met handen en voeten aan een muur gekluisterd. De keten om zijn hals zat zo strak dat die door zijn huid heen was gedrongen, en zodra hij in zijn slaap de verkeerde kant op was gerold, was zijn adem erdoor afgesneden. ‘Ik kan geen keten dragen.’

‘Dat kun je wel. Dat zul je. Maester Aemon is oud en blind. Zijn krachten begeven het. Wie neemt zijn plaats in wanneer hij sterft? Maester Mullin in de Schaduwtoren is eerder een vechtjas dan een geleerde en maester Harmoen van Oostwacht is vaker dronken dan nuchter.’

‘Als u de Citadel om meer maesters vraagt…’

‘Dat ben ik ook van plan. We zullen iedereen nodig hebben. Maar Aemon Targaryen is niet zo makkelijk te vervangen.’ Jon leek verbaasd. ‘Ik was er zeker van dat dit je wel zou bevallen. Er zijn zoveel boeken in de Citadel dat niemand kan hopen ze ooit allemaal te lezen. Je zou daar prima op je plaats zijn, Sam. Dat weet ik.’

‘Nee. Ik zou de boeken kunnen lezen, maar… een m-maester moet een genezer zijn en van b-b-bloed krijg ik een wee gevoel.’ Hij stak een hand uit, zodat Jon die kon zien trillen. ‘Ik ben Sam de Bangerd, niet Sam de Doder.’

‘Bang? Waarvoor? De standjes van oude mannen? Sam, je hebt de geesten de Vuist op zien zwermen, een vloedgolf van dode mannen met zwarte handen en felblauwe ogen. Je hebt een Ander gedood.’

‘Dat was ik niet, dat was het d-d-d-drakenglas.’

‘Stil. Je hebt gelogen en geïntrigeerd en samengezworen om mij Opperbevelhebber te maken. Je zult me gehoorzamen. Je zult naar de citadel gaan en een keten smeden, en als je in lijken moet snijden, het zij zo. In Oudstee zullen de lijken in elk geval geen bezwaar maken.’

Hij begrijpt het niet. ‘Heer,’ zei Sam, ‘mijn vader, heer Randyl, die, die, die, die, die… het leven van een maester is een leven van slavernij.’ Hij wist dat hij stond te bazelen. ‘Geen zoon van het huis Tarling zal ooit een keten dragen. De mannen van Hoornheuvel buigen en pluimstrijken niet voor mindere heren.’ Als je ketens wilt, kom dan maar mee. ‘Jon, ik kan mijn vader niet ongehoorzaam zijn.’

1 ... 24 25 26 27 28 29 30 31 32 ... 48
Перейти на страницу:
0
Сюжет
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Атмосфера
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Главный герой
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
0
Общее впечатление
  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
  • 6
  • 7
  • 8
  • 9
  • 10
Итоговая оценка: 0.0 из 10 (голосов: 0 / История оценок)